
De coniferenuil vliegt vooral tussen half september en begin november.
De eerste waarneming was in 1980 en het leefgebied breidt zich uit,
waarschijnlijk door aanplant van de waardplant.
Recente waarnemingen zijn vrijwel alle afkomstig uit de zuidwesthoek
van ons land (van 43 in 1997 en 79 in 1999 tot 138 in 2000).
Ook op de Veluwe is hij in 1999 gesignaleerd.
De spanwijdte bedraagt 39 – 44 mm.
De haardracht op thorax en schouders is genuskenmerkend.
De rupsen voeden zich met bepaalde coniferen (Chamaecyparis lawsoniana
en Cupressocyparis leylandii) waarbij ze zich vooral te goed doen aan de bloemen.

Terug naar: