Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Boomblauwtje

Celastrina argiolus
Blauwtjes

Bij ons vliegt het boomblauwtje meestijds in twee generaties die elkaar meestal overlappen,
zodat het dier gezien wordt van begin april tot midden september.
Vooral van 15 - 20 mei en 10 juli - 15 augustus is hij vaak te zien.
In de gehele Benelux een gewone soort die zelfs in grote steden
tot de gewoonste vlinders behoort.
Ook komt hij voor in bosachtige gebieden, parken en tuinen
en hij is zeker niet aan één plaats gebonden.

Het boomblauwtje vliegt meestal solitair en op een hoogte boven de 50 cm.
Bij bomen vliegt hij hogerop.
Hij gaat zelden op bloemen zitten maar heeft wel interesse voor klimop en vuilboom.
De vlinder zit zelden met de vleugels opengeklapt.

Met een spanwijdte van 25 tot maximaal 30 mm is dit een tamelijk kleine vlindersoort.
De bovenkant van de vleugels is bij de mannetjes waterig lichtblauw met smalle zwarte randen.
De vrouwtjes van de eerste generatie zijn eveneens lichtblauw met brede tot zeer brede zwarte randen.
Bij de vrouwtjes van de tweede generatie beperkt de blauwe kleur zich tot de vleugelwortel.
De bovenkant van de vleugels wordt echter weinig gezien, daar de vlinder
bijna altijd met samengeklapte vleugels wordt waargenomen
De onderkant van de vleugels is effen lichtblauw met zwarte vlekjes.
In de vlucht lijken ze wel van zilver, vandaar dat deze vlinder
ook wel zilverblauwtje wordt genoemd.
De achtervleugels hebben geen oogvlekken en geen staartje.

De eieren worden afzonderlijk in de bloemen van de voedselplanten afgezet.
De rups van deze vlinder wordt tot 15 mm lang.
Hij heeft een geelachtig groen lijf met een aantal roodachtige tekens op rug en flanken.
Er zijn ook uitvoeringen zonder deze rode tekens.
Het lichaam is helemaal bezet met korte witachtige haartjes.
De rups groeit van de lente tot in de nazomer.
Hij is gek op hulst en klimop en komt met name daarom ook in stadsparken en -tuinen voor.
Daarnaast doet hij zich ook te goed aan onder meer kardinaalsmuts,
vuilboom, struikheide, wegedoorn en kattenstaart.
De rups scheidt een vloeistof af waar mieren gek op zijn en hij wordt dan ook door de mieren beschermd.
De pop zit tegen de waardplant gesponnen of in een schorsspleet en overwintert.

rups en pop


 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen