REISVERSLAG SINGAPORE EN AUSTRALIE
SINGAPORE
22 januari tot en met 23 januari 2002
Een vlucht met Scandinavian Airlines is een pure verwenning, eigen TV, veeeel videogames en lekker eten. Tegen de avond kwamen we op de luchthaven in Singapore aan, deze staat gekend voor de modernste luchthaven van de wereld met oa. een cinema, een zwembad, een fitnesszaal, een grote cactus tuin ... De rit naar het Ah Chew hostel gaf ons direkt een eerste indruk van Singapore ... Grote, moderne buildings die hoog boven de stad uitsteken en vooral een heel propere stad (na Bangkok is dit wel niet moeilijk).
We gingen eens wandelen in China Town en Little India, China Town was een kleurrijke bedoening en in tegendeel tot de meeste china towns heel proper, eigenlijk wel vrolijk zelfs ! Little India was qua uitzicht minder speciaal, maar we zijn daar alleszins nog eens lekker indisch gaan eten op een bananenblad en het was tof om nog eens indiers te zien, het deed ons terug denken aan het begin van onze reis.
's Avonds besloten we nog naar de Night Safari te gaan, deze Zoo heeft reeds verschillende awards gewonnen voor de beste tourist attractie. De dieren zaten hier niet in kooien, ze hebben veel ruimte en alles zag er goed verzorgd uit. We hebben hier volop genoten van de vele wilde (nacht)dieren. Maleisische tijgers, leopards, krokodillen, hyena's, beren, giraffen, vleerhonden en nog veel dieren van wie we de namen niet kennen en nog nooit hadden gezien. We sloten de avond af met een lekkere singaporese pint ... Tiger Beer ! En morgen ... Australie !
AUSTRALIE
CAIRNS-SYDNEY
24 januari tot 5 februari 2002
Na 9 uur vliegen met Singapore Airlines zijn we aangekomen in Brisbane. Het heeft ons wat tijd gekost om uit de luchthaven te geraken. Al onze bagage werd ondersteboven gehaald. Vooral door het feit dat we van Azie kwamen, vonden ze het blijkbaar nodig onze spullen te controleren en onze schoenen te desinfecteren. Toen we eindelijk buiten stonden, maakten we kennis met de Australische hitte ... wa's me da !
We sliepen een nachtje in het Palace backapckers in
het centrum van Brisbane, vanaf nu zullen we, gezien de hogere prijzen, wel vaker in dormbedden slapen. Samen met 4 andere mensen deelden we een kamer en eigenlijk is dit wel gezellig, wel was het even wennen aan de airco. De volgende dag deden we een paar boodschappen en 's avonds werden we door Leanne en Rob (de broer van iemand die we in Cambodia goed hebben leren kennen) opgepikt en zelfs uitgenodigd om bij hen te gaan logeren. Wat een zalig gevoel om terug in een huiselijke sfeer te komen, met een hond en een kat. Ze hadden zelfs een BBQ voorzien en we werden enorm in de wattekes gelegd. Doordat we met veel te zware rugzakken op stap waren, konden we hier een deel bagage achterlaten ... wat een opluchting !
's Morgens nam Rob ons mee naar Mt Coota, waar we een mooi zicht hadden over de stad Brisbane. Vandaag was het dan ook nog eens Australian Day, met oa. een street parade en een suuuuper groot vuurwerk op 5 vloten in het water, begeleid door klassieke muziek, nog nooit gezien !
Aangezien we langs de oostkust vanaf Cairns naar beneden willen reizen, vlogen we met een goedkope vlucht van Virgin Blue naar Cairns. Na twee uurkes arriveerden we al in Cairns en werden we door Leo's budget hostel opgepikt aan de luchthaven, wat een service !
Een dubbele kamer deze keer en we hadden zelfs onze eigen frigo. De sfeer bij Leo's is heel relax, iedereen hangt de hele dag rond het zwembad, want met deze warmte is het uit het water gewoon niet uit te houden. Het regenseizoen zou al lang moeten bezig zijn, maar echt veel regen, buiten de korte douches hebben we hier nog niet gehad. Ze spreken hier van de warmste zomer sinds 100 jaar maar toch is Sandy erin geslaagd om ziek te worden ... met dank aan de airco !
Het doet hier ook wel deugd om zelf naar de supermarkt te gaan en ons eigen potje te kunnen koken.
Toen we in de keuken onze spaghetti stonden te maken, arriveerde er bekend volk in het hostel ... Dirk (De Janssens) een goeie vriend van Grimbergen, alweer voelden we de sfeer van thuis een beetje over ons komen. We babbelden er nog eens goed op los in het vlaams (want da kan soms wel ne keer deugd doen) over onze reisgebeurtenissen en maakten samen plannen voor de komende dagen.
We huurden een campervanneke (met alles erop en eraan) om de Tablelands en Cape Tribulation onveilig te gaan maken. Met de auto rijden was natuurlijk wel effe wennen, aangezien dit nu al 5 maanden was geleden en dan nog wel met het stuur links ! Den Dirk was al wat meer ervaren en zo vlamden we dus 's morgens vroeg van Cairns naar Babinda, met zijn 'Boulders'. Dit zijn reuzeknikkers die hier en daar in de rivier verspreid liggen. Het is lang geleden dat we nog jungle gezien hadden en dus genoten we van de wandeling en de natuur. Voor een zwemmeke reden we naar de Josephina Falls, de ultieme verfrissing en big fun op de natuurlijke glijbaan.
Op naar de volgende waterval ... Millaa Millaa Falls, heel mooi, maar niet genoeg water door de late komst van het regenseizoen. Sandy liet het zwemmen deze keer zo, want om een of andere duistere reden stond die ineens vol rode vlekken ?! Een allergische reactie van iets ... de jongens bleven maar beweren dat het van de mango's kwam en uiteindelijk hadden ze nog gelijk ook. Daar gaat de bijnaam Miss Mango.
In Ravenshoe, het hoogst gelegen dorp van Queensland deden we nog wat kleine aankoopjes en zagen we de aboriginals hun leventje leiden in de straten. Een zeer speciaal volkske en om eerlijk te zijn, een eerder misvormd volk, veel dronkaards die een ganse dag luieren op straat en vaak breekt er een gevecht uit onder elkaar, redelijk angstaanjagend, eigenlijk triestig.
We zetten onze tocht verder richting outback, Undara, waar we onze eerste kangoeroes te zien krijgen. Ook de omgeving is heel speciaal met de rode kleur van de grond wordt de lucht alleen maar blauwer en de natuur groener. Bovenal werden we nog eens verwend ... een prachtige zonsondergang, met regenboog ! 's Avonds als we ons zelf gekookt potje aan het eten waren kregen we bezoek van een eenzame, Walibi, het gezwel op zijn lichaam voorspelde niet veel goeds.
De volgende ochtend werden we al voor zonsopgang gewekt door de Janssens, specialist in het vroeg opstaan. Hij had effectief gelijk, de lucht zag knalrood bij zonsopgang en de kangoeroes zijn actiever 's morgens als het nog koel is. We maakten een wandeling en zagen nog een koppel vechtende kangoeroes, die bijna dubbel onze lengte hadden als ze rechtstonden ! Een ander schattig tafereel was het kleintje dat in de moeder haar buikzak aan het zuigen was.
We reden terug via Ravenshoe op weg naar Lake Tinaroo en maakten nog een tussenstop aan de Mount Hypipamee crater. Een reuze diepe krater, 80 meter diep, de knalgroene poel maakte het nog indrukwekkender.
Toen we in lake Tinaroo aankwamen was het weer hoog tijd voor een zwemmeke in een groot meer, gevuld met warm water.
Na de verfrissing vulden we de rest van onze dag met veel kleine wandelingskes en intressante plekjes rond het meer. Het plezantste was wel de Cathedral Fig Tree, een immens grote honderden jaar oude boom, omtrek 54 meter ! Voor we het wisten was het alweer tijd om een plekje uit te zoeken voor de nacht. Lake Eacham zag er mooi en rustig uit, met de pelikanen op het meer en de waterdaragons langs de kant.
's Morgens was Dirk gelukkig alweer vroeg op stap want we kregen bezoek van de ranger, kamperen niet toegelaten ... No, sir, we just arrived ... En da was ook weer opgelost. We zochten nog eens intens naar de Platipus (vogelbekdier) in een creek op de weg ... helaas. Een boom als de curtain fig tree kan gelukkig niet weg (it is huge !! ) daar stonden we dus weer later van het zicht te genieten. Volgende zwemstop was Port Douglas .. onze eerste keer in de zee ! De stingers zijn hier een echte plaag voor de zee, super grote kwallen waardoor je kan sterven, niet omdat ze giftig zijn, maar van de pijn ! Een stingernet is dus onontbeerlijk ! Dan met onze campervan de ferry op ... Cape tribulation .. where the reef meets the jungle ! Veel natuur, mooie korte jungle treks en vooral een mooie zonsopgang over het water. We waren ook de gelukkigen die een glimp mochten opvangen van een cassowarie (grote zeldzame struisvogel) die de baan overstak.
Cape tribulation had al snel geen geheimen meer voor ons en dus reden we terug naar Mossman, een perfecte spot om je op te frissen in de creek en te overnachten, vonden we.
De volgende ochtend was het alweer door Dirk dat we vroeg uit de veren waren ... en gelukkig ! We liepen nog een paar intressante dieren tegen het lijf ... een python snake (wel 2.5 meter lang) en nog een paar forestdragons ... wat een zot moment !
Nog een bezoekske aan de markt in Port Douglas, maar van de warmte moeten gaan lopen, het was ondertussen toch ver tijd om nog eens terug te denken aan Cairns en het opkuisen van de mini-van .. It's over, het is goe geweest !
Het laatste dat we nog zeker vanin Cairns wilden doen was een Reef Trip ... Glenn's verjaardag was ideaal hiervoor, waar moet een waterman zijnen dag anders doorbrengen ?
We vertrokken 's morgens vroeg en bezochten twee verschillende plekken van het reef ... De eerste was geslaagd omwille van de haaien (whitetip reefsharks) maar bovenal ... Wallie, een vis zo groot als een mens (en zelfs nog dikker) die graag knuffelt en kuskes geeft, nog nooit zo een zachte kanjer van een vis gevoeld, we hopen dat de foto's gelukt zijn met de onderwaterkamera. Glenn zijne verjaardag was geslaagd, vooral omdat em op het laatste van de boottrip nog een volledige pint heeft mogen leegdrinken via ... de snorkel !!
7 februari tot 13 februari 2002
Cairns zit erop, voor de eerste keer maken we gebruik van ons Premier busticket (veeeel goedkoper dan de andere busmaatschappijen ). We spraken af met den Dirk in Mission Beach. Iedereen sprak veel lof over het hostel Treehouse, dus gingen we daar een paar dagen gaan relaxen. Toen we er aan kwamen wisten we waarom ... alles in hout en bamboo, veeel hangmatten, zithoek met veel grote kussens, een groot zwembad aan de rand van de jungle, grave mensen en een 23 jaar oude (!) pony in het midden van de gang ! 's Avonds was er een heerlijke BBQ en maakten we er een gezellige avond van.
's Morgens vertrokken we met het eerste busje dat ons ging droppen aan het begin van een lange wandeling waar we hoopten meer cassowaries (soort van heel zeldzame struisvogel met een blauwe nek en hoed) te zien. Jammer genoeg zagen we buiten enkele grote ratten geen andere dieren. De wandeling was een beetje teleurstellend, ook mede door de aanhoudende droogte was er niet veel leven in de bush, om nog niet te spreken over de hitte ... afzien !
Het was de laatsten avond met onze goeie vriend de Janssens, waarmee we een leuke tijd hebben doorgebracht en vooral goe gelachen. Ondertussen was het flink beginnen bliksemen en genoten we alweer van het luchtlichtspectakel vanuit onze luie stoel aan het zwembad.
Een 7 uur durende busrit bracht ons tot in Airlie Beach, de uitvalsbasis voor een zeiltrip naar de Whitsunday Islands. We vertrokken de volgende dag met een groep van 22 mensen op de zeilboot Jade, drie dagen lang dobberen op de felblauwe zee.
Voor we vertrokken, werd ons aangeraden om allemaal een stingerpak (wetsuit) te gaan huren ... stingers (soort van kwallen) kunnen soms dodelijk zijn, als je ervan sterft, is het door de onmenselijke pijn !
Iedereen klaar om te vertrekken en na enkele uurtjes zeilen, met het zicht op de oceaan en de vele eilandjes, bereikten we Cook Island, waar we de nachten zullen doorbrengen ... in een tent.
Vroeg opstaan, direkt een attack van fruitvliegen, reuzegrote vieze vliegen met groene ogen die nog steken ook ! We waren allemaal blij terug op de boot te zitten, lekker zonnen op het dek met een zacht zeebriesje, geen last van de warmte hier. Vandaag zullen we het grootste stuk zeilen, met een stop aan whitehaven beach, een der mooiste stranden ter wereld wordt wel eens gezegd. Het zand is witter dan sneeuw en ideaal om zilver mee te kuisen. We kregen hier terug een gratis initiatiecursus duiken, veel leven was er hier onderwater wel niet te zien. De omgeving daarentegen was schitterend, het contrast van de blauwe lucht met het groenblauwe water en het witte zand ...
De zeiltoch werd verder gezet, we passeerden veel cliffen en vingen zelfs een glimp op van spelende dolfijntjes ! In de namiddag gingen we snorkelen en deden we zelfs nog een duik aan het Great Barrier Reef, de viskes waren weeral blij ons te zien ... onderwater ademenen is en blijft plezant.
Na het avondeten werd iedereen bij mekaar geroepen voor nachtzeilen ! Na een uurtje zeilen in het donker, werd de anker uitgegooid in het midden van de zee. Met zachte chill muziek op de achtergrond genoten we al liggend op het dek (met de nodige drankjes in de hand) van de heldere lucht en een zalige sterrenhemel. We zagen zelfs redelijk wat sterren naar beneden vallen. De hele bende wild enthousiast natuurlijk, de sfeer kon niet beter !
De laatste dag was aangebroken, we zullen de boot en het lekkere eten zeker missen. Als afscheid kregen we nog een ritje tjoeben kadoo, een speedboot met een rubberen band achter aangebonden, sleurt je over het wateropvlak mee tot je eraf valt, big fun !
Toen we definitief op de terugweg waren, liet de zee van zich horen ... hoge golven die er toch wel in slaagden de helft van de bende ziek te krijgen, en daarmee waren de viskes ook weer gevoederd ! Terug op het vasteland nog samen een laatste avondmaal, veel bier, nog eens goe gelachen en dan eindelijk nog eens een bedje om in te slapen, perfecte afsluiter.
De volgende dag bleek dat we heel veel geluk hadden met het weer want het zonnetje had plaats geruimd voor enkele dikke grijze wolken met bakken regen.
Gelukkig hadden we hier niks meer te zoeken want onze bus vertrok naar Hervey Bay, alweer 12 uur bussen, hopelijk naar de zon.
14 februari tot 19 februari 2002
We logeerden eerst een nachtje in het Beaches hostel, waar we 's avonds een meeting hadden ivm de trip naar Fraser island, het grootste zandeiland ter wereld. We werden verdeeld in groepen van +/- 10 personen, samen moesten we dan bespreken hoeveel drank en eten er moest voorzien worden en wie er kon en ging rijden, zeer belangrijk moment. Dit verliep allemaal zeer vlot en onze groep, bestaande uit 3 Ierse meisjes en 6 Engelse gasten zag er wel ok uit.
Vroeg in de ochtend nog snel een doucheke, aangezien dit er de komende dagen wel niet zal inzitten. We kregen onze 4x4 jeep ter beschikking na een uiteenzetting over de routes en de mogelijke gevaren op Fraser Island. Hier moet zeker rekening gehouden worden met het tij van de zee, aangezien we het grootste stuk op het strand zouden rijden. Na een paar kilometers rijden op het vasteland en ritje op de ferry stonden we eindelijk met onze voeten in het zand op Fraser eiland.
Op zand rijden is een beetje zoals op sneeuw rijden, 4x4 is hier onontbeerlijk. Eerst en vooral moesten we een stop maken aan het central station voor brandhout, zeer belangrijk ! Het eerste beestje liet zich opmerken ... een schorpioen, we zijn gewaarschuwd. De warmte was niet te houden, wijle dus snel op zoek naar verfrissing in het eerste meer op de weg, Lake Mc Kenzie. Het water is nog helderder blauw dan het water uit de zee en nog beter omdat het ongezouten is en er geen stingers inzitten. Paradijselijk met een parelwit strand, lichtblauw water dat overgaat in donkerder blauw naarmate het meer dieper wordt. Het was moeilijk afscheid te nemen van deze plek, maar we moeten verder richting Indian Head, aangezien we hier onze eerste nacht zullen kamperen.
Het was een lange rit door het binnenland, waar het zand af en toe vrij dik op de weg ligt en het rijden dus niet zo snel vooruit gaat. Zeker niet met onze ierse chauffeur, ze vond het moeilijk het stuur onder controle te houden, ook al was dit in praktijk echt geen moeilijkheid. Eenmaal op het strand reed het terug veel makkelijker, toch moest er uitgekeken worden voor de wash-outs, 'kleine' riviertjes die uit het binnenland naar de zee stromen, sommigen kunnen nogal diep zijn en je ziet ze niet van op afstand. Daarnaast was het ook uitkijken voor de vele grote kwallen die verspreid lagen op het strand. Het uitzicht tijdens de rit stak onze ogen uit en we genoten er dan ook met volle teugen van. Toen we Indian head in zicht kregen, moest er alleen nog een zwaar stuk diep zand worden overbrugd, waar we zoals voorspeld vaststaken en pas na een paar pogingen slaagden we erin de campsite op te rijden.
Na het opzetten van de tenten gingen we de omgeving verkennen en zo kwamen we in de grote zandduinen terecht, waar we de zonsondergang bewonderden.
Voor het avondmaal hadden we BBQ voorzien en blijkbaar waren wij niet alleen hongerig, ook de dingo's kwamen een kijkje nemen wat de pot schafte. Dingo's zijn een soort van kruising tussen een duitse scheper en een wolf en kunnen redelijk agressief uit de hoek komen. Zo werd er vorig jaar zelfs een kindje doodgebeten door een dingo, beter uit de buurt blijven en steeds in groep wandelen, dus.
Op onze tweede dag bezochten we eerst nog het uitkijkpunt van Indian head, een korte klim geeft je een amazing uitzicht over de omgeving, meestal kan je hier ook haaien zien, maar het bleef bij een paar schildpadden. We reden daarna nog iets verder noordwaarts naar de Champagne Pools, natuurlijke rockpools die schuimen zoals champagne wanneer de golven over de rotsen breken. Aangezien we tot de middag niet op het strand konden rijden vanwege het tij, bleven we hier de hele voormiddag luieren.
Toen het tij keerde, reden we verder tot aan de Red Canyon, een aantal zandrotsen met een rood-oranje kleur. Een van de grootste highlights van Fraser is het Maheno wrak, een schip dat hier in 1935 gestrand is en ligt te roesten aan het begin van de zee.
Aangezien we in de zee niet kunnen zwemmen wegens gevaar voor haaien en kwallen, namen we nog een frisse duik in de Eli Creek, zo ijskoud hebben we het water hier in Australie nog niet geweten, het deed alleszins deugd.
Het was weeral hoog tijd om een kampplaats te zoeken voor de nacht, we kwamen nog een andere jeep van ons hostel tegen en besloten samen naar Lake Wabby te rijden. Na een uurtje rijden in het binnenland beseften we dat het een lange rit ging worden, het zand lag hier weer heel dik en Glenn achter het stuur moest het maar zien te controleren. Toen het 6 uur was zaten we nog in de auto, en dan kwam het toppunt, er is geen kamping aan Lake Wabby, en wild kamperen is verboden ... hoge boetes ... terug naar de beach, er zat niks anders op. Vlug onze tentjes opslagen op het strand, een kampvuurtje maken en genieten van een lekker bekertje wijn bij een heldere sterrenhemel, gezellig.
De derde dag Fraser kwam eraan, we reden nog eens een goeie 2 uur door het binnenland, het laatste zware stuk voor de platte rust. Samen met alle andere groepen spendeerden we onze laatste uurtjes aan het Lake Mc Kenzie waar het een gezellige bedoening werd. Iedereen kende iedereen ondertussen en samen werden er pintjes gedronken in het water. Iedereen was nu wel toe aan een douche en een goeie nachtrust.
Noosa bereikten we na een korte busrit. We verbleven in Dolphins en dat was een goeie keuze ... hangmatten, ping-pong tafel, eigen keuken dit alles in een zeer kleuurijke en rustige omgeving. Meer dan een wandelingske naar de beach en in het nationaal park deden we hier niet. Wel zagen we tijdens de wandeling voor de eerste keer twee koala's in het wild ... oooooh ... Nog een paar meters later zagen we in de verte een beest op een heel stuntelige wijze over de weg krabbelen, het bleek een reuze goanna te zijn, deze reptielen zien er alles behalve schattig uit, met een lange gespleten tong keek hij ons dreigend aan.
Noosa is trouwens ook een van de betere plaatsen om te surfen, de golven zijn hier immens maar toch hielden we het maar bij bodyboarden, die we gratis konden gebruiken. Great fun.
20 februari tot 28 februari 2002
In Brisbane overnachten we voor 1 nachtje en reizen we door naar Byron Bay. Brisbane zelf is niets meer dan een grote stad, redelijk boring.
Byron Bay is een heel gezellig en klein dorpje aan de zee, waar surfers thuis zijn. We namen onze intrek in de Arts Factory, een super hip hostel waar je zelfs in grote wig-wams of in een bus kunt slapen. De ideale plek om een paar dagen rond te hangen en veel leuke mensen te leren kennen. Als je er zin in hebt kan je hier ook gratis je eigen didgeridoo maken of joga sessies volgen. Zo kregen we ook een zeer spectaculaire fireshow te zien, begeleid door live aboriginal muziek, nog nooit iemand zo goed de didgeridoo horen spelen, opzwepende ritmes.
Samen met een belg, een canadees en een zweed die we in het hostel hadden leren kennen, huurden we een auto (oude BMW die naar koeiestallen ruikte) en reden we naar Nimbin, een zot dorpje waar veel hippies na het aquariusfestival in 73 zijn blijven plakken. We bezochten hier het meest rare museum, je vind er stukken van oude volkswagen buskes, veel peace en love slogans, foto's en natuurlijk zijn de rare kwieten hier goed vertegenwoordigd. Goed gelachen. Vooral nadat steward, onze canadese vriend zich had laten verleiden tot een paar peace en love cookies, gevolg ... niet veel meer mee aan te "vangen".
's Avonds vertrokken we terug met onze stinkenden BMW richting een bush duf, een party in het midden van het bos, zeer moeilijk te vinden als ge de streek niet kent. Na een goeie twee uur rijden in the middle of nowhere, hoorden we de muziek in de verte ... eindelijk ! Spijtig genoeg kregen we op enkele honderden meters van de party te maken met autopech ... onze benzinetank bleek op het eerste gezicht leeg, gelukkig stond er iemand achter ons met een grote jerrycan benzine, over chance gesproken. Toch bleek benzine alleen niet de oplossing te zijn ... de motor gaf geen kik. James, onze redder, inspecteerde de motor en zag dat er geen water meer in de batterij stond, water was niet zo moeilijk te vinden en binnen de kortste keren stonden we te dansen op de party !
Na de party bleven we nog 1 dagje in Byron bay, we bezochten er het lighthouse, dat vooral gekend staat omdat dit op het meest oostelijke punt van Australie staat en je er dolfijnen kan zien zwemmen. Dan was het tijd voor de bus naar Sydney, dit zal wel iets drukker zijn, zeker gezien het feit dat de Mardi Grass, de grootste gay en lesbienne parade ( over het miljoen mensen ) hier plaatsvind binnen een paar dagen.
SYDNEY-MELBOURNE
De rit naar Sydney was lang en toen we aankwamen nestelden we ons snel in het Millets Oz hostel.
Sydney is alweer de ideale plek om vanalles te regelen, Glenn brengt een bezoek aan de tandarts en we regelden onze vluchten voor Zuid-Amerika.
We verkenden de hippe Oxfordstreet, waar vele gays op zoek waren naar een flashy outfit voor de Mardi Grass parade.
's Avonds spraken we af met Adam en Adrian, gasten die we in Cambodia hebben leren kennen. Samen trokken we naar een Drum & Bass party in de YU club, een betrekkelijk klein zaaltje, gezien de grote namen ... Ed Rush en Optical op hun best ! We konden het niet beter treffen, het werd dan ook een knaller van een avond en onze voetekes deden 's anderdaags nog pijn van het dansen !!
We kregen van Adrian de tip om naar de fleamarket in Glebe te gaan, in een suburb van Sydney. Met de brandende zon in het gezicht slenterden we langs de kraampjes en rustten we even uit op het grasveld, waar een jazz-bandje een gezellige sfeer creeerde.
Het centrum van Sydney stond ondertussen al volledig in het teken van Mardi Grass, half naakte mannen en vrouwen opgedressed met pluimen en vele kleurtjes ... je kan het zo gek niet bedenken.
Wij hadden echter iets anders om naar uit te kijken ... Glenn's ouders zouden deze avond landen en we zorgden dan ook voor een goeie ontvangst op de luchthaven. Het was een blij weerzien na 6 maanden en we voelden ons weer een beetje meer verbonden met thuis.
De volgende dag trekken we met de boot naar Manly Beach, een van de mooie stranden in Sydney. De boottocht op zich is zeker al de moeite waard, we passeren het Opera House en de Harbour Bridge, deze twee australische highlights blijven indrukwekkend en de moeite waard om te zien.
We halen onze huurauto af, laden onze bagage in en zetten onze tocht in richting Jervis Bay, waar we onze eerste stop maken en Glenn's ouders direkt kennis maken met het echte, relaxe leven van de australiers. Spijtig genoeg zat het weer niet echt mee, zodat we ze bespaarden van een wandeling in het nationaal park. We reden door tot Batemans Bay, een gezellig vissersdorpje waar we de nacht doorbrachten.
Op Pebbly beach zagen we onze goede vrienden, de kangaroos nog eens terug, de dag was goed begonnen.
We sprongen terug de auto in en reden tot Tilba Tilba, een dorpje waar de tijd lang heeft stilgestaan, oude winkels met snoep en speelgoed en vooral de ambachtelijke bakkerij was een bezoek waard.
Op de vroege avond bereikten we Lakes Entrance, waar we net op tijd aankomen om onze bagage te droppen en naar de sunset te gaan kijken vanop een berg. Het zicht was adembenemend, je kijkt er op een punt waar een meer met een rivier en de zee samensmelten.
In elk dorpje heb je een soort familie restaurantje met een buffet waar het eten overheerlijk en zeker zijn geld waard is.
Voor we afzakken naar Melbourne, brengen we nog een bezoekje aan het strand van Lakes Entrance, weinig volk, megahoge golven en een lekker zonnetje. Het is hier natuurlijk altijd oppassen voor de zon, Christa was hier dan ook het bewijs van ... na een uurtje zonnen was het al tijd voor een laag aftersun.
Het werd een zware rit tot in Melbourne, zeker het laatste stuk tot in het centrum duurde lang gezien de vele rode lichten en de spits.
MELBOURNE-GREAT OCEAN ROAD
We slenteren eens over de dagelijkse Queen Victoria Markt, de grootste markt van Melbourne, waar ze zowat alles verkopen.
We lopen de straten in het centrum even door en shoppen erop los, Melbourne is dan ook wel een van de hippere steden. 's Avonds doen we ons tegoed aan een lekkere pizza.
Op onze laatste dag Melbourne maken we een gratis ritje door de stad met de City Circle, een tram uit 1940 die langs de mooiste bezienswaardigheden rijdt. Er staan hier wel tientallen historische kerken en oude mooie gebouwen die fel afsteken tegen de enorme wolkenkrabbers. Onder ons tweetjes gingen we nog even voor een blits bezoek naar St. Kilda, een van de achterbuurten van de stad, dat vooral gekend staat voor z'n oude pretpark waar je door de mond van een reuzegezicht naar binnen wandeld, zeer de moeite waard.
We hebben voor eventjes weer genoeg steden gezien en vatten onze tocht aan richting Great Ocean Road, een 300km lange baan langs de kust van de Pacific Ocean, deze staat dan ook gekend als de mooiste kustroute van de wereld. De verschillende lookout points onderweg overtuigen ons hier snel van. We maken een lunchstop in Lorne, het echte begin van de great ocean road en een der veiligste beaches om te surfen. De nacht brachten we door in Apollo Bay, een heel druk bezocht vissersdorpje wegens het lange week-end, het deed ons eigenlijk een beetje denken aan de belgische kust bij goed weer. We bleven er dan ook maar een dag en besloten snel rustigere oorden te gaan opzoeken.
Op de vroege ochtend bezochten we de plaatselijke markt waar vooral veel muzikanten en kunstenaars het beste van zichzelf gaven. We sprongen terug in onze stationwagon en snorden verder over de great ocean road tot aan het Otway National Park, waar we een korte wandeling maakten en enkele luierende koala's opmerkten.
Onze eerste spectaculaire zandrotsformaties kregen we te zien aan de Gipson steps, die door de felle zon tegen de helderblauwe lucht afstaken als goud. Nu realiseerden we pas waarom dit de GREAT ocean road wordt genoemd. Maar het aller-allermooiste moest nog komen ... de 12 apostelen. Deze zeer populaire rotsen, staan als 'palen' bij mekaar in de zee. Het waren er ooit 12, waarvan er ondertussen reeds 2 zijn ingestort, maar toch doet dit niets tekort aan de schoonheid van deze rotsen. Een mens vraagt zich soms af hoeveel filmrolletjes hier per dag worden afgetrokken ... zeker gezien het grote aantal japanse bezoekers. Alle toerbussen wachten dan ook tot zonsondergang om het lichtspel te aanschouwen, zeker de moeite waard, we gaan dit niet ontkennen, maar voor de iets geduldigere toeschouwers, is er na de sunset een verrassing ... de pinguins komen in grote getallen plots uit het water het strand opgewaggeld, een mooie afsluiter voor de dag en vele mensen die dit op een paar minuten na missen ! Wij wisten beter. Enkele kms verderop lag Port Campbell, waar we een zalige nacht tegemoet gingen ... met een broebelbad in de badkamer !
We besloten er een luierdag van te maken ... Port Campbell ligt in een kleine gezellige baai, we bleven dan ook samen met Christa de hele dag op het strand plakken, terwijl Pitoe liever een wandelingske ging maken in het kleine dorp. 's Avonds gingen we voor de zoveelste keer weer eens lekker uit eten, niet moeilijk met zoveel lekkere verse vis en australische wijn voor handen.
Genoeg gerust ... we rijden eerst nog een stukje terug tot aan de Loch Ard Gorge, alweer een plek om perfecte postcard foto's te nemen, het is spijtig genoeg niet makkelijk met woorden te omschrijven.
En het blijft maar komen, nog geen 5 km verder is er de London Bridge, het eerste stuk hiervan stortte in 1990 in, er waren nog maar net twee toeristen de brug overgewandeld op het moment van de instorting. Deze twee gelukzakken zijn op het nippertje aan de dood ontsnapt en werden veilig geevacueerd per helicopter, het zal je maar overkomen.
GRAMPIANS-BLUE MOUNTAINS-SYDNEY
In Warrnambool namen we afscheid van de Great Ocean Road en doken we het binnenland in, we reden vele kilometers langs wijnvelden, op weg naar Stawell, een dorpje dichtbij het nationaal park van de Grampians. Onderweg viel ons op dat de natuur op enkele kms sterk verschilde ... de velden lagen er veel droger bij en de bergen hadden een geelgoudachtige ipv felgroene kleur. Hier zagen we dan ook onze eerste Australische schaapjes grazen (en blazen van de hitte, ocharme).
Stawell zelf stelde niet veel voor, we repten ons dan ook snel naar het park de volgende dag. In Halls Gap haalden we de nodige informatie betreffende de bezienswaardigheden in het nationaal park.
Je kan hier enorme lange wandelingen maken maar wij beperkten ons tot de kortere wandelingen vanaf het carpark.
Dit park heeft heel veel te bieden, zo reden we eerst naar de Boroka Lookout, waar men een zalig zicht heeft tot kilometers ver in de vallei, de zwarte rotsen maken het heel indrukwekkend.
Vervolgens reden we naar de Reid Lookout, waar we stopten voor de hoofdattractie van de Grampians ... the balconies, daar sta je dan ... op een stuk rots als een balkon, op het 3500ste verdiep.
Onze laatste inspanningen leverden we aan de Mc Kenzie Falls, een waterval waarvoor je toch wel een steil stuk moest dalen maar zeker niet te missen !
Om de Grampians in schoonheid af te sluiten kregen we nog bezoek van enkele hongerige kookabarra's, deze typisch australische vogels worden redelijk zeldzaam.
In Ballarat maakten we een tweedaagse stop om er eens een bezoek te brengen aan Souvereign Hill, een goudzoekersdorpje waar men illustreerde hoe het leven er in 1850 aan toe ging. De mensen in de winkels en op straat dragen er de kleren van vroeger, je kan er ook zien hoe goud verwerkt werd en een wandeling maken door de mijnen.
Van het platteland trekken we nu verder door richting Sydney en stoppen aan de Blue Mountains, een van de grootste en beschermdste nationale parken van Australie, een deel van deze pracht werd dit jaar verwoest door de bosbranden. Veel van zijn schoonheid heeft het echter niet verloren, we hadden alweer veel chance met het weer en genoten van een stralende blauwe hemel. We logeerden in het bergdorpje Blackheath, waar we 's avonds bij aankomst nog konden genieten van een prachtige zonsondergang aan Pulpit Rock, een der mooiste lookout points. Aan lookouts ontbreekt het deze regio niet, een voor een waren ze de moeite waard maar daarover gaan we hier niet teveel uitbreiden.
Wat wel zeker te vermelden valt zijn de Three Sisters, deze drie uitstekende rotsen naast elkaar verkenden we eerst met de Scenic Railway, de steilste afdaling ter wereld met een treintje, maar liefst 52% recht naar beneden ... freaky ! Aansluitend kwamen we met de Scenic Railway naar boven, een kabellift over de bergen van de Blue Mountains, we bekeken het ook eens vanuit de lucht !
Om het allemaal eens van dichterbij te zien, trokken we naar het Echo Point waar we zonder veel nadenken begonnen aan de Giant Stairway, maar liefst duizend trappen naar beneden ... Eens beneden stonden we daar dan op trillende benen en er was zelfs geen sprake van het adembenemende zicht waar we zo naar hadden uitgekeken. Bleek dat we vanhier een twee-uur durende wandling konden maken naar de scenic railway, waar we net van terugkwamen. Er zat dus niets anders op dan zonder zeuren via de 1.000 trappen terug naar boven te stappen. We hebben afgezien !!
In het dorpje Katoomba, het centrum van de Blue Mountains, kwamen we eventjes bij op een terrasje en al gauw genoten we terug van het zonnetje en waren de teleurstelling alweer vergeten. We vonden zelfs nog de energie om naar Leura door te rijden, waar we nog een hele avond rondslenterden langs de antiekwinkeltjes en cafeetjes. We sluiten de Blue Mountains dan ook in schoonheid af en sliepen vast als koala's.
Eenmaal terug in Sydney werden we alweer geconfronteerd met de drukte van de stad, wat wel zwaar aankwam, zeker als je weet dat we er al meer dan 3.000km in 15 dagen opzitten hadden. Deze keer was het St. Patricksday, een ierse feestdag die ook hier wordt gevierd ... en als het van de ieren moet afhangen, dan wordt er zwaar gefeest !!
Het waren ook de laatste dagen met Glenn zijn ouders, we hebben samen een hele leuke tijd gehad en ze hebben ons eens lekker in de watjes gelegd, we zijn ze dan ook heel dankbaar.
Voor onze laatste dag samen trokken we naar Bondi Beach, een der drukste en populairste surfersstranden van Sydney, waar ook wel veel mensen denken dat de wereld rond hen draait, strekemadammen en strekepees bij de vleet.
Vandaag moesten we alweer afscheid nemen van Pitoe en Christa en zoals altijd is dit moeilijk. Ook namen we afscheid van Australie, want onze vlucht naar Nieuw-Zeeland stond voor de vroege morgen op het programma, we hebben een fantastische tijd in Australie achter de rug en zullen dit nooit vergeten !!
HomePage