
De meerderheid van de spanners is vrij grauw maar de bramenspanner is heel fraai getekend.
De brummelmeter of bramenspanner, zoals hij ook wel genoemd wordt,
zit meestal overdag tussen bladeren van de braam verscholen
en valt ondanks zijn schoonheid nauwelijks op.
Bij het bramenplukken echter verstoor je hem nog wel eens.
Deze nachtvlinder wordt zo nu en dan door licht aangetrokken.
De spanwijdte loopt uiteen van 34 tot 38 mm.
De vleugels zijn crèmewit en zwartbruin aan de wortels van de voorvleugels.
Daarnaast is de voorvleugel is het bezit van een zwartbruine vlek langs de voorrand.
De achtervleugels hebben een grauwe zoom en een witachtige golflijn.
De vlinder vliegt van mei tot augustus in meestal één generatie,
maar soms is er een tweede generatie in de nazomer.
Op de zandgronden in Nederland is de soort vrij gewoon
en ook in de duinen zijn ze wel te vinden.
De rupsen leven vooral op braam waar ze in hoogzomer en herfst
vrij zittend op de bladeren van waardplant te vinden zijn.
Verder doen ze zich ook te goed aan framboos.
De eieren worden op de bladrand afgezet.
De rups heeft op de rug pijlvlekken
van geelachtig tot roodachtig bruin.
De pop overwintert.
Terug naar: