
De groenpootruiter is iets groter dan de tureluur.
In de vlucht is een witte stuitvlek duidelijk te zien.
De snavel is stevig en aan de top meestal iets omhooggewipt.
De vogel is gekleed in witte onderdelen en grijze bovendelen.
De bovenkant is met spikkels bezet.
De groene poten zijn meestal niet zo zichtbaar.
Het winterkleed is nog lichter dan het zomerkleed.
Het geluid dat de groenpootruiter laat horen is een drietonig fluitend,
en heel kenmerkend "tjuuu tjuuu tjuuu".
Bij voorkeur wordt er gejaagd in ondiep water,
snel rennend met schokkerige bewegingen, visjes achternavolgend.
Ook wormen, kreeftjes en waterinsecten staan op het menu.
Het broedgebied van de groenpootruiter strekt zich uit van Schotland
en Scandinavië tot ver in Oost-Siberië, waar wordt gebroed op toendra's,
in open moerassen en veengebieden.
De groenpootruiter broedt in een kuiltje in de grond
waar 4 eieren in komen te liggen.
Na het broedseizoen trekken ze in een breed front over Europa
waarbij de trekrichting over het algemeen zuidwestelijk is.
Daarbij zijn duidelijke concentraties te constateren in de kustgebieden.
In Nederland trekken ze in vrij grote aantallen door,
voornamelijk van half juli tot in oktober en van half april tot begin juni.
's Zomers zijn ze slechts in zeer klein aantal in Nederland aanwezig.
Meestal zien we solitaire exemplaren, omdat ze zelden in groepsverband foerageren.
De winter wordt doorgebracht in tropisch Afrika.