
Dit motje is eenkleurig wit.
Het heeft een spanwijdte tot 20 mm waarbij het mannetje
veel kleiner is dan het vrouwtje.
Bij de vrouwtjes treden zowel gevleugelde
als ongevleugelde exemplaren op in een populatie.
Van mei tot september is dit vlindertje te zien
bij plantenrijk stilstaand en licht stromend water.
De lichtgroene tot gelige rups voedt zich
met verschillende soorten waterplanten,
met name hoornblad, waterpest en fonteinkruidachtigen.

De ongevleugelde vrouwtjes verlaten het water meestal niet als volwassen dier.
Om te paren steken ze slechts hun achterlijf omhoog,
net iets boven het wateroppervlak uit, zodat ze de
op het wateroppervlak gelande mannetjes kunnen ontmoeten.
Terug naar: