
De Gonopterix ocellana is tamelijk gemakkelijk te herkennen,
vooral door het rood in de vleugel.
De hoeveelheid rood varieërt van exemplaar tot exemplaar.
De spanwijdte loopt uiteen van 19 tot 22 mm,
het is dus niet zo'n heel grote soort.
Het vlindertje vliegt vooral van september tot mei
en overwintert als volwassen dier.
Toch is er ook in de zomer wel een generatie die rondvliegt,
zodat hij eigenlijk alleen bij echte kou onzichtbaar lijkt.
Het is een zeer algemene soort in Nederland en vooral te vinden in de duinen,
op de Veluwe, in Friesland en in 't Gooi.
De larven leven op verschillende wilgensoorten.
Ze houden zich op tussen aan elkaar gesponnen bladeren.
Terug naar: