
Het mannetje van de citroenvlinder (of citroentje) is helder geel en die herken je meteen.
Het vrouwtje is bijna wit, zeker als zij vliegt, en die moet je
van dichtbij bekijken om te zien dat het de citroenvlinder is.
Dat kun je trouwens ook zien aan de vorm van de vleugels.
Op de bovenvleugel en op de ondervleugel zie je een duidelijk uitstekend puntje.
Daaraan kun je altijd zien dat je met een citroenvlinder te maken hebt.
Behalve die kleur is er nauwelijks verschil tussen de mannetjes en de vrouwtjes.
Er is geen verschil tussen de generaties en dat komt omdat er maar één generatie is.
In rust heeft de vlinder de vleugels opgeklapt.
Dat we de vlinder vroeg in het voorjaar zien en weer in de late zomer,
komt omdat het dier als volwassen vlinder zowel overwintert als overzomert!
De rupsen leven aan het eind van de zomer, verpoppen dan,
en al heel snel komt de volwassen vlinder tevoorschijn.
Die vliegt een poosje rond en gaat dan in een zomerslaap.
In Zuidelijk Europa duurt die zomerslaap overigens veel langer dan bij ons.

In de nazomer zie je ze dan weer volop vliegen, maar al in september
worden beschutte plekjes opgezocht en begint de winterslaap.
Die duurt tot in februari of maart.
Zodra de temperatuur stijgt wordt hij weer actief.
En in het vroege voorjaar is het citroentje vaak de eerste dagvlinder die rondvliegt.
Vanaf april zet het vrouwtje haar spindelvormige, groene eieren af,
alleen of in groepjes, op de jonge bladeren van de waardplanten.
De citroenvlinder is in de gehele Benelux een gewone soort,
al komt hij het meest voor op de zandgronden.
Vooral langs bosranden en struwelen, in parken en tuinen
is deze zwerflustige soort te vinden.
Met een spanwijdte tot 55 mm is de citroenvlinder een qua grootte typische dagvlinder.
Voor de landbouw is het een onschadelijk witje, want we vinden de rupsen
vooral op vuilboom, al worden liguster, kardinaalsmuts en wegedoorn
ook genoemd als waardplant.

Die rupsen trouwens zijn erg moeilijk te vinden, omdat ze exact
de bladkleur hebben en overdag rusten langs de middennerf van een blad.
Ze worden tot 35 mm lang en hun groene lijf is bezet met fijne zwarte spikkels.
Later wordt de rups boven de witte streep over de stigma's blauwachtig groen.
Onder de stigma's is de rups geelachtig groen.
De vraatsporen aan de rand van de bladeren
zijn vaak makkelijker te vinden dan de rups zelf.
De groene pop hangt bijna loodrecht in haar gordel
aan een blad of twijgje van de voedselplant.
De nieuwe generatie vlinders verschijnt in juli
op een moment dat de oudergeneratie nog vliegt.
De citroenvlinder kan dan ook bijna een jaar oud worden,
waarvan ze ca. 5 maanden doorbrengen in winterrust.
Hij is hiermee één van de langstlevende vlindersoorten.
De winter wordt doorgebracht in struikgewas en dichte graspollen.
Terug naar: