click here
Index "bronstijd in Nederland"
Index "eerste boeren in Nederland"
Een verslag van de lezing "Zuid-Nederland: Kelten of Germanen?" op 25 jan 1997
Een verslag van de lezing van 28 maart 1999

This site is also available in English!


Zuid-Nederland: Kelten of Germanen?

Wat kunt u verwachten op deze bladzijde?

  • Lezing "De Kelten in Nederland", door dr. Marian Diepeveen (Instituut voor Pre- en protohistorie, Universiteit van Amsterdam) 3 april 1998
  • De taalkundige invalshoek
  • De archeologische invalshoek
  • Een zinvolle bijdrage aan de discussie
  • Meningen van anderen
  • Wie waren de Kelten?
  • Waar leefden de Kelten?
  • Wanneer leefden de Kelten?
  • Waren er ooit Kelten in Nederland?

Lezing: "De Kelten in Nederland"

This lecture is also available in English

Dr. Marian Diepeveen van het Instituut voor Pre- en Protohistorie (Universiteit van Amsterdam: IPP) gaf op 3 april 1998 een lezing met als thema: "Waren er Kelten in Nederland?"
De lezing begon veelbelovend. Ze zou vanuit verschillende invalshoeken proberen die vraag te beantwoorden, en ook: wie (zijn de Kelten), waar en wanneer leefden ze.

A)Historisch (teksten van Grieken en Romeinen, relifs)
Volgens de Griekse schrijvers Herodotus en Hecatus, waren er "Keltoi" van de Donau tot de Pyreneen.
Met die naam, Keltoi, bedoelden ze "barbaarse stammen" (d.w.z. "niet-Grieken"). De Kelten veroveren Rome (390 v.C.) en bedreigen Delphi (Griekenland, 279 v.C).
En zowel Alexander de Grote (335 v.C) als Dionysius van Syracuse (Z-Itali) huurden "Kelten" voor hun legers. Toen Alexander de Grote hen vroeg waarvoor ze het meest bang waren, antwoordde hun leider: "...dat de hemel op ons hoofd valt!" De Kelten strijden zelfs in Turkije waar ze als "Galaten" verder leven. Deze Keltische huurlingen werden uit het grote Centraal-Europese reservoir aangetrokken. De naam heeft geen etnische betekenis, maar duidt mogelijk op een gemeenschappelijke en kenmerkende wijze van vechten.
Maar wie zijn dat nou: "Kelten"? De "beschaafde" Grieken schrijven daar over, maar dan vooral om de verschillen tussen hen en de barbaarse buurvolken te benadrukken:

Kelten: Grieken:
drinken veel, pure, wijn verdunnen wijn met water
ruilen rustig 1 slaaf voor 1 vat wijn hechten minder aan wijn dan aan slaven
hebben een "woest" uiterlijk, doen kalk in hun haar en vechten naakt met een halsring zien er beschaafd uit met mooie wapenuitrustingen
zijn snel driftig: ze vechten bv om de beste plaats bij het eten
zijn beheerst en gedragen zich "beschaafd"

vae victii! (Brennus bij de verovering van Rome)

Caesar meldde (50 v.C.) ook nog andere aspecten. Er is veel bijgeloof, er zijn waarzeggers en druden, die na een opleiding van 20 jaar in zeer hoog aanzien staan.
Lucanus (1e eeuw v.C.) schreef over hun goden. De belangrijkste zijn: Teutates, Taranis, Esus, Lugh (Lugdunum = Leiden), Cernunno, Sucellus en Dagda. Ook driehoofdige godinnen (Matronae) komen voor. In Nederland kwamen ook Matronae voor en in Zeeland zijn vele beelden / altaren van de godin "Nehalennia" gevonden. Nehalennia is een Keltische naam.
Ook "magesanus" is gevonden in ons land, tegenover het Latijnse "magusanus"....
Maar het Keltische gebied was groot, er waren binnen dat gebied zowel overeenkomsten als verschillen, zowel in taal als geloof en cultuur.
Goden (m/v) werden genoemd naar rivieren (Rhena-Rijn, Sequana-Seine), rotsen, bossen (Arduenna-Ardennen), enz. Heiligdommen waren vierkante afzettingen, met een boom en / of paal / palen erin (met evt. schedels erop), zoals de tempel van Empel bij Den Bosch. Die tempel is officieel in de 1e eeuw na Chr. gebouwd (van steen, door Romeinen en / of Bataven), maar had volgens de opgravers prof. dr.N.Roymans en dhr. Derks een oorsprong in de 2e eeuw voor Chr.!

Ze wijst er op, dat onze cultuur zijn wortels heeft in de prehistorie, en dat je het grote verband, de grote lijnen moet zien.
Dat wat de klassieke auteurs vermeldden heeft te maken met hun visie op andere volken en hun bedoelingen. De Germanen woonden ten oosten en ten noorden van de Rijn om de tegenstelling beschaafd (Kelten) en wilden (Germanen) te benadrukken.
Daarbij moeten we beseffen, dat we met 20e eeuwse ogen terugkijken naar een tijd waarin compleet andere normen en waarden bestonden.
Ook hier geldt dus: let op, er zijn verschillen, maar k overeenkomsten.

Keltische feesten, 500 v.C.
1 november: samain / samhain = Keltisch nieuwjaar, een tijd van onzekerheid, geesten van doden die ronddwalen (Halloween!)
1 februari: imbolc = feest, dat met de eerste melk te maken heeft
1 mei: beltain / beltane = een nieuw begin, jong vee wordt (als zuivering?) door de rook van vuren gejaagd
1 augustus: lughnasad = feest van Lugh, de zonnegod, oogstfeest

B)Taal
De oorsprong van de Keltische taal is Indo-Europees, dat stamt uit Mesopotami (Irak). Resten van de Keltische taal zijn tot in N-W Europa te herkennen.
De theorie van verbreiding is mede gebaseerd op archeologische vondsten (zoals inscriptie's... H.). Maar daar moet je dus mee uitkijken, want hoe leg je het verband tussen een "Keltisch" zwaard en het Keltisch als taal? Misschien is het zwaard wel op een plek terechtgekomen, waar geen Kelten woonden.... Een taalgebied hoeft niet overeen te komen met een etni, een volk.
Algemeen wordt aangenomen dat geografisch gezien, de wieg van de Kelten in Centraal Europa ligt: Oost-Frankrijk, Zwitserland (La Tne) en Oostenrijk (Hallstatt). Het Hallstattgebied wordt beschouwd als dat van de Proto-Kelten; het het Vroeg-Latne kerngebied als dat van de vroegste Kelten.

C)Materile cultuur
Wat zijn nu eigenlijk de kenmerken in goederen van de Keltische cultuur?

Keltische kenmerken naar aanleiding van vondsten, per tijdvak
("Hallstatt A en B" vallen in Nederland in de late bronstijd)
700 v.C. ("Hallstatt C"): 4-wielige wagengraven, alleen mannen, in heuvels, een aantal bronzen vaten (Oss, Wijchen)
600 v.C. ("Hallstatt D"): graven rond versterkte nederzettingen ("oppida") in hele grote heuvels, grote houten grafkamers, 4-wielige wagens, ook vrouwen. Geen zwaarden, wel dolken. (Haps, Heuneburg - Z-Duitsland, "prinses van Vix" - Frankrijk)
450 v.C. ("La Tne A"): Marne - Moezelgebied tussen Soissons (F), Neufchateau (B) en Mainz (D): fijne, figuratieve kunst, opkomst van tweewielige wagens (ook een in Nijmegen); toename van de bijgave van vaatwerk in de vorm van een drinkservies; de bijgave van zwaarden en een nieuwe kunststijl waarmee deze elitegoederen, fibulae en kledingaccessoires versierd zijn. De kunststijl -gekarakteriseerd door plant en maskermotieven; afbeeldingen afbeeldingen van mythische dieren- is een van de belangrijkste kenmerken waarop de Kelten en hun verspreiding wordt gedefinieerd. "In de Vroeg-La Tneperiode is in Nederland alleen drinkservies gemporteerd, verder niet" aldus drs. Marian Diepeveen.
350 v.C. ("La Tne B"): een veranderende stijl met meer vloeiende doorlopende motieven: de Waldalgesheimstijl, genoemd naar een van de weinige graven uit deze periode in het Duitse gebied. Een ander kenmerk van deze periode, met name in Frankrijk zichtbaar, is de toenemende uniformisering van zwaarden en fibulae.
250 v.C. ("La Tne C"): ("Midden-La Tne") een overeenkomstige wapenuitrusting met grote zwaarden, waarop aan de bovenkant van de schede een drakenpaar is afgebeeld, lanspunten en een ovaal schild, komt nu in grote delen van Europa voor. Ook de fibulae lijken op elkaar. Graven zijn in het kerngebied minder zichtbaar door de overgang naar de crematierite.
150 v.C. ("La Tne D"): ook gereedschap wordt meebegraven, wapenuitrusting blijft uniform.

Opmerkingen van dr. Marian Diepeveen:
-In graven worden vaak gebruikte goederen meegegeven; wagens en vaatwerk zijn regelmatig gerepareerd.
-Import betreft UITSLUITEND "servies", bestemd voor het bereiden en schenken van drinken (wijn dus?) uit ws. Romeinse en / of Griekse gebieden. Denk bv. aan de bronzen emmers ("situlae") van Oss, Meppen, Overasselt, Rhenen, Baarlo, Ede, enz.
Voor de Vroeg-La Tneperiode komt de kennis vooral van het grafbestel.

Conclusie's:

    De Kelten kunnen vanuit verschillende disciplines bestudeerd worden:
  • Vanuit de taal. Maar een vaste relatie tussen taal en etnie staat niet altijd vast.
  • Vanuit historische bronnen. De klassieke schrijvers kijken echter vanuit hun eigen eigen normen en waarden naar buitenstaanders en hebben vaak een speciale bedoeling met het beschrijven en plaatsen van volken.
  • Vanuit archeologische datasets. Het voorbeeld van het Vroeg-Latnekerngebied toont aan dat zelfs daar geen sprake is van een volk, maar drie groepen, die ieder op hun eigen wijze aan gemeenschappelijke ideen en waarden vorm geven en zo hun eigen identiteit vorm geven.

We kunnen dus niet spreken van De Kelten, aldus dr. Marian Diepeveen. De uitbreiding van wapen- en fibulaevormen, in La Tne C, kunnen verklaard worden door intensivering van contacten en uitwisseling van goederen via elitenetwerken, waarbij we kunnen denken aan gelegenheden als huwelijken, ontvangsten of eet- en drinkgelagen; gemeenschappelijke raids enz. Uit het kerngebied is niet massaal de hele bevolking weggetrokken; andere archeologische bronnen dan graven (bv. nederzettingen, heiligdommen en de ontwikkeling van materile cultuur wijzen op een voortzetting, niet op een breuk.

Ik vroeg om een reactie op de stelling van drs. P. v.d. Broeke (Instituut voor Prehistorie, Leiden):
Stelling (zie eerdere lezing):
Er zijn overeenkomsten aangetroffen met de Keltische cultuur in Zuid-Nederland. In ieder geval zijn herkend:
1.hoekig aardewerk ("Franse mode", "Marne")
2.glazen armbanden, vanaf 2e eeuw v.C. (o.a. Oss: 34 fragmenten in 4 verschillende kleuren, 100 v.C.!)
3.munten (zie foto beneden)
4.lemen slingerkogels
5.vierhoekige "tempels" Opmerking bij 1: Over de herkomst van het Marne vaatwerk in Zuid-Nederland bestaat twijfel. Drs. P.v.d.Broeke zegt dat het niet onwaarschijnlijk is dat dat het ter plekke vervaardigd is, natuurlijk naar voorbeeld van het Franse aardewerk (of aardewerk bekend uit Belgische streken).

Reactie van dr. Marian Diepeveen:
Deze 5 voorwerpen kan je niet "Keltisch" noemen. Iedereen had contact met iedereen, alles kan gemporteerd zijn of door uitwisseling daar terecht gekomen zijn. Het voorkomen van deze goederen of bepaalde kenmerken betekenen niet dat er andere mensen zijn komen wonen, eigen tradities bljiven gehandhaafd. Wel wijzen deze goederen op contacten en uitwisseling met de zuidelijke gebieden (of produktie naar voorbeeld van zuidelijke produkten). Ik zou echter de term "Keltisch" willen vermijden, omdat het netwerken tussen verschillende kleine gemeenschappen uit het Duitse en het Franse deelgebied betreft en het is maar de vraag of deze zichzelf als een volk gezien hebben. Waarschijnlijk niet.
Er waren ook duidelijke verschillen met de Kelten, bv. in huizenbouw. En vergeet niet: "Taalgebied is wat anders dan cultuurgebied".
Kijk bv. naar de Friese dialecten in Engeland en Noorwegen. Die "Friezen" hebben geen Friese cultuur gemeen met "onze" Friezen.

Tot zover de lezing, die helaas wegens tijdgebrek moest stoppen.

Na overleg met Dr. Marian Diepeveen kreeg ik een reactie op dit artikel waardoor ik het e.e.a. heb aangepast / aangevuld. Zo ook antwoorden op de volgende vragen:
-Heeft men de enorme hoeveelheden lemen slingerkogels (Oss, Weert, Wijchen, Houten) gemporteerd?
Antwoord: "Het lijkt mij eenvoudig om ze zelf te fabriceren, misschien wel genspireerd op andere voorbeelden. In het Duitse deelgebied komen zij in nederzettingen en in graven voor."
-Waar ligt de grens van het -door archeologen erkende- Keltische "kerngebied" als er zo veel meer Keltische graven buiten Centraal-Europa (nl. N-Frankrijk, Midden-Duitsland) zijn gevonden?
Antwoord: "De Marne-Moezelregio is het kerngebied; zoals je zult begrijpen vermijd ik ook hier de term Keltisch. De verspreiding naar andere delen van Oost-, Zuid-Europa en later naar het westen vindt plaats in de derde eeuw v.C. en is dus alleen gebaseerd op een paar gemeenschappelijke goederen (wapens) en versieringsmotieven."

Het is prima, om voorzichtig te zijn met het interpreteren van feiten. Maar mijn verwarring over "Kelten in Nederland" is alleen maar groter geworden door deze stortvloed aan dia's en gegevens die niet verklaard bleven.
Het laatste woord is nog zeker niet gesproken over dit onderwerp, en ik hoop dat er een volgende lezing zal komen, met wat meer ruimte voor discussie.

Literatuur:
Dr. Marian Diepeveen raadde aan om te lezen:
De Kelten, T. Powell (1980) waar zij haar lezing voor een klein deel op heeft gebaseerd.

Ik voeg daar nog bij (voor wie tijd en zin heeft):
1997: De Kelten in Vlaanderen, G. de Mulder / gouden stater Velzeke, Ambiorix, bronzen zwaard
1995: De Kelten: Europa in de ijzertijd, J. v. Gestel / veenlijken, pre-Romeins (Gallisch) ijzeren gereedschap, Pictii, Hochdorf, kalender Coligny, vondsten, glas, emaille (Bibracte), Alesia (Frankrijk)
1994: De tempel van Empel, N. Roymans / bronzen zwaardschede, schijven, armbanden, glas, gordelhaak, munten
1993: Ontdek de wereld van de Kelten, S. James / Alles over de Kelten, ook het Hispano-Keltisch
1993: Een en al zand, N. Roymans / urnenveld Weert, Someren, fibulae, de tempel van Empel
1992: De Kelten, F. Delaney / barden, kunst, cultuur, geloof, brons, glas
1987: Time-Life wereldgeschiedenis: Kelten in Ierland, etnische oorsprong, Heuneburg, cultuur, economie, La Tne, druden, uiterlijk
1987: De ijzertijd in Limburg, R. Nouwen / Belgi , Keltische adel, grafheuvel, cistae, versterking Kanne, oorlog met Caesar
1987: Kroniek van Nederland, A. Aarsbergen / maankalender, Eburonen, Vercingetorix
1986: De Kelten, F. Delaney / druden, barden
1985: De Kelten, V. Kruta / veel munten, gereedschap, spatels, fibulae, techniek, kunst
1981: Verleden land, J. Bloemers / volledige geschiedenis van Nederland, ook ijzertijd, ijzer, brons, voetpaden, ijzeren "kokerdissel", ijzertijd aardewerken masker, ijzeren bescherming van een eergetouw- punt, ijzeren dolk met bronzen schede (Haps)
1950: De godsdienst der Kelten, J. Boosten / Keltische amuletten

En in het Engels:
Recent verschenen:
1995: The Celtic world, M.J.Green / uitgebreid hun origine, oorlog, sociaal leven, nederzettingen, economie, techniek, kunst, religie, waar woonden zij
1991: The Celts, C. Bompiani
1988: Atlas of Archaeology, C. Scarre / start of Celtic history, schools of metalworking
1977: France before the Romans, S. Piggott / The history of man from the paleolithic until Roman Gaul, gallic tribes, Hallstatt, La Tne, very detailed
1974: The celtic realms, M. Dillon / Gaulish coins, art in gold, bronze, stone
1934: The rise of the Celts, H. Hubert / timetable La Tne, languages

Ik wil hierbij dr. Marian Diepeveen hartelijk danken voor de opmerkingen en aanvullingen op dit verslag.


Informatie over de schrijver / editor


This site is also available in English!


Empel, 70 - 15 v.C., gouden munten, toegeschreven aan de Eburoni. Er zijn 810 munten gevonden bij Empel, gedateerd tussen 70 v.C. en 50 A.D. Hoeveel hiervan goud, zilver en brons waren weet ik niet.