
De bonte grasuil komt door het gehele land voor,
o.a. op grazige heiden en in dennenbossen.
Het is een gewone en soms zeer talrijke verschijning.
De droge zandgronden worden echter wat gemeden.
De soort heeft 1 generatie per jaar.
Deze dagactieve nachtvlinder vliegt bij warm weer
niet ver boven de grond en bezoekt bloemen als distels.
Hij is te zien van eind juni tot begin oktober.
De vlinder heeft een roodbruine grondkleur
met een witte, kenmerkende tekening.
De spanwijdte bedraagt 27-39 mm.
Het ei of de rups overwintert.
De rups leeft tussen oktober en mei van de wortels
van grassen (vooral pijpestrootje), biezen en russen.
Hij foerageert zowel ’s nachts als overdag,
maar wordt niet vaak waargenomen.
Hij knaagt de grashalmen af vlak boven de grond.
Ook hij treedt soms massaal op maar parasieten
brengen een eventueel massaoptreden weer terug tot normale proporties.
Gedurende zijn ontwikkeling verandert hij van lichtgroen naar zwartbruin.
Hij verpopt in de grond.

Terug naar: