
De boogsnuituil is een gewone soort op de zandgronden, in de duinen en in Zuid-Limburg.
Soms wordt hij ook aangetroffen buiten deze gebieden.
Hij vliegt vanaf half mei tot begin oktober in twee generaties.
De vlinder bevindt zich vooral dicht bij de grond en is gemakkelijk op te jagen.
De spanwijdte bedraagt 24 – 28 mm.
De rups is bruinachtig grijs met een zwarte, contrasterende ruglijn
en segment 1 heeft iets roods.
Hij is te vinden op loofbomen en struiken.
De pop overwintert.
Terug naar: