Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Akelei-uil

Lamprotes c-aureum
Uilen

Vanaf half juni tot half augustus vliegt de akelei-uil in 1 generatie.
Hij komt slechts lokaal voor in moerassige gebieden
verspreid over heel Nederland.
Plaatselijk kan hij redelijk verspreid voorkomen,
maar is op andere plaatsen juist zeer zeldzaam.

De spanwijdte bedraagt 36 – 42 mm.
De voorvleugels zijn donkerbruin met een paarsige gloed.
Tussen de twee ietwat onduidelijke dwarsbanden
ligt in het veld naar de binnenrand een gouden zone.
Ook tussen de buitenste dwarsband en de vleugelzoom
tot aan de vleugeltip bevindt zich een gouden veld.
De latijnse naam slaat op gouden C-tje midden op de voorvleugel.
De achtervleugels zijn grijzig wit zonder tekening
met een iets verdonkerd middengebied.
Het borststuk heeft een kuifachtig haarbosje, typisch voor vele uilen.
De vlinder komt matig op licht, is snel afgevlogen
en bezoekt bloemen in de avond.

Onder andere akelei en poelruit maar ook andere planten dienen als voedselplant.
De eieren worden op de onderkant van het blad in rijen langs een nerf afgezet.
De jonge rups lijkt op een vogelpoepje.
Ze is te vinden vanaf augustus tot oktober en trekt zich
dan terug voor de overwintering.
Vanaf mei tot in juni voltooit hij zijn ontwikkeling.
Als volwassen rups heeft hij een groenwit geringde tekening.
Hij houdt zich op in schaduwrijke plekjes.
De rups heeft maar 2 paar buikpoten plus naschuivers
en beweegt zich voort als een spanrups door het lichaam beurtelings
te krommen en het achterlijf bij te halen en dan weer te strekken.
De rups verpopt zich in een wittig spinsel op bladonderkant.
 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen