
Ondanks het feit dat hij niet veel kleur heeft,
is de bruine grijsbandspanner een heel mooi beestje.
De subtiele kleurverschillen de fijne tekening maken hem
toch wel tot een bijzonder vlindertje.
De Nederlandse naam echter munt niet echt uit door duidelijkheid.
Met een spanwijdte tot zo'n 35 mm is het niet zo'n grote soort.
De vliegtijd van het dier is erg lang, omdat de twee generaties elkaar opvolgen,
zodat het dier van mei tot begin september kan worden gezien.
De vlinder vliegt in de schemering.
Het is een gewone soort in het hele land, ook in de duinen.
Toch gaat zijn voorkeur uit naar vochtige bossen en moerassige gebieden.
De rups leeft op een grote verscheidenheid aan planten, inclusief tuinplanten.
Ook is hij te vinden op wilg, els en andere bomen.
De rupsen van de tweede generatie verpoppen zich
in september in de grond, waar ze overwinteren.
Terug naar: