Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

 

 

 

De geschiedenis van de mensenrechten

 

Gevangenschap

De eerste keer dat ze mensenrechten in Europa op papier zetten, zijn ze niet bedoeld voor de boer, de handwerksman, de visser of de koopman. Ze zijn alleen voor de hogere standen. Dat is in 1215. De adel in Engeland is in opstand gekomen tegen koning Jan Zonder Land. Die voert al jaren oorlog in Frankrijk om zijn persoonlijke gebieden te behouden. De koning gebruikt voor die prive-oorlog belastinggeld, dat de Engelse adel moet betalen. Jan Zonder Land heeft altijd meer geld nodig en hij vraagt zelfs meer dan hij officieel mag vragen. Jan laat de baronnen die het met die gang van zaken niet eens zijn, opsluiten of het land uitzetten. De belastingdruk wordt zo zwaar en de koning heeft de baronnen zo tegen zich in het harnas gejaagd, dat ze in opstand komen. Door het succes van de opstand moet de koning een verdrag tekenen dat de zaken tussen hem en de baronnen regelt. Dat verdrag is de Magna Charta Libertatum. Er staat veel in over belastingen en over de rechten van de adel ten opzichte van de koning. Het allerbelangrijkste? De koning mag niemand meer gevangen zetten in strijd met het recht. Dat is de eerste keer dat ze in West-Europa een mensenrecht op papier vastleggen, Al geldt het alleen maar voor de Engelse baronnen. Veel later, in 1679, breiden ze dat recht in Engeland nog uit met de Habeas Corpus Act. Die wet geldt voor iedereen. Niet alleen voor baronnen. Ze bepaalt dat ze niemand gevangen mogen zetten zonder dat zijn zaak voor de rechter komt. De rechter moet dan onderzoeken waarom ze die iemand hebben gevangen genomen en of dat terecht is.

 

Godsdienst

Al honderden jaren geleden hebben ze in Nederland een ander mensenrecht op papier vastgelegd: de vrijheid om de godsdienst te kiezen die je zelf wil. Ook dat recht is pas na een felle strijd tot stand gekomen. In 1568 komen provincies in het huidige Nederland in opstand tegen hun koning Filips II. Filips II heerst over grote delen van Europa. Hij wil in zijn hele rijk de wetten en belastingen gelijk trekken. Nederlandse provincies komen daar tegen in opstand. Ze vinden dat hun zelfstandigheid is aangetast. De provincies krijgen daarbij de steun van de adel. In diezelfde tijd ontstaat overal in Europa, ook in de Nederlanden, verzet tegen de machtige katholieke kerk. Veel mensen verwijten de katholieke kerk dat ze verdorven is door haar rijkdom en door het misbruik dat ze maakt van haar macht. Die mensen worden protestant. Koning Filips II is een vurig aanhanger van de katholieke kerk. Hij laat iedereen, die ze ervan verdenken protestant te zijn opsluiten, martelen of door de kerkelijke rechtbanken tot de brandstapel veroordelen. De provincies, de adel en de protestanten vinden elkaar in hun opstand tegen de koning. Veel opstandelingen hangen het protestantse geloof aan. Dat wordt het symbool van de opstand. In 1579, hebben de opstandelingen de noordelijke Nederlanden in handen. Ze sluiten een verdrag: de Unie van Utrecht. Dat verdrag bepaalt dat ze niemand mogen vervolgen om zijn godsdienst. Zo heeft de onderdrukking van de protestantse godsdienst door Filips II ertoe geleid dat ze in de opstandige gebieden de vrijheid van godsdienst als mensenrecht hebben erkend.

 

Gelijkheid

Op het eind van de zeventiende eeuw zijn nog maar heel weinig mensenrechten op papier vastgelegd. Alle mensen zijn gelijk!? Wettelijk gelden er nog altijd rangen en standen met heel verschillende rechten. Vooral in de zeventiende en achttiende eeuw gaan denkers zich met het vraagstuk van de gelijkheid van de mensen bezighouden. De denkers van de Verlichting verzetten zich tegen de ongelijkheid van de samenleving in standen. Ze gaan ervan uit dat alle mensen gelijke rechten en plichten moeten hebben ten opzichte van de staat. Dat uitgangspunt leggen ze in 1776 voor het eerst in een document vast: de Verklaring van de Onafhankelijkheid van de Verenigde Staten van Noord-Amerika. Die staten zijn oorspronkelijk kolonien van Engeland. Engeland verdient veel geld aan de kolonien maar geeft hun burgers -de kolonisten- geen recht daarover te beslissen. Die komen in opstand. In hun Verklaring van de Onafhankelijkheid schrijven ze Iedereen is gelijk voor de wet.

 

De Franse Revolutie

Omstreeks dezelfde tijd komen in Frankrijk de burgers en de lage adel in opstand tegen de koning en de hoge adel. De koning en de hoge adel maken altijd meer misbruik van hun macht. Tegenstanders? Die sluiten ze zomaar op! Ze heffen enorme hoge belastingen, zonder daar iets voor terug te geven. In die tijd zijn dus ook in Frankrijk de tegenstellingen tussen de standen heel scherp. Bij de lage standen in Frankrijk krijgen de ideeen over de gelijkheid van alle mensen (ideeen van de Verlichting en de Amerikaanse Revolutie) grote invloed. Dat leidt tot de Franse Revolutie. Ze gaan ervan uit dat iedereen (niet alleen de hoge adel en de geestelijkheid) recht heeft op vrijheid, eigendom en veiligheid. Ze hebben het recht om in verzet te komen tegen onderdrukking door de staat. De Franse opstandelingen leggen dat vast in 1789 in hun Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger. Die verklaring heeft heel veel invloed gehad in Europa. Ze slaat aan bij de burgers in andere landen. Die gebruiken ze als voorbeeld voor de rechten die zij ook willen hebben.

 

Grondwet

Ook in ons land schieten de Franse ideeen wortel. Voor ons land leggen ze veel grondrechten min of meer definitief vast in de grondwet van 1831. De burger eist en krijgt meer zeggenschap in het bestuur van het land. Koning Leopold I staat toe dat er ook in ons land een moderne grondwet komt. De grondwet omschrijft en beperkt de macht van de koning en somt de rechten van de burgers op.

 

Sociaal

Zo hebben ze in al die eeuwen allerlei rechten van mensen op papier gezet. Maar de grootste groep uit de maatschappij (arbeiders en kleine boeren) hebben daar niet zoveel aan. Zij zijn straatarm. Ze leven in krotten en beluiken. Ze zijn afhankelijk van de willekeur van de eigenaars van fabrieken en landadel. Werk en loon zijn voor de arbeiders veel belangrijker dan de vrijheid van godsdienst of het recht op een eerlijk proces. Immers, wat heb je aan vrijheid van godsdienst als je zonder werk omkomt van de honger en zelfs met werk nog moeite hebt om in leven te blijven? Erst kommt das Fressen, dann komt der Moral. In de helft van de vorige eeuw legt Karl Marx de grondslag: Proletariers aller landen, verenigt u.

Pas op het eind van vorige eeuw komen de arbeiders georganiseerd op voor hun mensenrechten. De arbeiders in Belgie organiseren zich o.m. in de BWP, de Belgische Werklieden Partij. Ze eisen wat voor ze van belang is: een goed loon, arbeid van kinderen afschaffen, een achturendag, loon doorbetalen als je ziek bent, een uitkering krijgen als je werkloos bent of met pensioen gaat. Die rechten moeten wetten worden om de mensen werkelijk vrij en onafhankelijk te maken. De gemeenschap waarvan we allemaal lid zijn, de staat, moet ervoor zorgen dat ze die rechten hebben. Dat zijn de sociale mensenrechten (of de sociaal-politieke mensenrechten. Een eerste stap? Het Algemeen Stemrecht.

 

Mensenrechten: politiek & sociaal

Politieke rechten

Bij politieke rechten gaat het om individuele vrijheden van mensen. B.v. de vrijheid van ieder mens om zijn (eigen) mening te uiten of om zijn (eigen) geloof te hebben. Politieke rechten bieden de burgers bescherming tegen de regering. De regering moet zich zo min mogelijk mengen in die vrijheden. B.v. het recht om je vrij te verenigen en te vergaderen. Politieke rechten omvatten het recht op: leven, vrijheid, een eerlijk proces, een menselijke behandeling of bestraffing, vrijheid van godsdienst/geweten, vrij te verenigen en te vergaderen, je mening vrij te uiten.

Sociale rechten

Sociale rechten hebben betrekking op de omstandigheden waarin de mensen leven en werken. Het recht op onderdak en het recht op inkomen b.v. Sociale rechten beschermen de mensen. De regering moet zich actief opstellen. De regering moet ervoor zorgen dat er werk is en dat mensen onderwijs krijgen. Sociale rechten omvatten: recht op arbeid, inkomen, huisvesting, onderdak, onderwijs, gezondheidszorg, vrije tijd.

 

Mensenrechten en politieke theorieën

Het onderscheid tussen klassieke en sociale mensenrechten? Dat heeft te maken met een verschil in denken tussen twee politieke theorieen, het liberalisme en het socialisme.

Liberalisme

Het liberalisme ontstaat als reactie op de periode waarin de vorst de macht in handen heeft, al dan niet afgeleid van de goddelijke heerschappij, al dan niet gesteund door kerk en edelen. Een van de grondleggers van die richting is de Engelse filosoof John Locke:

- Niet de vorst maar het volk de macht moet (de soevereiniteit) hebben. De regering, de vorst, is er maar om de onderdanen te beschermen. De individuele burger blijft alle rechten behouden, die niet noodzakelijkerwijs aan de regering zijn overgedragen. De fundamentele vrijheden, komen de burger van nature toe.

Die manier om te denken is het liberalisme. Die stroming verovert in de loop van de achttiende en negentiende eeuw de fundamentele vrijheden op de machthebbers. Politieke vrijheden en economische vrijheid. Ze zetten het systeem van de gilden -met zijn strakke regels- om in met ondernemers produceren vrije markteconomie en vrije handel tussen landen. Kern van de filosofie van het liberalism? Laissez faire, laissez passer.

De staat moet zich niet mengen in het leven van de burgers. De staat moet zorgen voor law and order, orde en veiligheid. Dan verloopt het vrije verkeer van de burgers zo optimaal mogelijk. In het Westen (West-Europa en Noord-Amerika), vormt die filosofie nog altijd de grondslag van de samenleving. In de discussie over de mensenrechten benadrukken die landen klassieke mensenrechten het meest.

Socialisme

Als reactie op dat vrijheidsdenken ontstaat halverwege de vorige eeuw een nieuwe politieke theorie: het socialisme. Grondlegger? De Duitse filosoof-econoom Karl Marx. Marx zag in dat vrijheid vaak leidt tot onrechtvaardigheid en ongelijkheid, o.m. op sociaal-economisch terrein:

Het is de taak van de staat om een eind te maken. Niet meer de individuele burgers moeten de beslissingen nemen, maar de staat, de gemeenschap. De staat moet zorgen voor arbeid voor iedereen, voor goed onderwijs, voor een rechtvaardige verdeling van inkomens.

In Rusland, de landen van Oost-Europa, China en landen van de Derde Wereld hebben ze het socialisme in de praktijk gebracht. Sociaal-democratische partijen in West-Europa willen socialistische denkbeelden in pluriforme maatschappijen verwezenlijken. De staat moet gelijkheid en welzijn van de burgers bevorderen. De individuele rechten van de burgers zijn ingeperkt. Voor hen zijn sociale en economische mensenrechten het belangrijkst. Op de Europese Conferentie van Helsinki en Belgrado -toen Oost-Europa nog communistisch was- beschuldigden de Westerse landen dat er in Oost-Europa niet genoeg vrijheid was: op politieke gevangenen, de censuur, geen vrijheid om te reizen waarheen je wil. De landen van Oost-Europa wezen op de grote werkloosheid en de dure gezondheidszorg in het Westen. Maar die tegenstelling bestaat niet meer: ook het socialistische Europa heeft zich bekeerd tot het kapitalisme.

