
De boerenzwaluw is een snel en beweeglijk vogeltje
met een zwart/blauwglanzende rug en vleugels.
Hij wordt 19 – 22 cm lang en is te herkennen
aan zijn diep gevorkte staart, rode keel en vale buik.
Het vrouwtje is van het mannetje te onderscheiden
door haar kortere staartpennen.
Vanaf begin april kun je de vogels verwachten.
Ze komen dan terug uit Midden- en Zuid-Afrika.
De overtocht wordt overdag afgelegd.
Zij vliegen in losse groepen en zoeken tegen de schemering
gezamenlijke slaapplaatsen op.
In de regel komen zij zelfs meer jaren achtereen terug
naar dezelfde nestplaatsen.
De Boerenzwaluw is een broedvogel van cultuurlandschappen
en is bijna altijd in de buurt van boerderijen te vinden.
Het nest, een halve kom van klei doorweven met hooi,
wordt op een balk in stal of schuur gebouwd.
De nestkom is bedekt met veel veertjes
waarin drie tot vijf eitjes worden gelegd.
Twee tot drie broedsels worden er zo in een seizoen gelegd.
Met grote precisie weet hij door een kapot ruitje, of deur
die op een kier staat, naar binnen te scheren om daar zijn nest te bezoeken.
Ook broeden ze nogal eens onder bruggen.
Als de jonge vogels, na een nesttijd van ongeveer 21 dagen,
uitgevlogen zijn worden ze nog enige tijd door de ouders bijgevoerd.
Ze zijn iets doffer van kleur als hun ouders en hebben
net als hun moeder kortere staartpennen.

Door afname van kleinschaligheid in agrarische gebieden
nemen de aantallen boerenzwaluwen in Nederland de laatste jaren langzaam af.
Daarnaast werken ook verarming van de planten- en insectenwereld
sterk in het nadeel van deze sierlijke vogel.
De boerenzwaluw jaagt meestal laag boven velden en waterpartijen
op insecten (bij vochtig weer zitten insecten laag;
in hogedrukgebied hoog in de lucht).
Hierbij maakt hij snelle, zwenkende bewegingen tijdens de jacht.
Ook drinkt en baadt de vogel al vliegend.
In de nazomer verzamelen ze zich in grote groepen
bij moerassen en meren met veel insecten.
Ze komen daar met enkele honderden tot duizenden bij elkaar,
alvorens ze beginnen aan de grote trek naar het zuiden.
In deze verzamelperiode overnachten ze in het riet.