
Het bonte zandoogje is in de gehele Benelux een gewone soort.
Alleen in de polders van Noord-Holland en in het Groene Hart van de Randstad
is hij zeer zeldzaam, gebonden als hij is aan lichte bossen.
Je hebt wel veel kans hem tegen te komen, want de vliegtijd is erg lang:
de eerste verschijnen al eind maart en de soort kan doorvliegen tot eind oktober.
Dat komt omdat er drie elkaar overlappende generaties per jaar voorkomen.
Een andere reden voor de lang vliegtijd is dat het dier als rups,
maar ook als pop kan overwinteren.
Dit is bij vlinders vrij ongewoon, omdat meestal maar in één fase wordt overwinterd.
Het bont zandoogje heeft een spanwijdte tot 42 mm.
De voorvleugel is op de bovenkant donkerbruin met een geeloranje vlekkenpatroon
en een witgekernde, zwarte oogvlek.
Op de bovenkant van de achtervleugel bevinden zich drie of vier
zwarte oogvlekken met een witte kern.
Op de onderzijde lopen licht- en donkerbruin in elkaar over
en ook hier bevinden zich donker omrande oogvlekken.

Het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes is lastig te zien,
maar op de bovenkant van de achtervleugel hebben mannetjes vier zwarte stipjes,
waar het vrouwtje er maar drie heeft.
En van die vier zwarte stipjes zijn er slechts twee echte oogjes
met een witte stip erin bij het mannetje, terwijl het vrouwtje
een wit puntje heeft in alle drie de oogjes.
Verder is de witte vlek bij het oog in de bovenvleugel
bij het vrouwtje groter dan bij het mannetje.
Je ziet vaker een vrouwtje dan een mannetje.
Dat komt omdat de mannetjes een territorium (bijvoorbeeld een tuin) bezetten.
Daarin worden wel vrouwtjes toegelaten, maar geen andere mannetjes!
En terwijl de vrouwtjes nectar zuigen uit bloemen,
zitten de mannetjes vaak op een vaste plek te zonnebaden,
maar vooral te letten op de komst van andere mannetjes, die dan prompt worden verjaagd.
De vlinder is redelijk honkvast.
De rups is helder groen met een donkerder groene ruglijn die afgezet is met lichter groen.
Hij is helemaal bedekt met korte, witte haartjes.
De uitstekende anale puntjes zijn kort en bleek groen.
De rups voedt zich met grassen zoals kropaar, kweek en groeit gedurende de hele zomer.
Er zijn snelgroeiers en zeer trage groeiers.
Wanneer er als rups overwinterd wordt verschuilt hij zich in graspollen.
Ook de overwinterende pop zit in graspollen verscholen.
Terug naar: