
De aardbeivlinder of aardbeidikkopje is een zeer klein dikkopje
met een vleugellengte van ongeveer 18 mm.
Meestal zijn de vrouwtjes groter dan de mannetjes.
De bovenkant van de vleugels is donkerbruin met veel scherp afgezette,
witte vlekken en een duidelijke rij kleine, grijze vlekken langs de buitenrand
die enigszins ongeordend geplaatst lijken.
Aan de buitenrand van voor- en achtervleugel bevindt zich
een duidelijke aaneengesloten rij kleine, grijze vlekken.
Het meest opvallende kenmerk is een scherpe, witte, vierkante vlek
met een driehoekige insnijding op de bovenkant van de achtervleugel ('kiesje').
De onderkant van de achtervleugel is lichtbruin tot groenbruin.
De grote witte vlekken staan in een rij maar vormen geen aaneengesloten band.
Hij vliegt vanaf half april tot in juni, waarbij ze met name
te zien zijn vanaf half mei tot begin juni.
Per jaar is er maar één generatie.
De rups wordt tot 20 mm lang.
Zijn lijf is licht groenachtig geel en helemaal bedekt
met korte, fijne, witachtige borsteltjes.
Hij heeft een dunne bruinige ruglijn en olijfkleurige lijnen op de flanken;
de kop is zwartbruin met een duidelijke beharing.
De voedselplanten worden gevormd door aardbei- en ganzeriksoorten,
tormentil, dauwbraam en vijfvingerkruid.
Op deze planten worden de eieren afzonderlijk gelegd.
Heel jonge rupsen leven in een zijden onderkomen onder tegen een blad;
grotere rupsen rollen een blad (of meerdere bladeren) op als onderkomen.
Deze tent wordt alleen verlaten om te eten.
De rupsen eten meestal in de avond en in de vroege ochtend.
De rups groeit in voorzomer en zomer.
Hij verpopt zich in een losse cocon op de grond, tussen de stengels
van de waardplant en komt op die manier de winter door.

Het is een zeldzaam voorkomende en bedreigde vlinder die in ons land zeer lokaal voorkomt.
Hij is met name te vinden in vochtige tot droge graslanden en heiden
en extensief begraasde terreinen.
Vooral in het midden en noorden van ons land is hij te vinden
maar ook in de zuidelijke duinen van N-Holland, op Terschelling en Schiermonnikoog,
verder in de Wieden, het Bargerveen en de Veluwe.
Het is een honkvaste soort die in Europa overal is achteruit gegaan.
Terug naar: