15 januari 1933 eerste verschijning OLVrouw in Banneux, BelgiŽ.


powered by FreeFind

Interactief bulletinboard

Tijd voor een ontspannende en bezinnende voettocht door de Belgische Ardennen naar OLVrouw van Banneux, La Vierge Des Pauvres?
Banneux is Internationaal bedevaartcentrum sinds 1938.

Elk jaar trekken zo'n 400.000 mensen naar Banneux.
Er zijn bedevaarten met processie waaraan zo'n 40.000 mensen deelnemen. Veel zieken en mensen met een handicap komen om te bidden. Banneux is voor hen een plaats van hoop en voor Banneux is het een goede bron van inkomsten. Er zijn cafťs, restaurants en veel winkels met beelden, kaarsen en kaartjes.

In de winter is het een eenzaam en modderig gehucht in de Luikse Ardennen.
In de zomer is het een mooie tocht. Ook vanuit Nederland worden er wandelingen naar dit genadeoord ondernomen. Zoals de Vierdaagse Voettocht naar Banneux in het Hemelvaartsweekeinde

Over het plateau van Herve en het dal van de Vesdre bij Pepinster ga je langs een zeer steile, kronkelende weg omhoog. Boven op de berg staat tussen de dennenbossen de kapel van Tancrťmont, met een houten kruisbeeld uit de elfde eeuw. Banneux ligt dan nog enkele kilometers verder.

Het tot ontmoetingscentrum omgedoopte klooster van Banneux tracht de vergrijzende clerus met Shiatsu en Gestalt de moderne meditatief naar binnen te lokken.

Banneux was de laatste officieel erkende Mariaverschijning in de katholieke Kerk, tot aan de recente uitzondering met betrekking tot de verschijningen in Finca Betania (1987) en Kibeho (1981).

Er kwamen meteen veel mensen op bedevaart naar Banneux. Er werd een kapel gebouwd op de plaats waar Maria voor het eerst verscheen.

Op 19 maart 1942 opende de bisschop van Luik het onderzoek. Het duurde tot 1949 voor de verschijning erkend werd door het Bisdom Luik en verklaarde dat Maria in 1933 echt verscheen.

De paus in Rome erkende de verschijning pas in 1952. Paus Johannes Paulus II bezocht het heiligdom op 21 mei 1985

Gelovigen laten het bronwater over hun handen stromen. of steken hun handen in de bron, zoals MariŽtte Beco dat in 1933 deed.

De eretitel van Maria is hier OLVrouw der Armen van Banneux. Hetgeen niet wist te verhinderen dat er ook geld wordt verdiend in Banneux. De winkeliers verkopen er goed. Net als in Lourdes de familie van Bernadette Soubirous hebben hier de leden van de familie van Mariette Beco er een eigen zaak geopend. De dochter van Mariette verkoopt kaarsen, beelden, soepkommen en kaartjes. Daar staat een afbeelding van Maria op. Over haar moeder vertelt ze niet veel. “Ze is nu 78. Ze stelt het goed. Over de verschijning vertelde ze nooit veel. Ik weet er niet zo veel van.”
Hotel - Restaurant Maison Beco is volledig vernieuwd en heeft sinds 1998 ook een nieuwe directie: de familie Oly - Post, met als gerant Henry Oly.

Maar in de bedevaartsplaats Banneux staat ook het Huis van Saint-ThťrŤse, een onderkomen voor kinderen met meerdere handicaps, die geen familie hebben. Dit tehuis werd in 1998 gevstigd in een gebouw dat voordien bewoond werd door nonnen. Het is van de stichting Emmanuel, opgericht door de voormalige huisarts Pol-Marie Boldo, die naast zijn eigen 8 kinderen elf gehandicapte kinderen van allerlei nationaliteiten in zijn gezin heeft opgenomen.