 

De geschiedenis van de mensenrechten in vogelvlucht

1215 Magna Charta Libertatum (Engeland) - 1579 Unie van Utrecht (Noordelijke Nederlanden) - 1679 Habeas Corpus Act (Engeland) - 1776 Onafhankelijkheidsverklaring (Verenigde Staten) - 1789 Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger (Frankrijk) - 1831 Grondwet Belgie - 1948 Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (wereldwijd) - 1950 Verdrag van Rome (West-Europa) - 1966 Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (wereldwijd).

 

Het Nazisme en de mensenrechten

Het heeft lang geduurd voor ze inzagen dat de sociale mensenrechten net zo belangrijk zijn als de klassieke mensenrechten. Het heeft heel lang geduurd voor ze inzagen dat alle mensen in de wereld rechten hebben. Niet alleen de mensen van de rijke westerse wereld. De Tweede Wereldoorlog is allerminst een voorbeeld van rechten van mensen respecteren. Dat de nazi´s bijzonder weinig respect hadden voor de rechten van de mens, hebt u gelezen. In 1948 neemt de UNO -de Verenigde Naties - de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aan. Een heel belangrijke document. Je vindt er naast elkaar de klassieke mensenrechten (recht op leven, vrijheid van geloof, vrijheid om je mening te uiten) en de sociale mensenrechten (recht op arbeid, sociale zekerheid, vrije tijd, onderwijs). De Universele Verklaring heeft geen formeel bindend karakter. De Verklaring is later uitgewerkt in twee verdragen die wel juridisch bindend zijn.

 

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens

Artikel 1

Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich tegenover elkander in een geest van broederschap te gedragen.

Artikel 2

1-Een ieder heeft aanspraak op alle rechten en vrijheden, in die Verklaring opgesomd, zonder enig onderscheid van welke aard ook, zoals ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of andere status.

2-Verder zal geen onderscheid worden gemaakt naar de politieke, juridische of internationale status van het land of gebied waartoe iemand behoort, onverschillig of het een onafhankelijk, trust-, of niet-zelfbesturend gebied betreft, dan wel of er een andere beperking van de souvereiniteit bestaat.

Artikel 3

Een ieder heeft recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon.

Artikel 4

Niemand zal in slavernij of horigheid gehouden worden. Slavernij en slavenhandel in elke vorm zijn verboden.

Artikel 5

Niemand zal onderworpen worden aan folteringen, noch aan een wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing.

Artikel 6

Een ieder heeft, waar hij zich ook bevindt, het recht als persoon erkend te worden voor de wet.

Artikel 7

Allen zijn gelijk voor de wet en hebben zonder onderscheid aanspraak op gelijke bescherming door de wet. Allen hebben aanspraak op gelijke bescherming tegen iedere achterstelling in strijd met die Verklaring en tegen iedere ophitsing tot een dergelijke achterstelling.

Artikel 8

Een ieder heeft recht op daadwerkelijke rechtshulp van bevoegde nationale rechtelijke instanties tegen handelingen, welke in strijd zijn met de grondrechten hem toegekend bij Grondwet of wet.

Artikel 9

Niemand zal onderworpen worden aan willekeurige arrestatie, detentie of verbanning.

Artikel 10

Een ieder heeft, in volle gelijkheid, recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie om zijn rechten en verplichtingen vast te stellen en om de gegrondheid te bepalen van een strafvervolging die tegen hem is ingesteld.

Artikel 11

1-Een ieder, die ze voor een strafbaar feit vervolgen, heeft het recht dat ze hem als onschuldig beschouwen totdat zijn schuld krachtens de wet bewezen wordt in een openbare rechtszitting, waarbij hem alle waarborgen, nodig voor zijn verdediging, zijn toegekend.

2-Niemand zal voor schuldig gehouden worden aan enig strafrechtelijk vergrijp op grond van enige handelingen of enig verzuim, welke naar nationaal of internationaal recht geen strafrechtelijk vergrijp betekenden op het tijdstip, waarop de handeling of het verzuim begaan werd. Evenmin zal een zwaardere straf worden opgelegd dan die, welke ten tijde van het begaan van het strafbare feit van toepassing was.

