Achter de bergen

Ik staar blind voor mij uit naar de smalle lange strook,
een uitgedroogde weg, die uitgestrekt voor mijn voeten ligt.
De zon schijnt temperamentvol op de weg
en mijn ogen smeken om de genade van de felle zon

De wind sluipt voorzichtig langs mij heen,
zucht zachtjes in mijn bijzijn een zandstorm
en berooft wervelend mijn voetsporen.
Spoorloos trek ik verder, ik ben onvindbaar.
Met een zwaar beladen rug trek ik
richting mijn bestemming.

Slenterend en bezwaard bereik ik mijn uiteindelijke doel.
Mijn vermoeide benen kunnen de wereldse bagage
niet langer dragen en mijn lichaam zakt in elkaar.
Verblind door de zon, beroofd door de wind en bezwaard door lasten,
tref ik de schade aan die ik tijdens mijn reis heb aangericht.
De droogbloeiende struiken en de gemartelde boom
komen
hier, achter de bergen, pas aan het licht.
Teneergeslagen huilt mijn gezicht uitgedroogde tranen uit.
Nu pas lijk ik te beseffen dat ik tijdens mijn reis, alsmaar naast mij,
een schaduw van verkoeling met mij meedroeg
toen óók de dorre gewassen smeekten om een beetje genade.
© 2003 copyright.
Alle Rechten Voorbehouden. All Rights Reserved.
De informatie op de website is bedoeld voor persoonlijk, niet-commercieel
gebruik. Elke vorm van herpublicatie van de inhoud zonder voorafgaande,
schriftelijke, toestemming is niet toegestaan.
![]()