
Vanaf eind april tot begin oktober vliegt
het donker brandnetelkapje in twee, soms drie generaties.
Hij is vrij gewoon door het hele land en in het noorden en westen
komt hij meer voor dan het brandnetelkapje.
De grondkleur is donkergrijs met een lichtbruinachtig wortelveld
en een iets gegolfde 2e dwarslijn.
Er zit weinig contrast tussen het midden- en zoomveld.
De spanwijdte bedraagt ongeveer 30 mm.
De vlinder kan bloemen bezoeken (buddleja).
Hij is schemerings- en nachtactief en komt op licht.

De rups is groen, bruingroen of helemaal bruin.
Op de rug van beide achterlijfsegmenten bevindt zich
een donkere vlek die op het voorste segment is zijdelings afgezet
met witte tekening, soms in de vorm van een half maantje.
De rups is vooral te vinden van juli tot oktober.
Hij voedt zich met brandnetel.
De pop overwintert.
Terug naar: