
De bruine groenuil vliegt in mei, juni en juli.
Er is in die tijd slechts één generatie.
Het is een ongewone vlinder die verspreid over het land voorkomt:
een lichte concentratie op de zandgronden van Gelderland en op de Utrechtse heuvelrug.
Er zijn flinke gebieden waar de bruine groenuil helemaal ontbreekt.
De vleugelspanwijdte bedraagt 40 – 50 mm.
Wanneer de vlinder overdag rust op bomen die bedekt zijn
met mos of korstmos is hij uitstekend gecamoufleerd.
De groene kleur op roodbruine ondergrond wordt vaal als het dier dood is.
Overdag is hij op te jagen uit lage vegetatie.
De rups voedt zich met verschillende planten en struiken waaronder adelaarsvaren.
Hij is te zien vanaf augustus tot in mei van het volgende jaar.
Het rupsenlijf wordt tot 45 mm lang en heeft meerdere bruintinten
met een duidelijke, bleke, geelachtige dorsale lijn en op segment 11
een dwarse balk met zwarte randen.
De onderkant is licht gekleurd en de kop is oranjebruin met donkerder strepen.
De rups is nachtactief maar soms ook overdag te zien.
Rustend zit hij in lage vegetatie.
Hij verpopt in een aardcocon.
Terug naar: