Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Kokmeeuw

Larus ridibundus
Meeuwen

zomerkleed

De kokmeeuw is de talrijkste en bekendste meeuw van Europa.
De volwassen meeuw heeft in de zomer een chocoladebruine kop, kin en keel.
Deze kap reikt niet tot het achterhoofd.
Verder heeft hij een grijze mantel en helrode snavel en poten.
In de winter heeft hij een witte kop met een donker vlekje op de oorstreek.

De vogel past zich bijzonder goed aan aan veranderende biotopen.
Ze broedden en fourageerden al langer in het binnenland,
maar nu lijken ze alsmaar meer de mensen (en hun afval) te achtervolgen.
Derhalve zijn ze te zien op meren en plassen, langs kusten,
op vochtig grasland, vuilnisbelten . . .
Op het menu staan onder meer kevers, libellen,wormen, aas, vis, vogeleieren en afval.

De vogel broedt in grote kolonies waar hij in maart arriveert om ze in juli weer te verlaten.
In de kolonies is het zeer luidruchtig, vooral bij zonsopgang.
Het nest is een ondiep kuiltje of een verhoging van plantendelen.
Hierin komen de 3 eieren te liggen die na 5 – 6 weken uitkomen.
De vogels in de kolonie broeden niet allemaal tegelijk.
Als de één al jongen heeft, is de ander nog met het nest aan het bouwen
of soms zelfs nog op zoek naar een partner.

Het verenkleed van de jonge vogels is in de eerste herfst op de rug gevlekt.
In de tweede zomer zijn poten en snavel nog bruingrauw en pas in het derde jaar
wordt het masker gevormd en krijgen ook poten en snavel hun rode kleur.
Pas in dit kleed worden ze in de broedkolonies geduld en broeden ze voor het eerst.

winterkleed
 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vogels
Soort bij soort