Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Geschiedenis


De eerste plannen voor een Tramverbinding tussen Wieringen en Schagen kwamen al rond 1900 op tafel. Het was 17 december 1900 dat er een vergadering werd gehouden in hotel "Veerburg" te Anna Paulowna om de wenselijkheid en de mogelijkheden tot realisering van een spoorlijn van Schagen naar Van Ewijcksluis te bespreken. Een railverbinding tussen beide plaatsen zou grotendeels in de behoefte aan transportmiddelen van dit hoofdzaak agrarische gebied voorzien. Voor de inwoners van de Polder zou de komst van een tramlijn een enorme verbetering betekenen want Schagen en Alkmaar zouden nu in korte tijd goed bereikbaar zijn. Tevens zouden de bewoners van Wieringen, nadat ze met de Postboot waren overgestoken naar Van Ewijcksluis, sneller door Noord-Holland kunnen reizen.




Het duurde echter nog tot 27 juni 1907 dat in Wieringerwaard bij notaris Bax de N.V. Spoor-(Tram)weg Wieringen-Schagen werd opgericht. Op het eerste gezicht een vreemde benaming want de tramlijn zou eindigen te Van Ewijcksluis. Een bootdienst zou verder de verbinding met het eiland Wieringen (De Hawkes) onderhouden. De staat gaf op 7 januari 1910 toestemrning voor de aanleg en de exploitatie van de tramweg. Door particulieren, gemeente en polderbesturen werd er een kapitaal van f163.000,-(€73.966,-) bijeen gebracht. Ook een renteloos voorschot van f163.000,-(€73.966,-) werd toegezegd. Door ook nog eens 1304 aandelen á f125,-(€56,70) uit te geven, bij elkaar f163.000,-(€73.966,-), kon er worden gestart met een kapitaal van een half miljoen.



Er werd gekozen voor normaalspoor (breedte: 1436 millimeter). De HSM (Hollandse Spoorweg Maatschappij) werd met de exploitatie belast. 23 Hectare grond en vijf huizen moesten wijken. Niet alleen de bewoners van Van Ewijcksluis en de gehele Oostpolder waren bijzonder enthousiast over de aanleg van de stoomtram, ook de gemeenteraad was die mening toegedaan. 



De gemeente was een voorstander van deze onderneming. Echter, de raad was niet unaniem. Zeven raadsleden stemden voor, vier tegen. Het polderbestuur was een groot voorstander om de trambaan aan te leggen en kwam meteen goed voor de dag. Zij zegde maar liefst f20.000,-(€9075,-) toe. Het gemeentebestuur liet het bij f5000,-(€2269,-). 



Vrijdag 1 maart 1912 was het zover; de officiële opening van de lijn. De route van de tramlijn liep van Schagen tot Barsingerhorn over de al bestaande tramlijn Wognum-Schagen. Vandaar ging het verder via de Westfriesedijk, Wieringerwaard, Drie Molens, Kerkweg, Kruisweg naar het eindstation Van Ewijcksluis. De tramlijn had een totale lengte van 15,228 kilometer. De conducteur moest bij het oversteken van de weg het verkeer tegenhouden.



In de beginjaren waren de resultaten zeer bevredigend te noemen. Het reizigersvervoer leverde in 1913 alleen al f12.000,-(€5445,-) op. Het station Van Ewijcksluis werd steeds belangrijker voor het vervoer van mensen en producten van en naar Wieringen. 



De verbinding van Van Ewijcksluis naar Wieringen werd verzorgd door de veerboot van de fa. Asjes. De postboot van J. Bays verzorgden het vrachtvervoer. 

Vooral grote hoeveelheden alikruiken werden via Van Ewijcksluis verladen om naar Frankrijk te worden geëxporteerd. Soms vervoerde de tram ook passagiers die nieuwsgierig waren naar de verblijfplaats van de naar Wieringen verbannen kroonprins Eitel Friedrich, zoon van de Duitse keizer Wilhelm II. 




In de zomer van 1919 vermeldde de dienstregeling vijf ritten per werkdag. De rit duurde 42 minuten. De markttrein van en naar Schagen deed er 58 minuten over. Op diverse plaatsen onderweg moest er veel worden in- en uitgeladen. Jaren lang is de stoomtram zowel voor het vervoer van reizigers als voor het transport van allerlei producten van grote betekenis geweest. Zaden, stro en aardappelen waren de voornaamste producten. 



Rond 1925 begon het allemaal minder te worden. Door de korte afsluitdijk van Van Ewijcksluis naar Wieringen werd de postboot overbodig. De Wieringers konden nu immers over de aangelegde dijk rechtstreeks naar Schagen en Den Helder reizen. De levenskansen van de stoomtram werden steeds kleiner. Het werd nog erger toen er vrachtauto's kwamen en die de producten rechtstreeks bij de boeren kwamen brengen en weghalen. Toen waren de dagen van de tram geteld. Waren de opbrengsten in 1924 f41.000,-(€18605,-). In 1933 waren die al gezakt tot f21.350-(€9688,-). De bedrijfsresultaten werden minder en minder. Het ging snel bergafwaarts.

In 1932-1934 werd het goederenvervoer weer even belangrijk. Er moest veel materiaal worden aangevoerd voor de Zuiderzeewerken. 

Voor het personenvervoer was inmiddels al de autobus in de plaats gekomen. Uiteindelijk heeft de tram toch nog tot eind 1934 gereden. Op 31 december 1934 was de laatste rit. Om 21.48 uur reed de laatste tram het station van Schagen binnen. Dit was het einde van een kleine 23 jaar stoomtram.



Het station van Wieringerwaard en de halte te Barsingerhorn zijn samen met een enkele brug of brughoofd het enige wat nog herinnert aan deze periode.


               

           

           

     Laden en lossen.


Het einde


31 december 1934. De laatste dag voor de tram. Op de foto de laatste rit op die gedenkwaardige dag. De trein wordt getrokken door een loc van de serie 7700. Een zelfde loc (NS 7742) rijdt momenteel na een grondige restauratie bij de Stoomtram Hoorn-Medemblik.