Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Argusvlinder

Lasiommata megera
Zandoogjes

man

Eén van de meest voorkomende zandoogjes in de Benelux is de argusvlinder,
al zie je er nooit heel veel tegelijk.
De argusvlinder onderscheidt zich van de rotsvlinder
door de oranje grondkleur van de bovenkant van de vleugels.
Ook de bovenkant van de achtervleugels is vooral oranje gekleurd.
De oogvlekken op de bovenkant van de achtervleugels
zijn zwart en staan op een oranje vlak.
Bij de rotsvlinder lijkt het meer of de oogvlekken oranje geringd zijn.
De onderkant van de achtervleugel heeft een grijsbruine basiskleur met scherpe bruine lijnen.

De mannetjes hebben midden op de bovenkant van de voorvleugels een donkere, brede band.
Deze bestaat uit speciale schubben die een geur afgeven
en die dan ook geurschubben worden genoemd.
De mannetjes zijn erg onrustig en erg snel te verstoren.
Bovendien bezetten ze een territorium waarin ze
alleen vrouwtjes toelaten en geen andere mannetjes.
Daarom zie je meestal meer vrouwtjes dan mannetjes.
Die vrouwtjes lijken trouwens erg veel op de mannetjes,
maar missen de zware band met geurschubben.

vrouw

De argusvlinder komt in heel veel verschillende biotopen voor:
zowel langs bosranden als in polderlandschappen
en langs bermen en dijken en zit graag in het zonnetje.
Als vlinder heeft hij een een voorliefde voor gele composieten,
zoals jacobskruiskruid en biggenkruid.
Het is een redelijk honkvaste soort.
Het dier heeft een nogal variabele spanwijdte.
Sommige exemplaren halen nauwelijks de 30 mm, terwijl andere wel 46 mm halen.

De eieren worden afzonderlijk op dorre grasstengels afgezet.
De rups van de argusvlinder wordt tot 25 mm lang.
Hij is zeer lichtgroen met witte lijnen op de rug en flanken.
De uitstekende puntjes aan de achterzijde zijn bleekgroen met witte uiteinden.
De kop is rond en blauwachtig groen van kleur.
Net als de larven van de andere zandogen leeft hij op verschillende grassoorten,
zoals kropaar, beemdgras, ruwe smele en kweek.

De vlinder vliegt in drie elkaar overlappende generaties van april tot november.
De grootste aantallen echter zien we eind mei/begin juni en in augustus.
De halfwas rups overwintert verscholen in een graspol.
De groeiperiode van de rups ligt tussen maart en oktober.
De groene pop hangt aan grasstengels.
Het verpoppen kan bij deze soort erg snel gaan.


 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen