Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Baardmannetje

Panurus biarmicus
Diksnavelmezen

Het baardmannetje of baardmees heeft zich door de inpoldering
van oost- en zuid-Flevoland enorm uitgebreid.
Door hele gebieden in te zaaien met riet ontstonden enorme riet-landen
die een uitstekend biotoop bieden aan het baardmannetje.
Die uitbreiding was in het hele land merkbaar en zelfs in kleine rietveldjes
in het binnenland is hij nu een graaggeziene broedvogel.
Hij heeft de allure van een mees maar hij behoort niet tot de mezen.

Het baardmannetje is een mooi gekleurd vogeltje.
Vooral het mannetje met zijn kaneelbruine kleur en zwarte 'hangsnor'
is een opvallende verschijning.
Bij het vrouwtje ontbreekt de zwarte knevel, zij is verder valer van kleur.

Het baardmannetje lijkt zo groot als een mus maar hij is wat groter vanwege de lange staart.
Hij klimt erg behandig door riet en draait vaak met staart
of houdt deze, al dan niet gespreid, omhoog.
In de winter bestaat het voedsel uit rietzaden, in de zomer staan er insecten op het menu.

Tijdens de zwakke, onstabiele en onregelmatig golvende vlucht boven riet
zijn de snorrende vleugelslagen te horen.
Soms wordt de staart ook in vlucht gespreid.
Het geluid van de baardman bestaat uit zachte, metaalachtige contactroepjes.
Het is met name door de vlucht en door de lokroep dat de vogel opvalt.

Het baardmannetje broedt in kolonies in uitgestrekte rietvelden
aan meren en brak- en zoetwatermoerassen.
Het nestje is een diepe kom van dor riet gevoerd met rietpluimen
waarin meestal vijf eieren liggen.
Na 13 dagen broeden komen de jongen uit het ei.
Zij blijven nog 10 tot 13 dagen in het nest.

Het baardmannetje is voornamelijk een standvogel, maar hij zwerft
in bepaalde jaren vanaf het najaar in groepen rond.
In zulke jaren komt het voor dat ze zo nu en dan boven het broedterrein
in dichte, zeer opgewonden troepen loodrecht omhoog vliegen.

De aanzienlijke sterfte in strenge winters en late vorstperiodes
wordt goedgemaakt door de forse reproduktie: één paartje kan in een goed jaar
10 tot 20 jongen grootbrengen in 3 of 4 legsels.

Het baardmannetje staat op de rode lijst omdat meer dan een kwart
van de Noordwesteuropese populatie in ons land broedt en vanwege de kwetsbaarheid van het leefgebied.
Gezien de rijkdom aan rietlanden zal het baardmannetje in ook vroeger jaren
beslist een gewone broedvogel zijn geweest in de lage delen van ons land.
Het lot van het baardmannetje is, zeker na een sneeuwrijke winter,
nog steeds sterk verbonden met dat van de Oostvaardersplassen.
Het behoud en een goed beheer van dit prachtige natuurgebied
is dan ook essentieel voor de toekomst van de soort in ons land.
In de veenplassen, het rivierengebied en de oostelijke Delta
kan de uitbreiding van de hoeveelheid rietmoeras nieuwe kansen bieden.
Niet alleen voor het baardmannetje maar ook voor zovele andere moerasvogels.
 
 
 


 
 
 
Terug naar:

Home
Vogels
Soort bij soort