Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Wetgeving

 

o n a f h a n k e l ij k - v a k b e k w a a m

 

EEN WOORD VOORAF

Met ingang van 1990 vallen alle werkgever / werknemer relaties onder de Arbeidsomstandigheden wet.

De wetgeving bestaat uit een aantal lagen weergegeven in de onderstaande piramide.

1 WET

2 ALGEMENE MAATREGEL VAN BESTUUR ( AMvB)

3 MINISTERIELE REGELING

4 HULPMIDDEL BIJ OVERHEIDSTOEZICHT EN HANDHAVING

5 INTERNATIONAAL EN NATIONAAL GELDEN DE NORMEN

De wetgeving met betrekking tot het verrichten van arbeid bestaat dus uit drie lagen en daarnaast aangevuld met regelgeving en normering voor gedetailleerde uitvoering.

 De ARBO-wet is door het parlement vastgesteld en in deze wet is de mogelijkheid geschapen voor het kabinet om algemene maatregelen van bestuur vast te stellen. Hierdoor is er dus de mogelijkheid om sneller een aanpassing te realiseren dan met een wijziging van de ARBO-wet zelf. Daarnaast is in de wet als ook in een AmvB de mogelijkheid voor de minister om nadere gedetailleerde voorschriften uit te vaardigen. De beleidsregels zijn hulpmiddelen voor overheidstoezicht en -handhaving.

De normeringen zijn zowel de internationale als de nationale normen die binnen Nederland worden gehanteerd. De officiŰle instanties zullen deze normen bij beoordeling van een geschil / ongeval dan ook hanteren als invulling van de ARBO-wet, ARBO-besluit en ARBO-regeling.

ARBO-wet regelt in de artikelen 3 t/m 11 de algemene verplichtingen van de werkgever. Zo wordt bijvoorbeeld in artikel 3 aangegeven dat de werkgever verplicht is voor een zo optimaal mogelijke aandacht voor de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van de werknemers tijdens het werk. Artikel 11 breidt de zorg voor de veiligheid en de gezondheid verder uit dan louter de eigen werknemers, zoals bezoekers, omwonenden, werknemers van andere werkgevers en voorbijgangers. Artikelen 22 en 23 regelen de verantwoordelijkheden van de werkgever ten aanzien van de bedrijfshulpverlening.

Het gebruik van elektrische energie op de werkplek is omschreven in de artikelen 3.1 t/m 3.5 van het ARBO-besluit. De gedetailleerde uitvoering is echter niet in wetgeving maar in normen geregeld middels de ARBO-beleidsregels. Om aan te geven welke normen in aanmerking komen om te voldoen aan artikel 3.4 en 3.5 van ARBO-besluit, wordt gebruik gemaakt van beleidsregels. Dit zijn de ARBO-beleidsregels 3.4 en 3.5, waarin de normen NEN 1010, NEN 3134, NEN 3410, NEN 3140, NEN EN 50110-1 worden genoemd. De inspectiedienst van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zal in de praktijk dan ook naar de naleving van de normen kijken.

In oktober 1998 is de herziene uitgave van de NEN 3140 " Aanvullende Nederlandse bepalingen voor laagspanningsinstallaties en de NEN-EN 50110-1 " Algemene Europese bepalingen" verschenen. Deze nieuwe uitgaven hebben in het kader van de ARBO-wet een totaal andere strekking gekregen dan de eerste druk uit 1965 en zal voor elke werkgever - werknemer relatie onverminderd van kracht zijn. De ARBO-wet verlangt van werkgevers en werknemers een gezamelijke inzet bij het beschermen en het bevorderen van de veiligheid van allen die arbeid verrichten. Aan deze beginselen probeert de NEN 3140 en de NEN-EN 50110-1 gestalte te geven voor zover het de elektrische energietechniek betreft.

De norm NEN 3140 en de NEN-EN 50110-1 beperken zich daarbij niet tot personen die werkzaam zijn aan installaties, of die in de onmiddellijke nabijheid of in de omgeving van installaties werk verrichten. Ook de gebruikers van elektrische energie moeten beschermd worden tegen mogelijke gevaren welke elektriciteit ( elektrocutie of kortsluiting ) met zich meebrengt.

De vernieuwde normen verlangen van bedrijven en instellingen dat zij werken volgens de voorschriften op basis van de NEN 3140 en de NEN-EN 50110-1. De normen bieden de mogelijkheid om per bedrijf / instelling naar aangepaste oplossingen te zoeken. Daarbij dient wel voorop te staan dat de regels tenminste moeten voldoen aan de strekking van de NEN 3140 en de NEN-EN 50110-1 en de ARBO-wet waar het ARBO-besluit en de ARBO-regeling deel van uit maken.

