Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Drieteenstrandloper

Calidris alba
Strandlopers

De vogel is in de zomer roestbruin met een duidelijk geschubde rug.
Ook de borst is roestbruin, maar donker gestreept.
Het winterkleed is lichtgrijs.
Hij heeft een korte snavel en zwarte poten.
De vogel valt op doordat het voortdurend heen en weer rent
omdat hij snel weer de volgende golf moet ontwijken.
Pas op het laatste moment zal de drieteenstrandloper opvliegen.
De naam heeft hij overigens gekregen omdat de achterteen ontbreekt.

De vogel leeft van allerlei diertjes die aanspoelen uit zee.
In de vlucht laat hij een kort "plit" horen.
Soms is er een variatie met "tiwiik" of "tik".

De broedgebieden bevinden zich op de toendra's van Siberië, Groenland en Canada.
In een kuiltje op de grond komen 4 eieren te liggen
die na ongeveer 23 dagen uitkomen.

De drieteenstrandloper doet zijn naam als strandloper eer aan,
want het is ook de enige strandloper die voornamelijk op het strand is te vinden
en niet op slikveldjes zoals veel van zijn familieleden.
Dit heeft tevens tot gevolg dat de drieteenstrandloper
zelden in het binnenland wordt aangetroffen of langs de Waddenkust
van Friesland en Groningen, want die is voor hem veel te slikkig.

De drieteenstrandloper wordt in Nederland voornamelijk waargenomen na het broedseizoen.
De eerste zijn in juli al weer terug uit het noorden.
Zo tegen november zijn de grootste aantallen aanwezig.
Eind april vertrekken ze weer naar het noorden.
De Siberiëgangers overwinteren niet alleen in Nederland.
Tot aan Zuid-afrika toe komen deze vogels voor als overwinteraars.
Om hun voedsel te vinden hebben drieteenstrandlopers een zandstrand nodig.
Niet overal langs de trekroute komen deze stranden voor,
soms moet de vogel dan ook weleens 5.000 kilometer non-stop afleggen.


 
 
 


 
 
 
Terug naar:

Home
Vogels
Soort bij soort