19. Het verlangen naar de dood

Jaren later was de Heer te Vaisali, aan de oever van het Markata meer. Hij zat daar onder de boom in stralend koninklijk aanzien. Toen verscheen Mara in de grot en zei tot hem: "Vroeger aan de oever van de Nairanjana rivier, toen ik met je sprak direct na je verlichting zei ik je, O Wijze: "Je hebt gedaan wat gedaan dient te worden. Ga nu naar het uiteindelijke nirvana!" Maar je wierp tegen "Ik zal niet naar het nirvana gaan voordat ik geborgenheid heb geboden aan de zieken en hun last heb afgenomen." Nu zijn er echter velen die zijn gered, anderen zullen zijn gered. Daarom is het goed dat je nu naar het uiteindelijke nirvana gaat." Nadat hij deze woorden had gehoord repliceerde de Arhat: "Over drie maanden ga ik naar het uiteindelijke nirvana. Wees niet ongeduldig en wacht even!" Deze belofte overtuigde Mara ervan dat het verlangen van zijn hart spoedig vervuld zou worden. Jubelend en vol vreugde verdween hij.

Tathagatas hebben de macht om tot het einde van de aeoon te leven. Maar de grote Ziener begon een trance met zulke Yoga kracht dat hij zijn fysieke leven dat hem restte achter zich liet, en daarna leefde hij nog een tijd op een unieke manier door de macht van zijn miraculeuze geestelijke kracht. Op het moment dat hij ervan afzag om tot het einde van het aeoon te leven schudde de aarde als een dronken vrouw en vanuit alle richtingen kwamen grote branden uit de lucht. Indra's blimsemschichten vlogen onophoudelijk langs alle zijden, gevat in vlammen en gepaard aan licht. Overal braken branden uit alsof het einde van de wereld met zijn universele straffen was gekomen. Bergtoppen vielen naar beneden en maakten hopen van bomen. Er was het verschrikkelijke geluid van de hemelse trommels die donderden in de hemel als in een grot waar de wind op staat. Na deze kommotie die zowel de wereld van de mensen, de hemelen als de lucht had aangedaan, kwam de grote Wijze uit zijn trance en zei deze woorden: "Nu ik ervan heb afgezien om tot het einde van de aeoon te leven, moet mijn lichaam zichzelf dragen op eigen kracht, zoals een kar waarvan de boom is weggenomen. Samen met mijn verdere leven ben ik bevrijd van de ketenen van het bestaan zoals een vogel die, door te pikken, uit zijn ei is gebroken."

Toen Ananda de kommotie van de wereld zag rees zijn haar te bergen en hij verwonderde zich over het waarom, hij trilde en verloor zijn gewoonlijke sereniteit. Hij vroeg de alwetende, die ervaren is in het vinden van oorzaken, naar de reden ervan. De Wijze antwoordde: "Deze aardbeving betekent dat ik van de jaren die mij resten heb afgezien. Nog drie maanden slechts, geteld vanaf vandaag, zal ik mijn leven behouden." Toen Ananda dit hoorde was hij diep ontroerd en zijn tranen vloeiden zoals de gom uit de sandaal boom vloeit als een machtige olifant hem afbreekt.

Verder