Je ervaart alleen díe dingen waar je voor openstaat.
Die maak je tot je werkelijkheid en daarin leg je verbanden die je als zinvol beschouwt. De rest ontgaat je.
De belangrijke vraag is, of je vrij bent te kiezen wát je als werkelijkheid wilt ervaren. Ik denk dat dat inderdaad mogelijk is voor mensen die beseffen dat ze kúnnen kiezen. Als dat er meer waren, zouden psychiaters het waarschijnlijk minder druk hebben.
Een voorbeeld:
Vorig jaar hadden wij op oudejaarsavond zoveel apparaten tegelijk aanstaan, dat de hoofdstoppen doorsloegen. Alles donker en zelfs de telefoon deed 't niet meer.
Mijn vrouw en twee kinderen zwaar in mineur, want er konden geen oliebollen gebakken worden, het licht was uit, evenals de verwarming en niet te vergeten, de TV! Weg oudejaarsavond.
"Waarom?" vroeg ik, "het is juist spannend. We steken alle kaarsen aan die we in huis hebben. Ik ga gewoon iets voor jullie koken. Het wordt een extra gezellig oudejaar!"
Opeens stelde iedereen zich anders in, alsof er een knop was omgedraaid. Mijn vrouw ging bij kaarslicht toastjes maken.
Ik heb - bij het licht van twee kaarsen - nog iets gekookt.
De kinderen gingen een spelletje doen. De stemming was beter dan ooit.
Net toen we aan tafel zouden gaan, werd er gebeld: Het GEB. Opeens baadde alles weer in gewoon licht en hoefde het niet meer. Jammer.
Zo kun je ook in je leven keuzes maken. Waarom zou je je rot of dépri voelen, als je je met een kleine inspanning onder dezelfde omstandigheden opgewekt en energiek kunt voelen?
Ik heb het niet over de verwerking van echt verdriet. Ik propageer geen methode om je gevoelens weg te drukken, maar de kleine ergernissen van alledag en het onder invloed daarvan wegzinken in lethargie, daar valt zeker iets tegen te doen. Het is maar, hoe je de wereld wilt beleven.
Als je je eigen (belevings)wereld kunt maken, kun je ook de inhoud bepalen van wat je gelooft, of wilt geloven.
In onze rationele westerse wereld is er niet veel plaats meer voor 'geloof'. Een gelovige wordt voortdurend met paradoxen geconfronteerd tussen zijn wetenschappelijk wereldbeeld en zijn geloofsbeeld.
Het wordt zoiets als 'hardnekkig blijven geloven tegen beter weten in', maar in zijn hart knaagt voortdurende twijfel.
Het geloof is ondermijnd, ook sociaal. De moderne wereld bejegent een gelovige meewarig en soms met lichte ergernis.
"Hoe kan iemand die bij zijn volle verstand is, nog in een god geloven?" vroeg mijn vader bij herhaling retorisch. Hij kon zich dat niet voorstellen en moest dus concluderen dat 'geloven' voor een normaal ontwikkeld iemand identiek was aan de ergste vorm van huichelarij.
Het ontging hem, dat 'het volle verstand' en 'geloven' in twee verschillende werelden bestaan en elkaar dus niet hoeven uit te sluiten.
Ik ben zelf geen 'gelover'. Ik vind het zelfs niet eens meer de moeite waard mij te verdiepen in de vraag, 'of er een god bestaat'. Dat is een onjuist geformuleerde vraag.
De geloofsvragen die overblijven zijn volgens mij:
Dat er in het heelal allerlei krachten werkzaam zijn, is boven twijfel verheven.
Dat die krachten - zwaartekracht, straling, energie - in het heelal iets teweegbrengen dat wij als 'orde' ervaren, eveneens.
De vraag is nu: Is er ergens binnen of buiten het heelal een bewustzijn, dat alles zo heeft geconcipieerd en direct of indirect (nog) bestuurt?
Omdat niemand op aarde die vraag met enige zekerheid kan beantwoorden, maakt het niets uit, of het antwoord 'nee', of 'ja' is.
Als we niet kunnen leven met een 'nee', omdat dan de zin onder ons bestaan zou wegvallen, moeten we 'geloven'. Ik heb er vrede mee het antwoord niet te weten en kan het 'geloven' met een gerust hart aan anderen overlaten.
Als we met een 'nee' niet kunnen leven, kunnen we er echter ook niet mee sterven, want waar moet je in godsnaam naartoe, als je doodgaat en er is aan gene zijde niemand om je op te wachten?
Ik heb geen sterke emotionele betrokkenheid (geloof) bij de idee, dat ik me nú al druk moet maken over waar mijn ziel heenmoet na mijn dood. Die komt er wel, denk ik altijd, en dat is een geruststellende gedachte.
In dit citaat van Auden, 'The Labyrinth', wordt eenzelfde overtuiging met het nodige flegma gepresenteerd:
Wat ik me écht niet kan voorstellen, is dat een albestierend bewustzijn mij - als individu - belangrijk genoeg zou vinden om het mij kwalijk te nemen dat ik tijdens mijn leven niet in hem heb geloofd, om mijn ziel vervolgens op die grond links naar de hel te sturen in plaats van rechts naar het licht.
De evolutie, om iets van een vergelijkbare orde te noemen, werkt volgens de wet van de grote getallen en toont bij het wel en wee van een individu geen speciale betrokkenheid, al willen wij nog zo graag geloven van wel.