Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Grauwe gors

Emberiza calandra
Gorzen

De grauwe gors is een vogel van open, liefst licht heuvelachtige
of door dijken doorsneden landelijke gebieden.
Het is een onopvallende vogel.
Het mannetje vliegt, vaak zingend, met snelle vlakke vleugelslagen
en hangende poten naar zijn zangpost, dikwijls op palen, draden of struiktoppen.
Groepen maken knetterende geluiden.

In de broedtijd worden zowel kleine ongewervelden als granen en zaden van kruiden en grassen gegeten.
Van maart tot oktober-december (zelfs na sneeuwval) is de grauwe gors bij ons te zien.
Een klein aantal overwintert.
De winter wordt dan groepsgewijs doorgebracht nabij de broedplaatsen,
liefst op zaadrijke plaatsen als stoppelvelden en kwelders.

Het grondnest bevindt zich dicht bij de grond in ruig grasland, struweel of op (graan)akkers.
Hierin worden gedurende 2 weken de 4 – 5 eieren bebroed.
Al binnen de 12 dagen verlaten de jongen het nest.

De grauwe gors staat op de rode lijst vanwege de sterke afname
van zowel de hoogte als de verspreiding van de Nederlandse broedpopulatie.
Alleen in Limburg en in Zeeuws-Vlaanderen wordt nu nog jaarlijks gebroed.
De afname is een gevolg van een aantal veranderingen in het agrarisch gebied.
Vooral het op grote schaal omschakelen van zomergraan op wintergraan is funest.
Wintergraan staat reeds te hoog en te dicht opeengepakt op de velden
als de vogels nestelen, wordt geoogst als er nog jongen in het nest zitten
en levert in de wintermaanden geen stoppelvelden, voorheen een favoriete voedselplaats, op.
Verder speelt de toename van de voor de soort weinig interessante maïscultuur een rol.
In het rivierengebied heeft vooral het steeds intensievere graslandbeheer de soort de das omgedaan.
Snelle actie voor het behoud van de grauwe gors is, gezien het tempo van de afname, geboden.
 
 
 


 
 
 
Terug naar:

Home
Vogels
Soort bij soort