
De gele kwikstaart siert vooral onze kruidenrijke weilanden maar door het verdwijnen
van deze graslanden dreigt deze kwikstaart te verdwijnen.
Vooral het mannetje is een prachtige vogel.
Zijn voorzijde is kanariegeel met grijze kop en een lichte wenkbrauwstreep.
Het wijfje is veel valer maar daarom niet minder mooi.
Het verenkleed verandert echter door de rui en ook zijn er duidelijke verschillen
tussen volwassen exemplaren en de jonge vogels.
Van alle kwikstaarten heeft deze de kortste staart.
De gele kwikstaart kan in het hele land voorkomen behalve in bosrijke gebieden.
Grootschalige polders, extensief gebruikte hooi- en weilanden vormen het leefgebied.
Vaak zien we ze in het weiland op een hek of ander hoog punt, meestal roepend.
Het nest met de meestal vijf of zes eitjes wordt in een kuiltje op de grond gebouwd.
Het is stevig en diep en gevoerd met wol en haar.
Na de broedduur van 13 dagen blijven de jongen nog 12 dagen in het nest.
Er worden twee broedsels per jaar grootgebracht.

In Nederland is de gele kwikstaart een zomergast.
Evenals andere kwikstaartsoorten trekken ze in de winter naar Afrika om daar te overwinteren.
De trekroutes zijn echter niet helemaal hetzelfde.
Bij gele kwikstaarten is overigens ook vastgesteld dat de heen- en terugweg
niet per sé via dezelfde route behoeven te verlopen.
In het najaar is de trekroute westelijker
dan in het voorjaar tijdens de weg terug naar de broedgebieden in Europa.
Dit verschijnsel noemt men 'lusttrek'
en komt ook bij een aantal andere soorten voor.
Het is echter niet zo dat alle exemplaren meedoen aan de lusttrek,
sommige maken voor hun terugtocht toch weer gebruik van een meer westelijke route.
Gele kwikstaarten beginnen tamelijke vroeg aan de trek.
In de trektijd zijn zij vaak in groepjes aan te treffen
langs dijken en in open, vochtige gebieden.
De aantallen in de graslanden zijn de laatste jaren sterk achteruitgegaan.
Deze achteruitgang is weliswaar niet overal even groot,
maar in grote, uitgebreide weidegebieden,
zoals in het westen van Nederland en Friesland, komt de soort nog maar nauwelijks voor.
De achteruitgang lijkt samen te hangen met de uitvoering van ruilverkavelingen.