HOME

Banneux
OLVrouw van de Armen

MariŽtte Beco was elf jaar toen zij in 1933 Maria zag. Zij was nuchter en praktisch van aard. MariŽtte is de oudste van zeven kinderen. Hun huisje ligt op de grens van een moerassige streek en een groot dennenwoud, dat doorloopt tot aan de Eifel.

Zondag 15 januari 1933
eerste verschijning Banneux

Er ligt sneeuw en ijs. MariŽtte zit voor het keukenvenster, dat uitziet op het tuintje. Het is avond, 7 uur, zij zit op de uitkijk voor haar broertje Julien, die allang thuis had moeten zijn en zij houdt meteen de baby in de wieg wat in de gaten.

MariŽtte met Julien.

Het gezin is katholiek, maar men gaat nooit naar de kerk en er wordt ook nooit gebeden. Toch heeft MariŽtte een religieuze inslag; zij heeft eens op de weg naar Tancrťmont een rozenkrans gevonden, die zij altijd bij zich draagt. Terwijl zij zo het donker intuurt, ziet zij plots op enkele meters afstand een Lichtende Dame in de tuin en zij roept:
"Oh moeder, een hele mooie Dame in de tuin. Het is O.L. Vrouw; Zij lacht naar mij. Ooooh Zij is zo mooi!" Meteen neemt zij haar rozenkrans uit haar zak en bidt, terwijl zij naar de Verschijning blijft kijken.
Dan wenkt de Dame haar, direkt staat zij op en wil naar buiten gaan.
Maar haar moeder, die ook iets heeft waargenomen, meent dat het een heks is, zij houdt haar tegen en doet de deur op slot. MariŽtte gaat terug naar het raam, maar... de Dame is weg.

Maandag 18 januari 1933
tweede verschijning Banneux

's Avonds 7 uur. MariŽtte overwint haar angst voor het donker en gaat naar buiten. In het voortuintje knielt zij neer en bidt wat met haar rozenkrans...

Plots strekt zij haar armen uit.
OLVrouw verschijnt heel klein in de verte boven het bos. Naarmate Zij dichterbij komt wordt Zij groter.
Op enkele passen afstand blijft zij staan.
MariŽtte bidt en ziet, dat de Dame die in een gebedshouding staat, zachtjes de lippen beweegt.

Dit duurt zo ongeveer 20 minuten. Dan wenkt de H. Maagd haar terwijl Zij langzaam achterwaarts gaat. MariŽtte volgt Haar en komt op de grote weg.
Steeds gehoorzamend aan de Verschijning knielt zij op deze weg driemaal en bidt dan enkele ogenblikken.

Zo komen zij bij een kleine bron, die uit de hoge wegberm sijpelt.
O.L. Vrouw staat boven op de berm en MariŽtte knielt aan de rand van de greppel. De Verschijning beveelt: "Steek uw handen in het water".
MariŽtte dompelt haar handen in het water, dan zegt de H. Maagd:
"Deze bron is aan Mij voorbehouden".
Daarna neemt Zij afscheid met de woorden:
"Goeden avond, tot weerziens!".
Terwijl Zij opstijgt, blijft Haar gelaat naar het kind gekeerd.

Donderdagavond 19 januari 1933
derde verschijning Banneux

Het is 7 uur, erg koud en MariŽlle is met een oude overjas van haar vader over haar hoofd naar buiten gegaan.
Na enkele passen knielt zij in de sneeuw en bidt. Haar vader is ook in de tuin. Na enkele ogenblikken roept zij met de armen uitgestrekt: "Daar is Zij!"

Het blijft nog even stil, dan zegt zij: "Wie bent U mooie Dame?" En dan antwoordt Maria:  Ik ben de Maagd der Armen!

De H. Maagd leidt haar weer op dezelfde wijze naar de bron, daar aangekomen zegt MariŽtte:
"Gisteren hebt U gezegd: deze bron is aan Mij voorbehouden, waarom aan mij?" en hierbij wijst zij op zichzelf.
De H. Maagd glimlacht en zegt:
"Deze bron is voor alle natiŽn ... voor de zieken!".
Met heldere stem herhaalt MariŽtte deze woorden en zij voegt er spontaan aan toe: "Dank U, dank U".
De H. Maagd zegt dan zachtjes: '"Ik zal voor je bidden, tot weerziens".

Vrijdag 20 januari 1933
vierde verschijning Banneux

MariŽtte is een beetje ziek, maar het belet haar niet om tegen 7 uur naar buiten te gaan. Zij begint met haar rozenhoedje en na twee minuten roept zij uit: "daar is Zij". MariŽtte vraagt nu: "wat wenst U lieve Vrouwe?" en Maria zegt: "Ik zou graag een kleine kapel willen." Daarna strekt Zij de handen horizontaal uit, zonder ze van Haar borst te verwijderen en met Haar rechterhand maakt Zij een kruisteken zo zegent Zij MariŽtte voor deze opdracht. Door ziekte en koude verliest MariŽtte het bewustzijn. Haar vader en een buurman dragen haar naar binnen, daar komt zij spoedig bij en slaapt daarna rustig in.
Vanaf 21 januari tot 11 februari blijft MariŽtte iedere avond, ondanks hevige koude, haar rozenkrans bidden in het tuintje. De H. Maagd verschijnt niet. In deze tijd blijft alleen MariŽtte geloven in de Maagd der Armen en zij wil Haar terugzien en zij zal Haar terugzien.

Zaterdag 11 februari 1933
vijfde verschijning Banneux

MariŽtte Beco is weer op tijd in het tuintje, er zijn enkele mensen bij. Pas op het eind van het tweede rozenhoedje zien de mensen haar ineens opstaan, zij knielt weer op dezelfde plaatsen en komt zo bij de bron.
Zij steekt haar handen in het water en maakt een kruisteken. Nu zegt Maria:
"Ik kom het lijden verlichten".
En "tot weerziens!"
De H. Maagd verdwijnt zoals steeds boven de dennen.

Woensdag 15 februari 1933
zesde verschijning Banneux

Komt de H. Maagd terug. MariŽtte is opgetogen en zegt: "Lieve Vrouwe, de kapelaan heeft mij gezegd, dat ik om een teken moet vragen".
Maria antwoordt:
"Geloof in Mij; Ik zal in u geloven".
Daarna vertrouwt Zij het kind een geheim toe en tenstotte zegt Zij: "Bid veel, tot weerziens".

Maandag 20 februari 1933
zevende verschijning Banneux

Het is bitter koud; toch verschijnt de H. Maagd pas na het tweede rozenhoedje. Zij leidt MariŽtte naar de bron glimlacht en zegt:
"Mijn lief kind, bid veel!"
Dan zegt Zij ernstig: "tot weerziens".
Nu moet MariŽtte lang wachten op een volgende verschijning. Het zal de laatste zijn.

Donderdag 2 maart 1933
achtste en laatste verschijning Banneux

Pas bij het derde rozenhoedje verschijnt de H. Maagd voor de achtste en laatste keer.
Ze kijkt ernstig en zegt: "Ik ben de Moeder van de Verlosser - Moeder van God".
MariŽtte constateert dat er zelfs droefheid op Haar gelaat ligt, als Zij dan tenslotte zegt: "Bid veel, vaarwel!"
Zij legt haar weer de handen op en zegent het kind van 11 jaar met een kruisteken.
H.B.

Klik voor index

Jos Pieper & Rien van Uden. Bidden in Banneux. Een onderzoek onder bedevaartgangers naar Banneux. Heerlen: UTP, 1988.

Rien van Uden & Jos Pieper. Bidden in Banneux. Motieven en belevingen van bedevaartgangers. In: M. van Uden, J. Pieper & E. Henau (red.) Bij Geloof. Over bedevaarten en andere uitingen van volksreligiositeit. Hilversum: Gooi en Sticht, 1991, 55-81.

HOME