Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Risico op type 2 diabetes

In de Nurses Health Study, was de BMI de belangrijkste predictieve factor voor het risico op type 2 diabetes. Inderdaad, vrouwen met een BMI groter of gelijk aan 35 kg/m² liepen 93 maal meer risico om type 2 diabetes te ontwikkelen dan vrouwen met een BMI < 22 kg/m². (Colditz et al 1995)

De Health Professionals Study, vond eveneens dat mannen met een BMI 35 kg/m² 42 maal meer risico liepen om type 2 diabetes te ontwikkelen dan mannen met een BMI < 23 kg/m².(Chan et al 1994)

Bij volwassenen gaat een gewichtstoename van meer dan 5 kg in 8 jaar gepaard met een significant risico op diabetes. Bijna 80% van alle patiënten met type 2 diabetes zijn obees. De prevalentie van diabetes is hoger bij obese personen dan bij personen met een normaal gewicht. Inderdaad, obesitas - in het bijzonder de vorm die gepaard gaat met een toename van de vetdepots in het abdomen (viscerale obesitas) en het bovendeel van het lichaam - is een onafhankelijke risicofactor voor niet-insuline-afhankelijke diabetes (NIDDM) of type 2 diabetes.

Hoe kan overgewicht leiden tot diabetes?

Als een niet-diabeticus overdreven veel calorieën inneemt en toeneemt in gewicht, wordt zijn lichaam steeds meer resistent voor de werking van insuline, het hormoon dat ervoor zorgt dat het suiker uit het bloed in de cellen wordt opgenomen en dat de lever stimuleert om de calorieën om te zetten in hun stockeerbare vorm. Deze persoon is insulineresistent.

Bij een insulineresistente populatie kunnen de cellen uiteindelijk ongevoelig worden voor het effect van insuline en het lichaam (pancreas) wordt gedwongen om steeds grotere hoeveelheden van dit hormoon (hyperinsulinemie) te produceren om een normale glycemie te behouden. Naarmate de obesitas zich verder ontwikkelt en in ernst toeneemt, gaat de insulinegevoeligheid steeds meer afnemen; dit leidt tot manifeste diabetes mellitus, als gevolg van de progressieve afname van de insulineproductie.

De insulineresistentie heeft, via de hyperinsulinemie, ook een invloed op de bijzonder complexe controle van het vetmetabolisme. Deze verstoringen leiden min of meer rechtstreeks tot het typisch patroon van de dyslipidemie dat waargenomen wordt bij obesitas en type 2 diabetes: hypertriglyceridemie, lage HDL-cholesterolspiegels, en in mindere mate hoge LDL-spiegels. Dit zijn allemaal bekende risicofactoren voor coronair hartlijden en andere macrovasculaire complicaties. Daarenboven kan essentiële hypertensie net zoals obesitas en type 2 diabetes, in verband worden gebracht met insulineresistentie.

Kan het ontstaan van diabetes voorkomen worden?

Momenteel bestaat er geen duidelijke consensus op dit vlak. Een aantal studies suggereren dat wijzigingen in de voedingsgewoonten, een toename van de fysieke activiteit en een medicamenteuze therapie het ontstaan ervan kunnen voorkomen. Twee grote gerandomiseerde studies zoals de 'Scandinavian Obesity Study' en XENDOS zijn nu aan de gang. Ze zouden een definitief antwoord moeten kunnen geven.

 
 
Koeiestelsellaan 935, 3550 Burseel + CopyRight 2005 Sjieke Gast