Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Bruin blauwtje

Plebeius agestis
Blauwtjes

Het bruin blauwtje is een lokale soort op droge, zandige graslanden, rivier- en kustduinen.
Langs de rivieren is hij echter op de meeste plaatsen verdwenen
maar langs de kust is hij nog wel te vinden.
Ook zijn er tijdelijke vestigingen in het binnenland.
Het is een vrij honkvaste soort die in twee generaties vliegt,
van begin mei tot begin juli en van begin juli tot begin oktober.
Soms is er ook nog een derde generatie.

De spanwijdte bedraagt ongeveer 26 mm.
Mannetje en vrouwtje hebben beide een bruine bovenkant zonder blauwe bestuiving.
Op de onderkant van de voorvleugel staan geen wortelvlekken,
wat deze soort onmiddellijk onderscheidt van het vrouwtje van het icarusblauwtje,
waarmee het regelmatig samen voorkomt.
Op de bovenkant van de vleugel staat meestal
een volledige rij oranje vlekken langs de achterrand.
Deze oranje randvlekken zijn bij mannetjes en vrouwtjes groot en opvallend
evenals de zwarte vlekken op de onderkant van de voorvleugel.
De zwarte vlekken op de achtervleugel zijn daarentegen klein.
Het vrouwtje heeft geen blauwe bestuiving op de onderkant van de vleugels.
De vleugeladers lopen door in de franje,
waardoor deze 'geblokt' over zou kunnen komen.

De eieren worden afzonderlijk afgezet.
De rups wordt tot 15 mm lang.
Hij heeft een lichtgroen lijf met een onduidelijke, purperkleurige ruglijn.
De lijn onder de stigma's is witachtig en boven en onder afgezet met purper,
soms zodanig dat er van de witte lijn niets meer is te zien.
De halfwas rups overwintert in de strooisellaag.
De rups groeit in de nazomer en de daarop volgende lente;
de andere generatie groeit in de zomer.
Hij leeft op reigersbek, ooievaarsbek en zonneroosje.
De gordelpop hangt in de lage vegetatie.
 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen