
De bruine wapendrager vliegt van half april tot half augustus.
Daarnaast komen ook winterwaarnemingen komen voor, zij het zelden.
Jaarlijks zijn er twee generaties.
De vlinder komt verspreid in grote delen van ons land voor.
Vooral in de duinen en in het noorden van Limburg is de bruine wapendrager
een vaak geziene vlinder, daarentegen komen weinig waarnemingen uit poldergebieden.
De voorvleugels zijn roodachtig grijs met een aantal witte lijnen
en een chocoladebruine vlek in de vleugeltop
die de laatste witte lijn niet overschrijdt.
De spanwijdte varieert van 27 – 35 mm.
Deze vlinder wordt in Nederland ook wel chocoladetipje genoemd.
Het vrouwtje produceert met opgestoken achterlijf sekslokstoffen
om mannetjes aan te trekken.
Bij de paring hangt het mannetje,
net als bij de wortelboorders, vrij aan het vrouwtje.
De grijsblauwe eieren worden paarsgewijs of in kleine groepjes
afgezet op bladeren van (ratel)populier en wilg.
De rups wordt zelden gezien.
Hij is behaard, grijsblauw van kleur met een brede,
gele rugstreep en oranje stippen op de flanken.
Hij leeft tussen samen gesponnen bladeren.

Terug naar: