CAO Particuliere Beveiligingsorganisaties 2000-2002
Deze CAO geldt van 1 april 2000 tot 1 april 2002
Tussen ondergetekenden:
Vereniging van Particuliere Beveiligingsorganisaties te Houten, als partij ter ene zijde,
en
De Unie, vakbond voor industrie en dienstverlening te Houten, FNV Bondgenoten te Utrecht, Dienstenbond CNV te Hoofddorp als partij ter andere zijde, ieder voor zich en tezamen vormend partij
ter andere zijde,
is de navolgende collectieve arbeidsovereenkomst aangegaan per 1 april
2000:
Afroepcontract: Dienstverband waarbij de werkgever de werknemer
kan oproepen voor losse ongeregelde diensten, welke in onderling overleg
tussen werkgever en werknemer worden geregeld, zowel wat beschikbaarstelling
van de werknemer betreft als de duur en de aard van de te verrichten losse
en ongeregelde arbeid.
Algemeen reserverooster: Het voor de werknemer voor een loonperiode
vastgestelde dienstrooster, waarin vier van de acht roostervrije dagen
(en ADV-dag) vooraf zijn opgenomen en de overige vier roostervrije dagen
gedurende de roosterperiode worden ingeroosterd, waarbij de resterende
dagen gelden als werkdagen, die gedurende de loonperiode met diensten worden
ingevuld.
Arbeidsuren: Alle uren waarover de werknemer loongerechtigd is:
(dus zowel gewerkte uren als vakantie-uren, buitengewoon verlofuren, ziekte-
uren, ADV-uren, leegloopuren).
ADV-dag: In het kader van de arbeidsduurverkorting toegekende en
betaalde vrije dag, die verder wordt gedefinieerd als een roostervrije
dag.
Avonddienst: Een dienst waarvan het einde ligt na 20.00 uur en voor
of op 02.00 uur.
Basissalaris: Het salaris per periode (4 weken) of uur zonder bijtelling
van enige toeslag of vergoeding als genoemd in bijlage 5 van de CAO. Indien
voor er voor een werknemer een hoger basissalaris is vastgesteld als bedoeld
in deze definitie, treedt dit hogere basissalaris in plaats van het salaris
zoals vastgesteld in deze CAO.
Basisuurloon: Het uurloon dat is afgeleid van het voor de werknemer
geldende basissalaris en als zodanig is vermeld in bijlage 5 van deze
overeenkomst.
Bijzondere uren:
Maandag tot en met vrijdag tussen 00.00 en 07.00 uur
Maandag tot en met vrijdag tussen 18.00 en 24.00 uur
Zaterdag tot en met zondag tussen 00.00 en 24.00 uur
Bloktijden: Het tijdvak waarbinnen na de weekindeling, de aan te
zeggen dienst moet voldoen.
Dagdienst: Een dienst waarvan het begin ligt op of na 06.00 uur
en het einde voor of op 20.00 uur.
Dienst: Een tijdvak van een aantal aaneengesloten uren waarin de
werknemer werkzaamheden verricht op één of meerdere lokaties.
Dit tijdvak kan onderbroken worden door ten hoogste één onbetaalde
pauze van maximaal één uur, waarin de werknemer vrij over
zijn tijd kan beschikken.
Feestdagen: Nieuwjaarsdag, de beide Paasdagen, Koninginnedag, 5
mei als viering van de nationale bevrijding in de lustrumjaren (om de 5 jaar), Hemelvaartsdag, de beide Pinksterdagen, de beide
Kerstdagen, de Oudejaarsdag na 16.00 uur en de door de overheid aangewezen
nationale feestdagen.
Full-time contract: dienstverband voor de normale arbeidstijd van
gemiddeld 40 uur per week bepaald per loon- of roosterperiode.
Gebroken dienst: Een speciale vorm van dienst op één
of meerdere locaties bestaande uit dienstdelen waar een onbetaalde onderbreking
langer dan één uur tussen zit; deze twee dienstdelen mogen
samen de 10 arbeidsuren niet te boven gaan en het begin van het eerste
dienstdeel en het einde van het laatste dienstdeel mogen maximaal 12 uur
uiteen liggen.
Invulrooster: Het voor de werknemer voor een loonperiode vastgesteld
dienstrooster waarin alle voor hem geldende roostervrije dagen (en ADV-dag)
vooraf zijn opgenomen en waarbij uiterlijk op de donderdag voorafgaande
aan de week waarin de diensten moeten worden verricht, de bloktijden voor
die week zijn vastgelegd.
Leegloopuren: Het verschil in contractueel overeengekomen uren en
de gewerkte-, vakantie-, buitengewoon verlof- alsmede ziekte- en ADV-uren.
Loonperiode: Het tijdvak waarover aan de werknemer het loon wordt
uitbetaald is vier weken.
Loontoeslag werknemer met een afroepcontract: De toeslag waar de
werknemer met een afroepcontract plaatsvervangend recht op heeft, voor
het niet opbouwen van vakantie-uren en het niet toekennen van ADV.
Meeruren: De arbeidstijd in een part-time contract waarmee in een
loonperiode de overeengekomen (gemiddelde) arbeidstijd per week wordt overschreden,
doch niet meer bedraagt dan gemiddeld 40 uur per week.
Medewerker algemeen reserve: De medewerker die is aangesteld als
algemeen reserve, werkzaam is in een zg. algemeen reserverooster, die in
het bezit is van het basisdiploma beveiliging (of een hiermee gelijk gesteld
diploma), minimaal 36 maanden ervaring heeft als beveiligingsbeambte en
in het bezit is van geldig EHBO-diploma. Tevens dient hij bij werkgever
in dienst te zijn op grond van een full-time contract, dan wel, indien
en voorzover vooraf aantoonbaar door werkgever een full-time contract is
aangeboden, bij werkgever in dienst te zijn op grond van een part-time
contract voor minimaal 20 uur per week.
Nachtdienst: Een dienst waarvan de uren tussen 24.00 uur en 06.00
uur geheel of gedeeltelijk zijn begrepen.
Overwerk: in drie los van elkaar staande situaties is sprake van
overwerk, te weten:
De arbeidsuren waarmee in een loonperiode een arbeidstijd van gemiddeld
40 arbeidsuren per week wordt overschreden;
De arbeidsuren waarmee in een week een arbeidstijd van 48 uur wordt overschreden.
De arbeidsuren waarmee in een dienst of een gebroken dienst een arbeidstijd
van 10 uur wordt overschreden.
ADV-dagen/uren niet mee als arbeidsuren in het kader van de definitie van overwerk.
Part-time contract: Dienstverband voor een overeengekomen gemiddeld
aantal uren per week, bepaald per loon- of roosterperiode.
Pauze: Een onderbreking van minimaal een half uur en maximaal één
uur gedurende welke de werknemer vrij over die tijd kan beschikken (zie
ook definitie dienst).
Roosterperiode: Een tijdvak van maximaal drie loonperioden waarbinnen
een werknemer een vast rooster loopt, dat zich na afloop van dat tijdvak
steeds in hetzelfde (roulerende) patroon herhaalt.
Roostervrij weekend: Een aaneengesloten periode van twee roostervrije
dagen welke uiterlijk aanvangt na de avonddienst op vrijdag, waarna de
werknemer uiterlijk op zijn vroegst om 5.30 uur weer mag beginnen.
Roostervrije dag: Een dag zonder begintijd van een dienst na 00.00
uur en voor 24.00 uur. De roostervrije dag is bij een voorwaarts roterend
rooster
als de laatste dienst een nachtdienst is: een periode van 32 uur zonder
arbeidsuren
als de laatste dienst een andere dienst is dan nachtdienst: 24 uur zonder
arbeidsuren.
De roostervrije dag is bij een achterwaarts roterend rooster altijd een
periode van 32 uur zonder arbeidsuren.
Transporturen:De meer dan contractueel overeengekomen gewerkte uren
per loonperiode, die gereserveerd kunnen worden voor compensatie in tijd.
Vakantiedag:Een aaneengesloten periode van tenminste 24 uur waarbinnen
de werknemer niet hoeft te werken; deze periode van 24 uur valt voor minimaal
2/3 deel op een dag; voorzover de werknemer niet in een vast dienstrooster
is opgenomen moet de werkdag voorafgaand aan de vakantiedag uiterlijk eindigen
met een avonddienst, terwijl de werkdag na een vakantiedag op zijn vroegst
om 5.30 uur mag beginnen; de duur van elke eerste vakantiedag bedraagt
32 uur.
Vakantiejaar: Loonperiode 5 van enig jaar tot en met loonperiode
4 van het daarop volgende jaar.
Vakantieloon: het loon voortvloeiende uit het basissalaris, vermeerderd
met de in de voorgaande 3 loonperioden of het voorgaande jaar (de werkgever
dient voor één van deze systematieken in zijn onderneming
te kiezen) verdiende gemiddelde toeslag bijzondere uren, feestdagentoeslag
en het structurele overwerk (inclusief overwerktoeslag) in vaste dienstroosters.
Vakantietoeslag: De toeslag over het in het vakantiejaar verdiende
basissalaris, toeslag bijzondere uren, feestdagentoeslag, het structurele
overwerk (inclusief overwerktoeslag) in vaste dienstroosters, EHBO-toeslag
en overige vaste toeslagen.
Vakorganisaties: De werknemersvakverenigingen, genoemd in de aanhef
van deze overeenkomst.
Vakvolwassen leeftijd: De leeftijd van 21 jaar en ouder.
Vast rooster: Het voor de werknemer voor een roosterperiode vastgestelde
dienstrooster waarin alle voor hem geldende werk- en rusttijden zijn opgenomen
en dat zich na afloop van de roosterperiode opnieuw in dezelfde vorm herhaalt;
maximaal 20% van de in het vaste rooster opgenomen diensten kan bestaan
uit zogenaamde invaldiensten, planningsdiensten of reserve diensten, waarvan
de werktijden gedurende de looptijd volgens de methode van het invulrooster
door de werkgever worden ingevuld.
Week: Van zondag 00.00 uur tot zaterdag 24.00 uur.
Werkgever: de natuurlijke- of rechtspersoon die, al of niet in hoofdzaak,
een bedrijf uitoefent als particuliere beveiligingsorganisatie.
Werknemer: Degene (m/v) die een arbeidsovereenkomst in de zin van
artikel 610 van het B.W. heeft gesloten met, dan wel in
aangenomen werk persoonlijk arbeid verricht voor de werkgever, conform
artikel III.2 van deze overeenkomst.
Werkoverleg: Hieronder wordt verstaan werkoverleg in de zin van
de Arbo-wet, dan wel overleg op initiatief van de werkgever.
W.P.B.: Wet Particuliere Beveiligingsorganisaties en Recherchebureaus van 24 oktober 1997 (Stb. 1997 500)
Artikel I.2 Werkingssfeer
Deze overeenkomst is van toepassing op de werknemers in dienst van een
werkgever die diensten verricht ten behoeve van derden als particuliere
beveiligingsorganisatie.
Particuliere beveiligingsorganisaties in de zin van de overeenkomst zijn:
particuliere beveiligingsbedrijven, die zijn toegelaten op grond van artikel
3a van de W.P.B.;
particuliere alarmcentrales die zijn toegelaten op grond van artikel 3b
van de W.P.B.;
particuliere geld- en waardetransportbedrijven die zijn toegelaten op grond
van artikel 3c van de W.P.B.;.
CAO-partijen kunnen gezamenlijk dispensatie verlenen voor (onderdelen)
van de CAO.
Verzoeken om dispensatie worden uitsluitend in behandeling genomen
als deze schriftelijk worden gedaan en gericht zijn aan het secretariaat
van de VPB te Houten.
Artikel I.3 Bijzondere bepalingen werkingssfeer
Deze overeenkomst is slechts gedeeltelijk van toepassing op arbeidsovereenkomsten
met werknemers die in het geheel geen beveiligingswerkzaamheden verrichten
of die een functie vervullen boven het niveau van de in deze arbeidsovereenkomst
opgenomen salarisschalen.
Ten aanzien van deze werknemers zijn niet van toepassing artikel II.1
lid 2, artikel III.1 lid 1, hoofdstuk IV met uitzondering van artikelen
4 en 10, hoofdstuk V en bijlage 4.
Artikel I.4 Gunstiger en andere bepalingen
In de onderneming geldende lonen en arbeidsvoorwaarden, welke in voor de
werknemer gunstige zin afwijken van de bepalingen van deze overeenkomst
blijven onverkort gehandhaafd. Slechts in overleg met de vakorganisaties
kan hiervan worden afgeweken. Tevens kan hiervan worden afgeweken in overleg
met de ondernemingsraad(OR), wanneer de OR jegens vakorganisaties en werkgever
kenbaar maakt in plaats van de vakorganisaties overlegpartner te zijn.
In overleg met de vakorganisaties kan, indien bijzondere omstandigheden
in bepaalde ondernemingen of groepen van ondernemingen daartoe aanleiding
geven, op basis van en voortbouwend op deze overeenkomst een aparte overeenkomst
worden afgesloten, welke minimaal aan de inhoud van deze overeenkomst moet
voldoen.
Het is de werkgever toegestaan om voor de werknemer in gunstige zin van
de arbeidsvoorwaarden in deze overeenkomst af te wijken.
Artikel I.5 Algemene verplichtingen van de werkgever
De werkgever zal gedurende de tijd, dat deze overeenkomst van kracht is,
tegenover de werknemers de arbeidsvoorwaarden in deze overeenkomst in acht
nemen.
De arbeidsovereenkomst aangegaan tussen werkgever en werknemer, alsmede
een door de werkgever vastgesteld arbeidsreglement of arbeidsinstructie,
mag, op straffe van nietigheid, geen bepalingen bevatten in strijd met
deze overeenkomst.
Iedere werknemer ontvangt bij indiensttreding een exemplaar van deze overeenkomst
van de werkgever.
Aan werknemers, die bij inwerkingtreding van deze overeenkomst reeds in
dienst zijn, wordt binnen een maand na de datum van in werking treden een
exemplaar van deze overeenkomst door de werkgever uitgereikt.
De werkgever zal met iedere werknemer een schriftelijke arbeidsovereenkomst
aangaan waarin alle elementen uit de model arbeidsovereenkomst van bijlage
1 zijn opgenomen.
Artikel I.6 Algemene verplichtingen van de werknemer
De werknemer is gehouden de belangen van het bedrijf als een goed werknemer
te behartigen, ook indien geen uitdrukkelijke opdracht daartoe is gegeven.
De werknemer is gehouden alle door of namens de werkgever opgedragen werkzaamheden,
voorzover deze redelijkerwijs kunnen worden verlangd, zo goed mogelijk
uit te voeren en daarbij de voor de objecten of diensten geldende instructies,
aanwijzingen en voorschriften in acht te nemen.
De werknemer draagt zorg voor geheimhouding van al hetgeen omtrent het
bedrijf van de werkgever of het bedrijf van de opdrachtgever te zijner
kennis komt met uitzonderingen van mededelingen aan de partijen bij deze
overeenkomst, welke direct of indirect verband houden met de uitvoering
van de bepalingen van deze overeenkomst. Indien verlangd dient de werknemer
daartoe een geheimhoudingsverklaring te tekenen.
De werknemer die een functie vervult als vermeld in bijlage 4 dient zijn
werkzaamheden in uniform te verrichten, tenzij een afwijkende regeling
door de werkgever wordt ingesteld. Het uniform dient op de voorgeschreven
wijze gedragen en onderhouden te worden.
Het is de werknemer nadrukkelijk verboden alcoholhoudende dranken of bewustzijn
beïnvloedende middelen waaronder drugs direct voor of tijdens de dienst
te gebruiken of bij zich te hebben. Evenmin zal hij zijn diensten met een
naar alcohol ruikende adem aanvangen.
Artikel I.7 Algemene verplichtingen van de vakorganisaties
De vakorganisatie verplicht zich tot nakoming van deze overeenkomst door
haar leden te zullen bevorderen en generlei actie te zullen voeren of te
zullen steunen, die beoogt wijziging te brengen in deze overeenkomst gedurende
de geldende looptijd. Overleg tussen partijen betrokken bij de totstandkoming
van deze overeenkomst blijft te allen tijde mogelijk.
De vakorganisatie verplicht zich ingeval zij voornemens is actie(s) te
gaan voeren, die het karakter dragen van een arbeidsonderbreking of staking,
ook wanneer zij geen betrekking heeft (hebben) op een conflict tussen partijen
bij deze overeenkomst, van te voren overleg te plegen met de werkgever.
Hoofdstuk II. Begin en einde dienstverband
Artikel II.1 Indiensttreding en contractvormen
Bij het in dienst treden van de werknemer sluit de werkgever met hem een
schriftelijke arbeidsovereenkomst af. Een model van een schriftelijke arbeidsovereenkomst
is opgenomen in bijlage 1 van deze overeenkomst. Alle elementen uit deze
model arbeidsovereenkomst worden in de schriftelijke arbeidsovereenkomst
opgenomen. Bepalingen in de individuele arbeidsovereenkomst in strijd met
bepalingen van deze collectieve overeenkomst worden rechtens nietig geacht.
Bijzondere afspraken worden in de individuele arbeidsovereenkomst opgenomen.
Het is de werkgever verboden om een concurrentiebeding op te nemen in de
individuele arbeidsovereenkomst van de werknemer.
Bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst, als bedoeld in artikel II.1.4,
geldt wederzijds een proeftijd van twee maanden. In afwijking hiervan geld
een proeftijd van een maand bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd
korter dan twee jaar, uitgezonderd degenen die in de opleidingsperiode
zitten.
Een arbeidsovereenkomst wordt aangegaan:
hetzij voor onbepaalde tijd;
hetzij voor een bepaalde tijdsduur;
hetzij voor het verrichten van een bepaald geheel van werkzaamheden.
Vanaf de dag dat tussen dezelfde partijen:
voor een bepaalde tijd aangegane arbeidsovereenkomsten elkaar hebben
opgevolgd in een periode langer dan 36 maanden, met tussenpozen van niet
meer dan drie maanden, of
meer dan 3 voor bepaalde tijd aangegane arbeidsovereenkomsten
elkaar hebben opgevolgd met tussenpozen van niet meer dan 3 maanden,
geldt de laatste arbeidsovereenkomst als aangegaan voor onbepaalde
tijd.
Het bepaalde onder a is niet van toepassing op een arbeidsovereenkomst
die is aangegaan voor een periode niet langer dan 3 maanden die onmiddellijk
volgt op een tussen werkgever en werknemer aangegane arbeidsovereenkomst
voor een periode van 36 maanden of langer.
Als tussen werkgever en afroepkracht een voorovereenkomst is gesloten is
het bepaalde in artikel 668a B.W. niet van toepassing gedurende de eerste
48 maanden waarin werkzaamheden worden verricht.
Indien werknemer met een afroepcontract in een aaneengesloten periode van
vier loonperioden een gemiddelde arbeidstijd heeft gekend van gemiddeld
minimaal 5 uur per week, zal deze op schriftelijk verzoek van de werknemer
vanaf de volgende periode worden omgezet in een part-time contract. Bij
telling worden de loonperioden 7, 8, 9 en 13 uitgesloten; wel vindt doortelling
plaats, d.w.z. na loonperiode 6 volgt periode 10 en na periode 12 volgt
periode 1. Indien het gemiddelde niet op hele uren uitkomt, wordt tot een
half uur naar beneden afgerond, een half uur en meer naar boven.
Indien een full-time of part-time contact is aangegaan, is de werknemer
verplicht om:
tijdens het dienstverband gedurende de voor zijn functie overeengekomen
arbeidstijd voor de werkgever te werken;
alle opdrachten van de werkgever, welke binnen het raam van zijn functie
redelijkerwijs aan hem worden gegeven op de tijden en plaatsen welke de
werkgever heeft verlangt, uit te voeren.
Bij aanvang van de arbeidsovereenkomst heeft de werknemer met een part-time
contract, de keuze om een part-time contract als vast model of als groeimodel
aan te gaan conform artikel III.1.5. Mits dit 1 maand van tevoren wordt
aangekondigd, kan de keuze van het type part-time contract tijdens de looptijd
van de arbeidsovereenkomst worden gewijzigd, met dien verstande dat een
wijziging van een groeimodel naar een vast model alleen per 1 januari en
1 juli kan ingaan. De keuze wordt door de werkgever gehonoreerd, tenzij
zwaarwegende redenen van organisatorisch- of bedrijfsbelang zich daartegen
verzetten.
Voor werknemers met een afroepcontract kunnen de in bijlage 1 van deze
CAO afgebeelde volgende contractvormen worden gehanteerd:
de arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht;
de voorovereenkomst;
de flexibele jaarovereenkomst
Voor de werknemer met een afroepcontract wordt artikel 628 B.W. uitgesloten
ten aanzien van de niet gewerkte uren.
Indien een werknemer met een part-time contract in een aaneengesloten periode
van vier loonperioden een vaste structurele arbeidstijd heeft gekend van
meer dan het contractueel aantal overeengekomen uren, zal de arbeidsovereenkomst
vanaf de volgende periode in de vaste structurele arbeidstijd worden omgezet.
Bij de telling worden de loonperioden 7, 8, 9 en 13 uitgesloten; wel vindt
doortelling plaats, d.w.z. na loonperiode 6 volgt periode 10 en na periode
12 volgt periode 1. Indien de vaste structurele arbeidstijd niet op hele
uren uitkomt, wordt tot een half uur naar beneden afgerond, een half uur
en meer naar boven.
Het is de werknemer, met wie een arbeidsovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde
tijd is aangegaan, verboden, anders dan met schriftelijke toestemming van
zijn werkgever, tegen beloning voor derden of voor eigen rekening arbeid
te verrichten. Toestemming zal slechts worden onthouden wanneer bedoelde
nevenactiviteiten verband houden met beveiligings- en/of bewakingswerkzaamheden
of naar het oordeel van de werkgever op andere wijze schadelijk kunnen
zijn voor het bedrijf van werkgever. Dit verbod geldt niet voor werknemers
met een part-time of afroepcontract.
Het dienstverband kan slechts worden aangegaan en bestendigd indien van
overheidswege de vereiste toestemming voor het uitoefenen van de functie
van beveiligingsbeambte wordt verstrekt en niet wordt ingetrokken.
Artikel II.2 Beëindiging en opzegtermijnen
Bij een arbeidsovereenkomst geldt voor de werknemer en werkgever een opzegtermijn
van 2 loonperioden, tenzij bij schriftelijke overeenkomst voor beiden een
langere opzegtermijn wordt overeengekomen De opzegtermijn voor beide partijen
zal echter nooit minder zijn dan een maand. Opzegging kan geschieden tegen
elke dag.
Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijdsduur eindigt van rechtswege,
zonder dat opzegging vereist is, op de laatste dag van het tijvak genoemd
in de individuele arbeidsovereenkomst, dan wel op het tijdstip bepaald
op grond van artikel 668 lid 1 B.W. Tussentijdse beëindiging is mogelijk
bij contracten voor bepaalde tijd met als opzegtermijn 1 maand bij korter
dan twee jaar. In overige gevallen 2 maanden.
Voor een werknemer die voor het verrichten van een bepaald geheel van werkzaamheden
in dienst is is het einde van de arbeidsovereenkomst gekoppeld aan het
einde van de werkzaamheden waarvoor de werknemer is aangenomen. De werkgever
zal bij het bekend worden van het einde van de werkzaamheden de werknemer
hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling doen.
Indien de werkgever dan wel de werknemer tijdens de proeftijd het dienstverband
wenst te verbreken, dient deze wens tenminste 12 uren voordat de diensttijd
begint aan de wederpartij kenbaar gemaak. Bij overtreding van deze bepaling
is de overtreder schuldig een bedrag van 8 uren loon.
Het arbeidsovereenkomst tussen de werkgever en de werknemer eindigt
in ieder geval van rechtswege op de eerste dag van de maand waarin de 65-jarige
leeftijd is bereikt dan wel deelnemer wordt in het vut-fonds van de particuliere
beveiligingsorganisaties. De arbeidsovereenkomst ook van rechtswege op
het moment dat de werknemer op grond van het in de onderneming geldende
pensioenreglement pensioengerechtigd wordt, zonder dat hiertoe enige opzegging
vereist is.
Indien in afwijking van het onder artikel II.2.5.a bepaalde de arbeidsovereenkomst
wordt voortgezet dan wel een werknemer van 65 jaar en ouder in dienst wordt
genomen, zal een termijn van opzegging gelden van 1 loonperiode, waarbij
de opzegging kan geschieden tegen elke dag.
Het in artikel 670 lid 1 B.W. (opzegging tijdens arbeidsongeschiktheid)
is op een werknemer van 65 jaar en ouder niet van toepassing.
Het bepaalde in artikel 670 lid 3 B.W. (opzeggingsverbod wegens militaire
dienstplicht) is op de werknemer niet van toepassing.
Artikel II.3 Schorsing
De werkgever kan de werknemer schorsen:
in het geval, dat een vermoeden bestaat van een ernstig vergrijp;
bij overtreding van de door de werkgever vastgestelde voorschriften en
reglementen, met name die met betrekking tot de veiligheid en geheimhouding.
De schorsing zal de betreffende werknemer onverwijld schriftelijk worden
medegedeeld met vermelding van de reden(en) en kan ten hoogste zeven dagen
bedragen.
Blijkt het vermoeden, dat tot schorsing heeft geleid, juist, dan kan ontslag
op staande voet volgen. Blijkt het vermoeden onjuist dan volgt schriftelijke
rehabilitatie.
De schorsing ontslaat de werkgever niet van de verplichting het loon van
de werknemer door te betalen tijdens de periode van schorsing.
Artikel II.4 Ontslag om dringende redenen
Met het bepaalde in artikel 678 van het B.W. wordt,
gelet op de inhoud van de beveiligingsfunctie en de daaraan verbonden specifieke
taken, onder meer als dringende reden in de zin van deze wet beschouwd
al die gevallen waarin de werknemer:
zich schuldig maakt aan, dan wel direct betrokken is bij, diefstal, verduistering
en/of bedrog en/of andere strafbare feiten anders dan verkeersovertredingen,
waardoor hij het vertrouwen van de werkgever en/of haar opdrachtgever(s)
onwaardig wordt;
zich, ondanks waarschuwing, overgeeft aan dronkenschap of ander liederlijk
gedrag, waardoor hij de belangen van de werkgever en/of haar opdrachtgever(s)
schaadt of kan schaden;
opzettelijk of ondanks waarschuwing roekeloos eigendommen van de werkgever
en/of opdrachtgever(s) beschadigt dan wel zichzelf, anderen en/of voornoemde
eigendommen aan ernstig gevaar blootstelt;
het alleen door hem te beveiligen object onbeheerd achterlaat, dan wel
het mede door hem te beveiligen object vroegtijdig verlaat, zonder dat
hiertoe een dringende noodzaak aanwezig is en/of de desbetreffende instructie
voldoende mate zijn opgevolgd;
door opzet of grove onachtzaamheid bijzonderheden en aangelegenheden, waarvan
met redelijke zekerheid kan worden aangenomen dat zij voor de werkgever
en/of opdrachtgever(s) een geheim karakter hebben, bekend gemaakt.
Alvorens over te gaan tot het om dringende redenen beëindigen van
de arbeidsovereenkomst kan de werkgever, afhankelijk van de noodzaak tot
het instellen van een onderzoek, besluiten de werknemer te schorsen als
omschreven in artikel II.3. Een onmiddellijke beëindiging van een
arbeidsovereenkomst zal de betreffende werknemer onverwijld schriftelijk,
met vermelding van de reden(en), worden medegedeeld.
Hoofdstuk III. Algemene regels arbeidsduur en arbeidstijd
Artikel III.1 Algemeen
Arbeidsduurverkorting
Het aantal ADV-dagen per jaar is vastgesteld op 13 dagen. In de perioden
7,8,9, en 13 behoeven geen ADV-dagen in het dienstrooster te worden opgenomen.
Aan werknemers met een part-time contract zal de arbeidsduurverkorting
naar evenredigheid worden toegewezen.
Aan werknemers met een afroepcontract zal vanwege het karakter van
zijn overeenkomst geen arbeidsduurverkorting worden toegewezen, deze ontvangen
plaatsvervangend hiervoor een toeslag van 5% over het basisuurloon; als
element opgenomen in de loontoeslag werknemer met een afroepcontract.
Voor maximaal vijf ADV-dagen geldt dat deze worden vastgesteld en medegedeeld
aan de werknemer bij de donderdagse weekindeling, voorafgaand aan de week
waarin de ADV-dag wordt vastgesteld.
Voor de overige ADV-dagen geldt dat deze tenminste 28 dagen tevoren
worden vastgesteld en medegedeeld aan de medewerker.
Onverminderd het bepaalde in de volgende alinea kan de werkgever per
loonperiode meerdere ADV-dagen inroosteren, tot een maximum van 3 ADV-dagen
per loonperiode.
De werkgever kan slechts met instemming van de werknemer een ADV-dag
intrekken. Deze ingetrokken ADV-dag zal in overleg met de werknemer uiterlijk
in de volgende loonperiode in tijd worden gecompenseerd, door het toekennen
van een vervangende ADV-dag; naast een eventueel eerder toegekende ADV-dag.
Een vastgestelde ADV-dag vervalt (wordt niet gecompenseerd) als deze wegens
arbeidsongeschiktheid of bijzonder verlof niet kan worden genoten.
Uitruil van ADV-dagen is mogelijk alsmede het het toepassen van een keuzesysteem
met betrekking tot een alternatieve benutting van ADV-dagen. Beide zaken dienen op
ondernemingsnivo nader te worden ingevuld in overleg tussen werkgever en
ondernemingsraad, danwel vakorganisaties.
Arbeidsduur
De arbeidsduur bedraagt, met inachtname van lid 1, bij een volledig dienstverband
gemiddeld 40 uur per week.
Tot de arbeidsduur behoren alle arbeidsuren.
Uitbetaling minimum-uren per oproep
Indien bij oproep door de werkgever bij opkomst van de werknemer geen
gebruik wordt gemaakt van zijn diensten, is de werkgever verplicht om aan
de werknemer drie basisuurlonen met de daarop van toepassing zijnde reiskosten
en reistijdenvergoeding te verstrekken.
Uitbetaling bij diensten korter dan 3 uur
Indien een dienst wordt verricht die korter duurt dan 3 uur, niet zijnde
een gebroken dienst, dan worden aan de werknemer toch drie gewerkte uren
berekend en betaald. Voor een gebroken dienst geld, dat één
van de twee dienstdelen minimaal 3 uur lang moet zijn indien dit niet het
geval is geldt dat voor één van de twee dienstdelen toch
3 gewerkte uren berekend en betaald worden.
Vormen van part-time contract
Het part-time contract wordt aangegaan volgens een 'vast model', waarbij
het aantal overeengekomen uren niet mag worden overschreden, of volgens
een 'groeimodel', waarbij het aantal uren tot een maximum van 176 per loonperiode
wel mag worden overschreden.
De werknemer heeft per loonperiode recht op toekenning van acht roostervrije
dagen. De toekenning van acht roostervrije dagen geldt ook voor de werknemer
met een part-time contract.
Artikel III.2 Arbeidstijd
Full-time contract.
Bij een full-time contract is de normale arbeidstijd van de werknemer gemiddeld
40 uur per week.
Voor een werknemer met een full-time contract wordt de arbeidstijd via
een vast rooster, via een invulrooster, of via een algemeen reserverooster
voorafgaand aan de werkzaamheden vastgelegd.
Part-time contract.
Voor een werknemer met een part-time contract wordt de arbeidstijd
via een vast rooster, via een invulrooster, of via een algemeen reserverooster
voorafgaand aan de werkzaamheden vastgelegd.
Afroepcontract.
Bij een werknemer met een afroepcontract wordt de arbeidstijd in onderling
overleg tussen werkgever en werknemer per dienst vastgesteld.Artikel III.3 Overwerk
Voor zover de bepalingen in deze regeling, deze overeenkomst en de wettelijk
bepalingen dit toestaan, is de werknemer verplicht langer dan 40 uur te
werken, indien zulks in het belang van de onderneming noodzakelijk is.
De verplichting tot overwerk geldt tot een maximale arbeidstijd van 176
uur per loonperiode. De werkgever zal overwerk overigens zoveel mogelijk
voorkomen.
Artikel III.4 Algemene normen arbeids- en rusttijden
Met inachtname van het bepaalde in deze overeenkomst en de Arbeidstijdenwet
gelden de volgende regelingen terzake arbeids- en rusttijden.
Wekelijkse onafgebroken rusttijd:
de werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer een onafgebroken
rusttijd heeft van hetzij tenminste 36 uren in elke aaneengesloten tijdruimte
van 7 maal 24 uur, hetzij tenminste 60 uren in elke aaneengesloten tijdruimte
van 9 maal 24 uren, welke rusttijd eenmaal in elke periode van 5 achtereenvolgende
weken mag worden bekort tot 32 uren;
de onder lid a. bedoelde tijdruimte vangt aan op het eerste tijdstip van
de dag, waarop de werknemer arbeid verricht.
Dagelijkse onafgebroken rusttijd:
De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer een onafgebroken
rusttijd heeft tenminste 11 uren in een aaneengesloten tijdruimte van 24
uren, welke eenmaal in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren
worden ingekort tot 8 uren. De in de vorige volzin bedoelde tijdruimte
vangt aan op het eerste tijdstip van de dag, waarop de werknemer arbeid
verricht.
Zondagsarbeid:
De werknemer heeft minimaal 16 vrije zondagen per 52 weken. Bij de
inroostering daarvan gelden de navolgende uitgangspunten:
Er wordt minimaal 1 zondag per roosterperiode ingeroosterd, mede in het
kader van het roostervrije weekend van art. III.5, lid 3.
Desgewenst kan de werknemer verzoeken om 3 roostervrije zondagen vast te
stellen in de aaneengesloten vakantie(art. VI.1, lid 2).
Maximum arbeidstijden (structureel):
De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer ten hoogste
10 per dienst, in elke periode van 4 achtereenvolgende weken gemiddeld
50 uren en in elke periode van 13 achtereenvolgende weken gemiddeld 45
uren per week arbeid verricht.
Arbeid in nachtdienst:
Met de inachtname van artikel 5 van dit artikel geldt ten aanzien van
de werknemer, die arbeid verricht in nachtdienst, dat hij:
ten hoogste 9 uren per nachtdienst en in elke periode van 13 achtereenvolgende
weken gemiddeld 40 uren per week arbeid verricht.
in elke periode van 13 achtereenvolgende weken:
niet meer dan ten hoogste 32 maal arbeid in nachtdienst verricht. Daarenboven
kan door CAO-partijen dispensatie worden verleend tot maximaal 35 nachtdiensten
per 13 weken; hetzij
indien de arbeid eindigt voor of op 02.00 uur: niet meer dan ten hoogste
52 maal arbeid in nachtdienst verricht; hetzij
in een aaneengesloten periode van 2 weken maximaal 20 uren arbeid verricht
tussen 00.00 uur en 06.00 uur.
voor de werknemer die werkzaamheden verricht die uitsluitend of in hoofdzaak
uit mobiele surveillance bestaan, organiseert de werkgever de arbeid zodanig,
dat de werknemer die arbeid verricht in nachtdienst in elke periode van
13 achtereenvolgende weken:
niet meer dan ten hoogste 35 maal arbeid in nachtdienst verricht. Daarenboven
kan door CAO-partijen dispensatie worden verleend tot maximaal 42 nachtdiensten
per 13 weken; hetzij
in een aaneengesloten periode van 2 weken maximaal 38 uren arbeid verricht
tussen 00.00 uur en 06.00 uur.
na het verrichten van arbeid in nachtdienst, welke arbeid eindigt na 02.00
uur, een onafgebroken rusttijd van 14 uren, welke rusttijd eenmaal in elke
aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren worden ingekort tot 8 uren.
na een reeks van tenminste 3 en ten hoogste 7 maal achtereen arbeid te
hebben verricht in nachtdienst, een onafgebroken rusttijd heeft van 48
uren.
Procedure bij dispensatieverlening ad b) en c): Op ondernemingsniveau neemt
de werkgever het initiatief naar de vakbonden. Inhoudelijk overleg vindt
plaats binnen 2 tot 4 weken na dat initiatief; na inhoudelijk overleg en
akkoord wordt een dispensatie-verzoek ingediend bij CAO-partijen. Na marginale
toetsing verlenen CAO-partijen binnen 2 weken dispensatie.
Maximum arbeidstijden bij overwerk (incidenteel):
Van de leden 5 en 6 van dit artikel kan, uitsluitend ten aanzien van
de arbeidstijd, worden afgeweken, indien zich een onvoorziene wijziging
van omstandigheden, incidenteel en niet-periodiek, voordoet, of de aard
van de arbeid, incidenteel en voor korte tijd, dergelijke afwijkingen noodzakelijk
maakt. In dat geval verricht de werknemer arbeid ten hoogste 12 uur per
dienst, 60 uren per week en in elke periode van 13 achtereenvolgende weken
gemiddeld 48 uren per week. Indien de arbeid geheel of gedeeltelijk wordt
verricht in nachtdienst, geldt, onverminderd hetgeen in de vorige volzin
is bepaald, dat de werknemer ten hoogste 10 uren per nachtdienst en in
elke periode van 13 achtereenvolgende weken gemiddeld 40 uren per week
arbeid verricht.
Pauze:
De arbeid van een werknemer wordt, indien hij meer dan 5,5 uren arbeid
per dienst verricht, afgewisseld door een pauze;
Met inachtname van het vorige lid en de wettelijke bepalingen wordt de
arbeid van een werknemer:
indien hij niet meer dan 8 uren arbeid per dienst verricht, afgewisseld
door pauzes van tezamen tenminste een half uur.
indien hij meer dan 8 uren, doch niet meer dan 10 uren arbeid, afgewisseld
door pauzes van tezamen tenminste 45 minuten;
indien hij meer dan 10 uren arbeid per dienst verricht, afgewisseld door
pauzes van tezamen tenminste 1 uur.
Een van de pauzes bedoeld in onderdeel b., bedraagt ten minste een half
uur aaneengesloten.
De hierboven bedoelde pauzes, vangen aan en eindigen in de periode, gelegen
tussen 2 uren na aanvang en 2 uren voor einde van de arbeid.
Voor de werknemers werkzaam als objectbeveiliger/receptionist organiseert
de werkgever de in lid a. bedoelde pauze per dienst in twee delen van 15
minuten. Indien deze toepassing door de bestaande organisatie in het bedrijf
tot kennelijk onredelijk gevolgen leidt dan wel er in het bedrijf bijzondere
omstandigheden gelden, kan het bedrijf zulks aan de sociale commissie voorleggen
en hen per object om dispensatie verzoeken;
Uitsluitend de werknemer die beveiligingswerkzaamheden verricht zonder
enig direct contact met een andere werknemer die vergelijkbare werkzaamheden
verricht, kent geen pauze. de werkgever organiseert dan wel de arbeid zodanig,
dat de werknemer in elke periode van 13 achtereenvolgende weken gemiddeld
ten hoogste 40 uren per week arbeid verricht.
Consignatie:
Onder consignatie wordt in dit artikel verstaan: een tijdruimte tussen
twee elkaar opeenvolgende diensten of tijdens een pauze, waarin de werknemer
uitsluitend verplicht is bereikbaar te zijn om in geval van onvoorziene
omstandigheden op oproep zo spoedig mogelijk de bedongen arbeid te verrichten.
De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer:
ten minste gedurende 2 maal een aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24
uren in elke periode van 4 achtereenvolgende weken geen consignatie krijgt
opgelegd;
tijdens de in deze overeenkomst voorgeschreven onafgebroken rusttijd direct
voorafgaand aan een nachtdienst en direct volgend op een nachtdienst geen
consignatie wordt opgelegd.
ten hoogste 13 uren in elke periode van 24 achtereenvolgende uren en 60
uren per week arbeid verricht;
ten hoogste gemiddeld 45 uren per week in elke periode van 13 achtereenvolgende
weken arbeid verricht.
Indien de consignatie geheel of gedeeltelijk de periode van 00.00 tot 06.00
uur bestrijkt, organiseert de werkgever in afwijking van onderdeel 2. sub
d., de arbeid zodanig, dat de werknemer ten hoogste 40 uren per week in
elke periode van 13 achtereenvolgende weken arbeid verricht.
Voor de toepassing van onderdeel 2 en 3. vangt de arbeidstijd aan op het
moment van de oproep als bedoeld in onderdeel 1. Indien binnen een half
uur na beëindiging van de arbeidstijd die voortvloeit uit een oproep
als bedoeld in onderdeel 1., opnieuw een dergelijke oproep wordt gedaan,
is de tussenliggende tijd arbeidstijd. Indien binnen een half uur één
of meer keren arbeid voortvloeiend uit een oproep als bedoeld in onderdeel
1. wordt verricht, wordt de arbeidstijd geacht tenminste een half uur te
bedragen.
De arbeid die voortvloeit uit een oproep als bedoeld in onderdeel 1. wordt
voor de toepassing van de leden 2, 3, 6 onderdeel d en e, 8 onderdeel a,
b en e buiten beschouwing gelaten.
Met inachtname van het bepaalde in deze overeenkomst en de wettelijke bepalingen:
kan de werknemer niet verplicht worden tot consignatie-diensten langer
dan een week. Per twee weken geldt een consignatie van maximaal een week.
Bij consignatie tussen 00.00 en 06.00 uur maximaal eenmaal per drie weken.
Een werknemer kan niet worden geconsigneerd gedurende:
de wettelijke rusttijden.
de vier vastgestelde respectievelijk gegarandeerde roostervrije dagen.
Artikel III.5 Aanvullende regels bij een vast rooster
Toepassing van een lid van dit artikel mag niet leiden tot overtreding
van een ander bepaling in deze overeenkomst of de wettelijk regels.
Een vast rooster kan slechts in overleg met de betrokken werknemers tot
stand komen of gewijzigd worden en wordt minimaal 7 dagen voor aanvang
van de eerste roosterperiode door de werkgever schriftelijk aan de werknemer
bevestigd.
Voor de werknemer met een vast rooster zijn de roostervrije dagen opgenomen
in het rooster, waarbij de werknemer recht heeft op toekenning van gemiddeld
acht roostervrije dagen per vier weken, waarbij minimaal sprake is van
twee perioden van twee aaneengesloten roostervrije dagen, waarvan één
periode als roostervrij weekend wordt aangewezen.
Voor de werknemer met een full-time contract geldt dat wanneer een vast
rooster meer arbeidsuren bevat dan de in artikel III.2. sub A. genoemde
arbeidstijd, met een maximum per roosterperiode van gemiddeld 42 uur per
week, de werknemer verplicht is dit rooster te aanvaarden.
Voor de werknemer met een vast rooster worden ADV-dagen in het dienstrooster
opgenomen.
De werkgever kan de werknemer éénmaal per loonperiode verplichten
werkzaamheden te verrichten op een eerder vastgestelde roostervrije dag.
De werkgever wordt aanbevolen een zogenaamd 'voorwaarts-rotatieschema'
aan te houden (dag-avond-nacht).
De werkgever zal verzoeken van de werknemer om zijn dienstrooster aan te
passen in verband met zijn opvoedingstaken in het gezin honoreren, indien
dit organisatorisch mogelijk is en dit past in de bedrijfsvoering.
Indien in het vaste rooster zgn. invaldiensten zijn opgenomen, verplicht
de werkgever zich met inachtname van de bepalingen in deze CAO en de wettelijke
bepalingen, uiterlijk op de donderdag voorafgaande aan de week waarin de
invaldienst is gepland, de bloktijd voor deze dienst schriftelijk vast
te leggen.
Indien de bloktijd door de werkgever niet of niet tijdig is vastgesteld,
wordt er van uitgegaan dat dagblokken zijn vastgesteld.
Na de donderdagse weekindeling mag de werkgever slechts met instemming
van de werknemer een dienst aanzeggen die geheel of gedeeltelijk buiten
de vastgestelde bloktijd valt.
Artikel III.6 Aanvullende regels bij een invulrooster
Toepassing van een lid van dit artikel mag niet leiden tot overtreding
van een ander bepaling in deze overeenkomst of de wettelijk regels.
Bij de vaststelling van de roostervrije dagen bij een invulrooster heeft
de werknemer, verdeeld over een periode van vier achtereenvolgende weken,
recht op toekenning van acht roostervrije dagen, waarvan minimaal twee
perioden twee aaneengesloten roostervrije dagen zijn, waarvan één
periode een roostervrij weekend is.
De werkgever stelt uiterlijk 28 dagen voorafgaande aan de loonperiode,
de binnen deze periode vallende 8 roostervrije dagen vast. De werknemer
die volgens een invulrooster, heeft het recht om zijn voorkeur voor deze
8 roostervrije dagen kenbaar te maken door middel van een schriftelijk
verzoek. Dit schriftelijke verzoek dient de werkgever uiterlijk 35 dagen
voorafgaan de aan de loonperiode bij de werkgever in te dienen. Indien
de werkgever niet 28 dagen voorafgaande aan de loonperiode schriftelijk
bezwaar tegen het verzoek indient en dienaangaande geen alternatieve roostervrije
dagen worden aangewezen, gelden de door de werknemer aangevraagde dagen
als roostervrije dagen.
Van de in lid 2 van dit artikel genoemde acht roostervrije dage is de werkgever
verplicht tenminste één roostervrij weekend en twee andere
roostervrije dagen vast te leggen. de werkgever kan de werknemer niet verplichten
op deze vier speciaal vastgelegde roostervrije dagen werkzaamheden te verrichten.
De werknemer kan aan de werkgever zijn voorkeur voor deze speciaal vast
te stellen roostervrije dagen opgeven.
Van de na toepassing van lid 4 van dit artikel overblijvende vier roostervrije
dagen, kan de werkgever gedurende de loonperiode maximaal twee roostervrije
dagen wijzigen door deze dagen te verschuiven of in te trekken. Het verschuiven
van een roostervrije dag dient te geschieden door het in overleg met de
werknemer vaststellen van een vervangende roostervrije dag elders in dezelfde
loonperiode. Tot het intrekken van een roostervrije dag, zonder het vaststellen
van een vervangende roostervrije dag, is de werkgever echter slechts éénmaal
per loonperiode gerechtigd.
Voor de werknemer met een invulrooster worden ADV-dagen uiterlijk 28 dagen
voorafgaande aan de loonperiode in het dienstrooster opgenomen.
De werkgever wordt aanbevolen een zogenaamd 'voorwaarts-rotatieschema'
aan te houden (dag-avond-nacht).
De werkgever zal verzoeken van de werknemer om zijn dienstrooster aan te
passen in verband met zijn opvoedingstaken in het gezin honoreren, indien
dit organisatorisch mogelijk is en dit past in de bedrijfsvoering.
De resterende dagen worden aangemerkt als werkdagen. De werkgever verplicht
zich met inachtname van de bepalingen in deze CAO en de wettelijke bepalingen,
uiterlijk voor donderdag voorafgaande aan de week waarin deze werkdagen
zijn gepland, de bloktijden voor deze diensten schriftelijk vast te leggen.
Indien de bloktijd door de werkgever niet of niet tijdig is vastgesteld,
wordt er van uitgegaan dat dagblokken zijn vastgesteld.
Na de donderdagse weekindeling mag de werkgever slechts met instemming
van de werknemer een dienst aanzeggen die geheel of gedeeltelijk buiten
de vastgestelde bloktijd valt.
Artikel III.7 Aanvullende regels bij een algemeen
reserverooster
Toepassing van een lid van dit artikel mag niet leiden tot overtreding
van een ander bepaling in deze overeenkomst of de wettelijk regels.
De werkgever stelt uiterlijk 28 dagen voorafgaande aan de loonperiode,
de binnen deze periode vier van de acht roostervrije dagen vast. De werknemer
die volgens een algemeen reserverooster arbeid verricht, heeft het recht
om zijn voorkeur voor deze 4 roostervrije dagen kenbaar te maken door middel
van een schriftelijk verzoek. Dit schriftelijke verzoek dient de werkgever
uiterlijk 35 dagen voorafgaan de aan de loonperiode bij de werkgever in
te dienen. Indien de werkgever niet 28 dagen voorafgaande aan de loonperiode
schriftelijk bezwaar tegen het verzoek indient en dienaangaande geen alternatieve
roostervrije dagen worden aangewezen, gelden de door de werknemer aangevraagde
dagen als roostervrije dagen.
De overige 4 roostervrije dagen worden door de werkgever vastgesteld.
Vier in het rooster vastgestelde roostervrije dagen dien in twee perioden
van twee aaneengesloten roostervrije dagen, waarvan één periode
een roostervrij weekend is.
De werkgever kan de in lid vier bedoelde roostervrije dagen gedurende de
loonperiode verschuiven door het in overleg met de werknemer vaststellen
van een vervangende roostervrije dag elders in dezelfde loonperiode.
Van de 8 roostervrije dagen mag de werkgever, zonder het vaststellen van
een vervangende roostervrije dag elders binnen dezelfde periode 1 roostervrije
dag intrekken.
Voor de werknemer met een algemeen reserverooster worden ADV-dagen uiterlijk
28 dagen voorafgaande aan de loonperiode in het dienstrooster opgenomen.
De werkgever wordt aanbevolen een zogenaamd 'voorwaarts-rotatieschema'
aan te houden (dag-avond-nacht).
De werkgever zal verzoeken van de werknemer om zijn dienstrooster aan te
passen in verband met zijn opvoedingstaken in het gezin honoreren, indien
dit organisatorisch mogelijk is en dit past in de bedrijfsvoering.
Naast een consignatieregeling is er een zogenaamde bereikbaarheidsregeling.
Kenmerk van de bereikbaarheidsregeling is dat de betrokken werknemer niet
geacht wordt feitelijk voor het uitvoeren van werkzaamheden op te komen,
anders dan voor de eerstvolgende dienst.
De bereikbaarheidsregeling sluit een consignatieregeling niet uit.
Artikel III.8 Recht op een part-time dienstverband
Een werknemer met een full-time contract kan bij zijn werkgever schriftelijk
het verzoek doen zijn arbeidsovereenkomst om te zetten in een part-time
contract. De werkgever zal dit toestaan indien dit niet stuit op een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang,
zoals bedoeld in de Wet Aanpassing Arbeidsduur (W.A.A.).
Een eventuele afwijzing van het verzoek zal door de werkgever schriftelijk
en met redenen omkleed geschieden. De werknemer heeft het recht op grond
van bedoelde schriftelijk afwijzing de Sociale Commissie te vragen advies
uit te brengen over de vraag of dit kennelijk onredelijk is.
Artikel III.9 Transporturen
Per periode kan de werkgever besluiten om, indien meer is gewerkt dan de
contractuele arbeidsduur, maximaal acht uur te reserveren voor compensatie
in tijd. De bepaling in dit artikel gaat boven het gestelde in artikel
IV.11.5.
In totaal kan maximaal 16 uur worden gereserveerd voor compensatie in tijd.
Indien gedurende 13 periodes eenzelfde tegoed blijft staan, wordt dit uitbetaald.
Per periode vindt altijd uitbetaling van het aantal overeengekomen contracturen
plaats, en wel volgens het basisuurloon plus werkelijke onregelmatigheidstoeslag.
De toeslag voor overwerk wordt altijd uitbetaald.
In het kader van de transporturen krijgt de medewerker periodiek inzicht
in het saldo transporturen.
Hoofdstuk IV. Salarisbepalingen
Artikel IV.1 Functiegroepen
De werknemer wordt naar de aard van de door hem te verrichten arbeid en
vereiste bekwaamheid door de werkgever als beveiligingsbeambte aangesteld
in één van de functies uit de zes functiegroepen als genoemd
in bijlage 4 van deze overeenkomst. Bepalend voor de aanstelling is de
aard van de werkzaamheden die de beveiligingsbeambte grotendeels (d.w.z.
minstens 50% van de overeengekomen arbeidstijd) verricht.
De werknemer wordt als regel in de functiegroep objectbeveiliger/receptionist
aangesteld. Aanstelling in een andere functiegroep vindt plaats zodra de
werknemer aan de vereisten van de andere functiegroep voldoet. Bij dit
laatste wordt de in lid 1 van dit artikel genoemde 50%-criterium in acht
genomen, evenals de eis dat de werkzaamheden van de werknemer een structureel
karakter moeten hebben. Is dit laatste niet het geval, dan kan artikel
IV.5 omtrent functiewaarneming van toepassing zijn.
Iedere functiegroep is op basis van kennis, ervaring en leidinggevende
aspecten onderverdeeld in een aantal functies. De voorwaarden die verbonden
zijn aan de aanstelling in de juiste functie zijn vermeld in bijlage 4
van deze overeenkomst.
De werknemer ontvangt bij indiensttreding schriftelijk mededeling in welke
functie en functiegroep hij ingedeeld. Bij tussentijds wijziging wordt
de werknemer daarvan schriftelijk in kennis gesteld.
De in bijlage 4 genoemde keuzebevorderingen voor verantwoordelijke en leidinggevende
functies liggen bij de werkgever en zijn afhankelijk van de organisatorische
ruimte in een onderneming.
Artikel IV.2 Salarisschalen
Bij de functiegroepen behoort een salarisgebouw dat voor elke functie een
salarisschaal omvat gebaseerd op periodieken. Voor de werknemer beneden
de vakvolwassen leeftijd zijn in plaats van periodieken leeftijdsjaren
van toepassing. Het salarisgebouw is opgenomen in bijlage 5 van deze overeenkomst.
De werknemer ontvangt bij indiensttreding schriftelijk mededeling in welke
salarisschaal hij is ingedeeld, zijn basissalaris en het aantal periodieken
of leeftijdsjaren waarop zijn basissalaris is gebaseerd.
Voor de werknemer die met de werkgever een leer-arbeidsovereenkomst in
het kader van de Wet Beroepsbegeleidende Leerweg (BLL) heeft afgesloten, geldt in afwijking
van het basissalaris als genoemd in bijlage 5, dat hij uitsluitend gedurende
de eerste 4 weken van de opleiding een basissalaris ontvangt, dat 50% van
het in de salarisschalen vermelde basissalaris bedraagt.
Artikel IV.3 Toepassing van de salarisschalen
De werknemer met een full-time contract die de vakvolwassen leeftijd heeft
bereikt:
de werknemer ontvangt een basissalaris zoals aangegeven in de salarisschaal
behorende bij zijn functie in de functiegroep waar hij is ingedeeld;
de werknemer ontvangt bij indiensttreding als regel het aanvangssalaris
van de voor hem geldende salarisschaal. Aan een nieuwe werknemer kunnen
op grond van elders verkregen vaardigheden en/of opgedane ervaring één
of meer extra periodieken worden toegekend;
het basissalaris wordt éénmaal per jaar opnieuw vastgesteld,
door toekenning van een extra periodiek, voor zover het einde van de schaal
nog niet is bereikt. Deze periodiek verhoging vindt jaarlijks plaats op
de datum van indiensttreding van de werknemer bij de werkgever. Aan de
werknemer die voor of op 1 april 1991 in dienst is getreden, wordt deze
periodieke verhoging in afwijking van het hiervoor gestelde jaarlijks op
de eerste dag van de eerste loonperiode toegekend.
De werknemer met een full-time contract beneden de vakvolwassen leeftijd:
Deze werknemer ontvangt het basissalaris behorende bij zijn leeftijd en
bij zijn functie in de functiegroep waar hij is ingedeeld, zoals aangegeven
in de leeftijdschaal;
verhogingen op grond van de leeftijd worden toegekend met ingang van de
loonperiode waarin de werknemer jarig is.
De werknemer met een part-time contract:
Deze werknemer ontvangt een basissalaris als vastgesteld onder lid
1 respectievelijk lid 2 naar evenredigheid berekend aan de hand van de
overeengekomen uren.
De werknemer met een afroepcontract:
Deze werknemer ontvangt een basissalaris als vastgesteld onder lid
1 respectievelijk lid 2 naar evenredigheid berekend aan de hand van het
aantal daadwerkelijke arbeidsuren.
Bevordering van een werknemer naar een hogere salarisschaal:
Plaatsing in een hogere salarisschaal vindt plaats met ingang van de loonperiode
waarin bevordering naar een hogere salarisschaal plaats vindt. Bevordering
naar een hogere salarisschaal op basis van het behalen van een daarvoor
vereist diploma (bijv. het basisdiploma beveiligingsbeambte), vindt plaats
met ingang van de loonperiode volgende op die, waarin de werknemer het
diploma overhandigt aan de werkgever;
bij bevordering van een werknemer naar een hogere salarisschaal behoudt
de werknemer minimaal het door hem opgebouwde aantal periodieken of leeftijdsjaren.
De werknemer schuift binnen de salarisschalen horizontaal door, tenzij
het aantal periodieken of leeftijdsjaren verhoogd moet worden omdat anders
geen inschaling in de nieuwe salarisschaal kan plaatsvinden;
indien tegelijkertijd met de bevordering een periodieke verhoging of leeftijdsverhoging
van toepassing is, wordt deze tegelijkertijd met de bevordering aan de
werknemer toegekend;
in het geval van een keuzebevordering naar een hoger functieniveau kan
in afwijking van het voorgaande eerste sprake zijn van een tijdelijke aanstelling
van maximaal zes maanden, waarna een beslissing volgt omtrent effectuering
van de bevordering of terugplaatsing. Gedurende deze tijdelijke aanstelling
ontvangt de werknemer een salaris gebaseerd op functiewaarneming.
Artikel IV.4 loonwijzigingen
Op de eerste dag van de eerste loonperiode van 2001 worden alle salarissen
verhoogd met 3%. Dit percentage is inclusief de procentuele stijging
van de consumentenprijsindex (CPI) werknemers laag-afgeleid, vastgesteld
door het Centraal Buro voor de Statistiek voor de maand september 2000
ten opzichte van de maand september 1999.
Op de eerste dag van de eerste loonperiode van 2001 vindt voor alle salarissen
de brutering van de Overhevelingstoeslag plaats door middel van een verhoging van 1,9%
met een maximum van ƒ 1.745,- ( € 791,85) op jaarbasis.
Op de eerste dag van de eerste loonperiode van 2002 worden alle salarissen
verhoogd met 3,5%. Dit percentage is inclusief de procentuele stijging
van de consumentenprijsindex (CPI) werknemers laag-afgeleid, vastgesteld
door het Centraal Buro voor de Statistiek voor de maand september 2001
ten opzichte van de maand september 2000.
Artikel IV.5 Functiewaarneming
De werknemer die op verzoek van de werkgever een organiek bepaalde functie
waarneemt die in een hogere salarisschaal is ingedeeld dan zijn eigen functie,
ontvangt gedurende de tijd van waarneming per arbeidsuur een toeslag op
zijn basisuurloon. Deze waarneming kan maximaal zes maanden duren, waarna
conform artikel IV.3 lid 5 sub d een besluit tot bevordering of terugplaatsing
genomen moet worden.
Bij waarneming van een functie die één salarisschaal hoger
is ingedeeld bedraagt deze toeslag per basisuurloon ƒ 0,30 (€ 0,14). Bij waarneming
van een functie die twee salarisschalen hoger is ingedeeld bedraagt de
toeslag per basisuurloon ƒ 0,70 (€ 0,32). Bij waarneming van een functie die drie
of meer salarisschalen hoger is ingedeeld bedraagt deze toeslag per basisuurloon
ƒ 1,20. (€ 0,54)
De werknemer die tijdelijk geplaatst wordt in een lagere salarisschaal
ingedeelde functie blijft in zijn oude salarisschaal ingedeeld.
Artikel IV.6 Berekening toeslagen
De in artikel IV.7 tot en met artikel IV.11 van deze overeenkomst genoemde
toeslagen worden alle berekend over het voor de werknemer geldende basisuurloon.
De toeslagen worden ook over delen van een uur uitbetaald en kunnen niet
met elkaar verrekend worden tenzij anders vermeld.
Artikel IV.7 Betaling van arbeid op bijzondere uren
Indien dienst wordt gedaan op weekenddagen tussen zaterdag 00.00 uur en
zondag 24.00 uur, zal boven het basissalaris een toeslag worden verstrekt
van 35% over deze uren.
Indien dienst wordt gedaan op maandag tot vrijdag 00.00 uur en 07.00 uur,
zal boven het basissalaris een toeslag worden verstrekt van 20% over de
gewerkte uren.
Indien dienst wordt gedaan op maandag tot vrijdag 18.00 uur en 24.00 uur,
zal boven het basissalaris een toeslag worden verstrekt van 10% over de
gewerkte uren.
Artikel IV.8 Betaling van arbeid op eerder vastgestelde
roostervrije dagen
Voor de werknemer die in het voor hem vastgestelde vast rooster of invulrooster
door de werkgever verplicht wordt om op een eerder vastgestelde roostervrije
dag een dienst te verrichten, geldt een toeslag van 30% over het voor hem
geldende basisuurloon.
Voor de werknemer algemeen reserve die werkzaam is in een algemeen reserverooster
en die door de werkgever verplicht wordt op de in het rooster vastgelegde
vier roostervrije dagen een dienst te verrichten, geldt een toeslag van
70% over het voor hem geldende basisuurloon.
In geval de werkgever verzuimt de roostervrije dagen in het rooster op
te nemen, dan wel als na afloop van de loonperiode blijkt dat de werknemer
de acht roostervrije dagen niet heeft genoten, geldt voor het verrichten
van arbeid op alle dagen boven de 20 per loonperiode, de toeslag welke
geldt voor het werken op een eerder vastgestelde vrije dag. In dit kader
wordt verwezen naar de regeling opgenomen onder artikel III.3 en III.4.
Desgewenst kan de werknemer de gewerkte uren in vervangende vrije tijd
opnemen met behoud van de toeslag. Het tijdstip van opname van de vervangende
vrije tijd wordt in overleg met de werkgever vastgesteld.
Indien na de donderdagse weekindeling een werknemer een dienst verricht
die geheel of gedeeltelijk buiten de vastgestelde bloktijden valt, geldt
over de hele diensttijd een toeslag van 10% over het geldende basisuurloon.
Artikel IV.9 Toeslag werknemer algemeen reserve
De werknemer met een rooster als beschreven in artikel III.7 ontvangt een
toeslag van 10% over het voor hem geldende basissalaris.
De duur van de toeslag is gekoppeld aan de duur van een aanstelling, die
schriftelijk geschiedt voor een periode van minimaal 1 jaar en die telkens
met een periode van minimaal 1 jaar kan worden verlengd.
De aanstelling kan na afloop van iedere termijn worden beëindigd door
een wijziging in de structuur of ingrijpende wijziging in de organisatie
van de onderneming, door hergunning c.q. contractswisseling, disfunctioneren
van de werknemer, of door omstandigheden van vergelijkbare aard.
Tussentijdse wijziging om andere redenen is slechts met instemming van
de werknemer mogelijk.
De benoeming wordt schriftelijk in een aanvullende overeenkomst vastgelegd
en aan de werknemer verstrekt.
Artikel IV.10 Betaling van arbeid op feestdagen
Tijdens de arbeid op feestdagen, vallend op een doordeweekse dag, geldt
een toeslag van 50% op iedere gewerkt uur tussen 00.00 en 24.00 uur. Op
Oudejaarsdag geldt de toeslag na 16.00 uur. Indien de toeslag samenvalt
met de toeslag uit artikel IV.7 wordt slechts de toeslag uit dit lid uitbetaald
en vervalt de toeslag uit artikel IV.7.
Tijdens de arbeid op feestdagen, vallend in het weekend, geldt een toeslag
van 50% op iedere gewerkt uur tussen 00.00 en 24.00 uur, naast de (weekend)toeslag,
zoals vermeld in artikel IV.7.1. Op Oudejaarsdag geldt de toeslag na 16.00
uur.
Voor de werknemer met een full-time contract geldt naast het bepaalde in
lid 1, dat voor iedere feestdag, die valt op een doordeweekse dag, het
tegoed aan vakantie-uren, in de loonperiode waarin deze feestdag valt,
wordt verhoogd met 8 uur. Voor de werknemer met een full-time contract
die op een dergelijk feestdag geen arbeid verricht en niet roostervrij
is, zal deze feestdag worden aangemerkt als vakantiedag.
Voor de werknemer met een part-time contract geldt naast het bepaalde in
lid 1, dat indien hij arbeid verricht op een doordeweeks feestdag, het
tegoed aan vakantie-uren, in de loonperiode waarin deze feestdag valt,
wordt verhoogd met het aantal op de betreffende feestdag verrichte arbeidsuren,
met een maximum van 8 uren.
Voor de werknemer met een part-time contract geldt naast het bepaalde
in lid 1, dat indien hij geen arbeid verricht op een doordeweeks feestdag,
het tegoed aan vakantie-uren, in de loonperiode waarin deze feestdag valt,
wordt verhoogd met het aantal uren gelijk aan het aantal uren zoals gepland
in het rooster, met een maximum van 8 uur. Indien er sprake is van een
roostervrije dag zal het tegoed aan vakantie-uren, in de loonperiode waarin
deze feestdag valt, worden verhoogd met 20% van de in artikel III.2 overeengekomen
arbeidstijd per week. Voor de werknemer met een part-time contract geldt
voorts dat indien hij op een dergelijk feestdag geen arbeid verricht en
niet roostervrij is, deze feestdag aangemerkt wordt als een vakantiedag.
Voor de werknemer met een afroep-contract geldt op feestdagen een toeslag
van 100% op ieder gewerkt uur tussen 00.00 en 24.00 uur. Op Oudejaarsdag
geldt de toeslag na 16.00 uur. Indien de toeslag van dit lid samenvalt
met de toeslag uit artikel IV.7 wordt slechts de toeslag uit dit artikel
betaald en vervalt de toeslag uit artikel IV.7.
Artikel IV.11 Betaling van overuren
Los van elkaar worden overuren op basis van het in dit artikel bepaalde,
normen en toeslagen vastgesteld en vergoed. De toeslagen worden berekend
over het voor de werknemer geldende basisuurloon.
Voor de arbeidsuren in een dienst of een gebroken dienst boven 10 uren
geldt een toeslag van 50%.
Voor de arbeidsuren in een week boven 48 uren geldt naast de toeslag in
lid 2 een toeslag van 50%.
Voor de arbeidsuren in een loonperiode boven 160 uren geldt naast de toeslagen
in artikel 2 en 3 een overwerktoeslag van 35%. Na 176 arbeidsuren bedraagt
de toeslag 50% voor de meerdere uren.
Desgewenst kunnen werkgever en werknemer in onderling overleg besluiten
de gewerkte overuren in vervangende vrije tijd op te nemen, echter met
behoud van de toeslag.
Artikel IV.12 Bijzondere beloningen
Voor het behalen van het EHBO-diploma en telkens bij de verlenging van
het EHBO-diploma ontvang de werknemer een eenmalige toeslag van ƒ 90,- (€ 40,84)
bruto. De toeslag ontvangt de werknemer tegen overleggen van het diploma
dan wel bewijs van verlenging.
Naast de toeslag van lid 1 wordt voor de werknemer met een full-time contract
het bezit van een geldig EHBO-diploma beloont met een toeslag van ƒ 28,00 (€ 12,71)
bruto per loonperiode.
Naast de toeslag van lid 1 wordt voor de werknemer met een part-time contract
of afroepcontract het bezit van een geldig EHBO-diploma beloont met een
toeslag van ƒ 0,18 (€ 0,08) bruto per arbeidsuur, met een maximum van ƒ 28,00 (€ 12,71) per
4 weken.
Artikel IV.13 Werkoverleg
Indien werkoverleg plaatsvindt, hieronder wordt verstaan werkoverleg
in de zin van de ARBO-wet, dan wel op initiatief van de werkgever, gelden
de daaraan bestede uren als arbeidsuren.
Artikel IV.14 Loonopgave
Onverminderd het bepaalde in artikel 624 en 626 B.W.
en de handleiding loonbelasting en premieheffing, die jaarlijks door het
Ministerie van Financiën wordt uitgegeven, verplicht de werkgever
zich bij elke loonbetaling aan de werknemer een schriftelijke loonopgave
te verstrekken. In bijlage 3 van de CAO is een overzicht opgenomen van
de gegevens die minimaal in de loonopgave dienen te worden vermeld.
Artikel IV.15 Afbouwregeling
Voor de werknemer in een vast rooster of met een andere vaste inkomensstructuur
wordt een afbouwregeling getroffen voor de beloningselementen m.u.v. die
bedoeld onder hoofdstuk IV.1 t/m IV.4, indien door de werkgever, buiten
de schuld van de werknemer om, de functie of de roosters worden gewijzigd.
Voor de bepaling van de afbouwregeling worden de voor de afbouw in aanmerking
komende bedragen bij elkaar opgeteld en als één bedrag buiten
het salaris gebracht. De afbouw vindt vervolgens plaats per loonperiode.
Voor de vaststelling van de afbouwregeling komt in aanmerking de gemiddelde
toeslag bijzondere uren(avond, nacht en weekend) alsmede de toeslag voor
structureel overwerk en de toeslag medewerker algemeen reserve.
De afbouwregeling gaat in, indien het brutoverschil tussen het oude en
het nieuwe inkomen groter is dan ƒ 50,- (€ 22,69) bruto per loonperiode en nadat
de hogere vaste inkomensstructuur tenminste 13 loonperioden heeft bestaan.
Indien voldaan is aan de hierboven genoemde voorwaarden geldt de volgende
afbouw:
Bij ingang van de eerste wijziging direct ƒ 50,- (€ 22,69) bruto en het restant
conform het navolgende schema:
Duur van de beloning als bedoeld in lid 1
Aantal afbouwperioden
na één jaar
6 perioden
van twee tot vier jaar
9 perioden
vier jaar en langer
12 perioden
Bij een toeslag van twee jaar en meer wordt voor de berekening van het
aantal afbouwperioden de duur van de toeslag in hele jaren naar boven afgerond.
Indien gedurende de periode van de afbouw het inkomen wordt verhoogd anders
dan door loonindexering in verband met de prijscompensatie, wordt de verhoging
in mindering gebracht op het af te bouwen bedrag.
Hoofdstuk V. Vergoedingen
Artikel V.1 Systematiek reiskosten-
en reistijdenvergoeding
Cao-partijen hanteren de per 1 januari 2000 ingevoerde systematiek voor
de berekening van de reiskosten- en reistijdenvergoeding.
De vergoeding voor reiskosten is vanaf 10km (enkele afstand), vastgesteld op
ƒ 0,50 (€ 0,23) per kilometer, berekend over de enkele afstand in kilometers.
De reistijdververgoeding geldt vanaf 41 kilometer en bedraagt tussen 41
tot en met 45 afgelegde kilometers een vaste vergoeding van ƒ 3,50 (€ 1,59). Bij
46 kilometer is de vergoeding ƒ 3,90 (€ 1,77), vervolgens per kilometer telkens
oplopend met ƒ 0,65 (€ 0,29).
Het streven van de CAO-partijen is om het woon-werkverkeer zoveel mogelijk te beperken.
Artikel V.2 Reiskostenvergoeding
Voor het woon-werkverkeer ontvangt de werknemer een tegemoetkoming in de
reiskosten op basis van de volgende tabel:
afstand woning-werk-woning in kilometers
enkele afstand in kilometers
vergoeding per opkomst vanaf 1 januari 2000
0-18
0-9
ƒ 0,00
20-22
10-11
ƒ 5,50
(€ 2,50)
24
12
ƒ 6,00
(€ 2,72)
26
13
ƒ 6,50
(€ 2,95)
28
14
ƒ 7,00
(€ 3,18)
30
15
ƒ 7,50
(€ 3,40)
32
16
ƒ 8,00
(€ 3,63)
34
17
ƒ 8,50
(€ 3,86)
36
18
ƒ 9,00
(€ 4,08)
38
19
ƒ 9,50
(€ 4,31)
40
20
ƒ 10,00
(€ 4,54)
42
21
ƒ 10,50
(€ 4,76)
44
22
ƒ 11,00
(€ 4,99)
46
23
ƒ 11,50
(€ 5,22)
48
24
ƒ 12,00
(€ 5,45)
50
25
ƒ 12,50
(€ 5,67)
52
26
ƒ 13,00
(€ 5,90)
54
27
ƒ 13,50
(€ 6,13)
56
28
ƒ 14,00
(€ 6,35)
58
29
ƒ 14,50
(€ 6,58)
60
30
ƒ 15,00
(€ 6,81)
62
31
ƒ 15,50
(€ 7,03)
64
32
ƒ 16,00
(€ 7,26)
66
33
ƒ 16,50
(€ 7,49)
68
34
ƒ 17,00
(€ 7,71)
70
35
ƒ 17,50
(€ 7,94)
72
36
ƒ 18,00
(€ 8,17)
74
37
ƒ 18,50
(€ 8,39)
76
38
ƒ 19,00
(€ 8,62)
78
39
ƒ 19,50
(€ 8,85)
80
40
ƒ 20,00
(€ 9,08)
82
41
ƒ 20,50
(€ 9,30)
84
42
ƒ 21,00
(€ 9,53)
86
43
ƒ 21,50
(€ 9,76)
88
44
ƒ 22,00
(€ 9,98)
90
45
ƒ 22,50
(€ 10,21)
92
46
ƒ 23,00
(€ 10,44)
94
47
ƒ 23,50
(€ 10,66)
96
48
ƒ 24,00
(€ 10,89)
98
49
ƒ 24,50
(€ 11,12)
100
50
ƒ 25,00
(€ 11,34)
102
51
ƒ 25,50
(€ 11,57)
104
52
ƒ 26,00
(€ 11,80)
106
53
ƒ 26,50
(€ 12,03)
108
54
ƒ 27,00
(€ 12,25)
110
55
ƒ 27,50
(€ 12,48)
112
56
ƒ 28,00
(€ 12,71)
114
57
ƒ 28,50
(€ 12,93)
116
58
ƒ 29,00
(€ 13,16)
118
59
ƒ 29,50
(€ 13,39)
120
50
ƒ 20,00
(€ 13,61)
122
61
ƒ 30,50
(€ 13,84)
124
62
ƒ 31,00
(€ 14,07)
126
63
ƒ 31,50
(€ 14,29)
128
64
ƒ 32,00
(€ 14,52)
130
65
ƒ 32,50
(€ 14,75)
132
66
ƒ 33,00
(€ 14,97)
134
67
ƒ 33,50
(€ 15,20)
136
68
ƒ 34,00
(€ 15,43)
138
69
ƒ 34,50
(€ 15,66)
140
60
ƒ 35,00
(€ 15,88)
142
71
ƒ 35,50
(€ 16,11)
144
72
ƒ 36,00
(€ 16,34)
146
73
ƒ 36,50
(€ 16,56)
148
74
ƒ 37,00
(€ 16,79)
150
75
ƒ 37,50
(€ 17,02)
152
76
ƒ 38,00
(€ 17,24)
154
77
ƒ 38,50
(€ 17,47)
156
78
ƒ 39,00
(€ 17,70)
158
79
ƒ 39,50
(€ 18,92)
160
70
ƒ 40,00
(€ 18,15)
162
81
ƒ 40,50
(€ 18,38)
164
82
ƒ 41,00
(€ 18,60)
166
83
ƒ 41,50
(€ 18,83)
168
84
ƒ 42,00
(€ 19,06)
170
85
ƒ 42,50
(€ 19,29)
172
86
ƒ 43,00
(€ 19,51)
174
87
ƒ 43,50
(€ 19,74)
176
88
ƒ 44,00
(€ 19,97)
178
89
ƒ 44,50
(€ 20,19)
180
80
ƒ 45,00
(€ 20,42)
182
91
ƒ 45,50
(€ 20,65)
184
92
ƒ 46,00
(€ 20,87)
186
93
ƒ 46,50
(€ 21,10)
188
94
ƒ 47,00
(€ 21,33)
190
95
ƒ 47,50
(€ 21,55)
192
96
ƒ 48,00
(€ 21,78)
194
97
ƒ 48,50
(€ 22,01)
196
98
ƒ 49,00
(€ 22,24)
198
99
ƒ 49,50
(€ 22,46)
200
100
ƒ 49,00
(€ 22,69)
202
101
ƒ 50,50
(€ 22,92)
204
102
ƒ 51,00
(€ 23,14)
206
103
ƒ 55,50
(€ 23,37)
208
104
ƒ 51,00
(€ 23,60)
210
105
ƒ 52,50
(€ 23,82)
212
106
ƒ 52,00
(€ 24,05)
214
107
ƒ 53,50
(€ 24,28)
216
108
ƒ 53,00
(€ 24,50)
218
109
ƒ 54,50
(€ 24,73)
220
110
ƒ 54,00
(€ 24,96)
222
111
ƒ 55,50
(€ 25,18)
224
112
ƒ 55,00
(€ 25,41)
226
113
ƒ 56,50
(€ 25,64)
228
114
ƒ 56,00
(€ 25,87)
230
115
ƒ 57,50
(€ 26,09)
233
116
ƒ 57,00
(€ 26,32)
234
117
ƒ 58,50
(€ 26,55)
236
118
ƒ 58,00
(€ 26,77)
238
119
ƒ 59,50
(€ 27,00)
240
120
ƒ 59,00
(€ 27,23)
242
121
ƒ 60,50
(€ 27,45)
244
122
ƒ 60,00
(€ 27,68)
246
123
ƒ 61,50
(€ 27,91)
248
124
ƒ 61,00
(€ 28,13)
250
125
ƒ 62,50
(€ 28,36)
meer dan 250 kilometer
meer dan 125 kilometer
per kilometer ƒ 0,50 erbij
per kilometer € 0,23 erbij
De afstand woning-werk-woning dient gemeten te worden langs de door CAO-partijen
overeengekomen standaardinstelling voor particulier beveiligingsorganisaties van
de systematiek AND-Matrix. Uitgangsopunt bij de berekening van de reiskostenvergoeding is het aantal kilometers enkele reis.
Indien de werknemer woon-werkverkeer gebruik maakt van het openbaar vervoer,
zal de werkgever de werknemer op diens verzoek de werkelijke reiskosten
openbaar vervoer interlokaal 2e klas tegen overlegging van de vervoersbewijzen
vergoeden, waarbij de tegemoetkoming uit lid 1 van dit artikel vervalt.
De werknemer dient voor de toepassing van dit lid 2 zoveel mogelijk te
reizen op basis van abonnementen openbaar vervoer.
De in dit artikel genoemde vergoedingen gelden ook voor de afzonderlijke
dienstdelen vallende in een gebroken dienst.
De werknemer die binnen de contractueel overeengekomen arbeidstijd in één
dienst werkzaamheden verricht op twee of meer lokaties, ontvangt een reiskostenvergoeding
van ƒ 0,60 (€ 0,27) per kilometer gebaseerd op de enkele afstand tussen de lokaties.
Uitbetaling van de in dit artikel genoemde reiskostenvergoedingen geschiedt
met in acht name van de regels die de belastingwetgeving hieraan stelt.
Dit betekent dat de in dit artikel genoemde vergoedingen afhankelijk van
die regels netto en/of bruto worden uitbetaald.
Indien de werknemer op eigen initiatief en zonder toestemming van de werkgever
gaat verhuizen naar een andere woonplaats dan hij woonde ten tijde van
het afsluiten van de arbeidsovereenkomst, zal de werkgever niet verplicht
zijn het meerdere aan reiskostenvergoeding uit te betalen.
Indien de werkgever de toestemming onthoudt, zal de hoogte van de reiskostenvergoeding
telkens worden vastgesteld vanuit de oude woonplaats van de werknemer,
waarna de aldus vastgestelde vergoeding conform de regels van de belastingwetgeving
(waarbij wordt uitgegaan van de werkelijke woonplaats) aan de werknemer
wordt uitbetaald. Op enig moment dat de werkgever dit bedrijfseconomisch
noodzakelijk acht, kan de werkgever alsnog bepalen dat de nieuwe woonplaats
als uitgangspunt voor de reiskostenvergoeding zal gelden.
Artikel V.3 Reistijdenvergoeding
Voor het woon-werkverkeer ontvangt de werknemer een tegemoetkoming in de reistijd op basis van de volgende tabel:
afstand woning-werk-woning in kilometers
enkele afstand in kilometers
reistijdenvergoeding per 1 januari 2000
80
40
ƒ 0,00
82
41
84
42
86
43
voet van ƒ 3,50(€ 1,59)
88
44
90
45
92
46
ƒ 3,90
(€ 1,77)
94
47
ƒ 4,55
(€ 2,06)
96
48
ƒ 5,20
(€ 2,36)
98
49
ƒ 5,85
(€ 2,65)
100
50
ƒ 6,50
(€ 2,95)
102
51
ƒ 7,15
(€ 3,24)
104
52
ƒ 7,80
(€ 3,54)
106
53
ƒ 8,45
(€ 3,83)
108
54
ƒ 9,10
(€ 4,13)
110
55
ƒ 9,75
(€ 4,42)
112
56
ƒ 10,40
(€ 4,72)
114
57
ƒ 11,05
(€ 5,01)
116
58
ƒ 11,70
(€ 5,31)
118
59
ƒ 12,35
(€ 5,60)
120
60
ƒ 13,00
(€ 5,90)
122
61
ƒ 13,65
(€ 6,19)
124
62
ƒ 14,30
(€ 6,49)
126
63
ƒ 14,95
(€ 6,78)
128
64
ƒ 15,60
(€ 7,08)
130
65
ƒ 16,25
(€ 7,37)
132
66
ƒ 16,90
(€ 7,67)
134
67
ƒ 17,55
(€ 7,96)
136
68
ƒ 18,20
(€ 8,26)
138
69
ƒ 18,85
(€ 8,55)
140
70
ƒ 19,50
(€ 8,85)
142
71
ƒ 20,15
(€ 9,14)
144
72
ƒ 20,80
(€ 9,44)
146
73
ƒ 21,45
(€ 9,73)
148
74
ƒ 22,10
(€ 10,03)
150
75
ƒ 22,75
(€ 10,32)
152
76
ƒ 23,40
(€ 10,62)
154
77
ƒ 24,05
(€ 10,91)
156
78
ƒ 24,70
(€ 11,21)
158
79
ƒ 25,35
(€ 11,50)
160
80
ƒ 26,00
(€ 11,80)
162
81
ƒ 26,65
(€ 12,09)
164
82
ƒ 27,30
(€ 12,39)
166
83
ƒ 27,95
(€ 12,68)
168
84
ƒ 28,60
(€ 12,98)
170
85
ƒ 29,25
(€ 13,27)
172
86
ƒ 29,90
(€ 13,57)
174
87
ƒ 30,55
(€ 13,86)
176
88
ƒ 31,20
(€ 14,16)
178
89
ƒ 31,85
(€ 14,45)
180
90
ƒ 32,50
(€ 14,75)
182
91
ƒ 33,15
(€ 15,04)
184
92
ƒ 33,80
(€ 15,34)
186
93
ƒ 34,45
(€ 15,63)
188
94
ƒ 35,10
(€ 15,93)
190
95
ƒ 35,75
(€ 16,22)
192
96
ƒ 36,40
(€ 16,52)
194
97
ƒ 37,05
(€ 16,81)
196
98
ƒ 37,70
(€ 17,11)
198
99
ƒ 38,35
(€ 17,40)
200
100
ƒ 39,00
(€ 17,70)
202
101
ƒ 39,65
(€ 17,99)
204
102
ƒ 40,30
(€ 18,29)
206
103
ƒ 40,95
(€ 18,58)
208
104
ƒ 41,60
(€ 18,88)
210
105
ƒ 42,25
(€ 19,17)
212
106
ƒ 42,90
(€ 19,47)
214
107
ƒ 43,55
(€ 19,76)
216
108
ƒ 44,20
(€ 20,06)
218
109
ƒ 44,85
(€ 20,35)
220
110
ƒ 45,50
(€ 20,65)
222
111
ƒ 46,15
(€ 20,95)
224
112
ƒ 46,80
(€ 21,24)
226
113
ƒ 47,45
(€ 21,53)
228
114
ƒ 48,10
(€ 21,83)
230
115
ƒ 48,75
(€ 22,12)
232
116
ƒ 49,40
(€ 22,42)
234
117
ƒ 50,05
(€ 22,71)
236
118
ƒ 50,70
(€ 23,01)
238
119
ƒ 51,35
(€ 23,30)
240
120
ƒ 52,00
(€ 23,60)
242
121
ƒ 52,65
(€ 23,89)
244
122
ƒ 53,30
(€ 24,19)
246
123
ƒ 53,95
(€ 24,48)
248
124
ƒ 54,60
(€ 24,78)
250
125
ƒ 55,25
(€ 25,07)
meer dan 250 kilometer
meer dan 125 kilometer
per kilometer ƒ 0,65 (€ 0,29)erbij berekend over de enkele afstand in kilometers
Voor een gebroken dienst worden de afzonderlijke afstanden woning-werk-
woning voor elk dienstdeel dat van de gebroken dienst deel uitmaakt bij
elkaar opgeteld, waarna op basis van de dan tot stand gekomen afstand woning-werk-woning
reistijdenvergoeding conform dit artikel plaatsvindt.
indien de werknemer op eigen initiatief en zonder toestemming van de werkgever
gaat verhuizen naar een andere woonplaats dan hij woonde ten tijde van
het afsluiten van de arbeidsovereenkomst, zal de werkgever niet verplicht
zijn het meerdere aan reistijdenvergoeding uit te betalen.
Indien de werkgever de toestemming onthoudt, zal de hoogte van de reistijdenvergoeding
telkens worden vastgesteld vanuit de oude woonplaats van de werknemer,
waarna de aldus vastgestelde vergoeding aan de werknemer wordt uitbetaald.
Op enig moment dat de werkgever dit bedrijfseconomisch noodzakelijk acht,
kan de werkgever alsnog bepalen dat de nieuwe woonplaats als uitgangspunt
voor de reistijdenvergoeding zal gelden.
Artikel V.4 Maaltijdvergoeding
Indien de dienst voor 13.00 uur aanvangt en tevens na 19.00 uur eindigt,
ontvangt de werknemer op declaratiebasis een maaltijdvergoeding van maximaal
ƒ 12,50 (€ 5,67) netto.
Indien na aanvang van de dienst blijkt, dat deze dienst 2 uur meer of langer
duurt dan was gepland, ontvangt de werknemer op declaratiebasis een maaltijdvergoeding
van maximaal ƒ 12,50 (€ 5,67) netto tenzij de vergoeding uit lid 1 van dit artikel
al wordt uitbetaald.
Artikel V.5 Vergoeding voor beschikbaarheid tijdens
pauze
Met inachtname van het bepaalde in deze overeenkomst en de wettelijke bepalingen,
ontvangt de werknemer met de functie mobiele surveillant of winkelsurveillant,
indien hij werkzaam is in zijn rooster tijdens zijn onbetaalde pauze toch
beschikbaar moet zijn en derhalve niet geheel vrij over zijn pauzetijd
kan beschikken, een vaste toeslag van ƒ 0,65 (€ 0,29)bruto per half uur.
Indien de in lid 1 bedoelde werknemer tijdens die pauze werkelijk werkzaamheden
moet verrichten zal de pauzetijd worden verschoven. Indien de pauze vervalt
wordt de pauzetijd beschouwd als werktijd.
De in lid 2 bedoelde beschikbaarheid zal in het rooster moeten zijn aangegeven.
Artikel V.6 Consignatie-vergoeding
De werknemer die een consignatie, als bedoeld in III.4 lid 9, is opgelegd,
ontvangt een consignatievergoeding.
De in lid 1 genoemde vergoeding bedraagt ƒ 1,00 (€ 0,45)bruto per uur. Op zaterdag
t/m zondag tussen 00.00 en 24.00 uur bedraagt deze vergoeding ƒ 1,35 (€ 0,61)bruto
per uur en op feestdagen bedraagt deze vergoeding ƒ 2,00 (€ 0,91) per uur. De consignatie-vergoeding
bedraagt minimaal 3 uur.
Bij een daadwerkelijke oproep worden de gewerkte uren naast de consignatie-vergoeding
betaald. Indien bij een daadwerkelijke oproep een dienst wordt verricht,
die korter duurt dan 3 uur, dan worden aan de werknemer toch drie gewerkte
uren betaald. Indien deze 3 uur samenvalt met een reeds aangezegde dienst,
wordt desalniettemin deze 3 uur onverkort vergoed.
De aan de consignatie verbonden voorwaarden worden in onderling overleg
met de ondernemingsraad c.q. het (de) personeel(s-vertegenwoordiging) vastgelegd.
Indien de werknemer bereikbaar moet zijn, anders dan bedoeld in lid 1,
om op deze manier telefonisch opvolging te kunnen geven in het kader van
de te nemen actie, ontvangt de werknemer een vergoeding van ƒ 50,- (€ 22,69) bruto
per loonperiode.
Artikel V.7 Studiekostenvergoeding
De werknemer is verplicht de door de werkgever, al dan niet vanwege wettelijke
eisen ten aanzien van (toekomstige) functie-uitoefening, voor zijn functie
noodzakelijk geachte opleidingen te volgen aan het door de werkgever aan
te wijzen opleidingsinstituut en de instructies van dat instituut nauwlettend
op te volgen, alsmede de werkgever periodiek op de hoogte te houden van
het resultaat der studie.
Indien de werkgever daarmee schriftelijk instemt, kan de werknemer op eigen
verzoek een bedrijfs- of bedrijfstakopleiding volgen. Indien de werkgever
niet akkoord gaat met een dergelijk verzoek, zal hij de afwijzing schriftelijk
motiveren.
De kosten van het inschrijfgeld, lesgeld en examengeld voor een opleiding
bedoeld in lid 1 en 2, worden, indien de werknemer zich houdt aan het gestelde
in lid 1 en 2, door de werkgever betaald voor zover deze niet op andere
wijze worden vergoed (zoals bijvoorbeeld de EHBO-vergoeding). De aan de
opleiding verbonden komen slechts éénmaal voor rekening van
de werkgever.
De werknemer is alleen gehouden de in lid 3 van dit artikel genoemde kosten
van de opleiding aan de werkgever terug te betalen, indien hij vanaf het
begin van de opleiding tot één jaar na het behalen van het
diploma de arbeidsovereenkomst op eigen verzoek beëindigt of deze
wegens dringende redenen ingevolge artikel 678 B.W. door de werkgever wordt beëindigd, dan wel wegens gewichtige redenen
door de kantonrechter wordt ontbonden.
Bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst op eigen verzoek of wegens
dringende redenen ingevolge artikel 678 B.W. door
de werkgever dan wel wegens gewichtige redenen door de kantonrechter wordt
ontbonden, is de werknemer gehouden vanaf één jaar tot 2
jaar na het behalen van het diploma de helft van de in lid 3 van dit artikel
genoemde kosten terug te betalen. Na het verstrijken van twee jaar na het
behalen van het diploma is geen terugbetaling meer verschuldigd.
Het bepaalde in de leden 4 en 5 van dit artikel is niet van toepassing
als het dienstverband buiten de schuld van de werknemer beëindigd
moet worden. In dat geval is geen terugbetaling verschuldigd.
Artikel V.8 Hondenvergoeding
De werknemer die dienst(en) (gaat) verrichten met een door de werkgever
ter beschikking gestelde gecertificeerde hond, heeft recht op een bruto
toeslag van ƒ 161,54 (€ 73,30) per loonperiode (ƒ 175,00 (€ 79,41)per maand) voor training
van de hond. Bovendien ontvangt de werknemer maandelijks voldoende hondevoer
en kan hij de noodzakelijk te maken overige verzorgingskosten bij de werkgever
declareren.
De werknemer die in uitdrukkelijke opdracht van de werkgever meestentijds
dienst(en) verricht met een eigen gecertificeerde hond, heeft recht op
een netto vergoeding van ƒ 168,46 (€ 76,44)per loonperiode (ƒ 182,50 (€ 82,81) per maand) voor
aanschaf, huisvesting en verzorging van de hond.
De werknemer die incidenteel in uitdrukkelijke opdracht van de werkgever
met een eigen gecertificeerde hond dienst(en) verricht, ontvangt een netto
vergoeding van ƒ 1,44 (€ 0,65) per gewerkt uur, met een maximum van ƒ 168,46 (€ 76,44) per
loonperiode (182,50 (€ 82,81) per maand), voor aanschaf, huisvesting en verzorging
van de hond.
Voor de werknemer die een vergoeding ontvangt als genoemd in lid 2 en 3
van dit artikel geldt dat hij op verzoek van de werkgever moet aantonen
dat tegenover deze netto vergoeding daadwerkelijk gemaakte kosten staan.
Voor de in lid 1,2 en 3 beschreven werknemers die diensten verrichten met
een gecertificeerde hond geldt dat zij in het bezit van een toetsingsbewijs
zoals vereist ingevolge de Wet Partikuliere Beveiligingsorganisaties en
Recherchebureaus.
In geval de werknemer genoemd in lid 1, 2 of 3 voor het woon- werkverkeer
extra kosten moet maken voor het vervoer van de hond, worden deze kosten
door de werkgever vergoed.
De werkgever zal op verzoek van de werknemer in de zin van lid 1, 2 en
3 van dit artikel voor hen en de hond trainingsfaciliteiten in de nabijheid
van hun woonplaats regelen waar zij gebruik van kunnen maken.
Artikel V.9 Stomerijvergoeding
De werkgever vergoedt op declaratiebasis éénmaal per vier
weken aan de werknemer de kosten verbonden aan het chemisch reinigen van
de uniformkleding. Indien de werkgever bijzondere omstandigheden aanwezig
acht, kan deze vergoeding vaker plaatsvinden.
Hoofdstuk VI. Vakantie en verlof
Artikel VI.1 Vakantiedagen
Iedere werknemer met een full-time contract voor bepaalde of onbepaalde
tijd bouwt 200 uren of 25 dagen op jaarbasis op. Dit betekent dat per 4
weken 1,92 vakantiedagen of 15,38 vakantie-uren worden opgebouwd. De werkgever
stelt de vakantiedagen en -duur vast na overleg met de werknemer, rekening
houdend met het bedrijfsbelang, zo veel mogelijk in overeenstemming met
de wens van de werknemer.
De werknemer heeft recht op drie weken aaneengesloten vakantie, doch dient
minimaal twee weken aaneengesloten op te nemen. In afwijking respectievelijk
in aanvulling hierop geldt dat de werknemer recht heeft op vier weken aaneengesloten
vakantie mits deze niet later eindigt dan 30 juni van enig jaar en niet
eerder aanvangt dan 7 september van enig jaar en niet in december valt.
De toekenning of afwijzing van vakantiedagen geschiedt schriftelijk door
de werkgever; een eenmaal toegekende vakantiedag kan niet eenzijdig door
de werkgever worden ingetrokken.
Indien verlof betreffende de zomerperiode voor 1 januari voor enig jaar
is aangevraagd, dient de werkgever hierop voor 31 januari schriftelijk
te antwoorden. Als op 1 februari geen antwoord is ontvangen en de werknemer
de aanvraag aantoonbaar tijdig bij de werkgever had ingediend respectievelijk
aan hem had toegezonden, is de aanvraag toegekend.
Indien een meerdaagsverlof is aangevraagd dient de werkgever hierop binnen
1 maand schriftelijk te antwoorden. Indien na deze termijn geen antwoord
is ontvangen en de werknemer de aanvraag aantoonbaar tijdig bij de werkgever
had ingediend respectievelijk aan hem had toegezonden, is de aanvraag toegekend.
Indien een eendagsverlof is aangevraagd dient de werkgever hierop binnen
7 dagen schriftelijk te antwoorden. Indien na deze termijn geen antwoord
is ontvangen en de werknemer de aanvraag aantoonbaar tijdig bij de werkgever
had ingediend respectievelijk aan hem had toegezonden, is de aanvraag toegekend.
Voor de werknemer met een part-time contract geldt een vakantierecht naar
rato van de arbeidsuren per loonperiode. Het vakantierecht wordt opgebouwd
over maximaal 160 arbeidsuren per loonperiode.
Voor de werknemer met een afroepcontract wordt het recht op vakantiedagen
per loonperiode omgezet in een geldelijke uitkering. Deze uitkering bedraagt
9,62% van het voor hem geldende basisuurloon en de daarop van toepassing
zijnde toeslag bijzondere uren en de EHBO-toeslag.
Gedurende zijn vakantie heeft de werknemer met een full-time contract recht
op betaling van zijn vakantieloon en vaste toeslagen.
Als uitgangspunt geldt dat de opgebouwde vakantierechten binnen één
kalenderjaar worden opgenomen. De werkgever stelt de werknemer in redelijkheid
in staat vakantie op te nemen. Uitgezonderd de gevallen waar de werknemer
door omstandigheden, zoals arbeidsongeschiktheid, dan wel door toedoen
van de werkgever niet in redelijkheid in gelegenheid is geweest zijn vakantierechten
op te nemen, geldt dat aan het eind van het kalenderjaar maximaal 5 dagen
(40 uur) verlof naar het nieuwe jaar mag worden meegenomen. Het recht tot
het meenemen van meer dan 5 vakantiedagen aan het eind van het kalenderjaar,
kan in afwijking van het hierbovenstaande, in individuele gevallen in onderling
overleg tussen werkgever en betrokken werknemer schriftelijk worden bepaald.
Bij het einde van het dienstverband heeft de werknemer met een full-time
of part-time contract recht op uitbetaling van alle op dat tijdstip nog
niet genoten vakantiedagen.
Tijdens de dienstbetrekking zal de werkgever de niet genoten vakantiedagen
niet uitbetalen, anders dan in lid 8 vermeld.
Artikel VI.2 Extra vakantiedagen
Voor iedere vijf onafgebroken dienstjaren bij werkgever geldt één
extra vakantiedag. Voor de vaststelling hiervan is 1 januari van ieder
jaar bepalend. Het aantal dagen wordt vastgesteld volgens onderstaande
tabel:
Aantal onafgebroken dienstjaren
Aantal extra vakantiedagen per jaar
5 t/m 9
1
10 t/m 14
2
15 t/m 19
3
20 t/m 24
4
25 t/m 29
5
30 t/m 34
6
35 t/m 39
7
40 of meer
8
Artikel VI.3 Vakantietoeslag
De werknemer heeft recht op een vakantietoeslag van 8%. De uitbetaling
van de vakantietoeslag vindt uiterlijk plaats in de maand juni.
Voor de werknemer met een part-time contract geldt een vakantietoeslag
naar rato van de arbeidsuren in een loonperiode. De vakantietoeslag wordt
opgebouwd over maximaal 160 arbeidsuren per loonperiode.
Bij het einde van het dienstverband heeft de werknemer recht op uitbetaling
van de op dat tijdstip nog niet ontvangen vakantietoeslag.
Artikel VI.4 Buitengewoon verlof en kort verzuim
Het in dit artikel gestelde is van toepassing op de werknemer met een full-time
of part-time contract. Het is eveneens van toepassing voor alternatieve
samenlevingsvormen, mits het bestaan hiervan tenminste een jaar voor een
eventuele aanspraak door middel van een schriftelijke opgaaf van naam,
adres en geboortedatum van de partner aan de werkgever is bekend gemaakt.
Onverminderd het bepaalde in artikel 629b B.W.
wordt bij verzuim, voor zover dit binnen de arbeidstijd noodzakelijk is
en mits hiervan behoorlijk op tijd aan de werkgever kennis is gegeven,
het loon - waaronder hier wordt verstaan vakantieloon- aan de werknemer
doorbetaald in de hierna te noemen gevallen (na overlegging van het nodige
bewijsmateriaal):
bij overlijden van familieleden:
het aantal dagen van de dag van overlijden t/m de dag der begrafenis/crematie,
bij het overlijden van de echtgeno(o)t(e) of van een tot het gezin behorend
kind, pleegkind of stiefkind van de werknemer;
het aantal dagen van de dag van overlijden t/m de dag der begrafenis/crematie
bij het overlijden van één der(schoon)ouders of een niet
tot het gezin behorend kind, pleegkind of stiefkind van de werknemer indien
deze zorg draagt voor alles dat met de begrafenis/crematie van doen heeft;
twee dagen bij het overlijden van één der (schoon)ouders
of een niet tot het gezin behorend kind, pleegkind of stiefkind van de
werknemer;
één dag op de dag van de begrafenis/crematie van (over)grootouders,
(over)grootouders van de echtgeno(o)t(e), kleinkinderen, broers, zusters,
schoonzoons, schoondochters, zwagers en schoonzusters;
bij huwelijk:
één dag bij ondertrouw van de werknemer en twee achtereenvolgende
dagen bij huwelijk van de werknemer ;
één dag bij huwelijk van één der kinderen pleegkinderen,
stiefkinderen, kleinkinderen, broers,zusters, ouders en schoonouders, zwagers,en
schoonzusters van de werknemer;
één dag bij 25-, 40-, 50-, 60- of 70-jarig huwelijksjubileum
van de werknemer, diens ouders of schoonouders;
bij geboorte
twee dagen bij bevalling van de echtgenote van de werknemer;
bij adoptie:
één dag bij adoptie van een kind door de werknemer;
bij bezoek medisch specialisten:
de noodzakelijk te verzuimen uren bij bezoek aan specialist, na verwijsbrief
voor verdere behandeling. In verband met de wisselende werktijden van beveiligingsbeambten
is hier niet bezoek van huisarts, tandarts of therapeut buiten beschouwing
gelaten. Dit dient zoveel; mogelijk in eigen tijd van de werknemer te geschieden;
indien dit laatste niet mogelijk is wordt het loon doorbetaald alsof er
geen verzuim zou zijn geweest;
bij verhuizing
één dag bij verhuizing van de werknemer, met een maximum
van eens per twee jaar;
twee dagen bij verhuizing van de werknemer, als dit geschiedt op verzoek
van de werkgever;
bij examens:
één dag voor het afleggen van examens basisdiploma beveiliging,
vakdiploma en certificaten kaderdiploma. Voor die examens van andere cursussen,
die zijn gemeld aan en goedgekeurd door de werkgever, wordt verlof verleend
voor de noodzakelijk te verzuimen uren. Voorafgaand aan de dag van het
examen zal door de werknemer geen nachtdienst behoeven te worden verricht;
pensioneringscursussen:
in de drie jaar voorafgaand aan het bereiken van de pensioengerechtigde
leeftijd heeft de werknemer recht op verlof met behoud van salaris voor
het bijwonen van cursussen als voorbereiding op de aanstaande pensionering,
afhankelijk van de duur van de cursussen tot een maximum van 5 dagen;
stemrecht
bij uitoefening van het stemrecht, voor zover dit niet buiten diensttijd
heeft kunnen plaatsvinden; maximaal twee uur;
vakbondsverlof: aan werknemers die lid zijn van de vakorganisaties wordt,
mits de aanvraag daartoe tijdig door de vakorganisatie tot de onderneming
is gericht, voor de volgende activiteiten:
het bijwonen van congressen, algemene groeps- en bestuursvergaderingen
van een der vakorganisaties, indien de werknemer deel uitmaakt van een
der besturende organen of afgevaardigde van een afdeling is, tot ten hoogste
acht dagen per jaar;
het volgen of bijwonen van door of namens een der vakorganisaties georganiseerde
cursussen, studiedagen of vergaderingen, voor ten hoogste zes kalenderdagen
per jaar, mits de dienst de afwezigheid wegens dit verlof toestaat;
bij wettelijke of overheidsverplichtingen:
bij de vervulling van een bij wettelijk voorschrift of door de overheid
zonder geldelijke vergoeding opgelegde verplichting voor zover deze persoonlijk
moet worden nagekomen en dit niet in vrije tijd kan geschieden en het niet
betreft oproeping van Raad voor de Kinderbescherming, de sociale diensten,
belasting instanties e.d. of een rechtsgeding waarbij de werknemer als
verdachte is gedagvaard, de naar redelijkheid te bepalen noodzakelijke
tijd, met een maximum van één dag;
overige gevallen:
in andere bijzondere gevallen kan verlof worden verleend in overleg met
de werkgever.
Artikel VI.5 Calamiteitenverlof
De werknemer heeft het recht - in overleg met de werkgever - zonder
behoud van loon tot een maximum van drie dagen per jaar verlof op te nemen
in verband met dringende omstandigheden in het gezin of naaste familie,
voor die gelegenheden, niet genoemd bij buitengewoon verlof.
Hoofdstuk VII. Arbeidsongeschiktheid
Artikel VII.1 Uitkering bij arbeidsongeschiktheid
Indien een werknemer ten gevolge van ziekte, zwangerschap of bevalling
niet in staat is de bedongen arbeid te verrichten, gelden voor hem de bepalingen
in artikel 629 B.W., de Ziektewet en de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering
(WAO), voor zover hierna niet anders is bepaald.
Bij arbeidsongeschiktheid zal aan de werknemer die bij aanvang van de arbeidsongeschiktheid
korter dan 13 loonperioden in dienst is het volgende worden verstrekt:
Gedurende maximaal 52 weken 70% van het salaris (tot maximaal het voor
de werknemer geldende maximum dagloon inzake de coördinatiewet SV).
De eerste dag geldt als wachtdag.
Wachtdagen gelden niet, indien de arbeidsongeschiktheid het gevolg
is van een bedrijfsongeval dan wel een beroepsziekte, als bedoeld in artikel
9 van de Arbowet, dan wel wanneer er sprake is van zwangerschap of bevalling,
orgaandonatie of ziekte van een ex-arbeidsongeschikte werknemer.
Indien de arbeidsongeschiktheid daarna voortduurt, ontvangt de werknemer
uitsluitend de uitkering krachtens de AAW/WAO.
Bij arbeidsongeschiktheid zal aan de werknemer die tenminste 13 loonperioden
in dienst is, het volgende worden verstrekt:
Gedurende maximaal 52 weken 70% van het salaris (tot maximaal het voor
de werknemer geldende maximum dagloon inzake de coördinatiewet SV).
Daarenboven ontvangt de werknemer een aanvulling tot 100% van het salaris.
Bij volledige arbeidsongeschiktheid wordt de AAW/WAO-uitkering maximaal
gedurende 52 weken aangevuld tot 90% van het salaris. Deze aanvulling zal
nooit meer bedragen dan 20% van het salaris.
Voor de berekening hiervan wordt uitgegaan van een ongekorte uitkering.
De aanvullingsperiode bedraagt in dit geval maximaal twee jaar, gerekend
van het tijdstip van de aanvang van de arbeidsongeschiktheid.
Bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid zal de werkgever aan de werknemer
die in passende arbeid is tewerkgesteld, aan aanvulling verstrekken op
het dan geldende salaris en de uitkering krachtens de AAW/WAO tot 90% van
het salaris.
Voor de berekening hiervan wordt uitgegaan van een ongekorte uitkering.
De aanvullingsperiode bedraagt in dit geval maximaal twee jaar, gerekend
vanaf het tijdstip van aanvang van de arbeidsongeschiktheid.
Bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid zal de werkgever aan de werknemer
die niet in passende arbeid kan worden tewerkgesteld, indien de
werknemer een AAW/WAO uitkering en een WW-uitkering ontvangt, op deze uitkeringen
een aanvulling verstrekken tot 90% van het salaris.
Voor de berekening hiervan wordt uitgegaan van een ongekorte uitkering.
De aanvullingsperiode bedraagt in dit geval maximaal twee jaar, gerekend
vanaf het tijdstip van aanvang van de arbeidsongeschiktheid.
Voor de berekening van de hiervoor bedoelde aanvulling AAW/WAO wordt er
van uitgegaan dat de werknemer deelneemt aan de verzekering van het zogenaamde
WAO-gat.
In afwijking van artikel 2 bestaat op ondernemingsniveau in overleg met de vakorganisaties
de mogelijkheid tot de invoering van wachtdagen onder voorwaarde dat voor alle werknemers korter dan 1 jaar
in dienst de uitkering ziektegeld met betrekking tot percentage gelijk is aan aan de overige medewerkers.
Indien op ondernemingsniveau hierover geen afspraken worden gemaakt, geldt het gestelde onder lid 2 van dit artikel.
Onder salaris, bedoeld in dit artikel, wordt verstaan dat bedrag dat de
werknemer zou hebben ontvangen, indien hij arbeidsgeschikt zou zijn geweest,
vermeerderd met een gemiddelde onregelmatigheidstoeslag.
De gemiddelde onregelmatigheidstoeslag wordt berekend door de som van
de avond-, nacht-, weekend- en feesttoeslagen over de drie hele perioden
direct voorafgaande aan de ziekte te delen door de som van het aantal overeengekomen
contracturen van de werknemer.
De uitkering ziektegeld voor parttimers dient gebaseerd te zijn op het gemiddeld daadwerkelijk
gewerkte uren in de afgelopen 6 loonperioden, tenzij het aantal contractuele uren hoger is.
De in lid 2 bedoelde loondoorbetaling en de aanvullingen worden beëindigd,
wanneer de dienstbetrekking met de werknemer eindigt en de aanvulling worden
niet toegekend aan werknemers van 65 jaar en ouder.
De werkgever heeft het recht om, gehoord hebbende de Arbodienst, de in
dit artikel bedoelde loondoorbetaling en aanvulling te weigeren ten aanzien
van de werknemer die:
door opzet arbeidsongeschiktheid is geworden;
arbeidsongeschiktheid is geworden als gevolg van een gebrek waarover hij
in het kader van een aanstellingskeuring valse informatie heeft verstrekt
en daadoor de toetsing van de voor de functie opgestelde belastbaarheidseisen
niet juist kon worden uitgevoerd;
zijn genezing heeft belemmerd of vertraagd en/of zonder deugdelijke grond
geen passend werk verricht;
de loondoorbetaling en aanvulling op te schorten en de aanvulling
te weigeren ten aanzien van de werknemer die:
zich niet houdt aan de voor hem geldende regels en aanwijzingen bij ziekte
(controlevoorschriften);
de aanvulling te weigeren ten aanzien van de werknemer die:
weigert zijn medewerking te verlenen aan een door de werkgever gevraagde
second opinion;
weigert gebruik te maken van voorhanden zijnde veiligheidsmiddelen dan
wel voorschriften met betrekking tot veiligheid en gezondheid overtreedt
en als gevolg daarvan arbeidsongeschikt is geworden;
misbruik maakt van de voorziening.
Ingeval de werkgever ter zake van de arbeidsongeschiktheid van de werknemer
tegen een of meer derden een vordering van schadevergoeding kan doen gelden,
zal de werknemer daaraan zijn medewerking verlenen.
In overleg met de ondernemingsraad of een gelijkgesteld overlegorgaan,
dan wel bij afwezigheid daarvan de Arbodienst, zal de werkgever een beleid
ontwikkelen gericht op het voorkomen van onnodig ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid.
Uitgangspunt hierbij zijn de navolgende onderdelen:
Ziekmelding
Inzenden eigen verklaring
Telefonisch gesprek met de bedrijfsverpleegkundige
Telefonisch gesprek met de bedrijfsarts
Raadpleeg de huisarts
Thuisblijven
Bezoek mogelijk maken
Het juiste adres
De genezing niet belemmeren
Het verrichten van werkzaamheden
Op het spreekuur komen
Specialistisch onderzoek
Werkhervatting bij herstel
Bezwaren tegen de hersteldverklaring
Sancties
In bijlage 7 is opgenomen het protocol inzake voorschriften bij ziekte.Artikel VII.2 Herverzekering daling wettelijk uitkering
WAO
De werkgever is verplicht, naar aanleiding van de door de Wet Terugdringing
Beroep op de Arbeidsongeschiktheidsregeling, d.d. 25 januari 1993, het
ontstane zogenaamde WAO-gat, via een erkende verzekeringsmaatschappij aan
de werknemer een arbeidsongeschiktheidsverzekering aan te bieden waarmee
de werknemer, indien hij in aanmerking komt voor een AAW/WAO uitkering,
dit WAO-gat volledig kan repareren op het niveau van het door de Nieuwe
Algemene Bedrijfsvereniging vastgestelde dagloon.
De premie voor de onder 1. bedoelde verzekering zal worden berekend en
geheven over de WAO-grondslag.
De onder 1. bedoelde verzekering dient een indexering van de uitkering
te kennen, minimaal ter grootte van 2%, dan wel op basis van overrentedeling.
Het aanbod van de werkgever voor de onder 1. bedoelde verzekering gaat
in per 26 januari 1993. De werknemer, die in dienst treedt na 26 januari
ontvangt het aanbod vanaf datum indiensttreding. Voor de nieuwe werkgever
geldt het aanbod vanaf de eerste dag dat personeel in dienst wordt genomen.
Bij aanvang van de onder 1. bedoelde verzekering zullen alle in dienst
zijnde werknemers, zonder acceptatiekeuring deel kunnen nemen. Werknemers
die later in dienst treden dan wel om andere oorzaken later deel wensen
te nemen, kunnen deelnemen op basis van de zogenaamde aanstellingskeuring.
De premie van de onder 1. bedoelde verzekering komt voor rekening van de
werknemer.
De werknemer is vrij om van het onder 1. bedoelde werkgeversaanbod gebruik
te maken.
Indien de in lid 1. bedoelde verzekering ten gevolge van overrente dan
wel ten gevolge van ander oorzaken een premierestitutie dan wel premieverlaging
kent, komt dit ten gunste van de werknemer.
Hoofdstuk VIII. VUT, pensioen en ouderenbeleid
Artikel IV.11 VUT CAO
Met ingang van 1 oktober 1993 geldt een regeling voor vrijwillig vervroegd
uittreden. Deze wordt nader geregeld in een VUT CAO. Deze geldt tot en
met 31 december 2002.
Artikel IV.2 Bedrijfstakpensioenfonds
Iedere werknemer van 25 jaar en ouder wordt opgenomen in de pensioenregeling
van de Stichting Pensioenfonds voor de Particuliere Beveiliging, indien
hij voldoet aan de bij die regeling gestelde eisen.
De door de werknemer op grond daarvan periodiek verschuldigde bijdrage
zal door de werkgever op het salaris worden ingehouden.
Indien de werkgever door het bestuur van de Stichting Pensioenfonds voor
de Particuliere Beveiliging van deelname aan het fonds is gedispenseerd,
is de werkgever verplicht het op de gedispenseerde pensioenregeling betrekking
hebbende reglement aan de werknemer te overhandigen.
De werknemer die via zijn werkgever deelneemt in een gedispenseerde pensioenregeling
als bedoeld in lid 1 van dit artikel, kan niet verplicht worden tot een
hogere eigen bijdrage aan de pensioenregeling als ware hij deelnemer in
de in artikel VIII.2 bedoelde pensioenregeling.
De pensioenregeling is nader uitgewerkt in een pensioenreglement.
Het reglement ligt bij de werkgever ter inzage; desgewenst wordt dit verstrekt.
Uitruil nabestaandenpensioen wordt vanaf 1 januari 2000 mogelijk gemaakt en zal met
terugwerkende kracht worden geëffectueerd. Voor pensioen gelijke behandeling mannen
en vrouwen geldt conform besluit van het bestuur pensioenfonds. de OHT wordt verwerkt
conform het advies van het bestuur pesioenfonds.
Artikel VIII.3 Overige regelingen ten behoeve van
oudere werknemers
Aangepast dienstrooster op medische indicatie
Werknemers van 55 jaar en ouder hebben het recht om op medische indicatie
met een aangepast dienstrooster te mogen werken.
Verval verplichting tot overwerk
Werknemers van 55 jaar en ouder kunnen niet verplicht worden tot het
verrichten van diensten langer dan 8 uur of tot werkzaamheden waarbij het
totaal aantal arbeidsuren meer dan 40 uur per week bedraagt.
Verval verplichting van werken op roostervrije dag
Werknemers van 55 jaar en ouder kunnen niet verplicht worden tot het
werken op een vooraf vastgestelde roostervrije dag.
Verval verplichting van uitvoering van nachtdiensten
Werknemers van 60 jaar en ouder kunnen, indien zij daartoe schriftelijk
de wens te kennen geven niet worden verplicht tot het uitvoeren van nachtdiensten.
Aangepaste loonregeling
In de 1, 2 en 4 genoemde gevallen zal een loonregeling met de betreffende
werknemers worden getroffen, met als uitgangspunt dat de inkomensachteruitgang
wordt beperkt.
Vrije dagen voor oudere werknemers
Vanaf de leeftijd van 57 jaar wordt de werknemer met een full-time
contract in de gelegenheid gesteld korter te werken met behoud van loon.
De arbeidstijdverkorting vindt plaats in de vorm van hele diensten en wel
als volgt:
bij 57 jaar
1 dag per jaar
bij 58 jaar
2 dagen per jaar
bij 59 jaar
3 dagen per jaar
bij 60 jaar
4 dagen per jaar
bij 61 jaar
5 dagen per jaar
bij 62 jaar
6 dagen per jaar
bij 63 jaar
7 dagen per jaar
bij 64 jaar
8 dagen per jaar
De arbeidstijdverkorting dient volledig te worden opgenomen in het jaar
waarvoor ze geldt. Dit artikel geldt uitsluitend indien de werknemer voorafgaand
aan de arbeidstijdverkorting minimaal tien aaneengesloten dienstjaren in
de bedrijfstak particuliere beveiliging werkzaam is geweest.
De werknemer van 55 jaar en ouder zal op zijn verzoek elke twee jaar een
medische keuring ondergaan op kosten van de werkgever.
Hoofdstuk IX. Veiligheidsprocedures en Arbo-aangelegenheden
Artikel IX.1 Veiligheidsprotocol
In het kader van veiligheidsmanagement van het bedrijf ter bevordering
van de persoonlijke veiligheid van beveiligingsbeambten beschikken, zoals
hieronder verder uitgewerkt, beveiligingsbeambten tijdens de uitvoering
van hun dienst over deugdelijke communicatiemiddelen waarmee zij directe
communicatie hebben voor vaste meldingen en/of assistentie in te roepen
en/of onregelmatigheden kunnen melden, dan wel een noodsignaal kunnen geven.
Verder werken zij, zoals hieronder verder uitgewerkt, mee aan de procedures
voor veiligheid in het bedrijf.
Vaste post
Vanaf een vaste post dient directe communicatie permanent mogelijk te zijn
met een (centraal) meldpunt.
Ieder uur (buiten kantooruren) dient een controle melding te worden verricht
tussen vaste post en het (centrale) meldpunt.
In geval van calamiteiten (b.v. te ondernemen actie op een alarmmeldingen)
dient hiervan melding gemaakt te worden aan het (centrale)meldpunt. Vervolgens
ieder kwartier contact met meldpunt tot einde calamiteit.
Door partijen wordt nader vastgesteld op welke wijze het veiligheidsprotocol
ten aanzien van de vaste post verder gestalte kan krijgen. Dit betreft
het incidenteel verlaten van de vaste post tijdens de dienstuitvoering.
Mobiele surveillance
Vanuit het voertuig dient directe communicatie permanent mogelijk te zijn
met een (centraal) meldpunt.
Aanvang en einde van iedere controleronde dient te worden gemeld aan het
meldpunt.
Op het meldpunt dient de gemiddelde tijdsduur per controleronde bekend
te zijn. Indien bij een controleronde met een gemiddelde tijdsduur <
15 minuten, de vastgestelde tijdsduur voor die ronde wordt overschreden
met 5 minuten dient zulks gesignaleerd te worden door het meldpunt.
Indien de controleronde een gemiddelde tijdsduur heeft > 15 min, dient
er iedere 15 minuten een contact tussen mobiel surveillant en meldpunt
te zijn.
In geval van calamiteiten: onmiddellijke melding en vervolgens zo frequent
mogelijk tot einde calamiteit.
De mobiele surveillant belast met alarmopvolging dient, indien hij het
voertuig verlaat permanent over een deugdelijk communicatiemiddel te beschikken.
De mobiele surveillant belast met zowel inpandige als uitpandige controleronden
dient, indien hij het voertuig verlaat permanent over een deugdelijk communicatiemiddel
te beschikken.
De mobiele surveillant, uitsluitend belast met uitpandige controleronden dient, indien
hij het voertuig verlaat permanent over een deugdelijk
communicatiemiddel te beschikken.
Winkelsurveillance
Indien een winkelsurveillant een één-mans surveillance verricht
dient hij over een communicatiemiddel te beschikken.
Indien een winkelsurveillant, niet zijnde een één-mans surveillance,
surveillance verricht in een winkelcentrum dient hij over een deugdelijk
communicatiemiddel te beschikken.
Indien een winkelsurveillant, niet zijnde een één-mans surveillance,
surveillance verricht in een winkel dient hij over een deugdelijk communicatiemiddel
te beschikken.
De winkelsurveillant dient met voornoemd communicatiemiddel directe communicatie
te hebben met een meldpunt zoals omschreven onder punt 6 dan wel met een
meldpunt in de directe werkomgeving dat voldoet aan het gestelde bij punt
6a.
Geld- en waardentransport
Gezien het specifieke karakter en geldende wettelijk regime is de geld-
en waardentransportsector van dit protocol uitgezonderd. Dit zal op bedrijfs-
c.q. sector niveau worden vormgegeven.
Meldpunt
Het (centrale) meldpunt dient te beschikken over deugdelijke en voldoende
communicatiemiddelen om de meldingen te kunnen ontvangen en in staat te
zijn de meldingen en calamiteiten te signaleren en registreren.
Indien het (centrale)meldpunt een eenpersoons-bezetting heeft per dienst,
dient een signalering en/of tijdscontrole als bedoeld onder 2.b bij een
PAC plaats te vinden.
Indien vanaf een vaste post of door een mobiel surveillant geen contact
kan worden verkregen met het (centrale)meldpunt, dient men rechtstreeks
contact op te kunnen nemen met bedoelde PAC.
Communicatiemiddel
Een deugdelijk communicatiemiddel dient minimaal aan de volgende eisen
te voldoen:
korte opbouwtijd verbinding
de dekking dient voldoende te zijn; onder normale omstandigheden dient
het (centraal)meldpunt bereikt te worden
de stroomvoorziening moet over voldoende capaciteit beschikken om permanente
communicatie mogelijk te maken
Veiligheidsmanagement
Veiligheidsmanagement voor objecten met een verhoogd risico en daarbij
te hanteren procedures, maatregelen en in te zetten middelen en materialen
zal door het bedrijf in overleg met de ondernemingsraad worden vastgesteld.
Indien een ondernemingsraad niet aanwezig is, is hiervoor te lezen de personeelsvertegenwoordiging.
Indien deze laatste niet aanwezig is, vindt overleg plaats in het werkoverleg.
De ondernemingsraad c.q. personeelsvertegenwoordiging heeft ten aanzien
van bedoelde procedures, maatregelen en in te zetten middelen en materialen
een initiatiefrecht bij objecten met een verhoogd risico.
Bij de aanduiding van wat als een object - bestaande en nieuwe - met
een verhoogd risico moet worden beschouwd, kan het bedrijf en/of ondernemingsraad
zich laten leiden door de uitkomsten van een risico-inventarisatie, opgesteld
door een arbo-deskundige.
Het bedrijf kan conform het hierboven bepaalde met betrekking tot het overleg
en initiatiefrecht bij gewijzigde omstandigheden, dan wel op grond van
nader inzicht, overleg voeren over aanvullende maatregelen en/of voorzieningen
voor een object.
De werkgever heeft de plicht er voor te zorgen dat bij aanvang van de dienst
deugdelijke middelen ten behoeve van de veiligheid van de werknemer ter
beschikking staan. De werknemer heeft de plicht bij aanvang dienst de middelen
op het functioneren te controleren en indien hij/zij gebreken constateert
deze onmiddellijk te melden, waarna de gebreken direct hersteld dienen
te worden.
Overleg vakorganisaties
Vakorganisaties zullen minimaal eenmaal per jaar met de werkgever overleg
voeren over de veiligheid van de werknemers. Ten behoeve van dit overleg
verstrekt de werkgever gegevens over calamiteiten, ongevallen en genomen
initiatieven.
Arbeidsverhoudingen
In het kader van de de arbeidsverhoudingen zijn de volgende afspraken
gemaakt:
Tijdens de looptijd van de CAO is er elk kwartaal periodiek overleg van
de partijen.
De procedures in het kader van de VPB-gedragscode staan open voor de vakbonden.
De omvang van het uitzendwerk binnen de branche wordt jaarlijks gecommuniceerd
naar de vakbonden.
Besluiten van de Sociale Commissie met een algemene strekking worden anoniem
onder de VPB-leden verspreid.
Hoofdstuk X. Werkgelegenheid en structuurwijziging in de onderneming
Artikel X.1 Uitgangspunten
Het sociaal beleid richt zich op de mens in de onderneming, daarbij
vindt een afweging plaats tussen de normen en verwachtingen van de medewerkers,
over hun functioneren aan de ene kant en de eisen die de onderneming moet
stellen aan een doelgericht functioneren van de organisatie aan de andere
kant.
Het sociaal beleid is verbonden met het totale ondernemingsbeleid. Het
is gelijkwaardig aan andere beleidsonderdelen en wordt beïnvloed door
de strategische ontwikkelingsmogelijkheden in- en van de branche.
Bij het tot stand brengen van een sociaal beleid wordt rekening gehouden
met het eigen karakter van een onderneming, voorts met hetgeen hieronder
in de volgende artikel van de sociale paragraaf is aangegeven.
Artikel X.2 Werkgelegenheid
De VPB heeft als brancheorganisatie voor de particulier beveiliging
een integrale arbeidsmarktbenadering ontwikkeld. Deze benadering richt
zich voor de komende jaren op het optimaliseren van de aansluiting van
vraag en aanbod van beveiligingsmedewerkers op de arbeidsmarkt.
In nauwe samenwerking met de Sectorraad Commerciële Dienstverlening,
Arbeidsvoorziening en andere intermediairs wordt een scala van arbeidsmarktinstrumenten
ingezet. De reeds overeengekomen inspanningsverplichting van werkgevers
tot plaatsing van 400 personen, behorende tot de groep gedeeltelijk arbeidsongeschikten
(inclusief REA), langdurig werklozen en/of allochtonen vormt onderdeel
van integrale arbeidsmarktbenadering. Partijen handhaven het meld- en coördinatiepunt
op het secretariaat van de VPB. Tijdens de looptijd van deze CAO zullen
partijen de arbeidsmarktbenadering evalueren. Bij de uitwerking van de
integrale arbeidsmarktbenadering zullen de werknemerspartijen bij deze
CAO worden betrokken.
Artikel X.3 Vacature melding
Ten einde de inzichtelijkheid van de arbeidsmarkt te bevorderen zal
de werkgever alle daarvoor relevante vacatures kenbaar maken aan desbetreffende
Regionaal Bureau voor de Arbeidsvoorziening. Dit geldt als een continu
aandachtspunt. Een en ander krijgt dan een bijzonder accent in het kader
van reorganisatie en wijzigingen in het personeelsbestand, zoals hieronder
verder bedoeld.
Vooraleer vacatures naar buiten toe opengesteld worden zal eerst intern
in het bedrijf de mogelijkheid tot sollicitatie geboden worden.
Artikel X.4 Scholing
Er is een Stichting Opleidingsfonds Beveiligingsbranche, hierna te noemen
SOBB. De werkgever is een bijdrage verschuldigd van 0,05% van de loonsom
t.b.v. SOBB. De grondslag voor de heffing is de loonsom WW. De statuten
en het in dit kader vastgesteld reglement van het SOBB worden geacht onverbrekelijk
deel uit te maken van deze overeenkomst. CAO-partijen zullen het bestuur
van het SOBB-fonds verder stimuleren in het ontwikkelen van initiatieven
om scholing en opleiding in te zetten om de kwaliteit van de bedrijven
en medewerkers in de branche voortdurend te verhogen.
Artikel X.5 Employability en loopbaanperspectief
CAO-partijen zullen gezamenlijk mogelijkheden onderzoeken om de inzetbaarheid
van medewerkers gedurende een langere periode blijvend te stimuleren door
scholing en training. Dit op basis van de mogelijkheden binnen het betreffende
bedrijf en de doelstellingen van het SOBB.
De werkgever zal verzoeken van de werknemer om in aanmerking te komen voor
het vervullen van verschillende functies overwegen, indien dit organisatorisch
mogelijk is en past binnen de bedrijfsvoering.
Gedurende de looptijd van deze CAO zal op HBO-niveau een studierichting
worden ontwikkeld voor staf- en rayonfuncties binnen de particuliere beveiliging.
Op ondernemingsniveau wordt 0,2% van de bruto loonsom beschikbaar gesteld voor kinderopvang.
Artikel X.6 Periodiek overleg over werkgelegenheidsontwikkelingen
tussen CAO-partijen
Elk kwartaal wordt tussen CAO-partijen overleg gevoerd over de economische
toestand en de economische vooruitzichten ten aanzien van de sector en
in het bijzonder met betrekking tot de werkgelegenheid. Het doel hiervan
is vakorganisaties informatie te verstrekken zodat de werkgelegenheidsontwikkelingen
nauwgezet gevolgd kunnen worden gevolgd. Onderwerpen die aan de orde kunnen
komen zijn zaken die betrekking hebben op de werkgelegenheid in zowel kwantitatieve
zin als kwalitatieve zin, zoals:
ontwikkelingen van het aantal werkzame personen in de sector of te onderscheiden
sub-sectoren;
ontwikkelingen in verschillende categorieën werknemers zoals jeugdigen,
ouderen, etc;
arbeidsomstandigheden in de sector;
onderwijs- en scholingsprogramma's voor degenen die in de sector werkzaam
zijn.
Artikel X.7 Uitzendkrachten in sector of onderneming
Partijen bij deze overeenkomst melden de overeenkomst aan bij de Stichting
Meldingsbureau Uitzendbranche. Voor uitzendkrachten gelden de arbeidsvoorwaarden
conform deze overeenkomst.
Ten hoogste 20% van het vaste personeelsbestand (op bedrijfsniveau) mag
bestaan uit uitzendkrachten.
De omvang van het uitzendwerk binnen de branche wordt jaarlijks gecommuniceerd
naar de vakbonden.
Artikel X.8 Werkgelegenheid bij contractswisseling
De Beveiligingsbranche opereert in het kader van privatisering en uitbesteding.
Contractswisselingen zijn derhalve een vast kenmerk in de sector. De werkgever
zal de betrokkenen inclusief de vakbonden op de hoogte stellen en inzicht
geven omtrent de omvang van het contract, in het kader van lid 1.
Ingeval van contractswisseling geldt het volgende:
In de situatie bij contractswisseling ten gevolge van heraanbesteding,
respectievelijk hergunning door de cliënt, zal de werkgever continuïteit
van de arbeidsverhouding binnen zijn onderneming zoveel mogelijk trachten
te waarborgen. Hiertoe zal zoveel mogelijk vervangende werkgelegenheid
binnen de onderneming, respectievelijk het concern worden gezocht en aangeboden,
terwijl tevens de werkgever bereid is in overleg te treden met de ander
in het geding zijnde werkgever, teneinde zoveel mogelijk werkgelenheid
te behouden. De werknemer zal hieraan zijn medewerking verlenen.
De beveiligingsorganisatie, die bij contractswisseling als hier bedoeld, een project verwerft,
heeft de plicht bij het (de) andere betrokken bedrijf(ven) informatie in te winnen met
betrekking tot de personeelssterkte, -samenstelling en arbeidvoorwaarden van de betrokken werknemers
op het desbetreffende project. Het bedrijf dat het project verliest, heeft zelfstandig de plicht de
hierbovenbedoelde informatie met betrekking tot het project te verstrekken.
De informatie-opvraag respectievelijk -verstrekking, zal geschieden zodra het (de)
betrokken bedrijf(ven) zekerheid over de gunning van de cliënt heeft (hebben) ontvangen.
De te verstrekken informatie heeft betrekking op de situatie, 3 maanden voorafgaand aan het moment
van de offerteaanvraag, of bij gebreke daarvan, de gunning, en geeft de sindsdien opgetreden mutaties aan.
Indien de beveiligingsorganisatie - die het project verwerft - een werknemer in dienst van
de beveiligingsorganisatie die het project verliest, een arbeidsovereenkomst aanbiedt,
zijn hierop tenminste de volgende bepalingen van toepassing:
er geldt geen proeftijd, tenzij de werknemer bij het bedrijf dat het project verliest nog in de
proeftijd werkzaam was;
het arbeidscontract geldt voor onbepaalde tijd, tenzij de werknemer bij het bedrijf dat het project verliest nog
op een contract voor bepaalde tijd werkzaam was;
voor part-time werknemers bij aanvang tenminste een gelijk aantal uren per periode zal gelden;
aan de hand van het niveau van het basissalaris wordt de werknemer in de CAO-functiegropen op een
gelijk salarisniveau ingedeeld en worden functiejaren, voor zover nog van toepassing, verder opgebouwd;
het aantal dienstjaren telt mee voor de toepassing van aan de CAO gerelateerde arbeidsvoorwaarden.
Artikel X.9 Werkgelegenheid en de structuurwijziging
in de onderneming
In geval van een op handen zijnde nieuwe investering, liquidatie, reorganisatie,
inkrimping van activiteiten of andersoortige ingrijpende wijziging in de
bestaande organisatie van de ondernemingen, welke gevolgen heeft voor de
werkgelegenheid in kwantitatieve en kwalitatieve zin of aantasting van
de bestaande rechtspositie van een aantal werknemers betekent, is de werkgever
gehouden in een zo vroeg mogelijk stadium melding te doen aan CAO-partijen,
aan werkgevers- en werknemerskant, over de beweegredenen voor het besluit
en de te verwachten sociale gevolgen voor de werknemers en daarover eveneens
overleg te plegen rekening houdend met het hieronder staande.
Fusies, reorganisaties, sluiting
Overeenkomstig het SER-besluit Fusiegedragsregels (1975) en de Wet
op de Ondernemingsraden zullen:
bij voorgenomen fusie, ingrijpende reorganisatie, inkrimping of sluiting
van de onderneming, waarbij ontslag of overplaatsing van werknemers naar
een andere standplaats het gevolg is, direct de ondernemingsraad en de
vakorganisaties tijdig ingelicht en in de gelegenheid gesteld worden advies
uit te brengen;
in overleg met de vakorganisaties regelingen getroffen voor eventueel afvloeiing,
alsmede garanties voor sociale begeleiding van betrokken werknemers;
de vakorganisaties onmiddellijk door de werkgever in kennis worden gesteld
van een aanvrage tot surséance van betaling of van een ingediend
verzoek tot faillissement.
Sociaal plan
Inhoud sociaal plan
Het totaal van maatregelen gericht op het in sociaal opzicht in goede
banen leiden van de voorgenomen fusie, ingrijpende reorganisatie, inkrimping
of al dan niet gehele liquidatie (van afzonderlijke onderdelen) van de
onderneming, waaronder de voorzieningen gericht op het voorkomen, verminderen
of wegnemen van eventuele nadelige gevolgen voor de werknemers, wordt neergelegd
in een sociaal plan. Dit sociaal plan kan van toepassing zijn op de gevolgen
hetzij van een bepaald voorgenomen besluit, hetzij van alle binnen een
bepaalde periode vallende voorgenomen besluiten als bedoeld in dit artikel.
De werkgever voert overleg met de werknemersorganisaties, indien de werkgever
dit wenst in het bijzijn van de werkgeversorganisatie, over de inhoud van
het sociaal plan ten minste voor zover het betreft:
maatregelen ter voorkoming van gedwongen ontslag;
procedure ten behoeve van het vaststellen van overcompleet, waarbij zowel
aan het anciënniteitsprincipe als aan het afspiegelingsprincipe zoveel
mogelijk recht wordt gedaan;
de overplaatsingsregeling;
regeling van arbeidsvoorwaarden bij functiewijziging;
maatregelen op financieel en sociaal terrein voor de werknemers die overcompleet
zijn, waaronder tevens begrepen kan zijn een afvloeiingsregeling.
Indien de ondernemingsraad zulks wenst, wordt het overleg uitgebreid tot
alle aspecten van het sociaal plan. In dit overleg wordt er naar gestreefd
om tot afspraken te komen. Indien deze inderdaad worden gemaakt, zullen
zij in het vervolg van de adviesprocedure met de ondernemingsraad, ex artikel
25 WOR, geen verandering meer kunnen ondergaan. Blijkt het niet mogelijk
binnen een redelijke termijn tot afspraken te komen dan zal de werkgever
in het vervolg van de adviesprocedure zijn voorgenomen besluit ter zake
van de onder 7.b.2. genoemde arbeidsvoorwaardelijke regelingen aan de ondernemingsraad
kenbaar maken, waarbij het standpunt van de werknemersorganisatie ter zake
zal weergeven.
Hoofdstuk XI. Sociale Commissie Beveiligingsorganisaties en naleving CAO
Ter bevordering van een juiste en eenvormige toepassing, alsmede naleving
van het gestelde in deze overeenkomst hebben partijen een Commissie ingesteld,
genaamd Sociale Commissie Beveiligingsorganisaties.
Deze commissie heeft de volgende taken:
Het oordelen over interpretatiegeschillen tussen werkgever en werknemer,
voortvloeiende uit de bepalingen van deze overeenkomst.
In een interpretatiegeschil tussen werkgever en werknemer, dan wel tussen
een werknemersorganisatie partij bij deze CAO en werkgever, is de commissie
pas ontvankelijk als het betreffende geschil tussen werknemers-, dan wel
werkgeversorganisatie partij bij deze CAO en werkgever binnen de gebruikelijk
omgang aan de orde is geweest. Ieder interpretatiegeschil wordt hier mede
verstaan een geschil over de naleving of juiste toepassing van de CAO.
Indien het hiervoren bedoelde geschil voor een of beide partijen niet
tot een acceptabele oplossing heeft geleid, dan wel een der partijen niet
wenst te overleggen, kan het geschil aan de commissie worden voorgelegd,
die daarover een bindend advies uitbrengt.
Initiatief nemen tot onderzoek op naleving van deze overeenkomst door een
werkgever, zonder dat een verzoek tot behandeling in een individueel geschil
is gedaan.
Het bevorderen van overleg tussen partijen, met name met betrekking tot
de uitwerking van het gestelde in het artikel en IV.4 van deze overeenkomst,
alsmede
desgevraagd geven van advies en voorlichting omtrent betekenis en inhoud
van de bepalingen van deze overeenkomst.
Artikel XI.2 Invloed ondernemings-CAO
Indien er in een bedrijfs-CAO niet is afgeweken, heeft de commissie
bovengenoemde taken voor zover het de bepalingen betreft van de bedrijfs-
CAO die gelijk zijn aan de bepalingen in deze overeenkomst.
Artikel XI.3 Procedure naleving CAO en boeteregeling
De werkgever is gehouden om op schriftelijk verzoek van een individuele
werknemer, van een werknemersorganisatie die partij is bij deze CAO, of
van de Sociale Commissie binnen 4 weken schriftelijk aan te tonen dat de
CAO door hem correct is nageleefd.
Indien de werkgever verzuimt of niet dan wel onvoldoende kan aantonen dat
de CAO door hem getrouwelijk is nageleefd, kan de individuele werknemer
of werknemersorganisatie de kwestie schriftelijk ter beoordeling voorleggen
aan de Sociale Commissie.
De Sociale Commissie zal vervolgens uiterlijk binnen 3 maanden na ontvangst
van het in lid 2 bedoelde verzoek een uitspraak doen over het onderliggende
geschil. De individuele werknemer of werknemersorganisatie is echter te
allen tijde bevoegd zich schriftelijk tot de voorzitter van de Sociale
Commissie te wenden met het verzoek, wegens gewichtige redenen, uiterlijk
binnen 4 weken na ontvangst van de in lid 2 bedoelde verzoek, een uitspraak
te doen over het onderliggende geschil. Gewichtige redenen zullen o.a.
aanwezig geacht kunnen worden, indien de werknemer als gevolg van het onderliggende
geschil in ernstige (financiële) problemen geraakt dan wel dreigt
te geraken dan wel indien het onderliggende geschil op andere gronden geen
langer uitstel duldt.
Indien de werkgever, na een zelfstandig verzoek hiertoe van de Sociale
Commissie verzuimt of niet dan wel onvoldoende aannemelijk kan maken dat
de CAO door hem correct is nageleefd, kan de Sociale Commissie terzake
eveneens een uitspraak doen.
De Sociale Commissie is bevoegd de werkgever, die verzuimt of niet dan
wel onvoldoende kan aantonen de CAO na te leven, een boete op te leggen
De Sociale Commissie zal bij het opleggen van een boete, naar redelijkheid
en billijkheid handelen.
De boete bedraagt maximaal 100% van het behaalde financiële voordeel,
met een minimum van ƒ 250,- (€ 113,45) en wordt betaald aan het fonds Sociale Commissie.
De omvang van het financieel voordeel is gelijk aan de na te betalen
CAO-verplichtingen aan de werknemer. Deze bepaling geldt slechts voor de
materiële bepalingen.
Het betalen van de boete ontslaat de werkgever niet van de plicht de rechten
van de werknemer na te komen.
De door de Sociale Commissie gedane uitspraak, al dan niet met opgelegde
boete, heeft de status van een bindend advies.
Besluiten van de Sociale commissie met een algemene strekking worden anoniem
onder de VPB-leden verspreid.
De procedures in het kader van de VPB gedragscode staan open voor de vakbonden.
Reglement Sociale Commissie Beveiligingsorganisaties ter vastlegging,
samenstelling en bevoegdheden van de uitvoering van taken
Artikel 1. Begripsomschrijving
In dit reglement wordt verstaan onder:
a. CAO:
de collectieve arbeidsovereenkomst beveiligingsorganisaties
b. commissie:
de Sociale Commissie Beveiligingsorganisaties als bedoeld in artikel
XI.1 van de CAO
c. werkgeverspartijen:
partijen ter ene zijde als genoemd in de aanhef van de CAO;
d. werknemerspartijen:
partijen ter andere zijde als genoemd in de aanhef van de CAO;
e. werkgeversleden:
door werkgeverspartijen benoemde leden;
f. werknemersleden:
door werknemerspartijen benoemde leden;
g. voorzitter:
geeft leiding aan de kommissie en heeft de taken en bevoegdheden zoals
hieronder beschreven;
h. ambtelijk secretaris:
voert onder verantwoordelijkheid van de voorzitter de huishoudelijke
en administratieve taken uit, zoals hieronder omschreven;
Artikel 2. Samenstelling
De commissie wordt door werkgevers- en werknemerspartijen benoemd en bestaat
uit 3 werkgeversleden en 3 werknemersleden, alsmede een onafhankelijk voorzitter.
De leden der commissie worden benoemd voor onbepaalde tijd.
Bij de benoeming van de leden van de commissie zullen zowel van werkgevers
als werknemerszijde tenminste 2 leden worden benoemd, die aan de totstandkoming
van de CAO hebben meegewerkt, voor zover de mogelijkheid zich daartoe voordoet.
De 3 werkgeversleden en de 3 werknemersleden wijzen gezamenlijk, niet uit
hun midden komende voorzitter aan, telkens voor een periode van 2 jaar.
De voorzitter is bij voorkeur een jurist.
Artikel 3. Vergaderingen en besluitvorming
De commissie vergadert zo dikwijls als de commissie en/of de voorzitter
dit nodig acht. Indien één werkgevers- of werknemerspartijen
onder opgaven van redenen een vergadering wenst, wordt deze door de voorzitter
uitgeschreven.
De voorzitter heeft tot taak de vergadering te leiden en toe te zien op
de voortgang van bij de commissie in behandeling zijnde zaken. Hij heeft
geen stemrecht, maar heeft een adviserende stem.
Alle besluiten worden genomen bij gewone meerderheid van stemmen in een
vergadering waarbij tenminste 2 werkgevers- als 2 werknemersleden aanwezig
zijn. Elk van de aanwezige leden brengt een stem uit, met dien verstande
dat bij dispariteit in de aanwezigheid van werkgevers- en werknemersleden
elk van de leden zoveel stemmen uitbrengt als van de andere partij leden
aanwezig zijn.
Staken de stemmen dan volgt geen uitspraak.
Artikel 4. Bevoegdheden en procedure van behandeling
De commissie zal individuele interpretatieverschillen aangebracht door
(één der) betrokkenen in behandeling nemen. Verder kan de
commissie zelfstandig besluiten een werkgever te verzoeken aan te tonen,
dat hij op de door de commissie genoemde punten de CAO getrouw naleeft.
Individuele interpretatiegeschillen:
Het behandelen van een interpretatiegeschil zal uitsluitend plaatsvinden
indien het verzoek door betrokkenen schriftelijk en met redenen omkleed
is ingediend.
Alvorens een geschil in behandeling wordt genomen dient ten genoege
van de commissie vast te staan, dat geschil binnen de gebruikelijke omgang
tussen werkgever en werknemer dan wel direct betrokkenen en werknemer-
of werkgeversorganisaties bij deze CAO aan de orde is gesteld en niet tot
een oplossing is gekomen.
De commissie zal ingeval van een individueel geschil binnen 3 maanden na
ontvangst van het hierboven bedoelde verzoek, en in geval van een zelfstandig
verzoek van de Sociale Commissie, binnen 3 maanden na ontvangst van de
reactie van de werkgever, dan wel 4 weken na verzending van het verzoek,
de behandelingsprocedure afronden. Dat wil zeggen, in geval van een individueel
geschil een bindend-adviesuitspraak doen en ingeval van een zelfstandig
verzoek van de commissie zelf een uitspraak, zoals hieronder bedoeld.
Indien betrokken partij(en) zulks nodig acht(en), kunnen zij het verzoek
doen tot een speciale spoedbehandeling waarbij de uitspraak op een zo kort
mogelijk termijn wordt gedaan. De voorzitter heeft het recht te bepalen
of er termen voor spoedbehandeling aanwezig zijn. De spoedbehandeling zal
er toe leiden, dat zo mogelijk binnen 4 weken, in plaats van 3 maanden,
uitspraak wordt gedaan.
De redenen die kunnen worden aangevoerd, zullen onder andere aanwezig
geacht kunnen worden indien de werknemer als gevolg van het onderling geschil
in ernstige financiële problemen is geraakt dan wel dreigt te geraken,
alsmede als het onderliggende geschil om andere gewichtige redenen geen
langer uitstel duldt.
Bij behandeling van geschillen over de niet-naleving van de CAO zal de
procedure omschreven in artikel XI.3 lid 3 worden gevolgd.
Artikel 5. Algemeen secretaris
De commissie benoemt een algemeen secretaris. De commissie en/of voorzitter
kan bepaalde, met name huishoudelijke en ondersteunende werkzaamheden,
opdragen aan de algemeen secretaris. Deze is ambtshalve secretaris van
deze commissie.
Artikel 6. Bevoegdheden
De commissie is bevoegd alvorens een beslissing te nemen, nader inlichtingen
in te winnen zowel van direct betrokkenen als van derden. Zij is bevoegd
direct betrokkenen, getuigen of deskundigen tot nadere toelichting op te
roepen om op haar vergadering te verschijnen. Een dergelijke oproep dient
te geschieden met inachtname van een termijn van 14 dagen.
Beslissingen van de commissie zijn bindend en worden gemotiveerd en schriftelijk
aan betrokkenen medegedeeld. De voorzitter tekent namens de vaste commissie
de beslissingen.
Artikel 7. Kosten
De commissie bepaalt bij het geven van haar bindende uitspraak respectievelijk
haar conclusie dat ze zich van een uitspraak onthoudt, de kosten van haarzelve
en die van partijen bij het vraagstuk, alsmede door welke partijen of in
welke verhouding door partijen die kosten zullen worden gedragen.
Artikel 8. Algemeen
Voor zover in dit reglement niet is voorzien bepaalt de commissie zelf
haar werkwijze.
Artikel 9. Wijziging reglement
Het reglement kan door werkgevers- en werknemerspartijen te allen tijde
in gezamenlijk overleg worden gewijzigd.
Hoofdstuk XII. Diverse bepalingen
Artikel XII.1 Antidiscriminatie
Met inachtneming van objectieve functie-eisen wijzen partijen discriminatie
bij tewerkstelling op grond van factoren als leeftijd, sekse, seksuele
geaardheid, burgelijke staat, samenlevingsvorm, levens- of geloofsovertuiging,
huidskleur, ras of etnische afkomst, nationaliteit en politieke keuze af
en verklaren gelijke kansen voor mannen en vrouwen in het arbeidsproces
te willen bevorderen. In dat verband zullen partijen nadere voorzieningen
nastreven ten aanzien van werving en selectie, opleiding en loopbaanbegeleiding.
Ten aanzien van klachten voorziet de Sociale Commissie in behandeling daarvan
en doet hierover uitspraak.
Artikel XII.2 Ongevallenverzekering
De werkgever is verplicht een collectieve ongevallenverzekering met een
24-uursdekking af te sluiten voor alle werknemers in dienst bij de werkgever.
Deze verzekering geeft minimaal recht op een éénmalige uitkering
aan de werknemer in geval van een ongeval van:
1x het jaarloon in geval van overlijden;
1½x het jaarloon (maximaal), in geval van algehele blijvende invaliditeit.
De voorwaarden en de begunstiging zijn opgenomen in de verzekeringspolis
welke voor een ieder ter inzage ligt op het kantoor van werkgever.
Artikel XII.3 Jaarverslagen
De wettelijke voorgeschreven jaarverslagen voor ondernemingen in het
kader van financiële verslaggeving, Arbo en het sociaal jaarverslag
worden, indien de vakorganisaties hierom verzoeken, verstrekt.
Artikel XII.4 Vakbondswerk in de onderneming
Vakbondskaderleden genieten een rechtsbescherming krachtens deze CAO, overeenkomstig de
leden van ondernemingsraad krachtens de Wet op de Ondernemingsraden.
Op brancheniveau wordt tussen partijen voor de ondernemingen afhankelijk van de omvang
van de personele bezetting een volume bepaald en geregeld wie als kaderlid, zoals bedoeld
in de CAO, wordt aangemerkt.
Artikel XII.5 Tussentijdse wijzigingen
In geval van buitengewoon ingrijpende veranderingen in het algemene sociaal-economische
verhoudingen, zijn partijen gerechtigd tijdens de duur van de overeenkomst
wijzigingen in deze overeenkomst aan de orde te stellen, welke met deze
veranderingen in direct verband staan.
Partijen zijn in dit geval verplicht de aan de orde gestelde voorstellen
in behandelingen te nemen.
Artikel XII.6 Duur van de overeenkomst en opzegging
Deze overeenkomst is aangegaan voor de periode van 1 april 2000 tot en
met 31 maart 2002.
Partijen zullen ruimschoots voor het einde van deze overeenkomst in overleg
treden of en in hoeverre de overeenkomst dient te worden gewijzigd.
Indien het overleg wordt beëindigd zonder dat de partijen tot overeenstemming
zijn gekomen, kan de overeenkomst door beide partijen worden opgezegd.
Deze opzegging dient schriftelijk te gebeuren bij aangetekend schrijven.
Artikel XII.7 Financiering activiteiten op branche-niveau
Er is een sociaal fonds opgericht waaruit activiteiten op branche-niveau ten behoeve
van het CAO-overleg worden bekostigd. Dit betreft onder meer de financiering van
gezamenlijke studies, CAO-boekjes voor de vakorganisaties en andere kosten verbonden
met CAO-overleg. De werkgeversbijdrage aan het Sociaal Fonds wordt vastgesteld op 0,02%
van de loonsom per jaar. Het Sociaal Fonds wordt beheerd door CAO-partijen. Het reglement
Sociaal Fonds staat in bijlage 8 van deze CAO.
Hoofdstuk XIII. Protocollaire bepalingen
Artikel XIII.1 Ouderenbeleid
De haalbaarheid van een breder op te zetten ouderenbeleid wordt onderzocht
en besproken. Onderdeel daarvan zijn de huidige CAO-bepaling en de VUT-
regeling. Tijdens de looptijd van de huidige CAO zal overleg plaatsvinden
tussen CAO-partijen conform het gestelde in bijlage 6.
Artikel XIII.2 Harmonisatie CAO's
Met ingang van 1 januari 1999 dienen de verschillende CAO's die op ondernemingsniveau
thans nog in de branche gelden en de branche-CAO te zijn geharmoniseerd
en geldt de laatste als minimum-CAO voor de gehele branche. Een en ander
met dien verstande, dat, indien en voorzover de vakorganisaties en de betrokken
onderneming(en) per 1 januari 1999 geen volledige overeenstemming hebben
bereikt over de aanpassing van de betreffende CAO('s), de betreffende onderneming(en)
van deze bepaling is/zijn gedispenseerd, totdat volledige overeenstemming
is bereikt over de aanpassing van de betreffende CAO('s).
Artikel XIII.3 Studie toeslagensystematiek
Partijen zullen gedurende de looptijd van deze CAO een gezamenlijke studie verrichten
om te komen tot een vereenvoudiging van de toeslagensystematiek van de CAO.
Aldus overeengekomen en getekend ter respectievelijke woonplaatsen:
Partij ter ene zijde:
Vereniging van particuliere beveiligingsorganisaties
J.W. Wegstapel
W. van de Ven
(voorzitter)
(voorzitter CAO-delegatie)
Partijen ter andere zijde:
De Unie, vakbond voor industrie en dienstverlening
naam: ..........................................................
adres: ..........................................................
woonplaats: ..................................................
geboortedatum en -plaats: ............................
hierna te noemen: 'de werknemer'.
verklaren de navolgende arbeidsovereenkomst te zijn overeengekomen:
Artikel 1 De werknemer treedt met ingang van .......................... voor onbepaalde tijd
in dienst van de werkgever als beveiligingsbeambte in de functie in de functie van . . . . . . . . . . . .
De functie is ingedeeld in functiegroep . . . . . . en salarisschaal
. . . . . met . . . . periodieken en een basissalaris van ƒ . . . . . .(€ . . . . . ) per 4
weken/uur*
Artikel 2 Het dienstverband tussen werkgever en werknemer betreft:
* een full-time contract;
* een part-time contract voor gemiddeld ...... uur per week volgens vast
model/groeimodel* (zie artikel III.1 lid 5 CAO)
met een proeftijd van twee maanden.
Artikel 3 De werknemer verbindt zich om de instructies, welke door de werkgever
zijn uitgevaardigd in verband met een juiste uitoefening van het bedrijf,
te zullen naleven. Voormelde instructies zijn aan de werknemer bekend en
worden geacht geen deel uit te maken van deze arbeidsovereenkomst. De werknemer
zal de hem toevertrouwde bedrijfsmiddelen zorgvuldig gebruiken.
artikel 4 Op deze arbeidsovereenkomst is van toepassing de CAO Particuliere Beveiligingsorganisaties
en de VUT-CAO Particuliere Beveiligingsorganisaties, zoals deze thans geldt
en zal gaan gelden.
Hiermede vervallen eventuele vorige arbeidsovereenkomsten.
Aldus overeengekomen en in tweevoud opgemaakt te ........... datum ........
naam: ..........................................................
adres: ..........................................................
woonplaats: ..................................................
geboortedatum en -plaats: ............................
hierna te noemen: 'de werknemer'.
verklaren de navolgende arbeidsovereenkomst te zijn overeengekomen:
Artikel 1 De werknemer treedt met ingang van .......................... voor bepaalde tijd
in dienst van de werkgever als beveiligingsbeambte in de functie in de functie van . . . . . . . . . . . .
Deze arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor de duur van .... weken/maanden/jaren*
en eindigt derhalve, zonder dat opzegging vereist is, van rechtswege op ...........
De functie is ingedeeld in functiegroep . . . . . . en salarisschaal
. . . . . met . . . . periodieken en een basissalaris van ƒ . . . . . . (€ . . . . . )per 4
weken/uur*
Artikel 2 Het dienstverband tussen werkgever en werknemer betreft:
een full-time contract;
een part-time contract voor gemiddeld ...... uur per week volgens vast
model/groeimodel* (zie artikel III.1 lid 5 CAO)
met een proeftijd van twee maanden.
Artikel 3 De werknemer verbindt zich om de instructies, welke door de werkgever
zijn uitgevaardigd in verband met een juiste uitoefening van het bedrijf,
te zullen naleven. Voormelde instructies zijn aan de werknemer bekend en
worden geacht geen deel uit te maken van deze arbeidsovereenkomst. De werknemer
zal de hem toevertrouwde bedrijfsmiddelen zorgvuldig gebruiken.
artikel 4 Op deze arbeidsovereenkomst is van toepassing de CAO Particuliere Beveiligingsorganisaties
en de VUT-CAO Particuliere Beveiligingsorganisaties, zoals deze thans geldt
en zal gaan gelden.
Hiermede vervallen eventuele vorige arbeidsovereenkomsten.
Aldus overeengekomen en in tweevoud opgemaakt te ........... datum ........
de werkgever,
de werknemer
* doorhalen wat niet van toepassing is.
Bijlage 1C
Model-arbeidsovereenkomst voor het verrichten van een bepaald geheel van werkzaamheden
naam: ..........................................................
adres: ..........................................................
woonplaats: ..................................................
geboortedatum en -plaats: ............................
hierna te noemen: 'de werknemer'.
verklaren de navolgende arbeidsovereenkomst te zijn overeengekomen:
Artikel 1 De werknemer treedt met ingang van .......................... voor bepaalde tijd
in dienst van de werkgever als beveiligingsbeambte in de functie in de functie van
. . . . . . . . . . . . voor . . . . . . . . . . (duidelijke omschrijving van de werkzaamheden).
Deze arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor de duur van de hierboven omschreven werkzaamheden
en eindigt derhalve zodra de hierboven omschreven werkzaamheden zijn voltooid zonder dat
opzegging vereist is. De werkgever zal bij het bekend worden van het einde van de werkzaamheden
de werknemer hiervan zo spoedig mogelijk mededeling doen.
De functie is ingedeeld in functiegroep . . . . . . en salarisschaal
. . . . . met . . . . periodieken en een basissalaris van ƒ . . . . . . (€ . . . . . )per 4
weken/uur*
Artikel 2 Het dienstverband tussen werkgever en werknemer betreft:
een full-time contract;
een part-time contract voor gemiddeld ...... uur per week volgens vast
model/groeimodel* (zie artikel III.1 lid 5 CAO)
met een proeftijd van twee maanden.
Artikel 3 De werknemer verbindt zich om de instructies, welke door de werkgever
zijn uitgevaardigd in verband met een juiste uitoefening van het bedrijf,
te zullen naleven. Voormelde instructies zijn aan de werknemer bekend en
worden geacht geen deel uit te maken van deze arbeidsovereenkomst. De werknemer
zal de hem toevertrouwde bedrijfsmiddelen zorgvuldig gebruiken.
artikel 4 Op deze arbeidsovereenkomst is van toepassing de CAO Particuliere Beveiligingsorganisaties
en de VUT-CAO Particuliere Beveiligingsorganisaties, zoals deze thans geldt
en zal gaan gelden.
Hiermede vervallen eventuele vorige arbeidsovereenkomsten.
Aldus overeengekomen en in tweevoud opgemaakt te ........... datum ........
de werkgever,
de werknemer
* doorhalen wat niet van toepassing is.
Bijlage 1D
Model-arbeidsovereenkomst met een uitgestelde prestatieplicht voor onbepaalde tijd
naam: ..........................................................
adres: ..........................................................
woonplaats: ..................................................
geboortedatum en -plaats: ............................
hierna te noemen: 'de werknemer'.
verklaren de navolgende arbeidsovereenkomst te zijn overeengekomen:
Artikel 1 De werknemer treedt met ingang van .......................... voor onbepaalde tijd
in dienst van de werkgever als beveiligingsbeambte in de functie in de functie van . . . . . . . . . . . .
De eerste twee maanden van deze overeenkomst gelden als proeftijd.
Artikel 2 De arbeidsduur bedraagt (eventueel gemiddeld) minimaal ... uren per week/loonperiode * (eventueel: en maximaal ... uren per week/loonperiode*.
De functie is ingedeeld in functiegroep . . . . . . en salarisschaal
. . . . . met . . . . periodieken en een basissalaris van ƒ . . . . . . (€ . . . . . )per 4
weken/uur*. Per loonperiode wordt een minimumsalaris gegarandeerd, uitgaande van het
overeengekomen minimaal aantal uren. Het minimumsalaris wordt na aftrek van de wettelijke
inhoudingen per loonperiode uitbetaald. De meer gewerkte uren worden op basis van nacalculatie
per loonperiode verrekend.
Artikel 3 De werknemer is verplicht om, indien hij/zij* door de werkgever wordt opgeroepen, aan deze
oproep gehoor te geven.
De werknemer verbindt zich om de instructies, welke door de werkgever
zijn uitgevaardigd in verband met een juiste uitoefening van het bedrijf,
te zullen naleven. Voormelde instructies zijn aan de werknemer bekend en
worden geacht geen deel uit te maken van deze arbeidsovereenkomst. De werknemer
zal de hem toevertrouwde bedrijfsmiddelen zorgvuldig gebruiken.
artikel 4 Op deze arbeidsovereenkomst is van toepassing de CAO Particuliere Beveiligingsorganisaties
en de VUT-CAO Particuliere Beveiligingsorganisaties, zoals deze thans geldt
en zal gaan gelden.
Hiermede vervallen eventuele vorige arbeidsovereenkomsten.
Aldus overeengekomen en in tweevoud opgemaakt te ........... datum ........
de werkgever,
de werknemer
* doorhalen wat niet van toepassing is.
Bijlage 1E
Model-arbeidsovereenkomst met een uitgestelde prestatieplicht voor bepaalde tijd
naam: ..........................................................
adres: ..........................................................
woonplaats: ..................................................
geboortedatum en -plaats: ............................
hierna te noemen: 'de werknemer'.
verklaren de navolgende arbeidsovereenkomst te zijn overeengekomen:
Artikel 1 De werknemer treedt met ingang van .......................... voor bepaalde tijd
in dienst van de werkgever als beveiligingsbeambte in de functie in de functie van . . . . . . . . . . . .
Deze arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor de duur van .... weken/maanden/jaren*
en eindigt derhalve van rechtswege op ........... zonder dat opzegging vereist is.
De eerste twee maanden van deze overeenkomst gelden als proeftijd.
Artikel 2 De arbeidsduur bedraagt (eventueel gemiddeld) minimaal ... uren per week/loonperiode * (eventueel: en maximaal ... uren per week/loonperiode*.
De functie is ingedeeld in functiegroep . . . . . . en salarisschaal
. . . . . met . . . . periodieken en een basissalaris van ƒ . . . . . . (€ . . . . . )per 4
weken/uur*. Per loonperiode wordt een minimumsalaris gegarandeerd, uitgaande van het
overeengekomen minimaal aantal uren. Het minimumsalaris wordt na aftrek van de wettelijke
inhoudingen per loonperiode uitbetaald. De meer gewerkte uren worden op basis van nacalculatie
per loonperiode verrekend.
Artikel 3 De werknemer is verplicht om, indien hij/zij* door de werkgever wordt opgeroepen, aan deze
oproep gehoor te geven.
De werknemer verbindt zich om de instructies, welke door de werkgever
zijn uitgevaardigd in verband met een juiste uitoefening van het bedrijf,
te zullen naleven. Voormelde instructies zijn aan de werknemer bekend en
worden geacht geen deel uit te maken van deze arbeidsovereenkomst. De werknemer
zal de hem toevertrouwde bedrijfsmiddelen zorgvuldig gebruiken.
artikel 4 Op deze arbeidsovereenkomst is van toepassing de CAO Particuliere Beveiligingsorganisaties
en de VUT-CAO Particuliere Beveiligingsorganisaties, zoals deze thans geldt
en zal gaan gelden.
Hiermede vervallen eventuele vorige arbeidsovereenkomsten.
Aldus overeengekomen en in tweevoud opgemaakt te ........... datum ........
de werkgever,
de werknemer
* doorhalen wat niet van toepassing is.
Bijlage 1F
Model flexibele jaarovereenkomst voor onbepaalde tijd
naam: ..........................................................
adres: ..........................................................
woonplaats: ..................................................
geboortedatum en -plaats: ............................
hierna te noemen: 'de werknemer'.
verklaren de navolgende arbeidsovereenkomst te zijn overeengekomen:
Artikel 1 De werknemer treedt met ingang van .......................... voor onbepaalde tijd
in dienst van de werkgever als beveiligingsbeambte in de functie in de functie van . . . . . . . . . . . .
weken/uur*
De eerste twee maanden van deze overeenkomst gelden als proeftijd.
Artikel 2 Het aantal te werken uren per jaar bedraagt .... uren, ingedeeld in dal- en piekperioden.
De werktijden worden door de werkgever per loonperiode/kwartaal* vastgesteld en uiterlijk een week bij vastelling per loonperiode of kwartaal aan de werkenmer bekendgemaakt.
De functie is ingedeeld in functiegroep . . . . . . en salarisschaal
. . . . . met . . . . periodieken en een basissalaris van ƒ . . . . . . (€ . . . . . )per 4 weken/uur*.
Het salaris bedraagt per jaar . . . . en wordt onder aftrek van de wettelijke inhoudingen
per loonperiode in gelijke delen uitbetaald.
Artikel 3 De werknemer is verplicht om, indien hij/zij* door de werkgever wordt opgeroepen, aan deze
oproep gehoor te geven.
De werknemer verbindt zich om de instructies, welke door de werkgever
zijn uitgevaardigd in verband met een juiste uitoefening van het bedrijf,
te zullen naleven. Voormelde instructies zijn aan de werknemer bekend en
worden geacht geen deel uit te maken van deze arbeidsovereenkomst. De werknemer
zal de hem toevertrouwde bedrijfsmiddelen zorgvuldig gebruiken.
artikel 4 Op deze arbeidsovereenkomst is van toepassing de CAO Particuliere Beveiligingsorganisaties
en de VUT-CAO Particuliere Beveiligingsorganisaties, zoals deze thans geldt
en zal gaan gelden.
Hiermede vervallen eventuele vorige arbeidsovereenkomsten.
Aldus overeengekomen en in tweevoud opgemaakt te ........... datum ........
de werkgever,
de werknemer
* doorhalen wat niet van toepassing is.
Bijlage 1G
Model flexibele jaarovereenkomst voor bepaalde tijd
naam: ..........................................................
adres: ..........................................................
woonplaats: ..................................................
geboortedatum en -plaats: ............................
hierna te noemen: 'de werknemer'.
verklaren de navolgende arbeidsovereenkomst te zijn overeengekomen:
Artikel 1 De werknemer treedt met ingang van .......................... voor bepaalde tijd
in dienst van de werkgever als beveiligingsbeambte in de functie in de functie van . . . . . . . . . . . .
weken/uur*
Deze arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor de tijd van .... weken/maanden/jaren*
en eindigt derhalve van rechtswege op . . . . . . zonder dat opzegging vereist is.
De eerste twee maanden van deze overeenkomst gelden als proeftijd.
Artikel 2 Het aantal te werken uren per jaar bedraagt .... uren, ingedeeld in dal- en piekperioden.
De werktijden worden door de werkgever per loonperiode/kwartaal* vastgesteld en uiterlijk een week bij vastelling per loonperiode of kwartaal aan de werkenmer bekendgemaakt.
De functie is ingedeeld in functiegroep . . . . . . en salarisschaal
. . . . . met . . . . periodieken en een basissalaris van ƒ . . . . . . (€ . . . . . )per 4 weken/uur*.
Het salaris bedraagt per jaar . . . . en wordt onder aftrek van de wettelijke inhoudingen
per loonperiode in gelijke delen uitbetaald.
Artikel 3 De werknemer is verplicht om, indien hij/zij* door de werkgever wordt opgeroepen, aan deze
oproep gehoor te geven.
De werknemer verbindt zich om de instructies, welke door de werkgever
zijn uitgevaardigd in verband met een juiste uitoefening van het bedrijf,
te zullen naleven. Voormelde instructies zijn aan de werknemer bekend en
worden geacht geen deel uit te maken van deze arbeidsovereenkomst. De werknemer
zal de hem toevertrouwde bedrijfsmiddelen zorgvuldig gebruiken.
artikel 4 Op deze arbeidsovereenkomst is van toepassing de CAO Particuliere Beveiligingsorganisaties
en de VUT-CAO Particuliere Beveiligingsorganisaties, zoals deze thans geldt
en zal gaan gelden.
Hiermede vervallen eventuele vorige arbeidsovereenkomsten.
Aldus overeengekomen en in tweevoud opgemaakt te ........... datum ........
de werkgever,
de werknemer
* doorhalen wat niet van toepassing is.
Bijlage 1 H 1
Model voorovereenkomst voor bepaalde tijd voor een afroepsituatie
naam: ..........................................................
adres: ..........................................................
woonplaats: ..................................................
geboortedatum en -plaats: ............................
hierna te noemen: 'de werknemer'.
verklaren de navolgende arbeidsovereenkomst te zijn overeengekomen:
Werknemer verklaart in beginsel beschikbaar te zijn op afroepbasis voor werkgever werkzaamheden te verrichten als beveiligingsbeambte in de functie van . . . . . . ., telkenmale indien werkgever dit wenselijk acht.
Werknemer is echter niet verplicht omgehoor te geven aan een oproep tot het verrichten van werkzaamheden, indien deze werkzaamheden hem/haar* op het moment van de oproep door de werkgever, om persoonlijke betreffende reden, niet mocht passen.
Artikel 1 Deze voorovereenkomst is aangegaan voor bepaalde tijd (maximaal 48 maanden) van ... maanden/jaren* en eindigt derhalve
van rechtswege op ......... zonder dat opzegging vereist is. De eerste twee maanden van deze overeenkomst gelden als proeftijd.
Artikel 2 Indien werkgever oproept en werknemer aan deze oproep gehoor geeft zullen werknemer en werkgever telkenmale voor de duur van
de te verrichten werkzaamheden een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (zie bijlage 1H2) sluiten, met inachtneming van de voorwaarden in deze overeenkomst.
Artikel 3 De functie is ingedeeld in functiegroep ....... en salarisschaal ..... met .... periodieken en een basissalaris van ƒ . . . .(€ . . . . . ) per 4 weken/uur*.
Artikel 4 De werknemer verbindt zich om de instructies, welke door de werkgever
zijn uitgevaardigd in verband met een juiste uitoefening van het bedrijf,
te zullen naleven. Voormelde instructies zijn aan de werknemer bekend en
worden geacht geen deel uit te maken van deze arbeidsovereenkomst. De werknemer
zal de hem toevertrouwde bedrijfsmiddelen zorgvuldig gebruiken.
Artikel 5
Indien een werknemer met een voorovereenkomst in een aaneengesloten periode van vier
loonperioden een gemiddelde arbeidstijd heeft gekend van minimaal 5 uur per week, zal deze
op schriftelijk verzoek van de werknemer vanaf de volgende loonperiode worden omgezet in
een part-time contract. Bij de telling worden de loonperioden 7,8,9 en 13 uitgesloten; wel
vindt doortelling plaats, d.w.z. na loonperiode 6 volgt periode 10 en na periode 12
volgt periode 1.
Artikel 6 Op deze arbeidsovereenkomst is van toepassing de CAO Particuliere Beveiligingsorganisaties
en de VUT-CAO Particuliere Beveiligingsorganisaties, zoals deze thans geldt
en zal gaan gelden.
Hiermede vervallen eventuele vorige arbeidsovereenkomsten.
Aldus overeengekomen en in tweevoud opgemaakt te ........... datum ........
de werkgever,
de werknemer
* doorhalen wat niet van toepassing is.
Bijlage 1 H 2
Model arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd behorend bij de voorovereenkomst voor een afroepsituatie
naam: ..........................................................
adres: ..........................................................
woonplaats: ..................................................
geboortedatum en -plaats: ............................
hierna te noemen: 'de werknemer'.
verklaren, in aansluiting op het bepaalde in de voorovereenkomst die tussen partijen is gesloten
op ......., de navolgende arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd te zijn overeengekomen:
Artikel 1 De werknemer treedt met ingang van .......................... voor bepaalde tijd
in dienst van de werkgever als beveiligingsbeambte in de functie in de functie van . . . . . . . . . . . .
De arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor ... uren/dagen/weken/maanden* en eindigt derhalve van rechtswege op . . . . . zonder dat opzegging vereist is.
Artikel 2 De werknemer verbindt zich om de instructies, welke door de werkgever
zijn uitgevaardigd in verband met een juiste uitoefening van het bedrijf,
te zullen naleven. Voormelde instructies zijn aan de werknemer bekend en
worden geacht geen deel uit te maken van deze arbeidsovereenkomst. De werknemer
zal de hem toevertrouwde bedrijfsmiddelen zorgvuldig gebruiken.
Artikel 3 De voorwaarden genoemd in de voorovereenkomst tussen partijen zijn ook van toepassing op deze arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.
Artikel 4 Op deze arbeidsovereenkomst is van toepassing de CAO Particuliere Beveiligingsorganisaties
en de VUT-CAO Particuliere Beveiligingsorganisaties, zoals deze thans geldt
en zal gaan gelden.
Aldus overeengekomen en in tweevoud opgemaakt te ........... datum ........
Tussen ondergetekenden:
Vereniging van Particuliere Beveiligingsorganisaties te Houten, als partij ter ene zijde,
en
De Unie, vakbond voor industrie en dienstverlening te Houten, FNV Bondgenoten te Utrecht, Dienstenbond CNV te Hoofddorp als partij ter andere zijde, ieder voor zich en tezamen vormend partij
ter andere zijde,
Collectieve Arbeidsovereenkomst voor vervroegd uittreden uit Particuliere
Beveiligingsorganisaties
Artikel 1 Definities
Werkgever: de organisatie als bedoeld in artikel 6, tweede lid,sub
a. (particuliere beveiligingsbedrijven), sub c, (particuliere alarmcentrales)
en sub d. (particuliere geld en waardetransportbedrijven) van de Wet op
de Weerkorpsen en particuliere beveiligingsorganisaties (Stb. 1936,206),
laatstelijk gewijzigd bij wet van 7 november 1991 (Stb. 1991, 549), waaraan
een vergunning als bedoeld in artikel 5 jo. artikel 8 van genoemde wet.
Werknemer: werknemer in de zin van de sociale werknemersverzekeringen,
die krachtens een arbeidsovereenkomst met een werkgever is aangegaan, met
uitzondering van degen die krachtens een afroepcontract kan worden opgeroepen
voor het verrichten van losse, ongeregelde diensten.
Stichting: De Stichting Vrijwillig Vervroegd Uittreden voor Particuliere
Beveiligingsorganisaties.
Regeling: de regeling vrijwillig vervroegd uittreden uit de Particuliere
Beveiligingsorganisaties, zoals neergelegd in deze CAO, alsmede in de statuten
en het uitvoeringsreglement van de Stichting. De statuten en reglementen
hier genoemd worden geacht onderdeel uit te maken van deze CAO.
Deelnemer: de werknemer op wie de regeling van toepassing is en
wiens verzoek om aan de regeling te mogen deelnemen door de stichting is
ingewil- ligd.
Artikel 2 Werkingssfeer
Deze overeenkomst is van toepassing op arbeidsovereenkomsten tussen
de werknemer als bedoeld in artikel 1 lid 2 en de werkgever als bedoeld
in artikel 1 lid 1.
Artikel 3 Uitvoering
De uitvoering van deze overeenkomst geschiedt volgens de bepalingen
van het uitvoeringsreglement en de statuten van de Stichting. De uitvoering
is aan de Stichting opgedragen. De Stichting kan de uitvoering delegeren
aan een administrateur onder verantwoordelijkheid van het bestuur van de
Stichting.
Artikel 4 Financiering en premieheffing
De financiering van de regeling geschiedt door:
een door de werkgever aan de Stichting te betalen bijdrage, welke geheel
ten laste komt van de werkgever;
eventuele overige bijdragen van derden in de vorm van subsidies en donaties
en dergelijke.
De hoogte van de in lid 1. onder a. genoemde bijdrage wordt jaarlijks door
partijen vastgesteld, nadat hierover advies is ingewonnen bij het bestuur
van de Stichting. Met ingang van 1 januari 1995 is de jaarlijkse bijdrage
0,68% van de voor de onderneming van de werkgever voor zijn werknemers
geldende premieloonsom ingevolge de Werkloosheidwet.
De wijze van vaststelling en betaling van de bijdrage geschiedt volgens
de bepalingen van het uitvoeringsreglement van de Stichting.
Artikel 5 Rechten van de werknemer
Onder nader bij reglement te stellen voorwaarden kan de werknemer die
bij uittreden op of na 1 oktober 1993 de leeftijd van 62 jaar heeft bereikt,
dan wel in de met ingang waarvan hij uittreedt, recht op een uitkering
krachtens deze regeling maken.
Deze voorwaarden houden onder meer het volgende in:
De aanspraak op een uitkering bestaat indien:
de werknemer gedurende de laatste 10 jaar ononderbroken bij één
of meerder werkgevers vallen onder de werkingssfeer van deze CAO, als werknemer
werkzaam is geweest niet in aanmerking nemend:
een onderbreking wegens arbeidsongeschiktheid
andere onderbrekingen van beperkte duur buiten de schuld van de werknemer
zulks ter beoordeling van het bestuur van de Stichting.
het dienstverband geëindigd is.
Geen aanspraak op uitkering krachtens deze regeling bestaat indien:
betrokken werknemer in aanmerking komt voor een volledige uitkering krachtens
ziektewet, de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering, Algemene Arbeidsongeschiktheidswet,
de Werkloosheidswet en de wet Werkloosheidsvoorziening of de Wet Inkomensvoorziening
voor ouderen en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte werkloze werknemers dan
wel een combinatie van genoemde uitkeringen;
betrokken werknemer onder een afvloeiingsregeling of non-activiteitsregeling
valt;
niet voldoet aan de overige in het reglement van de Stichting opgenomen
voorwaarden.
Artikel 6 Uitkering
Als grondslag voor de uitkering geldt het laatst genoten brutoloon, per
vier weken dan wel maandelijks, op jaarbasis, vermeerderd met de onregelmatigheidstoeslag(en)
en vakantietoeslag(en), maar exclusief incidentele overwerktoeslagen.
De bruto uitkering bedraagt 80% van de grondslag als bedoeld in het eerste
lid, herleid tot het maandbedrag. Het maximum van de uitkeringsgrondslag
is gelijk aan het maximum dagloon in de zin van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
of Ziektewet.
Artikel 7 Aanmelden voor deelneming
De werknemer die vervroegd wil uittreden dient zich daartoe tenminste drie
maanden voor de gevraagde uittredingsdatum bij de werkgever aan te melden.
Met de aanvang van de deelneming aan de regeling eindigt het dienstverband.
Indien zijn verzoek tot deelneming niet door Stichting word ingewilligd
zal het dienstverband ongewijzigd worden voortgezet. De werknemer dient
ervoor te zorgen dat het aanvraagformulier betreffende het verzoek om deelneming
uiterlijk twee maanden voor de gewenste uittredingsdatum bij de administrateur
wordt ingediend. Een afschrift van het aanvraagformulier dient door de
werkgever aan de werknemer te worden uitgereikt.
De deelneming kan uitsluitend aanvangen aan het begin van een kalender-
maand.
Artikel 8 Afwijking en dispensatie
Het bestuur van de Stichting is gerechtigd tot het geven van een vergunning
tot afwijking, dan wel dispensatie, van één, meer of alle
bepalingen van deze CAO.
Artikel 9 Inlichtingen
De werkgever en werknemer zijn verplicht de inlichtingen te verschaffen,
die de Stichting noodzakelijk acht voor een goede uitvoering van deze regeling.
Indien de werkgever of de werknemer ook na aanmaning niet voldoet aan deze
verplichting, is de Stichting bevoegd deze gegevens naar beste weten vast
te stellen.
Artikel 10 Ziektekosten- en pensioenverzekeringen
De op het moment van uittreding bestaande, door de werkgever ten behoeve
van de werknemer afgesloten ziektekostenverzekering(en) c.q. pensioenverzekering(en)
worden door de werkgever tot de pensioendatum onverkort voortgezet, alsof
de betrokkene nog in dienst van de werkgever zou zijn gebleven. Daarbij
geldt als voorwaarde dat de werknemer zijn eventuele bijdrage in premiebetaling
voortzet alsof hij in dienst van de werkgever zou zijn gebleven.
Indien de werkgever op het moment van uittreding bijdraagt in een door
de werknemer afgesloten ziektekostenverzekering c.q. pensioenverzekering,
dan zet hij betaling van deze bijdrage voort alsof betrokkene in dienst
van de werkgever zou zijn gebleven.
In het uitvoeringsreglement van de Stichting is opgenomen welk deel van
de werkgeversbijdragen voor rekening van de Stichting komen.
Artikel 11 Duur van de overeenkomst
Deze overeenkomst is aangegaan voor een tijdvak van 21 maanden, ingaand
op 1 april 1999 tot en met 31 december 2000 en wordt verleng met 2 jaar tot en met december 2002..
Het recht op tussentijdse wijzigingen blijft voorbehouden.
Aldus overeengekomen en getekend ter respectievelijke woonplaatsen:
Partij ter ene zijde:
Vereniging van particuliere beveiligingsorganisaties
J.W. Wegstapel
W. van de Ven
(voorzitter)
(voorzitter CAO-Delegatie)
Partijen ter andere zijde:
De Unie, vakbond voor industrie en dienstverlening
H. van Herpen
W.H.M. Brouwer
(secretaris)
(voorzitter beroepsgroep beveiliging)
FNV Bondgenoten
M.P.F. Spanjers
W. Waleson
(voorzitter)
(coördinator arbeidsvoorwaardenbeleid)
Dienstenbond CNV
G.F. van der Linden
D. Swagerman
(CAO-coördinator)
(voorzitter)
Bijlage 3
Loonopgave
Bij elke loonbetaling is de werkgever de werknemer verplicht een schriftelijke
opgave te verstrekken waarop minimaal de volgende gegevens dienen te worden
vermeld:
naam en adres werkgever en werknemer
geboortedatum werknemer
datum indiensttreding
de overeengekomen arbeidsduur
CAO-inschaling
sofinummer
het voor de werknemer geldende wettelijke minimumloon over de uitbetalingstermijn
de termijn waarop de uitbetaling betrekking heeft
het bestand aan opgebouwde vakantie-uren
de opgebouwde vakantietoeslag
het bedrag van het brutoloon in geld
de samenstelling van dit loon: basisloon, overwerkgeld, de voor de werknemer
geldende toeslagen, (b.v. avond-, nacht- en weekendtoeslagen e.d) en vergoedingen
(b.v. reiskosten, reisuren, EHBO-vergoedingen)
de overhevelingstoeslag (vervalt per 1-1-2001)
de bedragen die op het loon zijn ingehouden, zoals loonbelasting/premie
volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen, loonbeslag, pensioenpremie
e.d.
Bijlage 4
Functiegroepen en voorwaarden
I. Functiegroepen
Het vak van beveiligingsbeambte wordt uitgeoefend binnen zes functiegroepen,
welke gebaseerd zijn op zogenaamde beroepsprofielen. Deze functiegroepen
(of beroepsprofielen) zijn:
Objectbeveiliger/receptionist
Deze beveiligingsbeambte verricht beveiligings-, portiers- en/of receptiediensten
op een bepaald object. Door het verrichten van controles en het signaleren
van onregelmatigheden oefent de beambte preventief toezicht uit, waarbij
het kunnen omgaan met of het optreden tegen personen een vereiste is. Toegangscontrole,
sleutelbeheer, het ontvangen van en registreren van bezoekers, het beantwoorden
van de telefoon, etc. behoort tot de taken.
Mobiel surveillant
Deze beveiligingsbeambte voert in een rayon controleronden uit bij
diverse objecten, zowel binnen als buiten. Sluit- en openrondes in de avond
en ochtend zijn tevens mogelijke taken. De beambte verplaatst zich overwegend
per auto, voorzien van communicatie-apparatuur. Ook alarmopvolging en het
uitrukken na een alarmmelding behoort tot de taken.
Winkelsurveillant
Deze beveiligingsbeambte loopt controleronden in winkelcentra en/of
door winkels waarbij met alert is op winkeldiefstal en ordeverstoringen.
Het kunnen omgaan met en actief optreden tegen personen zijn belangrijke
vereisten. Het publiek is men zonodig van dienst voor het beantwoorden
van vragen en het geven van informatie. De beambte kan ook controlerende
taken hebben ten opzichte van het winkelpersoneel, zoals bijvoorbeeld visitatie.
Burgersurveillance kan tot de taken behoren.
Brandwacht
Deze beveiligingsbeambte bewaakt objecten waar speciale eisen worden
gestelde omtrent kennis van brandpreventie en brandbestrijding, gevaarlijke
stoffen, ontploffingsgevaar, etc. De beambte moet gekwalificeerd zij om
bij calamiteiten als brandwacht dan wel brandweerman repressief op te kunnen
treden.
Geld- en waardetransporteur
Deze beveiligingsbeambte wordt als chauffeur en/of bijrijder ingezet
op geld- en waardetransporten. Het transport vindt plaats met gepantserde
voertuigen, welke voorzien zijn van moderne communicatie-apparatuur. De
overdracht van waarden geschiedt zowel vanuit de auto via kluizen, als
door het overlopen van waarden door de beambte.
Centralist
Deze beveiligingsbeambte neemt meldingen aan van o.a. mobiele surveillanten
en coördineert de alarmopvolging bij binnenkomende signalen van het
stil alarm. de werkzaamheden worden verricht in een PAC-alarmcentrale of
daarmee verbonden satelliet meldkamer en/of in een centrale meldkamer.
Goede kennis van en omgang met moderne communicatie- en computerapparatuur
zijn vereist.Toelichting: De werkgever deelt de werknemer in één van de bovenstaand
functiegroepen in bepalend daarbij is de aard van de werkzaamheden die
de werknemer verricht. Indien de werkzaamheden voor 50% of meer van de
overeengekomen arbeidstijd overeenkomen met de beschrijving van één
van de hierboven genoemde functiegroepen, zal aanstelling in deze functiegroep
plaatsvinden.
II. Functies Iedere functiegroep is onderverdeeld in functies, gebaseerd op kennis,
ervaring en leidinggevende aspecten. Per functiegroep ziet deze onderverdeling
en de daarbij behorende voorwaarden tot aanstelling in een functie er als
volgt uit:
Objectbeveiliger/receptionist
1.1: Aspirantbeveiligingsbeambte A
De beveiligingsbeambte die geen beroepservaring heeft en niet in het
bezit is van het basisdiploma beveiligingsbeambte.
1.2: Aspirantbeveiligingsbeambte B
De beveiligingsbeambte die (nog) niet in het bezit is van het basisdiploma
beveiligingsbeambte. daarvoor aanwijsbaar studeert en 8 maanden ervaring
heeft in beveiligingswerk.
1.3: Beveiligingsbeambte A
De beveiligingsbeambte die in het bezit is van het basisdiploma beveiligingsbeambte
of terzake van dit diploma een permanente ontheffing van de Minister van
Justitie bezit.
1.4: Beveiligingsbeambte B
De beveiligingsbeambte die in het bezit is van het vakdiploma beveiligingsbeambte,
een geldig EHBO-diploma en 24 maanden ervaring heeft als objectbeveiliger/receptionist.
1.5: Beveiligingsbeambte C
Een keuzebevordering door de werkgever waarbij de beveiligingsbeambte,
mits die voldoet aan het gestelde onder 1.4 of daarmee gelijk te stellen
kennis en/of ervaring, wordt aangewezen om op één object
coördinerende werkzaamheden te verrichten, waarbij de beambte beperkte
organisatorische bevoegdheden en verantwoordelijkheden heeft gekregen.
Voorbeelden o.a. objecthoofd en adjunct-groepsleider.
1.6: Beveiligingsbeambte D
Een keuzebevordering door de werkgever waarbij de beveiligingsbeambte,
mits die voldoet aan het gestelde onder 1.4 of daarmee gelijk te stellen
kennis en/of ervaring, wordt aangewezen om op één of meerder
objecten coördinerende werkzaamheden te verrichten, waarbij de beambte
een aantal leidinggevende en organisatorische bevoegdheden en verantwoordelijkheden
krijgt en beperkt van zijn directe uitvoerende beveiligingstaak ontheven
kan zijn. Voorbeelden o.a. objectcoördinator en groepsleider.
1.7: Beveiligingsbeambte E
Een keuzebevordering door de werkgever waarbij de beveiligingsbeambte,
mits die voldoet aan het gestelde onder 1.4 en in het bezit is van het
kaderdiploma beveiligingsbeambte of daarmee gelijk te stellen kennis en/of
ervaring, wordt aangewezen om op één of meerder objecten
of een groot aantal beveiligingsbeambten leiding te geven, waarbij de beambte
voor een aanzienlijk deel wordt ontheven van zijn directe beveiligingstaak
ontheven. Voorbeelden o.a. hoofd en (adjunct)inspecteur.
Mobiel surveillant
2.1: Aspirantbeveiligingsbeambte A
De beveiligingsbeambte die geen beroepservaring heeft en niet in het
bezit is van het basisdiploma beveiligingsbeambte.
2.2: Aspirantbeveiligingsbeambte B
De beveiligingsbeambte die (nog) niet in het bezit is van het basisdiploma
beveiligingsbeambte. daarvoor aanwijsbaar studeert en 8 maanden ervaring
heeft in beveiligingswerk.
2.3: Mobiel beveiligingsbeambte A
De beveiligingsbeambte die in het bezit is van het basisdiploma beveiligingsbeambte
of terzake van dit diploma een permanente ontheffing van de Minister van
Justitie bezit.
2.4: Mobiel beveiligingsbeambte B
De beveiligingsbeambte die in het bezit is van het vakdiploma beveiligingsbeambte,
een geldig EHBO-diploma en 24 maanden ervaring heeft als mobiel surveillant.
2.5: Mobiel beveiligingsbeambte C
Een keuzebevordering door de werkgever waarbij de beveiligingsbeambte,
mits die in het bezit is van het vakdiploma beveiligingsbeambte of daarmee
gelijk te stellen kennis en/of ervaring en een geldig EHBO-diploma, aangewezen
kan worden om collega mobiel surveillanten in te werken en te begeleiden
bij hun werkzaamheden, alsmede de groepsleider of rayon coördinator
te vervangen. Voorbeelden o.a. adjunct-groepsleider en adjunct rayoncoördinator.
2.6: Mobiel beveiligingsbeambte D
Een keuzebevordering door de werkgever waarbij de beveiligingsbeambte,
mits die voldoet aan het gestelde onder 2.5 of daarmee gelijk te stellen
kennis en/of ervaring, wordt aangewezen om in een rayon coördinerende
werkzaamheden te verrichten, waarbij de beambte een aantal leidinggevende
en organisatorische bevoegdheden en verantwoordelijkheden krijgt en beperkt
van zijn directe uitvoerende beveiligingstaken ontheven kan zijn. Voorbeelden
o.a. rayoncoördinator en groepsleider.
2.7: Mobiel beveiligingsbeambte E
Een keuzebevordering door de werkgever waarbij de beveiligingsbeambte,
mits die voldoet aan het gestelde onder 2.5 en in het bezit is van het
kaderdiploma beveiligingsbeambte of daarmee gelijk te stellen kennis en/of
ervaring, wordt aangewezen om op één of meerder rayons leiding
te geven aan een groot aantal mobiel surveillanten, waarbij de beambte
voor een aanzienlijk deel van zijn directe uitvoerende beveiligingstaak
ontheven kan zijn. Voorbeelden o.a. hoofd en (adjunct)inspecteur.
Winkelsurveillant
3.1: Aspirantbeveiligingsbeambte A
De beveiligingsbeambte die geen beroepservaring heeft en niet in het
bezit is van het basisdiploma beveiligingsbeambte.
3.2: Aspirant winkelsurveillant B
De beveiligingsbeambte die (nog) niet in het bezit is van het basisdiploma
beveiligingsbeambte. daarvoor aanwijsbaar studeert en 8 maanden ervaring
heeft in beveiligingswerk.
3.3: Winkelsurveillant A
De beveiligingsbeambte die in het bezit is van het basisdiploma beveiligingsbeambte
of terzake van dit diploma een permanente ontheffing van de Minister van
Justitie bezit.
3.4: Winkelsurveillant B
De beveiligingsbeambte die in het bezit is van het basisdiploma beveiligingsbeambte
(of ter zake een permanente ontheffing van de Minister van Justitie bezit),
het certificaat detailhandel en een geldig EHBO-diploma en 12 maanden ervaring
heeft als winkelsurveillant.
3.5: Winkelsurveillant C
Een keuzebevordering door de werkgever waarbij de beveiligingsbeambte,
mits die voldoet aan het gestelde in 3.4 en die in het bezit is van het
vakdiploma beveiligingsbeambte of daarmee gelijk te stellen kennis en/of
ervaring, aangewezen kan worden om collega winkelsurveillanten in te werken
en te begeleiden bij hun werkzaamheden, alsmede de groepsleider of rayoncoördinator
te vervangen. Voorbeelden o.a. adjunct- groepsleider en adjunct-objectcoördinator.
3.6: Winkelsurveillant D
Een keuzebevordering door de werkgever waarbij de beveiligingsbeambte,
mits die voldoet aan het gestelde onder 3.5 of daarmee gelijk te stellen
kennis en/of ervaring, wordt aangewezen om coördinerende werkzaamheden
te verrichten, waarbij de beambte een aantal leidinggevende en organisatorische
bevoegdheden en verantwoordelijkheden krijgt en beperkt van zijn directe
uitvoerende beveiligingstaken ontheven kan zijn. Voorbeelden o.a. objectcoördinator
en groepsleider.
3.7: Winkelsurveillant E
Een keuzebevordering door de werkgever waarbij de beveiligingsbeambte,
mits die voldoet aan het gestelde onder 3.5 en in het bezit is van het
kaderdiploma beveiligingsbeambte of daarmee gelijk te stellen kennis en/of
ervaring, wordt aangewezen om leiding te geven aan een groot aantal winkelsurveillanten,
waarbij de beambte voor een aanzienlijk deel van zijn directe uitvoerende
beveiligingstaak ontheven kan zijn. Voorbeelden o.a. hoofd en (adjunct)inspecteur.
Brandwacht
4.1: Aspirantbeveiligingsbeambte A
De beveiligingsbeambte die geen beroepservaring heeft en niet in het
bezit is van het basisdiploma beveiligingsbeambte.
4.2: Aspirant brandwacht B
De beveiligingsbeambte die niet in het bezit is van het basisdiploma
beveiligingsbeambte maar wel het rijksdiploma brandwacht en 8 maanden ervaring
heeft in beveiligingswerk.
4.3: Brandwacht A
De beveiligingsbeambte die (nog) niet in het bezit is van het basisdiploma
beveiligingsbeambte maar daarvoor aanwijsbaar studeert en in het bezit
is van het rijksdiploma brandwacht en een geldig EHBO-diploma.
4.4: Brandwacht B
De beveiligingsbeambte die in het bezit is van het basisdiploma beveiligingsbeambte
(of ter zake een permanente ontheffing van de Minister van Justitie bezit),
het rijksdiploma brandwacht en een geldig EHBO-diploma.
4.5: Brandwacht C
De beveiligingsbeambte die in het bezit is van het vakdiploma beveiligingsbeambte,
het rijksdiploma brandwacht en een geldig EHBO-diploma en 36 maanden ervaring
heeft als brandwacht.
De beveiligingsbeambte die in het bezit is van het basisdiploma beveiligingsbeambte
(of ter zake een permanente ontheffing van de Minister van Justitie bezit),
het rijksdiploma brandwacht en een geldig EHBO-diploma en 36 maanden ervaring
heeft als brandwacht.
4.6: Brandwacht D
Een keuzebevordering door de werkgever waarbij de beveiligingsbeambte,
mits die voldoet aan het gestelde onder 4.5 of daarmee gelijk te stellen
kennis en/of ervaring en in het bezit is van het rijksdiploma hoofdbrandwacht,
wordt aangewezen om coördinerende werkzaamheden te verrichten, waarbij
de beambte een aantal leidinggevende en organisatorische bevoegdheden en
verantwoordelijkheden krijgt en beperkt van zijn directe uitvoerende beveiligingstaken
ontheven kan zijn. Voorbeelden o.a. hoofdbrandwacht en bevelvoerder.
4.7: Brandwacht E
Een keuzebevordering door de werkgever waarbij de beveiligingsbeambte,
mits die voldoet aan het gestelde onder 4.6 en in het bezit is van het
kaderdiploma beveiligingsbeambte daarmee gelijk te stellen kennis en/of
ervaring, wordt aangewezen om leiding te geven aan een groep brandwachten,
waarbij de beambte voor een aanzienlijk deel van zijn directe uitvoerende
beveiligingstaak ontheven kan zijn. Voorbeelden o.a. (onder)brandmeester.
Transporteur
5.1: Aspirantbeveiligingsbeambte A
De beveiligingsbeambte die geen beroepservaring heeft en niet in het
bezit is van het basisdiploma beveiligingsbeambte.
5.2: Aspirant Transporteur B
De beveiligingsbeambte die niet in het bezit is van het basisdiploma
beveiligingsbeambte en 8 maanden ervaring heeft in beveiligingswerk.
5.3: Transporteur A
De beveiligingsbeambte die (nog) niet in het bezit is van het basisdiploma
beveiligingsbeambte maar daarvoor aanwijsbaar studeert.
5.4: Transporteur B
De beveiligingsbeambte die in het bezit is van het basisdiploma beveiligingsbeambte
of ter zake van dit diploma een permanente ontheffing van de Minister van
Justitie bezit.
5.5: Transporteur C
De beveiligingsbeambte die in het bezit is van het basisdiploma beveiligingsbeambte
(of ter zake een permanente ontheffing van de Minister van Justitie bezit),
over een groot rijbewijs beschikt en 36 maanden ervaring heeft als geld-
en waardentransporteur.
5.6: Transporteur D
Een keuzebevordering door de werkgever waarbij de beveiligingsbeambte,
mits die voldoet aan het gestelde onder 5.5 of daarmee gelijk te stellen
kennis en/of ervaring, aangewezen wordt om collega geld- en waardetransporteurs
in te werken en te begeleiden bij hun werkzaamheden, alsmede de adjunct-inspecteur
te vervangen. Voorbeeld o.a. senior-transporteur.
5.7: Transporteur E
Een keuzebevordering door de werkgever waarbij de beveiligingsbeambte,
mits die voldoet aan het gestelde onder 5.6 of daarmee gelijk te stellen
kennis en/of ervaring, wordt aangewezen coördinerende werkzaamheden
te verrichten, waarbij de beambte een aantal leidinggevende en organisatorische
bevoegdheden en verantwoordelijkheden krijgt, waarbij de beambte voor een
aanzienlijk deel van zijn directe uitvoerende beveiligingstaak ontheven
kan zijn. Voorbeelden o.a. (adjunct)inspecteur.
Centralist
6.1: Aspirantbeveiligingsbeambte A
De beveiligingsbeambte die geen beroepservaring heeft en niet in het
bezit is van het basisdiploma beveiligingsbeambte.
6.2: Aspirant centralist B
De beveiligingsbeambte die (nog) niet in het bezit is van het basisdiploma
beveiligingsbeambte maar daarvoor aanwijsbaar studeert en 8 maanden ervaring
heeft in beveiligingswerk.
6.3: Centralist A
De beveiligingsbeambte die in het bezit is van het basisdiploma beveiligingsbeambte
of ter zake van dit diploma een permanente ontheffing van de Minister van
Justitie bezit.
6.4: Centralist B
De beveiligingsbeambte die in het bezit is van het vakdiploma beveiligingsbeambte.
De beveiligingsbeambte die in het bezit is van het basisdiploma beveiligingsbeambte
of ter zake van dit diploma een permanente ontheffing van de Minister van
Justitie bezit en 24 maanden ervaring heeft als centralist.
6.5: Centralist C
De beveiligingsbeambte die in het bezit is van het vakdiploma beveiligingsbeambte
en 12 maanden ervaring heeft als centralist.
6.6: Centralist D
De beveiligingsbeambte die in het bezit is van het vakdiploma beveiligingsbeambte
en 24 maanden ervaring heeft als centralist.
6.7: Centralist E
Een keuzebevordering door de werkgever waarbij de beveiligingsbeambte,
mits die voldoet aan het gestelde onder 6.6 en in het bezit is van het
kaderdiploma beveiligingsbeambte of daarmee gelijk te stellen kennis en/of
ervaring, wordt aangewezen om leiding te geven aan een groep centralisten,
waarbij de beambte voor een gedeeltelijk ontheven kan zijn van zijn directe
uitvoerende beveiligingstaak. Voorbeeld o.a. hoofdcentralist.
Toelichting: De eerste functies in iedere functiegroep bevinden zich op het uitvoerende
niveau. Afhankelijk van kennis en ervaring bereikt iedere werknemer indien
aan alle bovengenoemde voorwaarden wordt voldaan een hogere functie. Met
het toenemen van die kennis en ervaring wordt van de werknemer verwacht
dat aan zijn dienstuitvoering bijzondere eisen kunnen worden gesteld ten
aanzien van de dienstverlening en de te verrichten organisatorische en
administratieve taken.
De laatste functies in iedere functiegroep bevatten naast direct uitvoerende
taken extra leidinggevende en organisatorische taken. De functies zijn
dan ook keuzebevorderingen door de werkgever, welke bepaald worden door
de organisatorische ruimte binnen een onderneming. Met de toename van de
verantwoordelijkheid van de functie kan het zijn dat de werknemer minder
direct in de uitvoerende dienst zijn werkzaamheden verricht. De hieruit
voortvloeiende indirecte taken zullen omschreven worden. De benamingen
van bovengenoemde functies zijn voorkeursbenamingen. Indien van deze voorkeursbenamingen
wordt afgeweken, zal de werkgever duidelijk aangeven met welk functieniveau
deze afwijkende benaming moet worden vergeleken.
III. Functies en salarisschalen
Iedere functie in een functiegroep is direct gekoppeld aan een salarisschaal
uit de salarisstructuur van bijlage 5. In het onderstaande schema is direct
af te lezen welke functie in welke salarisschaal beloond moet worden:
Salarisschalen / Functiegroepen
objectbeveiliger/receptionist
mobiel surveillant
winkelsurveillant
brandwacht
geld- en waardetransporteur
centralist
1
aspirant beveiligingsbeambte A
2
aspirant beveiligingsbeambte B
aspirant mobiel beveiligingsbeambte B
aspirant winkelsurveillant B
aspirant brandwacht B
aspirant transporteur B
aspirant centralist B
3
beveiligingsbeambte A
mobiel beveiligingsbeambte A
winkel surveillant A
brandwacht A
transporteur A
centralist A
4
beveiligingsbeambte B
mobiel beveiligingsbeambte B
winkel surveillant B
brandwacht B
transporteur B
centralist B
5
beveiligingsbeambte C
mobiel beveiligings- beambte C
winkel surveillant C
brandwacht C
transporteur C
centralist C
6
beveiligingsbeambte D
mobiel beveiligingsbeambte D
winkel surveillant D
brandwacht D
transporteur D
centralist D
7
beveiligingsbeambte E
mobiel beveiligingsbeambte E
winkel surveillant E
brandwacht E
transporteur E
centralist E
Toelichting:
Het bovenstaande schema geeft in de bovenste rij de functiegroep aan
en in de linkerkolom de van toepassing zijnde salarisschaal. Door in de
kolom van de voor de werknemer geldende functiegroep diens functiebenaming
op te zoeken, kan er direct op diezelfde rij de van toepassing zijnde salaris-
schaal worden afgelezen.
Bijlage 5
Salarisschalen
Salarisschalen 2000 per 1e periode 2000 per uur en per 4 weken (160
uur) (m.i.v. loonperiode 1 2000 verhoging van 3% (inclusief prijscompensatie)
per 4 weken en per uur)
Schaal in guldens
1
2
3
4
5
6
7
18 jaar
1851.95
1894.07
1978.22
11.58
11.84
12.37
19 jaar
2116.52
2164.65
2260.83
2357.03
13.32
13.53
14.13
14.73
20 jaar
2381.07
2435.21
2543.43
2651.68
2814.03
14.88
15.22
15.90
16.57
17.59
0 periodieken
2645.66
2707,79
16.54
16.91
1 periodieken
2765.93
2826.04
17.29
17.66
2 periodieken
2886.18
2946.33
18.04
18.42
3 periodieken
2946.33
3006.47
18.42
18.79
4 periodieken
3006.46
3066.57
3126.70
18.79
19.17
19.54
5 periodieken
3066.57
3126.70
3186.83
3246.95
19.17
19.54
19.92
20.30
6 periodieken
3126.70
3186.83
3246.95
3307.06
3427.35
19.54
19.92
20.30
20.67
21.42
7 periodieken
3186.83
3246.95
3307.06
3367.20
3487.47
19.92
20.30
20.67
21.05
21.80
8 periodieken
3246.95
3307.06
3367.2
3427.35
3547.60
20.30
20.67
21.05
21.24
22.17
9 periodieken
3367.20
3427.35
3487.47
3607.72
21.05
21.42
21.80
22.55
10 periodieken
3427.35
3487.47
3547.60
3667.85
21.42
21.80
22.17
22.93
11 periodieken
3547.60
3607.72
3727.99
22.17
22.55
23.3
12 periodieken
3667.85
3788.10
22.93
23.68
13 periodieken
3848.25
24.05
14 periodieken
3908.35
24.43
Salarisschalen 2000 per 1e periode 2000 per uur en per 4 weken (160
uur) (m.i.v. loonperiode 1 2000 verhoging van 3% (inclusief prijscompensatie)
per 4 weken en per uur)
Schaal in Euro's
1
2
3
4
5
6
7
18 jaar
840,38
859,49
897,68
5,25
5,37
5,61
19 jaar
960,43
982,28
1025,92
1069,57
6,00
6,14
6,41
6,68
20 jaar
1080,48
1105,05
1154,16
1203,28
1276,95
6,75
6,91
7,22
7,52
7,98
0 periodieken
1200,55
1137,99
7,51
7,67
1 periodieken
1255,12
1282,40
7,85
8,01
2 periodieken
1309,69
1336,99
8,19
8,36
3 periodieken
1336,99
1364,27
8,36
8,53
4 periodieken
1364,27
1391,55
1418,83
8,53
8,70
8,87
5 periodieken
1391,55
1418,83
1446,12
1473,40
8,70
8,87
9,04
9,21
6 periodieken
1418,83
1446,12
1473,40
1500,68
1555,26
8,87
9,04
9,21
9,38
9,72
7 periodieken
1446,12
1473,40
1500,68
1527,97
1582,54
9,04
9,21
9,38
9,55
9,89
8 periodieken
1473,40
1500,68
1527,97
1555,26
1609,83
9,21
9,38
9,55
9,72
10,06
9 periodieken
1527,97
1555,26
1582,54
1637,11
9,55
9,72
9,89
10,23
10 periodieken
1555,26
1582,54
1609,83
1664,40
9,72
9,89
10,06
10,41
11 periodieken
1609,83
1637,11
1691,69
10,06
10,23
10,57
12 periodieken
1664,40
1718,96
10,41
10,75
13 periodieken
1746,26
10,91
14 periodieken
1773,53
11,09
Salarisschalen per 1e periode 2001 per uur en per 4 weken (160 uur) (inclusief een verhoging van 4,9% (een initieel van 3% & 1,9% i.v.m.
de OHT) en voor de groepen 3 t/m 7 twee extra periodieken)
Schaal in guldens
1
2
3
4
5
6
7
18 jaar
1986,88
2075,15
12,41
12,96
19 jaar
2270,72
2371,61
2472,52
14,19
14,82
15,45
20 jaar
2554,54
2668,06
2781,61
2951.92
15,96
16,67
17,38
18,44
0 periodieken
2838,37
17,73
1 periodieken
2901,46
2964,52
18,13
18,52
2 periodieken
3027,60
3090,70
18,92
19,31
3 periodieken
3090,70
3153,78
19,31
19,71
4 periodieken
3153,78
3216,83
3279,91
19,71
20,10
20,49
5 periodieken
3216,83
3279,91
3342,98
3406,05
20,10
20,49
20,89
21,28
6 periodieken
3279,91
3342,98
3406,05
3469,11
3595,29
20,49
20,89
21,28
21,68
22,47
7 periodieken
3342,98
3406,05
3469,11
3532,19
3658,36
20,89
21,28
21,68
22,07
22,86
8 periodieken
3406,05
3469,11
3532,19
3595,29
3721,43
21,28
21,68
22,07
22,47
23,25
9 periodieken
3469,11
3532,19
3595,29
3658,36
3784,50
21,68
22,07
22,47
22,86
23,65
10 periodieken
3532,19
3595,29
3658,36
3721,42
3847,57
22,07
22,47
22,86
23,25
24,04
11 periodieken
3658,36
3721,43
3784,50
3910,66
22,86
23,25
23,65
24,44
12 periodieken
3721,43
3784,50
3847,57
3973,72
23,25
23,65
24,04
24,83
13 periodieken
3847,57
3910,66
4036,81
24,04
24,44
25,23
14 periodieken
3973,72
4099,86
24,83
25,62
15 periodieken
4165,46
26,03
16 periodieken
4232,11
26,45
Salarisschaal per 1e periode 2001 per uur en per 4 weken (160 uur) (inclusief een verhoging van 4,9% (een initieel van 3% & 1,9% i.v.m.
de OHT) en voor de groepen 3 t/m 7 twee extra periodieken)
Schaal in Euro's
1
2
3
4
5
6
7
18 jaar
901,61
941,66
5,63
5,88
19 jaar
1030,41
1076,19
1121,98
6,44
6,72
7,01
20 jaar
1159,20
1210,71
1262,24
1339,52
7,24
7,56
7,89
8,37
0 periodieken
1288,00
8,05
1 periodieken
1316,63
1345,24
8,23
8,41
2 periodieken
1373,86
1402,50
8,58
8,76
3 periodieken
1402,50
1431,12
8,76
8,94
4 periodieken
1431,12
1459,73
1488,36
8,94
9,12
9,30
5 periodieken
1459,73
1488,36
1516,98
1545,60
9,12
9,30
9,48
9,66
6 periodieken
1488,36
1516,98
1545,60
1574,21
1631,47
9,30
9,48
9,66
9,84
10,19
7 periodieken
1516,98
1545,60
1574,21
1602,84
1660,09
9,48
9,66
9,84
10,02
10,37
8 periodieken
1545,60
1574,21
1602,84
1631,47
1688,71
9,66
9,84
10,02
10,19
10,55
9 periodieken
1574,21
1602,84
1631,47
1660,09
1717,33
9,84
10,02
10,19
10,37
10,73
10 periodieken
1602,84
1631,47
1660,09
1688,71
1745,95
10,02
10,19
10,37
10,55
10,91
11 periodieken
1660,09
1688,71
1717,33
1774,58
10,37
10,55
10,73
11,09
12 periodieken
1688,71
1717,33
1745,95
1803,20
10,55
10,73
10,91
11,27
13 periodieken
1745,95
1774,58
1831,82
10,91
11,09
11,45
14 periodieken
1803,20
1860,44
11,27
11,63
15 periodieken
1890,20
11,81
16 periodieken
1920,45
12,00
Salarisschaal per 1e periode 2002 per uur en per 4 weken (160
uur) (inclusief een verhoging van 3,5%)
Schaal in guldens
1
2
3
4
5
6
7
18 jaar
2056,42
2147,78
12,85
13,42
19 jaar
2350,20
2454,62
2559,06
14,68
15,34
15,99
20 jaar
2643,95
2761,44
2878,97
3055,24
16,52
17,25
17,99
19,09
0 periodieken
2937,71
18,36
1 periodieken
3003,01
3068,28
18,76
19,17
2 periodieken
3133,57
3198,87
19,58
19,99
3 periodieken
3198,87
3264,16
19,99
20,40
4 periodieken
3264,16
3329,42
3394,71
20,40
20,80
21,21
5 periodieken
3329,42
3394,71
3459,98
3525,26
20,80
21,21
21,62
22,03
6 periodieken
3394,71
3459,98
3525,26
3590,53
3721,13
21,21
21,62
22,03
22,44
23,25
7 periodieken
3459,98
3525,26
3590,53
3655,82
3786,40
21,62
22,03
22,44
22,84
23,66
8 periodieken
3525,26
3590,53
3655,82
3721,13
3851,68
22,03
22,44
22,84
23,25
24,07
9 periodieken
3590,53
3655,82
3721,13
3786,40
3916,96
22,44
22,84
23,25
23,66
24,48
10 periodieken
3655,82
3721,13
3786,40
3851,68
3982,23
22,84
23,25
23,66
24,07
24,88
11 periodieken
3786,40
3851,68
3916,96
4047,53
23,66
24,07
24,48
25,29
12 periodieken
3851,68
3916,96
3982,23
4112,80
24,07
24,48
24,88
25,70
13 periodieken
3982,23
4047,53
4178,10
24,88
25,29
26,11
14 periodieken
4112,80
4243,36
25,70
26,52
15 periodieken
4311,25
26,94
16 periodieken
4380,23
27,37
Salarisschaal per 1e periode 2002 per uur en per 4 weken (160
uur) (inclusief een verhoging van 3,5%)
Schaal in Euro's
1
2
3
4
5
6
7
18 jaar
933,16
974,62
5,83
6,09
19 jaar
1066,47
1113,86
1161,25
6,66
6,96
7,26
20 jaar
1199,77
1253,09
1306,42
1386,41
7,50
7,83
8,16
8,66
0 periodieken
1333,07
8,33
1 periodieken
1362,71
1392,32
8,51
8,70
2 periodieken
1421,95
1451,58
8,88
9,07
3 periodieken
1451,58
1481,21
9,07
9,26
4 periodieken
1481,21
1510,82
1540,45
9,26
9,44
9,63
5 periodieken
1510,82
1540,45
1570,07
1599,69
9,44
9,63
9,81
10,00
6 periodieken
1540,45
1570,07
1599,69
1629,31
1688,58
9,63
9,81
10,00
10,18
10,55
7 periodieken
1570,07
1599,69
1629,31
1658,94
1718,19
9,81
10,00
10,18
10,37
10,74
8 periodieken
1599,69
1629,31
1658,94
1688,58
1747,82
10,00
10,18
10,37
10,55
10,92
9 periodieken
1629,31
1658,94
1688,58
1718,19
1777,44
10,18
10,37
10,55
10,74
11,11
10 periodieken
1658,94
1688,58
1718,19
1747,82
1807,06
10,37
10,55
10,74
10,92
11,29
11 periodieken
1718,19
1747,82
1777,44
1836,69
10,74
10,92
11,11
11,48
12 periodieken
1747,82
1777,44
1807,06
1866,31
10,92
11,11
11,29
11,66
13 periodieken
1807,06
1836,69
1895,94
11,29
11,48
11,85
14 periodieken
1866,31
1925,55
11,66
12,03
15 periodieken
1956,36
12,22
16 periodieken
1987,66
12,42
Bijlage 6
Vut en pensioen
VUT c.q Prepensioenen
Partijen zullen in de loop van deze CAO nader overleg voeren over de
gewenste toekomstige intwikkeling van de VUT-regeling.
Ter voorbereiding op dit overleg zullen partijen inventariseren hoe
in eigen kring wordt gedacht over de gewenste ontwikkeling van de VUT-regeling
op middellange termijn. Bij deze inventarisatie zal aandacht worden besteed
aan:
De relatie met de bedrijfsvoering, o.a. soorten van functies, roosters,
al dan niet in deeltijd in de VUT.
de kostenontwikkeling van de VUT-regeling
de inzetbaarheid van oudere medewerkers.
de ontwikkeling van de leeftijdsopbouw in de branche
ontwikkelingen in de (fiscale) wetgeving rondom VUT-regelingen
Op basis van deze inventarisatie kan vervolgens nader overleg plaatsvinden
over de door CAO-partijen gewenste ontwikkeling van de VUT-regelingen,
en indien wenselijk lijkt, van de gewenste vormgeving van enige voortzetting
na 31 december 2002. Besluitvorming vindt plaats in het CAO-overleg van 2002.
Pensioen
Partijen zullen in de loop van deze CAO nader overleg voeren
over de gewenste toekomstige ontwikkeling van de pensioenregeling. Besluitvorming
vindt plaats in het CAO-overleg van het jaar 2002.
Rol Pensioen- en VUT fondsen
CAO-partijen zullen zich inzake bovenstaande tevens verstaan met
de besturen van Pensioen resp. het VUT fonds.Bijlage 7
Protocol inzake voorschriften bij ziekte
Inleiding
Partijen, betrokken bij de totstandkoming van de CAO voor de Particuliere
Beveiliging besluiten het volgende:
zij onderschrijven de noodzaak om zorg en aandacht te besteden aan het
ziekteverzuim
zij willen hieraan gestalte geven in het beleid van de ondernemingen
zij zijn van mening dat een goed verzuimbeleid tot stand kan komen in overleg
tussen vertegenwoordigers van werkgevers- en werknemersorganisaties
zij zullen zich inspannen om een beleid te ontwikkelen dat gebaseerd is
op het voorkomen van onnodig ziekteverzuim binnen de ondernemingen
conform wettelijke bepalingen zal aandacht besteed worden aan preventie
en terugkomst.
Wetgeving
In de wetgeving is bepaald dat de werkgever verantwoordelijk is voor
de verzuimbegeleiding van zijn zieke medewerkers zolang het dienstverband
duurt. Daartoe is de werkgever gehouden een
Arbodienst in de arm te nemen, die voor de ziekteverzuimbegeleiding en
controle van de medewerkers zal zorgen.
Ten behoeve hiervan komt de werkgever voorschriften overeen met de
werknemers. Niet naleving van deze voorschriften wordt gesanctioneerd.
Onderstaand wordt een voorbeeld gegeven van een verzuimprotocol waaraan
werknemrs zich moeten houden in het geval van ziekte. Dit model kan op
onderdelen afwijken, afhankelijk van de situatie van het individuele bedrijf
c.q. de werkwijze van de door de werkgever gecontracteerde Arbodienst.
Voorbeeld Verzuimprotocol
Ziekmelding
De ziekmelding dient zo snel mogelijk plaats te vinden, bij de direct
leidinggevende (via de afdeling planning) tijdens kantooruren, buiten kantooruren
via de meldkamer. De werknemer dient zich in ieder geval uiterlijk 2 uur
voor aanvang van de dagdienst en uiterlijk 4 uur voor aanvang van de avond-
of nachtdienst ziek te melden. Hierbij dient de werknemer de ernst van
de klacht en de geschatte duur van het verzuim op te geven. Dit geldt ook
voor diegene die part-time werkt of een ADV- cq vakantiedag heeft als hij/zij
ziek wordt.
Wanneer de werknemer tijdens de ziekte op een adres verblijft dat een
andere is dan bekend bij de werkgever, dan dient de werknemer dit bij de
ziekmelding door te geven.
Ook als de werknemer in het buitenland verblijft en ziek wordt dient
dit op dezelfde wijze gemeld te worden en tevens dienen adres en telefoonnummer(s)
doorgegeven te worden waar men bereikbaar is. Bij terugkomst dienen een
doktersattest en andere relevante documenten, zoals rekeningen, adviezen
en kopieën van recepten, te kunnen worden overlegd aan de Arbodienst.
Inzenden eigen verklaring
De werkgever zal de ziekmelding per fax doorgeven aan de Arbodienst.
De Arbodienst stuurt de werknemer vervolgens een Eigen Verklaring, die
voorzien is van een portvrije enveloppe. Indien een verpleegadres aan de
werkgever is doorgegeven, dan ontvangt de werknemer de Eigen Verklaring
op dit opgegeven adressen.
Deze Eigen Verklaring dient de werknemer volledig in te vullen en per
omgaande te retourneren aan de Arbodienst.
De gegevens voor deze verklaring worden op grond van het medisch beroepsgeheim
uitsluitend door de bedrijfsverpleegkundige of bedrijfsarts van de Arbodienst
ingezien. Mede op basis van deze verklaring beslist de bedrijfsverpleegkundige
of de bedrijfsarts of de werknemer het spreekuur dient te bezoeken.
Telefonisch gesprek met de bedrijfsverpleegkundige
De bedrijfsverpleegkundige van de Arbodienst kan op de eerste dag van
de ziekmelding de werknemer telefonisch benaderen. De bedrijfsverpleegkundige
zal vragen naar de klachten. De aard van het ziekteverzuim en de mogelijk
verwachte hervattingsdatum zijn bepalend of de bedrijfsverpleegkundige
de werknemer nogmaals een keer telefonisch zal benaderen en/of op korte
termijn de bedrijfsarts dient te bezoeken.
Telefonisch gesprek met de bedrijfsarts
Indien de bedrijfsverpleegkundige constateert dat de werknemer niet
in staat is om te reizen en het noodzakelijk is contact te hebben met de
bedrijfsarts, dan ontvangt de werknemer een brief waarin de datum en het
tijdstip vermeld staan dat de arts contact opneemt. De werknemer dient
op dat tijdstip thuis te blijven (ook al valt dit buiten de thuisblijftijden).
Raadpleeg de huisarts
De werknemer dient zich in geval van ziekte binnen redelijke termijn
onder behandeling van de huisarts te stellen en de voorschriften van de
huisarts op te volgen.
Thuisblijven
Om het recht op salaris of uitkering te kunnen beoordelen en om nadere
gegevens te kunnen verzamelen dient de werknemer thuis te blijven tijdens
de volgende uren:
's avonds van 18.00 tot 's morgens 10.00 uur en 's middags van 12.00
tot 15.00 uur
Tijdens genoemde uren mag de werknemer alleen van huis gaan voor een
bezoek aan de behandelend arts of om het werk te hervatten. de werknemer
dient tijdens de eerste twee weken van de ziekte gedurende deze uren thuis
te blijven, ook als er reeds een bezoek van een rapporteur cq verpleegkundige
of bedrijfsarts is geweest. Dit geldt niet als de bedrijfsarts of werkgever
anders beslist.
Bezoek mogelijk maken
De bedrijfsarts en de bedrijfsverpleegkundige van de Arbodienst moeten
de werknemer kunnen bereiken. Daartoe is het nodig dat zij in de gelegenheid
gesteld worden om de werknemer thuis of op het verpleegadres te bezoeken.
Wanneer er iets bijzonders aan de hand is terwijl de werknemer thuis is
(bijvoorbeeld bel defect), dan treft de werknemer zodanige maatregelen,
waardoor men toch toegang tot de woning kan verkrijgen.
Het juiste adres
Indien de werknemer tijdens ziekte verhuist, tijdelijk elders verblijft
of van verpleegadres verandert, (bijvoorbeeld ten gevolge van opname in,
of ontslag uit, het ziekenhuis) dan dient de werknemer dit direct aan de
werkgever door te geven.
De genezing niet belemmeren
Indien de werknemer zich tijdens de ziekte zodanig gedraagt dat genezing
wordt belemmerd, dan is de werkgever en/of het GAK gerechtigd het salaris
of de uitkering niet uit te betalen.
Het verrichten van werkzaamheden
De werknemer mag tijdens ziekte geen arbeid verrichten. Uitzonderingen
hierop zijn werkzaamheden waarvoor schriftelijke toestemming is verkregen
van de bedrijfsarts van de Arbodienst.
Op het spreekuur komen
De werknemer moet gevolg geven aan een oproep om te verschijnen op
het spreekuur van de bedrijfsarts. Dat moet ook nog als de werknemer van
plan zou zijn de dag nadien of kort erna het werk weer te hervatten.
Als de werknemer een geldige reden heeft om niet naar het spreekuur
te gaan (bijvoorbeeld door bedlegerigheid) dan behoort de werknemer dit
direct
aan de Arbocentrale telefonisch mede te delen. Het spreekt voor zich dat
de werknemer de woning niet kan verlaten. De werknemer dient thuis te blijven
om naar de bedrijfsverpleegkundige of de bedrijfsarts de gelegenheid te
geven hem/haar thuis te bezoeken.
Specialistisch onderzoek
De werknemer is gehouden mee te werken aan een specialistisch onderzoek
in opdracht van de bedrijfsarts, indien deze in overleg met de huisarts
een dergelijk onderzoek nodig acht.
Werkhervatting bij herstel
Zodra de werknemer weet wanneer hij/zij instaat is weer aan het werk
te gaan, moet de werknemer dit direct melden bij de werkgever.
Bezwaren tegen de hersteldverklaring
Heeft de bedrijfsarts verklaard dat de werknemer in staat is het werk
geheel of gedeeltelijk te hervatten, maar is de werknemer het daar niet
mee eens, dan moet de werknemer de bezwaren terstond mededelen aan de werkgever.
Handhaaft de bedrijfsarts zijn beslissing, dan kan de werknemer bij het
GAK een zogenaamde second-opinion aanvragen. De bedrijfsarts geeft aan
hoe en waar men het GAK kan bereiken. Als het GAK de werknemer in het gelijk
stelt, zal het GAK de werkgever verzoeken het verschuldigde ziekengeld
alsnog uit te betalen.
Ook de werkgever kan een second-opinion aanvragen bij het GAK. Vrijwel
zeker komen de kosten van genoemde second-opinion voor rekening van de
werkgever, tenzij de werknemer zelf om een second opinion verzochtheeft
en in het ongelijk wordt gesteld.
Sancties
Als de Arbodienst een overtreding van bovengenoemde controlevoorschriften
constateerd, wordt de werkgever hiervan direct op de hoogte gebracht. In
geval van overtreding is de werkgever gerechtvaardigd tot het heffen van
sancties tegen de werknemer. Beroep tegen een opgelegde sanctie staat open
bij de burgerlijk rechterBijlage 8
Reglement sociaal fonds particuliere beveiliging
Artikel 1. Begripsomschrijving
In dit reglement wordt verstaan onder:
a. CAO:
de collectieve arbeidsovereenkomst beveiligingsorganisaties
c. werkgeverspartijen:
partijen ter ene zijde als genoemd in de aanhef van de CAO;
d. werknemerspartijen:
partijen ter andere zijde als genoemd in de aanhef van de CAO;
e. werkgeversleden:
door werkgeverspartijen benoemde leden;
f. werknemersleden:
door werknemerspartijen benoemde leden;
h. secretariaat:
voert onder verantwoordelijkheid van de CAO-partijen de huishoudelijke
en administratieve taken uit, zoals hieronder omschreven;
Artikel 2. Samenstelling
Werkgeverspartijen benoemen drie leden uit de CAO-onderhandelingsdelegatie.
Werknemerspartijen benoemen drie leden, waarbij elke betrokken vakbond één lid benoemd.
Uit de leden van werkgeverspartijen worden een voorzitter en een penningmeester benoemd. Deze functies mogen niet bij één persoon berusten.
Uit de leden van werknemerspartijen worden een plaatsvervangend voorzitter en een secretaris benoemd. Deze functies mogen niet bij één persoon berusten.
De functies voorzitter en vice-voorzitter rouleren jaarlijks tussen werknemers- en werkgeverspartijen.
De leden der commissie worden benoemd voor onbepaalde tijd.
Het lidmaatschap van het fonds eindigt op het moment dat men geen deel meer uitmaakt van één van de CAO-partijen en niet meer actief betrokken is bij de onderhandelingen.
Als ambtelijk secretaris wordt benoemd de secretaris van de werkgeverpartij die verantwoordelijk is voor de huishoudelijke en administratieve taken van het fonds.
Artikel 3. Bevoegdheden en vergaderingen
Vanuit het fonds worden besluiten genomen over de besteding van de beschikbare middelen
waaruit activiteiten op branche-niveau te behoeve van CAO-overleg worden bekostigd. Meer
specifiek gaat het onder meer om financiering van gezamenlijk studies, vergoeding van kosten van CAO-boekjes,
de bekostiging van de activiteiten van de Sociale Commissie Beveiligingsorganisaties en facilitaire
kosten rond de CAO-onderhandelingen.
De leden van het fonds kunnen bij gewone meerderheid besluiten nemen over de besteding
van de het fonds ter beschikking staande middelen.
De vergaderingen van het fonds vinden plaats tijdens, voorafgaand of direct na afloop van
een periodiek overleg tussen werkgevers- en werknemerspartijen.
De ambtelijk secretaris stelt in overleg met de voorzitter een agenda op voor de vergaderingen van het fonds.
De leden van het fonds verantwoorden elk jaar aan het begin van het jaar de activiteiten en
de middelenbesteding van het fonds aan de besturen van de betrokken werkgevers- en werknemerspartijen.
Artikel 4. Afdracht aan het Sociaal Fonds
Bij CAO wordt de hoogte van de werkgeversbijdrage in het fonds vastgesteld.
De werkgeversbijdrage wordt gesteld op een promillage van de loonsom per jaar. De grondslag voor de heffing is de loonsom WW.
De inning van de werkgeversbijdrage wordt verzorgd door PVF, in aansluiting op de inningssystematiek voor de Stichting
Opleidingsfonds BeveiligingsBranche (SOBB).
Artikel 5. Algemeen
Voor zover in dit reglement niet is voorzien bepalen de leden van het fonds bij gewone meerderheid zelf de
werkwijze naar bevind van zaken.
Artikel 6. Wijziging reglement
Het reglement kan door werkgevers- en werknemerspartijen te allen tijde
in gezamenlijk overleg worden gewijzigd.
Bijlage 9
Adressen
De Unie, vakbond voor industrie en dienstverlening hoofdkantoor:
Randhoeve 221, 3995 GA Houten
telefoon 030-6345000
fax 030-6379811
e-mail: info@unie.nl