
In de Benelux is de braamvlinder (ook wel braamspinner genoemd)
vooral bekend van de lichte bossen op de zandgronden,
maar ook wel uit bramen- en frambozenkwekerijen,
de voedselplanten van de rups.
Het volwassen dier is met een spanwijdte tot 44 mm
qua grootte typisch voor deze familie.
Het dier is erg mooi, al zijn de aanwezige violette tinten
het mooist bij verse exemplaren.
Hij lijkt sprekend op een uiltje met zijn zwartbruine voorvleugels
en porseleinachtig lichtroze, ronde vlekken.
De vlinder vliegt bij ons al half mei en de vliegtijd gaat door tot in oktober.
Hij komt af op licht en bezoekt (braam-)bloemen in de nacht.
Vaak begint hij al in de schemering te vliegen.
In onze streken zijn er jaarlijks twee generaties,
in de meer noordelijke streken is er één generatie
die vooral in juni en juli vliegt.

De rups zit vooral op de bovenzijde van de bladeren van braam en framboos.
De jonge rups is groen van kleur.
Later wordt hij bruin met schuine, witte strepen
en verscheidene bulten op de rug.
Hij zit meestal sterk gekromd op de bladeren
en houdt voor- en achtereind omhoog.
Op die manier lijkt hij sprekend op een vogelpoepje.
De bodempop overwintert.
Terug naar: