Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Nachtegaal

Luscinia megarhynchos
Nachtegalen

Met onbeschrijflijke bevalligheid wisselen zacht gefloten strofen af
met helder klinkende, klagende met vrolijke, smeltende met wervelende,
terwijl de ene strofe heel zacht inzet, langzaam aanzwelt en weer stil wegsterft,
worden in een andere korte, harde tonen in snelle opeenvolgingen herhaald,
en smelten in weer een volgende strofe melancholische klanken,
vergelijkbaar met de zuiverste tonen van een fluit, zacht samen met vrolijke klanken.

De nachtegaal is vooral bekend vanwege zijn fantastische zang.
In de paartijd van half april tot midden juni zingt de nachtegaal dag en nacht.
Zijn zang is zeer gevarieerd, melodieus aangevuld met crescendos.
Het zingen doet hij om zijn territorium af te bakenen die soms zeer klein is.
De zo beroemde zang van de nachtgaal heeft hij niet vanaf zijn geboorte.
Hij leert het (net als de klassieke componisten) van de oudere garde
die de deuntjes voorfluiten, en de kwaliteit van zijn zangkunsten
hangt dan ook sterk af van de 'leraren' van de jonge vogel.
Enkele nachtegalen maken hun naam in zoverre waar, dat ze zich uitsluitend 's nachts laten horen.
Andere zingen ook overdag.

De zang staat in schril contrast tot zijn onopvallende verenkleed.
Hij is ongeveer 17 cm lang, van boven bruin,
van onderen witachtig bruin en heeft een donkerroodbruine staart.

Ze is vrij schuw en geeft de voorkeur aan de loofbossen
met dichte onderbegroeiing met veel beekjes en waterlopen.
Hier woont paartje naast paartje, ieder natuurlijk in een nauwkeurig begrensd gebied.
Graag heeft hij een dikke humuslaag op de grond, waarin hij naar insecten,
hun larven en andere ongewervelden zoekt.
Tegen het einde van de zomer schakelt hij over op bessen.

Hoewel hij groter is dan een huismus, zullen er niet veel mensen zijn die kunnen zeggen: "Ik heb hem gezien".
De onopvallende kleuren en de verborgen levenswijze zorgen ervoor
dat je deze vogel veelal alleen maar hoort.

Ze nestelt in struiken, dicht bij de grond.
Het nest bevindt zich in het centrum van het territorium.
Een hoop droge bladeren vormt de grondslag, droge halmen en stengels vormen de holte,
die bekleed wordt met fijne worteltjes of sprietjes, soms met paardehaar of wollige plantevezels.
Het vrouwtje legt hier 4 tot 6 eieren die een diepe olijfgroene kleur hebben.
De eieren worden 13 dagen bebroed.
De jongen blijven maar zo'n elf dagen op het nest.
Beide ouders zorgen dan nog wel enige tijd voor de jonge vogels.

Om zeker van voedsel te zijn trekt de nachtegaal in de winter naar Afrika.
Nachtegalen trekken 's nachts vanaf begin september.
In de tweede helft van april van het volgend jaar keren ze weer naar hun broedgebied terug.
 
 
 



 
 
 
Terug naar:

Home
Vogels
Soort bij soort