Artikel 12

Niemand zal onderworpen worden aan willekeurige inmenging in zijn persoonlijke aangelegenheden, in zijn gezin, zijn tehuis of zijn briefwisseling, noch aan enige aantasting van zijn eer of goede naam. Tegen een dergelijke inmenging of aantasting heeft een ieder recht op bescherming door de wet.

Artikel 13

1-Een ieder heeft het recht zich vrijelijk te verplaatsen en te vertoeven binnen de grenzen van elke Staat.

2-Een ieder heeft het recht welk land ook, met inbegrip van het zijne, te verlaten en naar zijn land terug te keren.

Artikel 14

1-Een ieder heeft het recht om in andere landen asyl te zoeken en te genieten tegen vervolging.

2-Op dit recht kan geen beroep gedaan worden ingeval van strafvervolgingen wegens misdrijven van niet-politieke aard of handelingen in strijd met de doeleinden en beginselen van de Verenigde Naties.

Artikel 15

1-Een ieder heeft het recht op een nationaliteit.

2-Aan niemand mag willekeurig zijn nationaliteit worden ontnomen, noch het recht worden ontzegd om van nationaliteit te veranderen.

Artikel 16

1-Zonder enige beperking op grond van ras, nationaliteit of godsdienst, hebben mannen en vrouwen van huwbare leeftijd het recht om te huwen en een gezin te stichten. Zij hebben gelijke rechten wat het huwelijk betreft, tijdens het huwelijk en bij de ontbinding er van.

2-Een huwelijk kan maar worden gesloten met de vrije en volledige toestemming van de aanstaande echtgenoten.

3-Het gezin is de natuurlijke en fundamentele groepseenheid van de maatschappij en heeft recht op bescherming door de maatschappij en de Staat.

Artikel 17

1-Een ieder heeft recht op eigendom, hetzij alleen, hetzij tezamen met anderen.

2-Niemand mag willekeurig van zijn eigendom worden beroofd.

Artikel 18

Een ieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst; dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen zowel in het openbaar als in zijn particuliere leven zijn godsdienst of overtuiging te belijden door het onderwijzen ervan, door de praktische toepassing, door eredienst en de inachtneming van de geboden en voorschriften.

Artikel 19

Een ieder heeft recht op vrijheid van mening en meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid om zonder inmenging een mening te koesteren en om door alle middelen en ongeacht grenzen inlichtingen en denkbeelden op te sporen, te ontvangen en door te geven.

Artikel 20

1-Een ieder heeft recht op vrijheid van vreedzame vereniging en vergadering.

2-Niemand mag worden gedwongen om tot een vereniging te behoren.

Artikel 21

1-Een ieder heeft het recht om deel te nemen aan het bestuur van zijn land, rechtstreeks of door middel van vrij gekozen vertegenwoordigers.

2-Een ieder heeft het recht om op voet van gelijkheid te worden toegelaten tot de overheidsdiensten van zijn land.

3-De wil van het volk zal de grondslag zijn van het gezag van de Regering; die wil zal tot uiting komen in periodieke en eerlijke verkiezingen, die gehouden zullen worden krachtens algemeen en gelijkwaardig kiesrecht en bij geheime stemmingen of volgens een procedure, die evenzeer de vrijheid van stemmen verzekert.

Artikel 22

Een ieder heeft als lid van de gemeenschap recht op maatschappelijke zekerheid en heeft er aanspraak op, dat door middel van nationale inspanning en internationale samenwerking, en overeenkomstig de organisatie en de hulpbronnen van de betreffende Staat, de economische, sociale en culturele rechten, die onmisbaar zijn voor zijn waardigheid en voor de vrije ontplooiing van zijn persoonlijkheid, verwezenlijkt worden.

Artikel 23

1-Een ieder heeft recht op arbeid, op vrije keuze van beroep, op rechtmatige en gunstige arbeidsvoorwaarden en op bescherming tegen werkloosheid.

2-Een ieder, zonder enige achterstelling, heeft recht op gelijk loon voor gelijke arbeid.

3-Een ieder, die arbeid verricht, heeft recht op een rechtvaardige en gunstige beloning, welke hem en zijn gezin een menswaardig bestaan verzekert, welke beloning zo nodig met andere middelen van sociale bescherming zal worden aangevuld.

4-Een ieder heeft het recht om vakverenigingen op te richten en zich daarbij aan te sluiten ter bescherming van zijn belangen.

Artikel 24

Een ieder heeft recht op rust en op eigen vrije tijd, met inbegrip van een redelijke beperking van de arbeidstijd, en op periodieke vakanties met behoud van loon.

Artikel 25

1-Een ieder heeft recht op een levensstandaard, die hoog genoeg is voor de gezondheid en het welzijn van zichzelf en zijn gezin, waaronder begrepen voeding, kleding, huisvesting en geneeskundige verzorging en de noodzakelijke sociale diensten, alsmede het recht op voorziening in geval van werkloosheid, ziekte, invaliditeit, overlijden van de echtgenoot, ouderdom of een ander gemis aan bestaansmiddelen, ontstaan ten gevolge van omstandigheden onafhankelijk van zijn wil.

2-Moeder en kind hebben recht op bijzondere zorg en bijstand.

Artikel 26

1-Een ieder heeft recht op onderwijs; het onderwijs zal kosteloos zijn, althans wat het lager en beginonderwijs betreft. Het lager onderwijs zal verplicht zijn. Ambachtsonderwijs en beroepsopleidingen zullen algemeen beschikbaar worden gesteld. Hoger onderwijs zal gelijkelijk openstaan voor een ieder, die daartoe de begaafdheid bezit.

2-Het onderwijs zal gericht zijn op de volle ontwikkeling van de menselijke persoonlijkheid en op de versterking van de eerbied voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Het zal het begrip, de verdraagzaamheid en de vriendschap onder alle naties, rassen of godsdienstige groepen bevorderen en het zal de werkzaamheden van de Verenigde Naties voor de handhaving van de vrede steunen.

3-Aan de ouders komt in de eerste plaats het recht toe om de soort van opvoeding en onderwijs te kiezen, welke aan hun kinderen zal worden gegeven.

Artikel 27

1-Een ieder heeft het recht om vrijelijk deel te nemen aan het culturele leven van de gemeenschap, om te genieten van kunst en om deel te hebben aan wetenschappelijke vooruitgang en de vruchten daarvan.

2-Een ieder heeft recht op de bescherming van de geestelijke en materiele belangen, voortspruitende uit een wetenschappelijk letterkundig of artistiek werk, dat hij heeft voortgebracht.

Artikel 28

Een ieder heeft recht op het bestaan van een zodanige maatschappelijke en internationale orde, dat de rechten en vrijheden, in die Verklaring genoemd, daarin ten volle kunnen worden verwezenlijkt.

Artikel 29

1-Een ieder heeft plichten jegens de gemeenschap, zonder welke de vrije en volledige ontplooiing van zijn persoonlijkheid niet mogelijk is.

2-In de uitoefening van zijn rechten en vrijheden zal een ieder maar onderworpen zijn aan die beperkingen, welke bij de wet zijn vastgesteld en wel uitsluitend ter verzekering van de onmisbare erkenning en eerbiediging van de rechten en vrijheden van anderen en om te voldoen aan de gerechtvaardigde eisen van de moraliteit, de openbare orde en het algemeen welzijn in een democratische gemeenschap.

3-die rechten en vrijheden mogen in geen geval worden uitgeoefend in strijd met de doeleinden en beginselen van de Verenigde Naties.

Artikel 30

Geen bepaling in die Verklaring zal zodanig mogen worden uitgelegd, dat welke Staat, groep of persoon dan ook, daarin enig recht kan ontlenen om iets te ondernemen of handelingen van welke aard ook te verrichten, die vernietiging van een van de rechten en vrijheden, in die Verklaring genoemd, ten doel hebben.

 

 

 

 

 

© 2003 copyright. Alle Rechten Voorbehouden. All Rights Reserved.
De informatie op de website is bedoeld voor persoonlijk, niet-commercieel gebruik. Elke vorm van herpublicatie van de inhoud zonder voorafgaande, schriftelijke, toestemming is
niet toegestaan.