
De bonte marmeruil is een zeldzame vlinder maar in Z-Limburg
is hij plaatselijk gewoon en soms in ook Oost-Nederland.
Vanaf 1960 was er een toename in de noordelijke regionen,
in 1985 talrijk in Gieten en rond 1995 waren er
flink wat waarnemingen in Zuidoost-Friesland.
Jaarlijks is er één generatie vliegend vanaf eind apri tot eind juli.
De spanwijdte bedraagt ongeveer 24 mm.
De witte delen zijn krachtiger dan bij de donkere marmeruil.
Overdag laat hij zich gemakkelijk op jagen.
De rups, die leeft op grassen, heeft een langgerekt, lichtgroen lichaam,
een lichtbruine kop en witte flanklijnen.
Hij kleeft tegen grasstengels.
Het voorste pootpaar ontbreekt, evenals bij verwante soorten.
De pop overwintert.
Terug naar: