
Het bleek beertje is een zeer zeldzame soort geworden.
Vroeger, vóór 1940, was het bleek beertje plaatselijk in de duinen
nog vrij gewoon maar tegenwoordig is er nauwelijks nog sprake van waarnemingen.
Wel zijn waarnemingen bekend als resultaat van deskundig en gericht zoeken
in het meest ideale biotoop: de spatzone langs de IJsselmeerdijk.
De vliegtijd duurt van eind juni tot half augustus.
Er is slechts één generatie.
T.o.v. het rondvleugelbeertje is hij glad en glanzend en de tekening is waterig.
Het rondvleugelbeertje heeft rondere vleugels,
het bleek beertje langgerekter.
De rups overwintert en is te zien vanaf eind maart tot juli.
Hij wordt tot 15 mm lang, heeft een donker grijs lijf
met vage, gele tekentjes op de rug, lange grijze haren
en een grote zwarte plek op de top van segment 7.
Hij voedt zich met mossen op vochtige stenen.
In juli verpopt hij zich in een fuikachtige cocon,
omkleed met lange haren en hangend aan een overstekende steen.
Terug naar: