
In Nederland is de boserebia een dwaalgast,
waarvan er in ons land slechts vijf exemplaren bekend zijn.
Hij vliegt van begin juli tot eind augustus in bossen, langs bosranden en bosweiden.
Het is een honkvaste soort die onder meer voorkomt in de Eifel
en in de oostelijke helft van België.
Het is een grote Erebia (spanwijdte 37 - 45 mm) en tevens
in NW-Europa de enige met sterk geblokte franje.
Kenmerkend is ook het begin van een witte band op de onderkant
van de achtervleugel langs een rij met oogvlekken.
De bovenzijde van de vleugels is zwartbruin met een rij zwarte oogvlekken,
deels met witte kern in brede rode band.
Het mannetje heeft een nog donkerder grondkleur dan het vrouwtje.

Jaarlijks is er één generatie.
De rups voedt zich met diverse grassoorten en soms met zeggen.
Hij groeit uitermate traag, de eerste overwintering is als ei,
de tweede als halfwas rups verscholen in een graspol.
De rups heeft een geelachtig-grijs lichaam met een bruine rugstreep.
Hij is kort behaard en heeft een grote kop.
Terug naar: