
De grauwe gans is de grootste bij ons voorkomende gans, hij wordt tot 71 cm lang.
Ondanks zijn naam is de grauwe gans helemaal niet grijs.
Je zou hem hooguit grijsbruin kunnen noemen.
Belangrijkste kenmerk om de grauwe gans te herkennen
is zijn grote oranje snavel, die wel wat op een winterwortel lijkt.
Ook heeft de hij een opvallend lichtgrijs veld op de bovenvleugel.
Uiterlijk lijkt deze gans wel wat op de kolgans.
Maar die heeft een duidelijke witte bles en zwarte strepen over de borst en buik.
De grauwe gans heeft dat allemaal niet.
De grauwe gans leeft in halfopen moerassen met rijke oevervegetatie
en is een echte planteneter die hele grasgebieden kan afgrazen.
Hun broedgebied ligt het zuidelijkst van alle ganzen.
Ze broeden in moerassen en bij meren.
Na de voorjaarstrek arriveren ze al vroeg op de broedplaats, meestal in februari / maart.
Sinds 1935, toen in Friesland de laatste broedgevallen van de Grauwe Gans werden vastgesteld,
was de soort in ons land als broedvogel totaal uitgestorven.
Het door inpoldering ontstaan van grote rietmoerassen in achtereenvolgens de Noordoostpolder (1948),
Oostelijk Flevoland (1963) en Zuidelijke Flevoland (1970)
heeft de terugkeer van de Grauwe Gans sterk bevorderd.
Het ontstaan van de uiterst waardevolle Oostvaardersplassen (1987)
heeft uiteindelijk de definitieve vestiging bespoedigd.
Tegenwoordig zijn Grauwe Ganzen in ons land in zeer veel gebieden
als broedvogel waar te nemen op plaatsen waar een geschikte biotoop voor hen aanwezig is.
Natuurlijk vooral in de bekende gebieden als de Oostvaardersplassen, de Gelderse Poort
en in Friesland en de Biesbosch, maar ook op tal van andere plaatsen
worden er door de grauwe gans jongen grootgebracht.

In juni verplaatsen ze zich naar speciale ruiplaatsen en in augustus-oktober naar winterkwartieren.
In Friesland, Zuid-Holland en Zeeland zijn dan grote aantallen doortrekkers
en overwinteraars vanuit het noorden te zien.
Tot 11 september 1999 was de Grauwe Gans bejaagbaar maar vanaf die datum
is de jacht op deze vogel gesloten.