Rouwkleed van het leven
Zo vol van jaren, zo vol van verdriet.
Zo aanwezig zit ze, wiegend,
op haar schommelstoel,
doch zo onzichtbaar,
alsof ze er eigenlijk toch niet zit.
Alsmaar zit ze achter ’t venster,
schommelt dag en nacht
moederziel alleen.
Piekert zorgelijk over ’t leven,
ze heeft niemand meer om haar heen.
Zo zwak, teder en broos
pakt ze met haar hand
een kwetsbaar sieraadstuk;
goudgeel en rood van robijn.
En hangt ‘t vol gewicht aan haar oor.
Verstuift iets parfum. Net genoeg.
De geur van wilde bloemen
neemt haar mee, terug naar toen.
Herinneringen laten haar niet los,
het verdriet laat haar niet gaan.
Haar onbezielde ogen,
dikwijls droef gehad,
tranen alsmaar zware zorgen.
Haar gelaat is een doorweekt,
zwaar, rouwkleed van het leven.
Vluchtig wierp ik een laatste maal
mijn blik op haar - kijken doet mij zo’n zeer –
Een wurgende glimp greep mij
want achter ’t venster denkt zij wel dag en nacht,
maar wie denkt er nog welbewust aan haar?
©
2003 copyright.
Alle Rechten Voorbehouden. All Rights Reserved.
De informatie op de website is bedoeld voor persoonlijk, niet-commercieel
gebruik. Elke vorm van herpublicatie van de inhoud zonder voorafgaande,
schriftelijke, toestemming is niet toegestaan.
![]()