Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Wat is communicatie?

 

 

Als we met mensen in contact treden, communiceren we altijd. Dat is de eerste wet van de communicatietheorie: “Het is onmogelijk niet te communiceren”. Iedere vorm van gedrag betekent dat je communiceert. Communicatie kan dus opgevat worden als een doorlopend proces van actie en reactie of zet en tegenzet.

 

Maar wat betekent communicatie eigenlijk? Er worden verschillende definities van communicatie gebruikt. Wij duiden er enkele van.

Van Dale (2000) beschrijft communicatie als het uitwisselen van informatie. Dit is een nogal enge definitie van communicatie in vergelijking met andere definities.

 

Het woord ‘communicatie’ is volgens Janbroers (1977) afkomstig uit de computertaal . In de menselijke relatie is dit simpel gezegd het geven van instructies of inlichtingen aan elkaar en het ontvangen van informatie van de ander, als middel om elkaars gedachtenwereld te leren kennen. Dit proces kan in één richting, vice versa dan wel over meerdere stations verlopen.

 

Een andere definitie van communicatie is: “de middelen door middel waarvan mensen met elkaar omgaan en/of zich tot elkaar verhouden (gedragen). Het is een proces van overbrengen van informatie van de ene persoon naar de andere” (Carpentier, 1987). Deze informatie bestaat uit een inhoudsaspect en een betrekkingsaspect. Hier komen we nog op terug in hoofdstuk 2.

 

We kunnen communicatie ook omschrijven als het opzettelijk of onopzettelijk zenden van een boodschap, die een reactie oproept. Er is steeds een zender en een ontvanger.

Het doel van communicatie is dan ook de ander op een of andere manier te beïnvloeden … door informatie naar de andere te zenden (Carpentier, 1987).

 

Een essentieel element is dat communicatie tussen actoren gebeurt tussen twee personen, elk met hun eigen, unieke karakteristieken. Elke persoon verschilt van een andere, met een achtergrond die nooit dezelfde kan zijn, met een kijk vanuit een ander perspectief. Sommige mensen kunnen een boodschap beter overdragen dan ze diezelfde boodschap kunnen ontvangen, terwijl dat voor anderen net het omgekeerde is.

 

Volgens Gudykunst en Kim (1992) zijn drie factoren belangrijk om goed te kunnen communiceren: motivatie, kennis en skills.

Motivatie verwijst naar het verlangen om effectief te communiceren met anderen.

Kennis verwijst naar het besef of het begrip om te doen wat nodig is om effectief te communiceren.

Skill is dan de mogelijkheid om zich zodanig te gedragen dat effectieve communicatie mogelijk wordt.

 

De functie van communicatie, zowel op verbaal (de taal) als op non-verbaal (alles buiten de taal) niveau, is invloed uitoefenen op onze omgeving, stellen Oyen en Lievers (1987).

Het meest frequent gebruikte communicatiemiddel is de taal. Communiceren door middel van de taal (spraak) is persoonlijk, direct en het hoofddoel van het communicatieprogramma van gelijk welke coach. Verbale communicatie wordt verder besproken in §5.

 

Non-verbale communicatie is alle communicatie buiten de taal. Voorbeelden zijn tekens, symbolen, gebaren, gedragingen, ... . Volgens Stewart (2000) geven kledij, lichaamstaal en toon de persoonlijkheid van de coach weer. De persoonlijkheid van de coach kan cruciaal zijn in de pogingen om te communiceren met spelers. Het kan de boodschap versterken of verhinderen. Een persoonlijkheid die enthousiasme, geloof en betrokkenheid uitstraalt, heeft een grotere kans dat zijn boodschap doorkomt dan een persoonlijkheid die desinteresse en verveling uitstraalt. Non-verbale communicatie wordt verder besproken in §4.

 

Snauwaert (1999) splitst verbale en non-verbale communicatie nog eens uit in verschillende onderdelen: verbale communicatie kan nog onderverdeeld worden in interpersoonlijke en intrapersoonlijke communicatie. In het eerste geval gaat het over een actie tussen twee verschillende personen (gesprek, …). Bij intrapersoonlijke communicatie gaat het over zaken die zich in het hoofd van een persoon afspelen, iemand die luidop of in gedachten ‘tegen zichzelf’ praat (Weinberg and Gould, 1995).

 

 

Non-verbale communicatie wordt onderverdeeld in drie verschillende vormen, namelijk lichaamstaal, ruimtelijke relaties en stemkenmerken.

Lichaamstaal verwijst naar iemands fysieke houding, verschijning,…  Het is een veel eenvoudigere manier om gevoelens uit te drukken, dan door middel van gesproken taal. Je zegt bijvoorbeeld niet zo gemakkelijk tegen iemand dat je hem of haar niet mag, maar door middel van lichaamstaal kan je dat goed laten merken. Langs de andere kant kan een persoon, zonder het te beseffen, een dreigende houding aannemen en daarmee een (goede) relatie op de helling zetten.

Ruimtelijke relaties duiden op de afstand die personen ten opzichte van elkaar houden tijdens een interactie. De omvang van die ruimte is afhankelijk van persoon tot persoon. Hoe vertrouwder we met een persoon zijn, hoe dichter hij/zij fysiek in de buurt mag komen  (figuur 4).

Ten derde de stemkenmerken, die gaan van stemritme tot de klankkleur die we produceren.

 

Verschillende studies hebben aangetoond dat de impact van wat gezegd wordt voor het grootste deel bepaald wordt door onze lichaamstaal, dus de wijze waarop iets gezegd wordt. Cijfers gaan van 40% (Carpentier, 1987) tot 70% (InnerNed, 2000). De impact van wat gezegd wordt, schatten onderzoekers op ongeveer 10%. De meeste mensen zijn zich niet bewust van hun lichaamstaal. Als iemand liegt, kunnen we door zijn gedrag het gevoel krijgen dat er iets niet klopt. We zijn dan geneigd om op dit gevoel af te gaan en hem niet te geloven. We durven dus stellen dat lichaamstaal een grotere betrouwbaarheidswaarde heeft dan gesproken taal.