Reisverslag Laos
LAOS
Totale reistijd : van 30/10/01 tot 29/11/01
Munteenheid : 214 Kip = 1 BEF
Visum : 30 dagen geldig prijs : 1350 BEF (klaar in 1 dag)
Reisroute : Vientiane - Vang Vieng - Luang Prabang - Nong Kiauw - Muang Ngoi - Luang Prabang - Vientiane - Savannakhet - Champasak - Don Khong - Don Det.
30 oktober 2001 tot 29 november 2001
Met de nachttrein vertrokken we samen met Jo en Kish vanuit Bangkok naar Nong Khai, het grensstadje met Laos. Vergeleken met de treinen in Indie leek het of we deze keer een eerste klasse ticketje hadden. Er lopen stewards rond die een menukaart komen brengen en later zelfs onze beddekes komen opmaken met verse lakens, een kussen en een warm dekentje ... ongelooflijk goed geslapen op de trein. In Nong Khai regelden we alle grenstoestanden en eindelijk waren we in Laos ! Het was een opluchting om frisse lucht te kunnen ademen na de vochtige drukte van Bangkok.
Vientiane, de hoofdstad, was onze eerste bestemming, gezien de prijzen voor accomodatie (minimum 5 dollar) hier veel te hoog zijn, besloten we maar een nacht te blijven. Wel ontdekten we hier een heerlijkheid die we al zo lang hadden moeten missen ... de baguette, een vers krokant stokbrood met la vache qui rit. Hmmmmmmm !
We bezochten het Xieng Khuangpark met de 1000 Buddha beeldjes tijdens zonsondergang en vooral de immense liggende buddha schitterde in het prachtige avondlicht ... magisch ! Op de bus tijdens de terugweg merkten we dat vele Laotianen op weg waren naar het jaarlijkse, 7 dagen durende That Luang full moon festival in Vientiane, opgewonden giechelende meisjes en iedereen in z'n beste pakje. Een festival ? Da's iets wat ze ons geen twee keer moeten zeggen. We sprongen in een tuktuk richting festivalweide ... en wat voor een ! Aangezien Vientiane als hoofdstad absoluut niet druk was hadden wij ons dit festival ook zo voorgesteld, dit hadden we deze keer dan wel goed mis ... honderdduizenden laotianen die de kraampjes van de mega - mega braderie afschuimden of op zoek waren naar eten, terwijl er hier en daar op een podium een plaatselijke popband optrad. Een drukte van jewelste, nooit gedacht dat we zoiets ooit in Laos zouden meemaken !
De volgende ochtend (middag) trokken we met de songthaew, een open truck of camionet getransformeerd tot bus door middel van twee rijen bankjes tegenover mekaar, richting Vang Vieng.
Vang Vieng was de plaats waar we eens lekker uitrustten. Het dorpke is misschien 300 meter lang en bestaat slechts uit 3 straten, een afgedankt vliegveld, een marktje en natuurlijk een rivier. We vulden hier onze dagen met handwas doen, eten, lekkere shakes drinken, fietsen en vooral : tuben ! De perfecte bezigheid om een dag te vullen als het te warm is om in de straten rond te slenteren. Voor maar 5000 kip (of 25 BEF) krijg je een binnenband van een camion en dropt de tuktuk je 4 km verderop aan de oever van de Nam Song rivier.... zalig dobberen op het water, de stroomversnelling neemt je met de juiste snelheid en in de juiste richting mee, maw gewoon relaxen van de bovenste plank ! Onderweg zijn er langs de oevers van de rivier een paar plekjes die uitnodigen tot het maken van een stop. Een van die stops was aan de Nang Lom grot, waar we met een lamp op het hoofd en liggend in onzen binnenband de grot betraden. Na enkele meters begon er een pad, waar we onze banden achterlieten en op verkenning gingen. Merkwaardig genoeg slaagden we erin om zelfs even verloren te lopen in de grot, griezelig moment, gelukkig had Kish het juiste orientatiegevoel en zette ze ons terug op het goede spoor. Veilig kwamen we uit de grot en dobberden lustig verder. Toen we het eindpunt bereikten werden we beloond met alweer een pracht van een zon die ondergaat achter de bergen en zijn schaduw laat over de rivier.
Met een gehuurde fiets trokken we op caves-tocht, een toffe route over verschillende brugskes. Weliswaar moesten we telkens betalen zowel voor jezelf als voor de fiets en ook nog eens heen en terug, da's een beetje jammer. We fietsten langs kleine baantjes door rijstvelden en kleine dorpkes. Lachende kinderen zwaaien je telkens uit bij het passeren ...sabaaidiiii !!!! Na een klein uurtje fietsen onder de hete zon arriveerden we aan de cave met de sleeping Buddha, voor we in de grot gingen namen we nog een verfrissende sprong in het blauwgroene oasepoeltje, er was zelfs een tarzan slingerkoord over het water. De grot zelf was wel indrukwekkend, met de gouden sleeping buddha in het midden. Voldaan van ons dagje actie keerden we terug richting Vang Vieng. Nog een keer tuben als afscheid en we waren klaar voor the next destination ... Luang Prabang.
We waren net iets te laat aangekomen om een degelijk plekje op de bus te bemachtigen. Het gevolg : een plastic kinderstoeltje in de middengang en dit voor de komende 7 uur ! Na nog geen kwartiertje onderweg zagen we het al niet meer zitten en kwamen we op het magische idee onze zitjes in te ruilen voor een matrasje dat we vonden boven op het bagagerek. In enkele seconden tijd wisselden we van de slechste naar de beste plaats op de bus. Al duttend bereikten we op de middag onze eetstop. Op onze bus zat er een koppel met een blond zoontje, dat enorm in de kijker liep bij de plaatselijke kids. Zeker toen de kleine zijn pamper moest ververst worden, was het showtime voor de wel 15 toekijkende lao-kindjes. De helft van de bende kinderen kon zelf wel een pamper gebruiken, maar hadden er blijkbaar nog nooit een gezien, schattig tafereel.
In Luang Prabang bleek het nog niet zo simpel te zijn om logement te vinden, aan de kant van de Mekong zat blijkbaar alles stampensvol. Het is ook hier dat we Sandy's 25ste verjaardag vierden, ze liet haar eens goed gaan op het plaatselijke marktje, waar ze naar hartelust zakjes, armbandjes en nog veel andere prulletjes kocht. 's Avonds genoten we van een paar lekkere ('t mag zeker gezegd worden) Beer Lao's, genietend van de zonsondergang en een spelletje wiezen, rustig en heel gezellig.
De rest van onze dagen in Luang Prabang brachtten we door met een bezoek aan de Kuang Si waterval, een reuzegrote en krachtige waterval, de moeite waard.
Tijdens een wandeling langs de Mekong maakten we kennis met Mr Bountong Lamsekong, een franssprekende trekkinggids. Hij deed ons het aanlokkelijke voorstel om een 2-daagse trekking naar de Hmong dorpjes in de bergen aan de overkant van de Mekong te doen.
We vertrokken met de boot naar het dorpje waar Boun Thong zelf woont. We wandelden langs verschillende kleine dorpjes waar wij de attractie van de dag waren... falang ... falang (vreemdeling) werd ons telkens naar het hoofd geslingerd door de dorpskinderen. Toen we 's avonds het eerste Hmong dorpje bereiktten ging er ineens alweer een andere wereld voor ons open. De Hmongs leven zo anders ... geen electriciteit, geen sanitair en konstant op zoek naar eten (zijnde bijna alles wat beweegt). We zagen een oude man die een waterpijp aan het roken was van een zwaar kaliber, opium of niet, we zullen het nooit weten. Eigenlijk voelden we ons hier helemaal niet op onze plaats maar zo hoort het ook, toeristen hebben hier eigenlijk niets te zoeken, maar we hielden ons op de achtergrond. Er was trouwens ook helemaal niets voorzien voor toeristen, beter zo, dit werd snel duidelijk toen we dorst kregen, zelfs water was niet te vinden en de dichtsbijzijnde bron was toch wel 15 min wandelen in het donker. Toen we 's avonds onze intrek namen bij een Hmong familie kwam de jongste zoon het 'huis' binnengelopen met een piepend vogeltje in de hand, flink zo ! De pootjes werden eruit getrokken, het kopje afgedraaid en zo staken ze het op een spiesje waarna het bruingebakken werd in het houtvuur, dat ze traditiegetrouw in het midden van het huis aanmaken. Zelf proefden we deze specialiteit niet, stokbrood, noedelsoep en sardientjes stond bij ons op het menu. Tijdens het eten vertelde de gids een beetje meer over andere tradities van de Hmongs. Een daarvan is dat wanneer er iemand sterft in de familie, ze het lichaam nog enkele dagen bewaren voor het begraven wordt. Het lijk wordt in het huis omhooggehangen terwijl het dageljkse leven samen met de dode nog even kan verdergaan. Een andere traditie is dat de enige steunpaal van de woning beschouwd moet worden als een ouder, dit betekent dat ze deze met respect moeten behandelen en dus nooit mogen slagen. Het is ook de gewoonte dat de mannen twee vrouwen hebben, de eerste mag commanderen, de andere moet gehoorzamen en het huishouden doen, wat niet simpel is met zoveel kinderen.
Op de terugweg passeerden we nog een Hmong dorpje waar we echter geen bezoek mochten brengen aangezien er een kindje gestorven was, met respect wandelden we stilletjes door. De rest van de terugweg verliep vlot.
We zijn heel dankbaar dat we deze speciale ervaring mochten beleven maar waren eigenlijk wel blij om naar de "gekende" wereld terug te keren ...
De volgende dag in Luang Prabang had ik voor m'n verjaardag van Glenn nog een Traditional Lao massage te goed. We besloten een goed doel te steunen en kwamen terecht bij de Mano Village, dit is een project dat blinde mensen de kans wil geven een normale job uit te oefenen en zo hun eigen leven kunnen leiden. De massage komt soms nogal hard aan, maar is achteraf een opluchting voor het lichaam. Dat blinde mensen meer gevoel in hun handen hebben is voor de hand liggend. Het deed enorm deugd en vooral het feit dat je er dan ook nog een goed project mee steunt bezorgt je een zalige nachtrust...
Nong Kiauw lag op slechts drie uur rijden met de songthaew van Luang Prabang. Een vlotte rit door een prachtig landschap, het werd er duidelijk bergachtiger op. Toen we bijna onze bestemming bereikt hadden, werden de wegen serieus stoffig en hobbelig, gedaan met de geasfalteerde wegen ... nu zagen we het echte Laos. We stopten vlak voor de deur van het guesthouse waar Jo en Kish een kamertje voor ons hadden vrijgehouden. De sfeer in Nong Kiauw was duidelijk relaxer en de locals ontvangen de travellers hier op een hele toffe manier. 's Avonds bekeken we de zonsondergang met een hele bende aan de andere kant van de rivier (aan de sunset bar). Daar kwamen we ook al te horen dat Muang Ngoi echt the place to be bleek te zijn. De drang werd groter en groter en we besloten al de volgende dag een boot te nemen naar dit paradijs.
's Ochtends vertrokken we met een boot vol gezellige mensen naar Muang Ngoi. Een klein uurtje varen met af en toe een paar wilde stroomversnellingen op de rivier, met als gevolg een natte bedoening. Aangekomen namen we onze intrek in het Mekala Guesthouse, heaven on the riverside, zoals het bordje het vermeld, en terecht ! Een kamer en een terraske met zicht op de Mekong, een hangmatje voor de deur en het lekkerste eten ooit in Laos geproefd, meer moet dat niet zijn ! De dagen vulden we hoofdzakelijk met het eten van pannekoeken , mama's special fried bamboo shoots with egg, ook een van de niet te missen gerechtjes en dan de fried banana's niet te vergeten.... zalig ....
Tijdens de eerste nacht werden we spijtig genoeg geconfronteerd met een ijzige kou, rillend probeerden we de slaap te vatten, met kleren aan slapen was dus de boodschap ! We prijsden ons gelukkig dat we onze warme kleren, die we konstant liggen mee te sleuren, nog eens konden uithalen. Wanneer het zonneke echter haar gezicht liet zien, genoten we met volle teugen van de warmte.
We besloten toch ook maar eens wat actie te ondernemen, een uitstapje naar de waterval bleek een goed idee. Samen met Cathy, Eric (Ierland), Erin (Canada) en een engels koppel vertrokken we met de boot tot een dorpje, vanwaar de "wandeling" naar de waterval start. Ze omschrijven het alleen een beetje anders ... vooraleer we de echte waterval bereiktten, stapten we een goed uur door het water over glibberige rotsen, een soort beklimming van de waterval eigenlijk... heel mooi.
Een ander plan was om een dagje te gaan vissen met Ee van ons guesthouse. Met z'n zessen vertrokken we alweer met de boot, op zoek naar eten deze keer ... Het werd een rustig dagje dobberen op het water, veel vis hebben we echter niet gegeten aangezien de twee sprotjes die in het net verstrikt raakten niet veel voorstelden. Het netvissen is nochthans wel de manier waarop de Lao mensen de meeste vis binnenhalen, falangs zijn daar natuurlijk weer niet zo sterk in. Rillend van de kou kwamen we alweer in het guesthouse toe en doken in onze warme kleren ... het beloofde weer een ijskoude nacht te worden. De mensen op straat staken hun vuurtjes aan en probeerden hun zo toch warm te houden. Gelukkig bestaat er zoiets als Lao Lao, een zelfgebrouwen en illegale rijstalcohol (70 graden !) die de mensen vanbinnen warm kan houden, althans zo voelt het toch ! Ook wij vierden onze laatste avond met Jo en Kish met een flesje Lao Lao rond een kampvuur. Ambiance verzekerd, een gevaarlijk drankje dat je in de juiste sfeer brengt, behalve als je er wat teveel van op hebt ... we gaan er geen tekeningske bij maken ! Onze tijd met Jo en Kish zit erop en 't is plezant geweest, nu vertrekken wij richting zuiden, terwijl zij op hun gemakske het noorden zullen verkennen.
We vertrokken op dezelfde manier als we toegekomen zijn, eerst met de boot tot Nong Khiauw en vandaar met de songthaew terug naar Luang Prabang, waar we nog eens een nachtje zouden slapen. We moetsen dringend geld wisselen en de enige bank die open was kon ons alleen voorzien met briefjes van 2000 kip (= 10 BEF) ! Dit betekende dat we gingen zeulen met hopen geld en waanden ons weer eventjes miljonair.... de moneybelt was alweer te klein om onze voorraad geld op te bergen, een plastiek zak is nog de beste oplossing.
De busrit naar Vientiane was wel OK, alleen over de lunch stelden we ons achteraf een paar vragen. Rijst met vlees of rijst met kip ? We kozen voor het eerste en al snel werd duidelijk dat dit een soort vlees was waar we nog nooit van gehoord hadden. Het zat vol kleine beentjes en welk dier heeft zulke kleine ribbetjes ? Bij een bezoek aan het toilet ontdekten we twee mega grote Bambooratten ... zou het kunnen dat ? .... onze frank (of kip) was snel gevallen.
In Vientiane investeerden we in een pot Nutella, eindelijk nog eens echte choco en daarna een bezoek aan de internetshop, hier is het namelijk het goedkoopste en het snelst over heel Laos !
De hoofdzaak was nu ... zo snel mogelijk naar het zuiden, een rustig plekje gaan opzoeken om te relaxen.
Van Vientiane naar Savannaketh, waar we opteerden voor een overnachting aan het busstation, aangezien de 'bus' reeds om 6 uur de volgende ochtend vertrok naar Pakse. De bus was echter geen bus te noemen, hetzelfde geldt voor de weg. We reden over een lange stoffige weg, die eigenlijk parallel liep met een proper geasfalteerde baan, maar de reden waarom we deze niet bereden blijft een misterie. Met een zere kont arriveerden we in Pakse waar we beslisten om direkt de songthaew verder te nemen tot Champasak, een 15-tal km verderop.
Een goede beslissing, het is een rustig dorpje aan de andere kant van de rivier in een prachtige omgeving, Dit werd nog duidelijker wanneer we een fiets huurden om de Wat Phou te gaan bezoeken, nog een van de resterende Kmer sites, zoals Angkor in Cambiodia., maar deze is volledig in oorspronkelijke staat en van kleiner formaat, zeker een bezoekje waard.
Nu was het alleen nog een kwestie van de boot te nemen naar Don Kong en zo de 4000 eilanden te bereiken. De boot kwam in zicht en bleek reeds overvol te zitten. Boven op het dak was er nog genoeg plaats, maar ze maakten er blijbaar een probleem van om meisjes op het dak te laten plaatsnemen omdat het tegen de regel is om vrouwen boven het hoofd van de mannen te zetten, een echte strontregel waar wij ons tegen verzetten, voor ze het doorhadden zat Sandy samen met nog andere meisjes al goed geinstalleerd op het dak in het zalige zonnetje. De boot stopte aan elk rivierdorpje om deze te voorzien van drank, eten, geld, ... de rit nam bijna een hele dag in beslag. Helemaal doorbakken arriveerden we veel later dan verwacht in Don Khong. Voor de bootmannen was het ook hoog tijd dat we arriveerden, want een hele dag Lao Lao drinken in de volle zon liet z'n sporen na.
Don Khong verkenden we per fiets via een 20 km lange route rond het eiland, waar niet veel te zien was buiten het gewone leven, wel gezellig vertoeven maar toch ietsje te warm om te fietsen. Een dagje volstond en diezelfde dag vertrokken we met de boot naar Don Det.
Eindelijk bereikten we het uiterst zuidelijkste puntje van Laos. Aan de overkant van het water lag Cambodia, weldra onze volgende bestemming.
**** We hoorden ondertussen van reizigers die via deze weg Cambodia binnengegaan zijn, dat er heel wat dollars op tafel gelegd moeten worden om via deze weg het land in te komen.****
Het Riverside Guesthouse ruilden we na de eerste nacht direkt in voor een hutje bij Bamboo Huts. Alhoewel het Riverside guesthouse de beste plek is om de zonsondergang te aanschouwen, was het in Bamboo Huts veel rustiger en dus ook relaxer. Ons hutje had ook deze keer weer een balkonneke met zicht op de rivier en een hangmatje vanwaaruit je de zonsopgang al wiegend kon bekijken. De hoofdatttracties van dit eiland zijn de waterval en de Irrawaddy dolfijnen. Jawel, het klinkt ongeloofwaardig, maar er leven dolfijnen in het bruine Mekong water ! Wij waren de gelukkigen deze beestjes meerdere keren te mogen waarnemen. De waterval is een ander opmerkelijk verschijnsel, ooit een reuzegrote en krachtige bruine waterval gezien ? Op enkele meters van de eerste bevind zich nog een volgende waterval, die veel groter en zelfs nog mooier is, velen weten dit echter niet.
We verbleven een hele week in Bamboo Huts, bij Mr. Lamphone en mamaa, deze mensen weten echt hoe ze moeten koken en een leuke sfeer kunnen creeren. Af en toe gingen we mee met Mr Lamphone om de boodschappen voor het guesthouse te doen op de plaatselijke markt, een 3-tal rivierstraatjes verderop. Vroeg in de ochtend vertrekken en terwijl vanin de boot genieten van de opkomende zon ... het hoort er allemaal bij !
Elke avond is er hier of daar wel een feestje van travellers die de dag erna vertrekken ... en kan je nu vertrekken zonder een laatste Lao Lao afscheidsfeest ? Absoluut niet volgens de locals. Het gevolg was dat we drie dagen op rij zaten te swingen onder invloed van Lao Lao en dat onze armen volhingen met katoenen geluksbandjes die volgens de traditie bij het feestje horen. De ochtend erna was het telkens wel wat minder, de oplossing is dan 's avonds er terug in te vliegen. Ons afscheidsfeestje werd uiteraard bij Mr Lamphone gevierd die er alles aan gedaan had om er een knaller van te maken. Drie muzikanten, kip, heerlijke vis en natuurlijk een jerrycan LaoLao met lemon en Honey. De sfeer zat er al vroeg goed in, zeker gezien er zoveel volk was komen opdagen en er serieus wat afgedanst en gedronken is geweest. Op een gegeven moment viel het geroep, gelach en getier stil en ging dit over in luid gegil ... een slang gesignaleerd ... en dan nog wel op Glenn z'n been ! Daarvoor kreeg hij de nobelprijs voor de koelbloedigste reactie. Het enige wat hij deed na iets warms gevoeld te hebben op zijn been was de zaklamp ter hande nemen en vragen ... is this a snake ? De muzikanten moesten het maar oplossen, want niemand zag het zitten het beestje (een kleine meter lang) van de zitbank te verwijderen. Met twee stokjes kieperden ze de slang van het balkon. We weten nog steeds niet of deze giftig was of niet (Glenn leeft alleszins nog) maar aangezien de lao mensen het beest absoluut niet wouden aanraken, bestaat de kans dat het effectief geen braaf beestje was. Het feestje ging "rustig" door tot in de vroege uurtjes. De volgende ochtend ging Mr Lamphone ons met de boot samen met Lisa naar Ban Nakasong brengen om daar om 6 uur (!!) de bus te nemen naar Pakse. Mammaa was echter in alle staten omdat Mr. Lamphone in de verste verte niet te bespeuren was. Met een andere nog-half-dronken bootman haalden we heelhuids het vasteland en gingen we met de bus een vermoeiende rit tegemoet. Pfff ... nog nooit een kater in die mate meegemaakt. Moe, hongerig (want te laat aangekomen om nog iets te kunnen eten) en eigenlijk wel een beetje misselijk telden we de uren op de bus, tot eindelijk Pakse in zicht kwam, vanaar we een songthaew namen naar Chong Mek, het grensdorpje met Thailand.
Dit betekent het einde van ons hoofdstukje Laos, we hebben genoten van de gastvrijheid van de mensen, de prachtige natuur, het enthousiasme van de kids, het goede weer, de variatie tussen bergen en eilanden en .... zoveel meer. Dat de mensen hier zo een relaxe mentaliteit hebben, is prachtig, zeker gezien het verleden. Laos was het meest gebombardeerde land tijdens de Vietnam oorlog en dit terwijl zij er absoluut NIETS mee te maken hadden. Duizenden bommen werden gedropt op de bodem van dit onschuldige land en nog vele onschuldigere mensen verloren hun leven of familie hier. In Muang Ngoi bijvoorbeeld zie je hier en daar nog enkele achtergebleven bommen langs de kant van de weg liggen, zonder gevaar uiteraard.
Voor mensen die houden van een zeer relaxe en gevarieerde vakantie ... Laos !!!!!
Homepage