De normen NEN 3140 en de NEN-EN 50110-1 verlangen dat er op elektrische arbeidsmiddelen en elektrotechnische installaties wederkerende ( afhankelijk van een aantal weegfactoren ) controle, inspectie wordt uitgevoerd. De controle en inspectie zijn te onderscheiden in een visuele inspectie en een inspectie door middel van meting en beproeving.

Het ARBO-besluit omschrijft tevens dat van de elektrische installaties volledig bij gewerkte tekeningen aanwezig dienen te zijn.Door hiervoor omschreven wettelijke maatregelen goed uit te voeren zal de aansprakelijkheid in geval van een ongeval beperkt zo niet volledig vervallen.

 

Electro Safe - INSPECTIE- en ADVIESBUREAU

 

Ten behoeve van de invoering van de ARBOWET in Uw bedrijf, kunnen wij U het volgende bieden:

Vˇˇrinformatie voor het management;

Begeleiding bij de invoering van alle ARBO/NEN 3140 / NEN EN 50110-1 eisen in uw organisatie;

Scholing en training van personeel overeenkomstig de termen van de bedrijfsvoering;

Het verrichten van inspecties overeenkomstig de bedrijfsvoering van elektrische installaties;

Onafhankelijke, objectieve (dus onpartijdige) rapportage, door uw technischedienst of uw 'huisinstallateur' te gebruiken bij het op ARBO-peil brengen van uw installatie en de toestellen;

Vakbekwame adviezen, rekening houdend met de jongste ontwikkelingen binnen het vakgebied en gebaseerd op de geldende normen;

Een door ons ontworpen stappenplan voor gefaseerde invoering en een gelijkmatige verdeling van de kosten;

Inventarisatie en codering van uw toestellen, installatieonderdelen en pijpleidingen;

Het 'bijhouden' van uw planning voor volginspecties en het initiŰren daarvan;

Diverse specialismen en een jarenlange ervaring.

 

 

Electro Safe onderwerpt de kwaliteit van haar dienstverlening aan de strenge eisen van de ISO 9002, waarvoor het certificaat is aangevraagd.

Voor Uw bedrijf kan dit leiden tot:

Verhoogde algemene- en brandveiligheid;

Verbeterde voortgang in uw bedrijf, doordat stagnaties als gevolg van elektrische storingen beperkt voorkomen;

Verhoogde motivatie van Uw medewerkers;

Acceptatie van onze rapportage(s) door de Arbeidsinspectie, uw verzekeringsmaatschappij, de burgerrechter en de strafrechter;

Besparingen op de kosten van installatiematerialen, onderhoud, storingen, energie en verzekeringen.

 

ONS WETTELIJK WERKKADER

Arbeidsomstandighedenwet Arbowet = Raamwet

ARBO - Besluit

1 Juli 1997

Hoofdstuk 3

Elektrische installaties

artikel 3.4

Verwijzing naar de

NEN 3140 en NEN EN 50110-1

verwijzen naar diverse

NEN-normen zoals:

NEN 1010,

NEN 3134,

NEN 3153,

NEN 3410.

HET ARBOBESLUIT

 

 

Met ingang van 1 juni '97 is 'Het Arbobesluit' van kracht geworden. Hierna volgen de teksten van de voor ons werkveld van toepassing zijnde artikelen. Het Arbobesluit vervangt de bestaande Algemene Maatregelen van Bestuur o.a. VBR 1990.

 

Elektrische installaties

Artikel 3.4

1. Elektrische installaties zijn zodanig ingericht, aangelegd, onderhouden en gekenmerkt, dat een veilig gebruik van elektriciteit zo goed mogelijk is ge-

waarborgd. Hiertoe zijn de nodige voorzieningen en beschermingen aange- bracht, waaronder worden begrepen beveiligings-, meet-, controle- en signaleringstoestellen alsmede aders, schakelaars, scheiders en contactdozen. Daarbij is rekening gehouden met bijzondere eisen die kunnen voortkomen

uit de wijze van het gebruik, de gebruiksomstandigheden en de te verwachten uitwendige invloeden.

2. In een elektrische installatie zijn doeltreffende maatregelen genomen tegen het gevaar van brand, ontploffing, directe en indirecte aanraking en te dichte

benadering.

3. Van iedere elektrische installatie zijn duidelijke, steeds bijgewerkte schemaĺs beschikbaar alsmede alle overige gegevens die nodig zijn voor een veilig gebruik ervan.

4. Het derde lid is niet van toepassing op elektrische installaties voor laagspanning van beperkte omvang.

 

Elektrotechnische werkzaamheden en bedieningswerkzaamheden

Artikel 3.5

1. Elektrotechnische werkzaamheden aan of in de nabijheid van een elektrische installatie worden door deskundigen, voldoend onderrichte en daartoe bevoegde werknemers uitgevoerd.

2. Een ruimte waarin zich een elektrische installatie voor hoogspanning bevindt waarvan de delen niet of onvoldoende zijn beschermd tegen directe of indirecte aanraking dan wel te dichte nadering, wordt slechts betreden in aanwezigheid van een tweede daartoe bevoegde persoon.

 

HET ARBOBESLUIT (vervolg)

 

3. Het verrichten van werkzaamheden aan of in de nabijheid van een elektrische installatie wordt alleen uitgevoerd, indien de installatie of het gedeelte waaraan of in de nabijheid waarvan wordt gewerkt, spanningsloos is en door de daartoe bevoegde werknemer doeltreffende maatregelen zijn genomen om een gevaarloos verloop van die werkzaamheden te waarborgen.

4. Het vierde lid is niet van toepassing op werkzaamheden die worden verricht aan of in de nabijheid van een elektrische installatie voor laagspanning indien:

a. De dringende noodzaak van het onder spanning uitvoeren van die werkzaamheden is aangetoond;

b. Tot het uitvoeren van die werkzaamheden door de daartoe bevoegde werknemer uitdrukkelijk opdracht is gegeven en

                                        c. De installatie tevens geschikt is voor het onder spanning uitvoeren van die werkzaamheden en door de daartoe bevoegde werknemer                                             doeltreffende maatregelen zijn genomen om de aan de werkzaamheden verbonden gevaren te voorkomen.

 

NORM-NEN 3140 en NEN EN 50110-1

 

De "Bedrijfsvoering van elektrische installaties" is het 'werkterrein' van

Electro Safe !

De norm geeft inhoud aan het begrip "dat een veilig gebruik van elektriciteit zo goed mogelijk is gewaarborgd", zoals in het Arbobesluit staat beschreven en omschrijft het eigen wettelijk karakter, waardoor regelmatige inspecties van installaties en toestellen verplicht zijn geworden en eigenaars of gebruikers bij schade aansprakelijk te stellen zijn, als niet aan de norm wordt voldaan.

 

Het maatschappelijk kader van onze werkzaamheden.

Elektriciteit en Veiligheid, geloven of zeker weten?

Jaarlijks is het gebruik van elektrische energie de oorzaak van 500 tot 1000 branden

met een gemiddeld schadebedrag van f. 100.000,- en 600 tot 700 ernstige persoonlijke ongevallen!

Elke brand wordt beschouwd als een milieu-incident, waarvoor de veroorzaker aansprakelijk zal worden gesteld.

De gegevens zijn ontleend aan een rapport van de ASPO, het platform van verzekeringstechnici, voor risico- en schadepreventie.

Vaak wordt kortsluiting als oorzaak van brand opgegeven als men geen andere verklaring kan vinden.

Zo simpel is het echter niet; een groot aantal branden ontstaat door oververhitting van toestellen, defecten in kabels en slecht onderhoud van de installatie.

Enkele veel voorkomende oorzaken van brand in de installatie zijn:

De installatie is niet aangepast aan een gevaarlijk aspect van een ruimte (bijv. een onbeschermde lamp in een spuitcabine);

Vocht (condens in schakel- en verdeelinrichtingen),

Overbelaste leidingen of te zware smeltveiligheden;

Ondeskundige reparatie;

Uitbreiding van het aantal aangesloten toestellen/machines, zonder aanpassing van de installatie voor een hoger vermogen;

Ondeskundig aangebrachte leidingen.

 

Ter preventie is bepaald dat vaste installaties een maal per vijf jaar en handgereedschappen en toestellen een maal per jaar moeten worden ge´nspecteerd.

De inspectiegegevens moeten in een rapport worden vastgelegd en zo nodig worden aangevuld met installatietekeningen, zodanig dat het kan dienen als leidraad om de betreffende installatie en/of handgereedschappen en toestellen aan te passen aan de eisen van de NEN normen in het kader van de ARBO-wet.

 

OMVANG van de WERKZAAMHEDEN

 

De aan ons bureau verleende opdrachten voor inspecties, worden overeenkomstig de bepalingen van de "Bedrijfsvoering van elektrische installaties" kortweg BVEI uitgevoerd. Hierna volgt een overzicht van de hoofdpunten, voor details verwijzen wij graag naar de BVEI.

 

1. Visuele inspectie

Hierdoor worden zichtbare afwijkingen vastgesteld.

De volgende zaken worden gecontroleerd:

Bescherming tegen aanraking;

Voldoende brandwerende afdichtingen van kabeldoorvoeren in brandvertragend uitgevoerde wandconstructies;

De aanwezigheid van tekeningen, schema's e.d.;

De toegankelijkheid voor bediening, onderhoud en inspectie;

De vrije ruimten en vluchtwegen;

De keuze van materialen;

Deugdelijkheid van bevestigingen, verbindingen, invoeringen, trekontlastingen etc.;

De kans op schadelijke onderlinge be´nvloeding;

De toestand van de zichtbare beschermings- en aardleidingen, bedieningsorganen etc.

 

 

2. Meting en beproeving

Met hoogwaardige elektronische meetinstrumenten controleren wij het volgende:

De isolatieweerstand van de installatie;

De isolatieweerstand van isolerende vloeren en wanden;

De bescherming door automatische uitschakeling:

de aardweerstand,

de weerstand van beschermingsleidingen,

de impedantie van de foutstroomketen als gevolg van een defect,

de aanspreekstroom en -tijd van aardlekbeveiligingen,

de uitschakelspanning van gestelspanningsbeveiligingen,

de foutstroom bij een eerste defect,

Enkelpolige schakelaars;

Bescherming tegen te hoge temperatuur bij normaal bedrijf;

De juiste werking van veiligheidsketens.

 

OMVANG van de WERKZAAMHEDEN (vervolg)

 

3. Advies

Op grond van de visuele inspectie en de meting en beproeving kan een advies ter verbetering van de installatie, de gereedschappen en de toestellen worden opgesteld.

 

4. Rapportage

Overeenkomstig de verplichtingen van de BVEI en met behulp van een geautomatiseerd systeem rapporteren wij de resultaten van onze inspecties uitsluitend aan de betreffende opdrachtgever.

 

5. Tekenwerk

Installatie- en revisietekenwerk kan door ons worden verzorgd.

De tekeningen worden in autocad gemaakt.

Een tekenpakket bestaat uit:

installatie schema (Ĺs);

installatie tekening (en);

groepen verklaring per schakel- en /of verdeelinrichting

Zie voorbeeld materiaal.

 

6. Thermografische ispectie

Wij kunnen op verzoek i.p.v. hot spot meting ook een thermografisch onderzoek uitvoeren.

 

Thermografie is een infrarood inspectiemethode, waarbij het mogelijk is slechte verbindingen, contacten en eventuele overbelastingen in de besturingskasten en schakel- en verdeelinrichtingen te dedekteren zonder dat de produktieproces hiervan hinder ondervindt.

Thermografie kan verder toegepast worden bij :

Gevelinspectie van kantoorpanden en huizen;

Wandinspectie van ovens, opslagtanks, koel- en vriescellen;

Wrijving in lagers van motoren;

Temperatuurverschillen op papierbanen;

Lekkages in water- cv leidingen;

Breuk, lekkage of leidingspatroon in vloerverwarming etc.;

 

7. Cursus bedrijfshulpverlening

De cursus bedrijfshulpverlening is tegenwoordig verplicht als onderdeel van het bedrijfsnoodplan in het kader van de ARBO-wet. Volgens de wet moet iedere werkgever taken verrichten op het gebied van bedrijfhulpverlening. Hieronder valt :

Het verlenen van eerste hulp bij ongelukken;

Het beperken en bestrijden van brand;

Het voorkomen en beperken van brand;

Het alarmeren en evacueren van werknemers in noodsituaties;

Het alarmeren van en samenwerken met o.a. brandweer en ambulance diensten.

De basisopleiding bedrijfshulpverlening wordt gegeven aan de hand van de richtlijnen van het Nederlands Instituut Bedrijfshulpverlening en de examens worden afgenomen door het Nederlands Bureau Brandweer examens. De kandidaten ontvangen na de twee daagse cursus een tweetal certificaten en een diploma.

De cursus omvat twee dagen:

1e dag Brandbestrijding Theorie en Praktijk + examen;

2e dag Eerste Hulp / Reanimatie Theorie en Praktijk + examen.

Heeft de kandidaat de beide dagen goed doorlopen dan ontvangt deze de certificaten en diploma binnen 6 weken. Na de cursus weet de bedrijfshulpverlener :

Het blussen van het begin van een brand;

Het principe van ontruiming;

Het communiceren met de professionele hulpverleners;

Het verlenen van eerste hulp bij ongevallen;

Reanimatietechnieken.

 

Specialisten- en / of middenkaderopleiding

 

De inspecteurs van Electro Safe zijn minimaal technicus energietechniek overeen-komstig de WEB ( Wet Educatie en Beroepsonderwijs ).

Zij beschikken naast een theoretische opleiding over ruime ervaring in het

inspecteren van diverse laagspanningsinstallaties en elektrische toestellen.

De theoretische opleiding moet minimaal op het nivo van Middelbaar Installatie Technicus of Energie Technicus liggen, terwijl een goede kennis van normeringen (alle edities van de NEN 1010, de NEN 3140, de NEN 50110-1 en diverse andere norm bladen o.a. de NEN 3134, NEN 3410 en NEN EN 60204) een voorwaarde is.

Volgens de BVEI kunnen alleen personen die ervaring hebben met het inspecteren van gelijksoortige installaties de inspecties uit voeren.

 

De inspecteurs van Electro Safe worden regelmatig bijgeschoold.

 

SAMENVATTING

 

- Onafhankelijk en dus objectief.

- Vˇˇrinformatie ten behoeve van Uw leidinggevenden.

- Gerichte scholing en training van Voldoend Opgeleide Personen.

- Deskundig advies, steeds naar de laatste ontwikkelingen in ons vakgebied en

volgens de geldende normen.

- Geautomatiseerde signalering van Uw volginspecties.

- Betere waarborging van de voortgang in uw bedrijf, stagnaties worden in belang-

rijke mate voorkomen/uitgesloten.

- Diverse kostenbesparingen (o.a. op energieverbruik) zijn geen uitzondering.

- Maken of reviseren van installatietekeningen.

- Koppeling aan 'nieuw- en verbouw-projecten', ten behoeve van de opleverings-

keuring garandeert een bedrijfszekere installatie, die voldoet aan de

NEN1010 deel 6

- Geautomatiseerde inspectierapportage, exclusief bestemd voor de opdracht-

gever, opgesteld overeenkomstig de verplichtingen van de BVEI en

geaccepteerd door de Arbeidsinspectie, de burgerrechter, de strafrechter en veel

verzekeringsmaatschappijen.

- Constante dienstverlening van hoge kwaliteit (waarvoor het ISO 9002 certificaat is

aangevraagd), door het gebruik van hoogwaardige en moderne gereedschappen en

meetinstrumenten van gerenomeerde fabrikaten, die jaarlijks worden geijkt of

gekalibreerd.

 

De medewerkers van Electro Safe zijn ervaren specialisten in ˙w verplichtingen inzake de "Bedrijfsvoering van elektrische installaties", voortvloeiend uit

de ARBO-wet.

 

TENSLOTTE

 

Onze inspectierapportages

Met een in eigen beheer ontwikkeld computerprogramma worden de inspectie-

resultaten geregistreerd en, al naar gelang de aard van de inspectie, afgedrukt als inspectierapport voor uw laagspanningsinstallatie of als inspectierapport voor uw toestellen en handgereedschappen, of beide.

 

Het levert tevens gegevens op voor de planning van volg-inspecties, hetgeen betekent dat Electro Safe automatisch uw ARBO-verplichtingen aangaande de vervolg toestelinspecties en meer-jaarlijkse installatiesinspecties signaleert en tijdig bij u kan aanmelden.

Uw gegevens worden afhankelijk van de geldende periode bewaard, waarna ze worden vernietigd en/of vervangen door nieuwe inspectiegegevens.

Alle inspectiegegevens zijn geheim en zullen door ons als zodanig worden behandeld.

 

Onze verkoopvoorwaarden

Zijn gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Meppel onder nummer 02331581.

 

Ons team staat graag voor u klaar

U kunt ons bellen voor nadere infomatie, of voor een afspraak - 0592 406854

U kunt ons schriftelijk benaderen per fax - 0592 405685,

of per brief: Electro Safe

Postbus 361

9400 AJ Assen

Afd. acquisitie: G. Ellen Telefoon 0591 554044

Onze nevenvestigingen zijn:

Electro Safe

Schepenerstraat 32

3641 HP MIJDRECHT

Electro Safe

Gentiaanstraat 3

6002 PA WEERT