Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Korte beschrijving van de natuurgebieden




Om naar de beschrijving van een bepaald gebied te gaan volstaat het te klikken op de gewenste naam.

Natuurreservaat "DE WESTHOEK"
DE OOSTHOEKDUINEN
Natuurreservaat "DE HOUTSAEGERDUINEN"
Domein CABOUR
DE NOORDDUINEN
DE SCHIPGATDUINEN
DE DOORNPANNE
DE ZEEBERMDUINEN
DE PLAATSDUINEN
Natuurreservaat "TER YDE"
Natuurreservaat "HANNECARTBOS"
DE OOSTVOORDUINEN
Natuurreservaat "DE IJZERMONDING"
Natuurreservaat "DE VICONIA-KLEIPUTTEN"
Natuurreservaat "DE BLANKAART"
DE POLDERS


Terug naar home-pagina

Natuurreservaat "DE WESTHOEK"

Het natuurreservaat "De Westhoek" is het grootste aaneengesloten duingebied dat overblijft aan onze kust. De oppervlakte bedraagt 340 ha en daarbij komt dan nog het waterwinningsgebied en het Calmeynbos met 100 ha.
Het gebied is vooral bekend om zijn uitzonderlijk landschappelijk schoon met het Centrale Stuifduin als hoogtepunt. Ook botanisch is het uiterst waardevol want van de ongeveer 400 hogere planten die men er vindt zijn er meer dan 80 die zeldzaam tot uiterst zeldzaam zijn.
Veel van die planten staan ook op de Rode Lijst omdat de geschikte biotopen praktisch overal verdwenen zijn. Enkele voorbeelden: Teer guichelheil, Zomerbitterling, Bonte paardenstaart, Slanke duingentiaan, enz. Ook de drie soorten Duizendguldenkruid kan men er bewonderen.
In de vochtige duingraslanden kan men diverse orchideeensoorten vinden waaronder: Moeraswespenorchis, Grote keverorchis, Rietorchis en de
bosorchis
Bosorchis.

Om deze zeldzame planten meer kansen te geven is men begonnen met een begrazingsproject. In de noordelijke pannen heeft men 60 ha omheind en daar zorgen Konikpaarden en Heckrunderen voor het in toom houden van dominante grassen en struiken. Vooraf had men over een grote oppervlakte Duindoorn, Kruipwilg en Wilde liguster gekapt. In de zuidelijke pannen deed men hetzelfde op 65 ha en daar grazen een vijftiental Shetlandpony's, een paar Damherten en drie Highlandrunderen. Op die manier hoopt men veel meer variatie te krijgen in de flora.
Niet alleen de hogere planten zijn zeer gediversifieerd maar men vindt er eveneens 11 soorten levermossen, niet minder dan 82 soorten bladmossen en een veertigtal soorten korstmossen of lichenen.
Na een voorlopige inventarisatie werden meer dan 200 soorten zwammen genoteerd waaronder opnieuw veel zeldzame soorten.
De Westhoek en het aangrenzende waterwinningsgebied zijn zeer belangrijke broedgebieden voor de Nachtegaal; ook de Braamsluiper, Zwartkop, Fitis en de Wielewaal broeden er en in de duinen zelf kan men nog de Kleine plevier vinden. De laatste jaren is er nog een zeer bijzondere vogel bij gekomen; in de zomermaanden kan men regelmatig Bijeneters waarnemen boven de Westhoek want sinds een drietal jaren broeden ze in de nabije omgeving.
In totaal broeden er ongeveer 50 soorten in en rond het Westhoekreservaat. Enkele soorten zijn, helaas, verdwenen in de laatste 20-30 jaar.
Een van de meest opmerkelijke is de
hop
Hop
die men hier soms nog kan waarnemen gedurende de trek.
Nog vele andere organismen zoals bepaalde Spinnen, Loopkevers, Dag- en Nachtvlinders vinden hier nog een laatste overlevingsplaats.
De Duinsabelsprinkhaan en de Blauwe duinsprinkhaan zijn de meest opmerkelijke, maar ook bedreigde, vertegenwoordigers van de sprinkhanenfamilie.
Gelukkig is, bij de vlinders, de Kleine parelmoervlinder aan een mooie come-back bezig.
Laten we hopen dat het voorziene beheersplan veel van die bedreigde soorten een nieuwe toekomst biedt en dat enkele onlangs verdwenen soorten zich opnieuw vestigen in dit unieke duinenreservaat.
terug naar boven

DE OOSTHOEKDUINEN

De Oosthoekduinen met een oppervlakte van 61 ha vormen een gemeentelijk "natuurreservaat" waar er weinig of geen bescherming bestaat van de fauna of flora. Door de waterwinning zijn ook deze duinen veel droger geworden dan vroeger zodat veel vochtminnende soorten er verdwenen zijn.
Een paar bijzonderheden overleven er toch nog met veel moeite zoals Addertong en Hartgespan.
Deze duinen sluiten nog aan op de achterliggende polder zodat er hier goede mogelijkheden zijn voor natuurontwikkeling. In de knotwilgen langs de duin-polderovergang broeden er nog Steenuilen. Bepaalde jaren vindt men in de Oosthoekduinen ook nog de Sprinkhaanrietzanger en de Roodborsttapuit. Helaas is er zeer veel verstoring omdat de wandelaars zich niet aan de (on)bestaande paden houden.
terug naar boven

Natuurreservaat "DE HOUTSAEGERDUINEN"

Dit reservaat, op de grens van De Panne en St Idesbald, heeft een oppervlakte van 69 ha. Er werd een begrazingsproject opgestart met enkele ezels. De bedoeling is de grassen, die op vele plaatsen overheersen, terug te dringen en zo meer kansen te geven aan de typische duinflora.
Wegens de rust in dit gebied en de vele bomen en struiken broeden er talrijke vogelsoorten. Ook vindt men er de Rugstreeppad, die profiteert van de poelen die uitgediept werden om de ezels van drinken te voorzien. Verschillende libellensoorten zijn intussen ook terug gekeerd. Er worden regelmatig begeleide wandelingen georganiseerd in dit reservaat.
terug naar boven

Domein CABOUR

De Cabourduinen - vroeger het "Garzebekeveld" genaamd - zijn veruit de oudste duinen van onze kust. Ze werden meer dan 5.000 jaar geleden gevormd en zijn de enige die niet werden weg geslagen door de zogenaamde Duinkerke-transgressies. Het oorspronkelijke kalk is reeds voor een groot deel uitgeloogd zodat men er al een paar zuurminnende planten vindt zoals Brem en Gaspeldoorn. Ook om zijn talrijke soorten mossen en korstmossen zijn de Cabourduinen bekend.
Het domein, gelegen in Adinkerke, is eigendom van de I.W.V.A. en heeft een oppervlakte van 87 ha. Regelmatig worden er geleide wandelingen georganiseerd zodat men kan kennis maken met dit zeer rustige en interessante gebied.
Men vindt er ook een museum van de waterwinning met oude werktuigen die vroeger gebruikt werden voor het aanleggen en onderhouden van waterleidingen.
(I.W.V.A. = Intercommunale Waterleidingsmaatschappij van Veurne-Ambacht)
terug naar boven


DE NOORDDUINEN

De Noordduinen bestaan uit twee delen, gescheiden door een drukke weg; samen hebben ze een oppervlakte van 70 ha.
Niettegenstaande deze duinen zeer waardevol zijn genieten ze van geen enkele bescherming en van jaar tot jaar gaan de natuurwaarden achteruit. Alleen een klein stukje van een halve hectare werd door de gemeente aangeduid als "gemeentelijk natuurreservaatje". Nochtans is er geen gebrek aan zeldzame plantensoorten zoals Rond wintergroen, Kleine ruit, Ruige scheefkelk en Kalkbedstro.
Het is vooral een belangrijke groeiplaats van de
brede wespenorchis
Brede wespenorchis.
Op enkele oude populieren vindt men de zeer mooie korstmossen: "Evernia prunastri" of Smal takmos of Eikmos en de
korstmos
Ramalina farinacea
Ook de vogelrijkdom is uitzonderlijk met Wielwaal, Sprinkhaanrietzanger, Nachtegaal, Zwartkop, Fitis, Tjiftjaf, Braamsluiper en Tortel en veel andere soorten.
terug naar boven


DE SCHIPGATDUINEN


De Schipgatduinen zijn een van de zeldzame duingebieden die nog in contact staan met de zee en alleen al om deze reden zouden ze absoluut moeten beschermd worden! Door overrecreatie kalven deze duinen in snel tempo af - op minder dan 10 jaar is er zeker al 30 meter verdwenen. Deze duinen zijn vooral bekend om de grote populatie Blauwe zeedistel die er nog overblijft; ook nogal wat Zeewinde kan men er aantreffen.
Door de verstoring zijn veel van de vroegere broedvogels verdwenen o.a. de Dwergstern. Nu vindt men er nog Kneu, Fitis en
graspieper
Graspieper.

terug naar boven

DE DOORNPANNE

De Doornpanne met een oppervlakte van 150 ha, waarvan 123 ha van IWVA en 21 ha van Hoge Blekker, is een Waterwinningsgebied en natuurontwikkelingsgebied. Door begrazing met Shetlandpony's hoopt men hier en daar een soort "Massart-landschap" terug te krijgen.
Dit is het landschap zoals het was in het begin van deze eeuw - veel opener en veel vochtiger - en Massart benadrukte toen al dat dit landschap en zijn flora werkelijk uniek waren en dringend beschermd moesten worden.
Intussen zijn de duinen veel droger geworden en verdwenen tal van vochtminnende planten. Misschien komen enkele daarvan terug als het geplande infiltratieproject werkelijk zeer zuiver water opnieuw inbrengt in de duinen.
terug naar boven


DE ZEEBERMDUINEN

De Zeebermduinen vormen een tweede duinencomplex, in Koksijde, dat nog in verbinding staat met de zee. De oppervlakte is slechts 26 ha, maar daarom zijn die duinen niet minder waardevol. Natuurlijk is er ook overrecreatie zoals in alle zeereepduinen en ook hier gaan de zeer waardevolle mosduintjes elk jaar achteruit.
Het meest typische mos van de duinen is het
duinsterretjesmos
Duinsterretjesmos

Typische planten van deze duinen zijn: Zeeraket, Loogkruid en Zeewolfsmelk. Ook deze duinen zullen opgenomen worden in het grote "Ter Yde-complex" en zullen dan, hopelijk, op een afdoende manier beschermd worden.
terug naar boven


DE PLAATSDUINEN

De Plaatsduinen sluiten aan op de duinen van Ter Yde, maar zijn ervan gescheiden door een weg. De oppervlakte is 34 ha en ook hier vindt men veel typische duinplanten. Merkwaardig is het talrijke Buntgras en zeer mooi zijn grote plekken Duinviooltje. Ook vindt men er Glad parelzaad, Rond wintergroen en Brede wespenorchis. Deze duinen zouden ook dringend beschermd moeten worden!
terug naar boven

Natuurreservaat "TER YDE"


Dit is een van de laatst opgerichte natuurreservaten van de Westkust. Dit gebied is sinds lang gekend als de "botanische parel van de Westkust" wegens zijn talrijke zeldzame planten. De oppervlakte bedraagt voorlopig 22 ha maar er zijn plannen om de volledige duinen rond Ter Yde te beschermen. Het project spreekt van het "Ter Yde-complex" en dat zou de volgende gebieden omvatten: Zeebermduinen, duinen van Ter Yde, Karthuizerduinen, Plaatsduinen, Hannecartbos en de Oostvoorduinen. Hier vindt men nog de opeenvolging van biotopen vanaf het strand tot aan de polders. Alleen zijn al die gebieden versnipperd door de vele wegen.
Op die manier zou er een reservaat van meer dan 200 ha ontstaan; het grootste na De Westhoek. Ter Yde is een van de meest waardevolle biotopen van onze ganse kust omdat het nog niet te lijden heeft van wateronttrekking. Men vindt er, onder andere, zes orchideeŰnsoorten waaronder als mooiste :

RIETORCHIS
rietorchis
MOERASWESPENORCHIS
moeraswespenorchis


Grote keverorchis, Vleeskleurige orchis, Brede orchis en vooral de zeer zeldzame Honingorchis (of Herminium).
Men vindt er eveneens de Tengere distel en de Aarddistel.
In een vochtige panne, waar onlangs veel berkenopslag werd verwijderd, treft men nu zeer veel Parnassia aan, een plant die overal achteruit gaat wegens de algemene verdroging.
parnassia"
Parnassia
Wat de fauna betreft kunen we er vooral de Rugstreeppad, de Kleine parelmoervlinder en de Tapuit als bedreigde soorten aantreffen.
In dit reservaat worden geleide wandelingen georganiseerd maar van op een pad dat langs het reservaat loopt kan men gans het gebied overzien. Dit is zeker de beste oplossing: kunnen genieten van een duingebied zonder het kapot te maken. Zoiets zou veel meer mogen gebeuren!
De Karthuizerduinen vormen een uitloper van de Ter Yde-duinen in de richting van Nieuwpoort. De naam komt van een vroeger Karthuizerklooster dat een kilometer verder zuidwaarts lag.
Er liggen nog zeer veel brokstukken van bunkers uit WO II.
terug naar boven


Natuurreservaat "HANNECARTBOS"

Het Hannecartbos is gelegen tussen de duinen van Ter Yde en de Oostvoorduinen. Oorspronkelijk werden er vooral Elzen aangeplant maar die worden nu van langsom meer overheerst door Gewone esdoorn. Eronder groeien vooral Grote brandnetel en Braam. Het reservaat is bekend om zijn vele bijzondere mossen en korstmossen.
Doorheen het gebied loopt de laatste duinbeek van de streek. Die heeft de eigenaardige naam :"Waterloop zonder Naam"...
Rond het bos blijven er enkele stukken duingrasland over die veel waardevoller zijn wat de flora betreft. De oppervlakte van het eigenlijke reservaat bedraagt 32 ha. Er op aansluitend heeft de IWVA nog een gebied in eigendom.

Wie veel meer wil vernemen over het Hannecartbos kan terecht in een studie van William Slosse getiteld: "Faunistisch onderzoek HANNECARTBOS, inventaris en beheerssuggesties."
terug naar boven


DE OOSTVOORDUINEN


De Oostvoorduinen in Oostduinkerke vormen, voor de botanicus, zeker en vast een van de interessantste gebieden van onze kust. Het is een middeleeuws kopjesduinlandschap met zeer weinig open zand. Op de mosduintjes en tussen het korte gras vindt men veel zeldzame pareltjes. Het is de laatste belangrijke groeiplaats van het Liggend bergvlas en het lichtroze Kalkbedstro. Ook het Duinroosje, het Geel zonneroosje, de Grote tijm en de Voorjaarsganzerik zijn goed vertegenwoordigd. Men vindt hier eveneens de laatste belangrijke groeiplaats van de Blauwe bremraap en de Blauwe knoop.Een paar jaar geleden werden er nog een paar Harlekijnorchissen gevonden, maar de laatste jaren zijn die niet meer terug gezien.
Ieder jaar worden er een paar depressies gemaaid en daar vindt men soms massaal de Kleine ratelaar terug, ook de Gewone vleugeltjesbloem en de Gulden sleutelbloem profiteren ervan.
In 1997 vonden we er een paar exemplaren van de
brede orchis
Brede orchis
Als zeldzame broedvogel kunnen we de Roodborsttapuit vermelden; ieder jaar wordt ook de Velduil enkele keren waar genomen. Boven het gebied jagen Torenvalk en Sperwer. In de lente treft men er veel Bergeenden aan maar slechts een paar koppels broeden er ook, meest in oude konijnepijpen.
De oppervlakte van het gebied bedraagt een zestigtal hectare.
De laatste jaren gaat het gebied zeer vlug achteruit wegens de verregaande vergrassing; daarom werd er in november 2000, op de Dag van de Natuur, een groot gebied gemaaid en dit dank zij de hulp van AMINAL. De grote opkomst van vrijwilligers liet ons toe al het maaisel samen te brengen aan de uitgang waar het later door de gemeente Koksijde werd opgehaald.
In juni 2000 werden we aangenaam verrast door twee prachtige Bokkenorchissen, botanisch minder interessant dan de Harlekijn of Herminium maar toch nog altijd beter dan gras!


BOKKENORCHIS
Bokkenorchis
DETAIL
Bokkenorchis - detail


terug naar boven


Natuurreservaat "DE IJZERMONDING"


Op de rechteroever van de Ijzermonding lagen ooit botanisch zeer rijke schorren en vogelrijke slikken. Maar zoals overal elders aan de kust hebben die moeten wijken voor toeristische infrastructuren. Op deze unieke slikken en schorren werd er baggerslib gestort bij het uitgraven van een jachthaven.
Bepaalde belangengroepen en politieke partijen hadden graag ook de laatste slikken en schorren willen opofferen om er nog meer "weekend-huisjes" en dergelijke neer te poten maar gelukkig hebben de natuurverenigingen, met zeer veel moeite, kunnen bekomen dat de Ijzermonding een volwaardig natuurreservaat wordt.
Voor het ogenblik blijven er nog ongeveer 4 ha echte schorre en 6 ha slikke over, maar na uitvoering van het zogenaamde "PLAN ZEEHOND" - gelanceerd door NATUURRESERVATEN VZW - zal deze oppervlakte zowat vertienvoudigen. Daartoe wordt het opgespoten slib afgevoerd zodat men het oorspronkelijke niveau weer bereikt. Intussen heeft het Vlaams Gewest de volledige oppervlakte verworven - opnieuw na zeer veel tegenstand - en kunnen de werken nu iets vlugger opschieten.
Ondertussen heeft ook de Zeehond het goede nieuws al vernomen want regelmatig is dit sympatieke dier te zien, rustend op een zandbank, of zwemmend in de jachthaven of in de havengeul.
Op slikke en schorre leven zeer speciale planten, de meeste zijn zogenaamde halofyten. Op de slikke kunnen enkel een paar soorten het uithouden zoals Engels slijkgras en Zeekraal. Juist boven de echte slikke vinden we Zeeweegbree en Schorrezoutgras en nog iets hoger de lekker- ruikende Zee-alsem. In juni kunnen we op een paar plaatsen de tere bloemetjes zien van het Melkkruid.
Op de lage schorre vinden we een dominante grassoort: de stekelige Strandkweek, maar veel mooier zijn de grote velden Lamsoor. Eind juli staat een groot deel van de IJzermonding paars van de bloemschermen van het Lamsoor of ook nog "Zwinneblomme" genaamd.

lamsoor

IJzermonding met "Zwinneblommen" eind juli 1998


De Strandbiet is een zeldzame soort die de laatste jaren enorm aan het uitbreiden is. Dit is een plant van de hoge schorre zoals de Spiesbladmelde en de Strandmelde. Bepaalde jaren vindt men het Fraai duizendguldenkruid samen met het
strandduizendguldenkruid
Strandduizendguldenkruid

op het pad en daarnaast op het opgespoten terrein staat er zeer veel Hondstong, Akkerdistel en Wilde kaardebol. De zaden van deze planten trekken grote aantallen kleine zangvogels aan in de herfst en daaronder zijn de Putters wel de mooiste, maar ook de Groenling is er talrijk. Bijna gans het jaar kan men er de Graspieper vinden maar de Oeverpieper is een winterbezoeker. Een andere typische wintervogel is de Sneeuwgors die in kleine groepjes overwintert langs onze kust.
Aan de voet van de duinen op het strand kan men nog een zeldzaamheid aantreffen: de Gelobde melde.
Maar de Ijzermonding is vooral bekend door de grote aantallen trekvogels die er langs komen in herfst en voorjaar. Veel van die vogels zijn steltlopers, zo genaamd omdat ze relatief lange poten hebben. Zo kunnen ze over de slikke lopen zonder een natte buik te krijgen. En het is hoofdzakelijk op de slikke dat men soms zeer grote groepen kan zien: allerhande Strandlopers en diverse Ruiters.
De voedselrijkdom van de slikken is onvoorstelbaar: naar het schijnt kan men 20 Ó 30.000 levende organismen vinden op een vierkante meter en tot een diepte van 40 cm. Die "organismen" zijn kleine kreeftachtigen, tweekleppigen of slakjes. Ook diverse wormen leven in dit slib.
Een eigenschap van die steltlopers is dat ze een relatief lange snavel hebben, maar de ene al wat langer dan de andere. De langste vinden we bij de Wulp en de Rosse grutto; de kleinste bij de Bonte strandlopers, de Steenlopers en de Bontbekplevieren. Zo vinden ze allemaal op diverse diepten het nodige voedsel.
De meest typische van de ruiters van de Ijzermonding is de
tureluur
Tureluur.

Er is een begin gemaakt met het actief beheer van dit natuurreservaat: op een afgesloten stuk kalkgrasland werden vier Mergellandschapen uitgezet om de grassen wat in toom te houden.
De belangrijkste ingreep van de volgende maanden zal de afbraak zijn van de oude marinebasis. Daarna kan het echte herstel van de natuur beginnen. Als er voldoende rust is kan men hopen op de komst van Dwergstern of Visdiefjes maar dan zitten we waarschijnlijk al een eindje in het derde millenium...

Intussen is er al zeer veel gebeurd in ons mooiste reservaat! Alle gebouwen van de vroegere marinebasis zijn verdwenen en ook de slipway werd volledig verwijderd. Van het tijdok blijven er slechts een paar beschermende muren over.
Hierna volgt het artikel dat verscheen in De Dwergstern in verband met het "streefbeeld".

Het Natuurreservaat "De Ijzermonding"

Wie niet meer in de Ijzermonding geweest is, de laatste weken, zal nu met moeite het gebied nog herkennen. Na de afbraak van de volledig geru´neerde gebouwen van de marinebasis in 1999 is men nu begonnen met de herstelwerken die ons een natuur zouden moeten teruggeven die sinds de jaren 50 verdwenen was.
In het volgende artikel proberen we een overzicht te geven van het "Ecologisch streefbeeld en natuurherstelplan voor het integraal kustreservaat De Ijzermonding te Nieuwpoort-Lombardsijde".
Dit plan werd opgesteld door Prof. Maurice Hoffmann e.a. Het betreft wel degelijk een "streefbeeld" wat inhoudt dat de werkelijkheid waarschijnlijk niet helemaal zˇ zal zijn als men zou willen.

Het reservaat zou begrensd zijn:
- in het noorden: de laagwaterlijn van de zee
- in het westen: de havengeul
- in het noordoosten: de legerbasis van Lombardsijde
- in het zuidoosten: de landbouwgronden bij de Hemmepolder
- in het zuiden: de jachthaven Novus Portus
Men hoopt van ook een gedeelte van de Hemmepolder later bij het reservaat te kunnen voegen.

Voorlopig beslaat het "Vlaams Natuurreservaat De Ijzermonding" een oppervlakte van 103 ha.
Het hele gebied werd in 1994 gerangschikt als "landschap"; het overgrote deel is op de biologische waarderingskaart aangeduid als "biologisch zeer waardevol" en een gedeelte ligt in een EEG-vogelrichtlijngebied. Een stuk van het militair domein is beschermd door het duinendecreet.
Op diverse vroegere kaarten is het gebied terug te vinden in zijn oorspronkelijke toestand. O.a. op de Ferrariskaart ziet men dat er in de jaren 1770 langs beide zijden van de havengeul schorren en slikken bestonden. Ook op de kaart van Vander Maelen (rond 1850) zijn deze nog terug te vinden. Maar een eerste grote aanslag volgde rond 1860 met de aanleg van de spoorlijn Diksmuide naar Nieuwpoort-Bad; daarmee verdwenen al de slikken en schorren op de linkeroever. Rond 1890 verdween een vijftal hectare schorre op de rechteroever door de aanleg van oesterputten.
We hebben gelukkig een gedetailleerde beschrijving, met foto's, van de slikken en schorren op de rechteroever, door Massart. Hij noemt er verschillende zeldzame planten op die nu al lang verdwenen zijn. Op die foto's zien we een uitgestrekt gebied met zeer lage vegetatie. Na de slikken en schorren volgde er een zeer uitgestrekt grasland dat begraasd werd door koeien, paarden en muilezels. Rond 1900 was er nog geen bedijking.
In 1911 werd er een golfterrein aangelegd op 15 ha schorre en op 40 ha aangrenzend duingebied. Tijdens de 2e wereldoorlog werden er door de Duitsers, op de schorre, grote hoeveelheden zoden gestoken om bunkers en dergelijke te camoufleren.
De doodsteek kwam er in de jaren 50 met de aanleg van de marinebasis. Grote stukken werden opgehoogd door opgespoten baggerslib en veel verdween er onder het beton (dat men nu aan het opruimen is...)
Later, bij de aanleg van Novus Portus, werd er nog meer slib gespoten op een deel van de vroegere schorre. Resultaat van dit alles: van de 60-70 ha die er nog waren rond 1900 hebben we nu nog een vijftal ha slikke en een zestal ha schorre over!
Het herstelplan voorziet het afgraven van alle terreienen die opgehoogd werden. Een paar jaar geleden begon men met het afgraven van het slib op het vlakke deel van het militair domein. Maar omdat men geen blijf weet met dit mengsel van zand en klei is dit werk sinds lang weer stil gevallen. Het totale volume dat moet verplaatst worden is ook niet niks: 178.000 m│! WÚl heeft men ondertussen een hoge berm opgeworpen die de achterliggende polder zal moeten beschermen tegen eventuele zee-inbraken. Het gemiddeld springtij is in Nieuwpoort ongeveer 4,80 meter boven de zeespiegel maar bij uitzonderlijke stormtijen kan de hoogte meer dan een meter meer bedragen. In 1953, bij de ergste storm van de 20e eeuw bereikte het water het peil 6,73 meter; daarom is die dijk zo hoog!

Wat zal de toekomst zijn van de Ijzermonding?
Er zijn plannen om het strand te verbreden door de aanleg van een strandhoofd ter hoogte van de schietstand van het Militair domein. Als men bepaalde strandbroeders wil terug krijgen dan moet het droog strand toch wel merkelijk breder worden dan het nu is. Men zou wel zand kunnen opspuiten maar dit is een zeer dure oplossing die dan nog regelmatig moet herbegonnen worden. In het gunstigste geval krijgt men zo 45 ha strand. Als overgang van het strand naar het achterliggende land heeft men eerst de zeereepduinen (ongeveer 47 ha). Dank zij de herstelwerken hoopt men opnieuw 36 ha slikke en schorre te bekomen met nog 11 ha als overgangszone richting duin en polder. Tot slot hoopt men nog 15 ha van de Hemmepolder te verwerven die men dan zal laten vernatten ten behoeve van overtijende vogels en ook als voedselgebied voor andere vogels.
Op die manier zou men opnieuw een ononderbroken natuurgebied bekomen vanaf het strand tot aan de Novus Portus en tot aan het achterliggend poldergebied. Dit najaar en deze winter zullen de steigers in het tijdok verdwijnen, de slipway zal verdwijnen en ook het hele opgespoten terrein tussen het tijdok en de slikke en schorre die nu nog bestaan. Intussen is dit reeds gebeurd en een groot deel is reeds afgevlakt zodat het langzaam afloopt naar de Ijzer; bij hoogtij zit deze zandplaat vol met overtijende vogels. Men heeft een heel goed zicht op dit zandstrandje van op de linkeroever. Opnieuw is dat een zeer belangrijk werk geweest want in totaal moest er 1,3 km harde oeverbeschoeiingen afgebroken worden.
Eens deze werken achter rug zijn zal een grote oppervlakte kunnen evolueren naar slikke en schorre zoals die bestonden begin 1900, men voorziet dat er daar 16 ha slikke en schorren zullen ontstaan.. Later wordt de rest van het opgespoten terrein afgegraven zodat we over een paar jaar vanaf de havengeul eerst een echte slikke krijgen, gevolgd door een lage en een hoge schorre en die hoge schorre zal dan geleidelijk overgaan in een duingebied dat zal aanleunen aan de opgeworpen dijk. Op die dijk zal er een wandelpad lopen langs een paar observatie-hutten en dan verder langs de draad van het militair domein om tenslotte een laatste observatiehut te bereiken die langs de havengeul zal liggen ter hoogte van het actuele tijdok.
Het strand zal niet toegankelijk zijn gedurende het broedseizoen zoals nu reeds gebeurt in het reservaat "De baai van Heist".

Men voorziet natuurlijk ook een natuur-educatief centrum dat misschien op de plaats kan komen van de huidige, erg verwaarloosde, bouwsels bij de vroegere oesterputten. Men denkt er ook aan om eventueel de gebouwen van de hoeve in de Hemmepolder om te bouwen tot natuur-educatief centrum maar dan moet men eerst de hoeve en de gronden verwerven.

Zo ziet men dat het Vlaams Gewest, via AMINAL afdeling Natuur, een fantastische job gedaan heeft; dit is zeker het grootste natuurherstelplan dat er ooit aangevat werd in Vlaanderen. Wie had dat durven denken een tiental jaren geleden. Men kan dit alles met eigen ogen te aanschouwen op 17 december op onze winteruitstap naar de Ijzermonding; wie dan niet mee kon zal later nog wel eens de gelegenheid hebben, bvb. op zondag 7 januari, dan is er een geleide uitstap voorzien van Natuurreservaten VZW. samenkomst op de parking aan het uiteinde van de Halvemaanstraat om 10.00 uur.
Men kan nog veel meer vernemen over dit prachtige reservaat: de IJzermonding, op de website van Natuurreservaten VZW.
terug naar boven


Natuurreservaat "DE VICONIA-KLEIPUTTEN"

Bij Stuivekenskerke vinden we een mooi natuurreservaat rond de kleiputten waar de vroegere steenbakkerij van Nieuwpoort klei uit haalde. Er blijven nu verschillende grote plassen over omzoomd door een brede rietkraag. In de lente hoort men er Kleine karekiet, Rietzanger en Spotvogel. Boven de plassen jaagt de Bruine kiekendief en op de plassen vindt men vele eenden. Gedurende de trek doet men soms interessante waarnemingen en in de winter heeft men kans de Slechtvalk op een pyloon te zien rusten of kan men het Baardmannetje vinden in het riet.
terug naar boven

Natuurreservaat DE BLANKAART

Alle inlichtingen over dit natuurreservaat vindt men op de mooie website van NATUURRESERVATEN VZW over de Blankaart

terug naar boven


DE POLDERS

Buiten de gekende natuurgebieden vinden we nog veel natuur in de polders. Op wegbermen en in de vele grachten is er nog een rijke verscheidenheid aan planten en dieren te zien.
Niet alleen de natuur is soms een streling voor het oog maar verschillende dorpjes zijn ook het bezoeken waard om hun oude kerkjes of gewoon om hun dorpszichten.
Op 3 km van Veurne kan men bijvoorbeeld Steenkerke bezoeken met een kerk waar men nog talrijke sporen van het oorspronkelijk Romaans kerkje kan terug vinden. Ook vindt men er nog diverse oude hoeven die goed bewaard zijn en enkele stemmige veldkapellen.
Andere mooie plaatsen zijn Booitshoeke, Eggewaartskapelle en Lampernisse, dit laatste dorp is gekend om zijn historische komgronden en vele sporen van omwalde hoeven uit de middeleeuwen.
Een ideaal vervoermiddel in deze vlakke streek is de fiets en, gelukkig, worden er meer en meer fietspaadjes aangelegd langs velden en weiden.
Wat verder vindt men St Jacobskapelle met zijn geklasseerd dorpszicht.

Andere mooie tochten leiden langs de Lovaart naar de Fintele en van daar kan men over het fietspad langs de IJzer naar Stavele fietsen ofwel via Diksmuide naar Stuivekenskerke.

Er zijn nog veel andere mogelijkheden maar overal in de platte polders vindt men nog veel natuur en ook rust en verpozing.

TOP

Terug naar home-pagina