Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Dennenpijlstaart

Sphinx pinastri
Pijlstaarten

Niet alle pijlstaarten zijn mooi getekend.
De dennenpijlstaart bijvoorbeeld is grauw en erg vaag.
Als hij overdag op de stam van een den zit, zul je hem echter niet gemakkelijk ontdekken.
Het is kennelijk een prima schutkleur!
Het lichaam en de voorvleugels zijn grijzig met variabele zwarte tekening.
De achtervleugels zijn donkergrijs.
Op het borststuk bevinden zich 2 zwarte zijstrepen.

De dennenpijlstaart bereikt een maximum spanwijdte van zo'n 80 mm,
waarmee het een iets kleinere pijlstaartsoort is,
maar nog steeds een erg grote nachtvlinder.
Hij vliegt in één generatie van begin mei tot in oktober.
De vlinders vliegen vooral in de avondschemering
en blijven meestal voor de voedselbloemen in de lucht hangen.
Ze bezoeken bloemen van o.a. kamperfoelie om nectar te drinken.

In de Benelux is het een redelijk gewone soort
in dennenbossen op de droge zandgronden en in de duinen.
De rups, die te zien is van juli tot september,
eet vooral de naalden van de grove den,
maar is ook te vinden op spar en larix.
Hij is overdag actief.
Zijn kleur en tekening zijn aangepast aan het leven tussen naalden.
Hij wordt tot 80 mm lang.
De rug en buik zijn roodachtig bruin,
met een witte en donkerbruine tekening op rug en zijkanten.
Op de zijkanten is ook donkergroen te vinden.
De pijl is donker bruin tot zwart en de kop oranje-bruin.
Jongere rupsen zijn groen met witte strepen.
De pop overwintert onder afgevallen naalden of in de grond;
soms zelfs twee keer.


 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen