
De bruine eenstaart vliegt jaarlijks in twee generaties
waarbij hij te zien is van half april tot begin september.
Waar berk en/of els groeit kan de vlinder worden waargenomen.
Hij heeft voorkeur voor vochtige gebieden en is dan ook
in de meeste broekbossen een gewone soort.
De vlinder is donkerker van kleur dan de berkeneenstaart.
Hij wordt aangetrokken door licht, bezoekt geen bloemen
maar drinkt wel van vloeistoffen.
In rust heeft hij de vleugels vlak uitgespreid.
De eitjes worden afgezet als een parelsnoertje op els en berk, de voedselplanten.
Hierop is de rups te vinden in juni en augustus/september.
Uiterlijk en gedrag van de rupsen van bruine- en berkeneenstaart
komen sterk overeen, ook het ijle spinsel om zich onder terug te trekken.
Naschuivers ontbreken, daarvoor in de plaats een puntig achterlijf.
De pop overwintert in een samengesponnen blad.
Terug naar: