Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Dennenspinner

Dendrolimus pini
Spinners

De dennenspinner vliegt van half mei tot in augustus.
Hierbij is er één generatie.
De soort komt alleen voor op plaatsen waar de grove den groeit.
Het is zeker geen gewone soort en hij heeft een verbrokkelde verspreiding
op droge zandgronden en in de noordelijke duinen.

De spanwijdte van de vleugels bedraagt 45-70 mm
en de vlinder is variabel van kleur.
De voorvleugels zijn grijsbruin met een witte punt
en roodbruine en donkerbruine dwarsbanden,
maar de vrouwtjes kunnen ook zonder tekening zijn.
De mannetjes zijn donkerder van kleur dan de vrouwtjes.
De vlinder kan geen voedsel opnemen en sterft
kort na de paring resp. eiafzetting.

De eiafzetting vindt plaats in juli en augustus waarbij de eitjes
afzonderlijk of in kleine groepjes op naalden gedeponeerd worden.
De rups wordt tot 75 mm lang, is bruin met een lichtgrijze rug
en daarin donkere, ruitvormige vlekken.
Hij leeft op den en zelden ook op spar of andere naaldbomen.
De volwassen rups heeft fijne, korte, grijsachtige haren.

Vroeger kwam de rups nog wel eens massaal voor en kon dan
de bomen geheel kaalvreten, maar dit doet zich nog maar zelden voor,
want de soort is minder algemeen geworden.
Hij is te vinden van augustus tot juni en soms overwintert hij zelfs twee keer.
In november trekken ze zich terug in het winteronderkomen, veelal onder de moslaag.
In april komen de rupsen weer op de bomen en spinnen zich in juni in.
Zo verpopt hij zich in een grote, bruine cocon, gesponnen tussen de naalden.
 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen