Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Apollovlinder

Parnassius apollo
Grote pages

Deze grote witte vlinder heeft opvallende rode oogvlekken op de achtervleugels
en is een kenmerkende soort voor bergweiden tot boven de boomgrens.
Hij vliegt in juli en augustus op allerlei bloemen.
In Nederland komt hij slechts voor als sporadische dwaalgast
en de laatste waarneming dateert van decennia geleden.

De apollovlinder is welliswaar zonder moeite te herkennen,
maar geen twee individuen zien er hetzelfde uit.
De spanwijdte van de vleugels bedraagt 65 – 75 mm.
Ze zijn wit van kleur waarbij de voorvleugels een doorzichtige rand hebben.
De vleugels van het vrouwtje zijn iets doorzichtiger dan die van het mannetje.
Waar het mannetje één rode vlek op de achtervleugels heeft
heeft het vrouwtje er meer of zijn ze groter.
De vlinder vliegt vrij traag in de zonneschijn rond en gaat meestal rustig
op distels en andere planten zitten, zodat hij gemakkelijk kan worden bekeken.

Na de paring dragen de vrouwtjes een chitineuze prop aan het achterlijf, ook wel sfragis genoemd.
Hiermee wordt voorkomen dat ze nogmaals met een ander mannetje paart.
De eieren worden één voor één op wit vetkruid gelegd,
in Scandinavië ook op hemelsleutel.
De eieren overwinteren maar op dat moment is het embryo
van de jonge rups al volledig ontwikkeld.

De rups wordt tot 50 mm lang.
Hij heeft een fluweelzwart lijf dat geheel bedekt is
met kleine wratjes waarop korte zwarte haren zitten.
Op de flanken bevinden zich grote en kleine, oranje-rode ronde vlekken.
De rupsen zijn alleen actief als de zon schijnt,
op andere momenten zitten ze weggescholen onder stenen e.d.
Bij verstoring wordt een klier uitgestulpt waaruit een onaangename geur komt.
De rups groeit in lente en voorzomer.
Hij leeft op vetplanten en verpopt zich op de grond
in een wit berijpt, los spinsel onder stenen.
Jaarlijkst is er slechts één generatie.

Het verspreidingsgebied van deze zeer opvallende, grote vlinder
is vanaf 1900 enorm achteruit gegaan, vooral door het verdwijnen van het leefmilieu.
Nu lijken de laatste restanten van de Zuid-Duitse populaties gered
door nog net op tijd ingestelde beheersmaatregelen, maar op veel plaatsen
buiten de Alpen is het leefgebied zo verstoord dat de apollovlinder daar
voor goed als verloren moet worden beschouwd.
 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen