
Het verhaal van: Mus’ab ibn ‘Umayr
Mus`ab ibn `Umayr
was geboren en groeide op in een wereld van weelde en luxe. Zijn rijke ouders
overlaadde hem met heel veel zorg en aandacht. Hij droeg de meest kostbare
kleding en de meest modieuze schoenen in zijn tijd. Jemenitische schoenen werden
als zeer elegant geacht en het was zijn voorrecht om daar de beste van te
hebben. Als jongeman werd hij bewonderd door de Qoeraysh, niet alleen vanwege
zijn knappe uiterlijk en klasse, maar ook vanwege zijn intelligentie.
Zijn elegante voorkomen en scherpe geest maakten hem geliefd onder de Mekkaanse
nobelen en hij mengde zich met groot gemak onder hen. Hoewel hij nog jong was,
had hij het voorrecht om de ontmoetingen van de Qoeraysh en hun bijeenkomsten
bij te wonen. Hij bevond zich dus in een positie waar hij kennis bezat over de
zaken aangaande de Mekkanen en wat hun houdingen en strategieën waren.
Onder de Mekkanen was er een plotselinge uitbarsting van sensatie en ongerustheid toen Mohammed (saws), die bekend stond als de betrouwbare (al-amin), te voorschijn kwam zeggende dat Allah (swt) hem had gezonden als Boodschapper en als een waarschuwer. Hij waarschuwde de Qoeraysh voor een verschrikkelijke afstraffing indien zij zich niet in aanbidding en gehoorzaamheid tot Allah (swt) zouden richten. Tevens sprak hij over hemelse beloningen voor de rechtschapene. Door geheel Mekka klonk het geroezemoes over deze verkondigingen. De kwetsbare leiders van de Qoeraysh bedachten manieren om Mohammed (saws) het zwijgen op te leggen. En wanneer spot en overredingskracht niet voldoende waren, gingen zij over op een campagne van teisteren en vervolging.
Mus`ab vernam
dat Mohammed (saws) en zij die in zijn Boodschap geloofden bijeen kwamen in een
huis vlakbij de heuvel van As-Safa, om te voorkomen dat de Qoeraysh hen zouden
lastig vallen. Dit was het Huis van Al-Arqam (naam van het huis). Om zijn
nieuwsgierigheid te bevredigen naderde hij het huis en was niet ontmoedigd door
zijn wetenschap over de vijandschap van de Qoeraysh.
Daar trof hij de Profeet (saws) aan die zijn kleine groep metgezellen onderwees
door de Qor’aan aan hen te reciteren en gezamenlijk de Shalât (gebed) te doen in
overgave aan Allah (swt), de Waarachtige, de Almachtige.
De Profeet (saws) verwelkomde hem en met zijn hand raakte hij zachtjes het hart van Mus`ab dat bonsde van opwinding. Een diep gevoel van innerlijke rust kwam over hem. Mus`ab was compleet overweldigd door wat hij had gezien en gehoord. De woorden van de Qor’aan maakte een diepe en directe indruk op hem. Bij deze eerste ontmoeting met de Profeet (saws) besliste de jonge Mus`ab en verklaarde met de shahada (geloofsgetuigenis) de acceptatie van de Islam. Het was een historisch moment. De scherpe geest van Mus`ab, zijn ijzeren wilskracht en doorzettingsvermogen, zijn welbespraaktheid en zijn prachtig karakter waren nu in dienst van de Islam en zou meewerken om het lot van velen en de geschiedenis te veranderen.
Door de Islam te omarmen en accepteren had Mus`ab nu één zeer grote zorg, namelijk zijn moeder. Haar naam was Khunnas bint Malik. Zij was een vrouw met buitengewone macht. Ze had een dominante persoonlijkheid en kon zeer eenvoudig angst en verschrikking opwekken. Nu Mus`ab moslim geworden was, was zijn moeder de enige macht op aarde waar hij vrees voor zou kunnen hebben. Al die machtige nobelen van Mekka en hun verbintenissen met afgoderij en tradities waren van weinig belang voor hem. Echter, zijn moeder als tegenstander kon hij niet te licht opvatten. Mus`ab dacht snel na. Hij besloot om zijn acceptatie van de Islam te verbergen, tot de tijd kwam waar Allah (swt) uitkomst zou bieden. Hij ging door met het bezoeken van het Huis van Al-Arqam en zat in de aanwezigheid van de Profeet (saws). Hij voelde zich helder in zijn nieuwe geloof en door zijn moeder geen enkele aanwijzing te geven dat hij de Islam had geaccepteerd, kon hij de woede van zijn moeder voorkomen. Dit bleef echter niet voor lang zo.
Het was moeilijk in die dagen om iets lang geheim te houden in Mekka. Op iedere weg waren de ogen en oren van de Qoeraysh gericht. Achter elke voetafdruk in het zachte, brandende zand zat wel een Qoeraysh informant. Dus niet lang na zijn acceptatie werd Mus`ab gezien, door `Uthman ibn Talha, toen hij stilletjes het Huis van Al-Arqam binnen trad, niemand minder dan
Op ander
moment zag `Uthman dat Mus`ab op dezelfde manier bad als Mohammed (saws). De
conclusie was overduidelijk. Als een storm in een glas verspreidde het
vernietigende nieuws zich dat Mus`ab de Islam had geaccepteerd, zich onder de
Qoeraysh. En niet veel later ontving zijn moeder dit nieuws. Mus`ab stond voor
zijn moeder, zijn clan en de nobelen van de Qoeraysh die allen bijeen waren
gekomen om er achter te komen wat hij had gedaan en wat hij daar over te zeggen
had.
Met een zekere mate van nederigheid en met kalm vertrouwen gaf Mus`ab toe dat
hij moslim was geworden en zonder aarzeling legde hij uit waarom. Daarop
reciteerde hij enige Ayât (verzen) van de Qor’aan die de harten van gelovigen
hadden gereinigd en die hen terug gebracht had naar het ware geloof van Allah (swt).
En dat ondanks hun kleine aantal, hun harten nu waren gevuld met wijsheid, eer,
rechtvaardigheid en moed.
Terwijl de
moeder van Mus`ab naar haar zoon luisterde die ze met buitensporige zorg en
genegenheid had overladen, maakte ze zich meer en meer razend.
Ze had er zin in om hem met een verschrikkelijke klap het zwijgen op te leggen.
De hand die uitschoot als een pijl wankelde en hakkelde voor het licht dat van
het heldere gezicht van Mus`ab afstraalde. Misschien was het de moederliefde die
deed voorkomen dat ze hem sloeg, maar ze voelde nog steeds dat ze iets moest
doen om de goden die haar zoon achter zich had gelaten te wreken.
De oplossing
waar ze mee kwam was voor Mus`ab vele malen erger dan het incasseren van enkele
klappen. Ze bracht Mus`ab naar een verre hoek van het huis, waar hij stevig werd
vast gebonden. Hij was een gevangene geworden in zijn eigen huis. Voor lange
tijd verbleef Mus`ab vastgebonden en opgesloten en streng bewaakt door wachters,
die zijn moeder daar geplaatst om te voorkomen dat hij nog enig contact zou
hebben met Mohammed (saws) en zijn geloof.
Ondanks zijn beproeving gaf Mus`ab geen krimp. Hij moet op de hoogte zijn
geweest hoe andere moslims lastig werden gevallen en gemarteld door de
afgodendienaars.
Voor hem, en
voor vele andere moslims, werd het leven in Mekka meer en meer ondraaglijk. Na
verloop van tijd hoorde hij dat een groep moslims zich in het geheim aan het
voorbereiden waren om naar Abessinië (het huidige Ethiopië) te migreren, om daar
hun toevlucht en steun te vinden.
Zijn eerste gedachten waren hoe te kunnen ontsnappen aan zijn gevangenis en zich
bij hen aan te sluiten. Bij de eerste gelegenheid die zich aandiende, toen zijn
moeder en de wachters even niet op hun hoede waren, kreeg hij het voor elkaar om
in alle stilte weg te glippen. Met grote spoed sloot hij zich daarna aan bij de
andere voortvluchtigen en binnen korte tijd voeren zij gezamenlijk over de Rode
Zee richting Afrika.
Hoewel de moslims vrede en veiligheid genoten in het land van Negus, verlangden ze er naar om in Mekka te zijn in het gezelschap van de edelmoedige Profeet (saws). Wanneer een rapport dat de condities van de moslims in Mekka verbeterd was Abessinië bereikte, was Mus`ab één van de eersten om terug naar Mekka te keren. Het rapport was echter vals en Mus`ab keerde wederom terug naar Abessinië. Maar of hij nu in Mekka of in Abessinië was, Mus`ab bleef sterk in zijn nieuwe geloof en zijn grootste zorg was hoe hij zijn leven waardig kon maken voor zijn Schepper (swt).
Toen Mus`ab wederom naar Mekka terugkeerde, deed zijn moeder een laatste poging om hem in haar macht te krijgen en dreigde hem weer vast te binden en op te sluiten. Mus`ab zwoer dat als ze dat zou doen, dat hij een ieder die haar hielp zou doden. Ze wist maar al te goed dat hij het niet bij een dreigement zou laten, want ze zag de ijzeren vastberadenheid die hij nu bezat. Een scheiding tussen zoon en moeder was onvermijdelijk.
En op het
moment dat dit gebeurde was dat triest voor zowel moeder als zoon. Het liet een
sterk volhardend ongeloof zien van de kant van de moeder en een nog sterker
volhardend geloof van de zoon. Terwijl ze hem het huis uitgooide en hem afsloot
van al het wereldse comfort waar ze hem in overvloed mee overspoeld had, zei ze:
"Ga je eigen weg. Ik ben niet bereid om nog langer een moeder voor je te zijn".
Mus`ab naderde haar heel dichtbij en zei: "Moeder, ik adviseer u met een oprecht
hart. Ik maak me zorgen om u. Getuig toch dat er geen god is dan Allah (swt) en
dat Mohammed Zijn dienaar en Zijn boodschapper is".
Maar ze zij volhardend: "Ik zweer bij de vallende sterren dat ik niet tot jouw
godsdienst zal toetreden. Zelfs niet wanneer mijn mening belachelijk wordt
gemaakt en mijn geest machteloos.”
Zo kwam het dat Mus`ab haar huis, de luxe en comfort die hij ooit genoot achter zich liet. De eens zo elegante, goed geklede jongeman zou van nu af aan alleen maar te zien zijn in ordinaire lompen. Hij had nu belangrijkere zaken aan zijn hoofd. Hij was vastbesloten om zijn talenten en energie te steken in het verkrijgen van kennis en het dienen van Allah (swt) en Zijn Profeet (saws).
Op een dag, verscheidene jaren later, naderde Mus`ab een groep moslims die zich om de Profeet (saws) hadden verzameld. Zij bogen hun hoofden en sloegen hun blikken neer toen zij Mus`ab zagen. Sommige werden zelfs aan het huilen gebracht. Dit was omdat zijn kleding zo oud en versleten was en dat bracht hen meteen weer terug naar de dag voordat hij de Islam in zijn hart gesloten had. De tijd dat hij nog model stond voor elegante kleding. De Profeet keek naar Mus`ab, glimlachte aangenaam en zei: "Ik heb deze Mus`ab gezien met zijn ouders in Mekka. Ze bedolven hem met zorg en aandacht en hij kwam niets tekort. Van de jeugd van de Qoeraysh was er niet één zoals hem. Daarna liet hij dat alles achter voor het streven naar het behagen van Allah (swt) en voor het zich toewijden om in dienst te staan van Zijn Profeet". De Profeet (saws) vervolgde met: "Er zal een tijd komen waar Allah (swt) ons de overwinning over Perzië en Byzantium zal schenken. Je zult een tenue hebben in de ochtend en een andere in de avond. Je zult in de ochtend van het ene bord eten en in de avond van het andere". Met andere woorden, de Profeet (saws) voorspelde dat de moslims rijk en machtig zouden worden en dat ze werelds goed in overvloed zouden hebben.
De metgezellen die om de Profeet (saws) heen zaten vroegen hem: "O Boodschapper van Allah (saws), verkeren we heden in een betere situatie of zullen we dan beter af zijn?" Hij antwoordde: "Je bent eerder nu beter af dan dat je dan zou zijn. Als je van de wereld wist wat ik weet dan zou je er beslist niet bezorgd om zijn." Een andere keer sprak de Profeet (saws) in dezelfde geest tegen zijn metgezellen en vroeg hen hoe ze zouden zijn als ze een set kleding in de morgen hadden en een ander setje voor de avond. Ze zouden nog genoeg materiaal over houden om hun huizen van gordijnen te voorzien net als de Ka`ba die volledig bedekt was. De metgezellen antwoordden dat ze dan in een betere situatie zouden verkeren, omdat ze dan voldoende voedsel zouden hebben en alle tijd zouden hebben voor aanbidding (`iebâdah). De Profeet (saws) echter vertelde hen dat ze toch echt beter af waren zoals ze waren.
Na ongeveer
tien jaar uit te nodigen (da’wah) tot de Islam bleef het merendeel van Mekka
vijandig. De edelmoedige Profeet (saws) trok daarop naar Ta-if om nieuwe
volgelingen te zoeken voor het geloof. Hij (saws) werd echter afgewezen en de
stad uit gejaagd. De toekomst voor de Islam zag er somber uit. Het was net na
dit dat de Profeet (saws) Mus`ab koos om zijn "ambassadeur" te zijn in Yathrib.
Daar zou hij een kleine groep gelovigen onderwijzen die gekomen waren om trouw
te zweren aan de Islam en Medina voor te bereiden voor de dag van de grote
hidjra (emigratie).
Mus`ab werd verkozen boven de metgezellen die ouder waren dan hij, of degene die
dichter in relatie stonden met de Profeet (saws), of zij die blijkbaar in groter
aanzien stonden. Zonder twijfel was Mus`ab gekozen voor deze taak vanwege zijn
edele karakter, zijn voortreffelijke manieren en zijn scherpe intellect. Zijn
kennis van de Qor’aan en zijn vermogen om dit op een bijzonder mooie en
ontroerende wijze te reciteren was ook een belangrijke overweging geweest. Mus`ab
begreep zijn missie goed. Hij wist dat hij zich op een heilige missie bevond,
het uitnodigen van mensen en deze tot Allah (swt) en het rechte pad van de Islam
brengen.
Tevens was het om voorbereidingen te treffen voor wat het territoriaal hoofdkwartier voor de jonge en zwoegende moslim gemeenschap zou moeten worden. Hij betrad Medina als gast van Sa`d ibn Zurarah van de Khazraj stam. Gezamenlijk gingen zij langs de mensen, langs hun huizen, langs hun bijeenkomsten om hen te vertellen over de Profeet (saws), de Islam uit te leggen en de Qor’aan te reciteren aan hen. Door de gratie van Allah (swt) accepteerden velen de Islam. Dit tot groot genoegen van Mus`ab, maar uitzonderlijk verontrustend voor de leiders van de gemeenschap van Yathrib.
Eens zaten Mus`ab en Sa`d vlakbij een waterput in een boomgaard van de Zafar clan. Met hen waren er een aantal nieuwe moslims en anderen die geďnteresseerd waren in de Islam. Een machtig en voornaam persoon van de stad, Usayd ibn Khudayr, doemde op gewapend met een speer. Hij was vervuld met woede. Sa`d ibn Zararah zag hem en vertelde Mus`ab: "Dit is een hoofdman van zijn mensen. Moge Allah (swt) waarheid in zijn hart plaatsen." Mus`ab antwoordde: "Wanneer hij gaat zitten dan zal ik met hem spreken," en in alle kalmte en tact als van een groot daa`i (iemand die uitnodigt tot de Islam).
De boze Usayd in een ten hemel schreiende wantoestand bedreigde Mus`ab en zijn gastheer. "Waarom zijn jullie beide naar ons gekomen om onze zwakken te besmetten? Blijf bij ons vandaan als je in leven wenst te blijven". De lippen van Mus`ab krulden in een warme en vriendelijke glimlach en zei tegen Usayd: "Waarom kom je niet even zitten en luisteren? Als je tevreden en vervuld bent met onze missie, accepteer het dan. Als het je tegenstaat dan zullen wij stoppen met vertellen van wat jou tegenstaat en vertrekken." Usayd Zei: "Dat is aanvaardbaar", en ging zitten terwijl hij zijn speer in het zand stak.
Mus`ab zette
hem nergens toe aan. Hij stelde hem niet aan de kaak. Hij nodigde hem slechts
uit om te luisteren. Als hij tevreden was, prima. Als dat niet het geval was dan
zou Mus`ab, zonder enige stampij te maken, zijn regio en zijn clan verlaten en
naar een andere regio toe gaan. Mus`ab begon hem te vertellen over de Islam en
reciteerde hem de Qor’aan.
Zelfs nog vóórdat Usayd iets zei was het al duidelijk van zijn gezicht af te
lezen, het straalde en was vol verwachting. Het geloof was tot diep in zijn hart
doorgedrongen. Hij zei: "Hoe prachtig zijn deze woorden en hoe waar. Wat moet
een persoon doen om tot deze religie toe te treden"? Mus’ab antwoordde: "Neem
een bad, en reinig jezelf en je kleding. Spreek dan de Shahada
(geloofsbelijdenis) uit en ga in shalât (gebed).
Usayd verliet de samenkomst en was slechts voor korte tijd afwezig. Hij kwam terug en getuigde dat er geen god is dan Allah (swt) en dat Mohammed de Boodschapper van Allah (swt) is. Hij bad daarna twee rakât) van het gebed en zei: "Na mij is er een man die, als hij jou volgt, al zijn mensen in zijn voetsporen zullen treden. Ik zal hem nu naar je toe sturen. Hij is Sa`d ibn Mu`adh".
Sa`d ibn Mu`adh kwam en luisterde naar Mus`ab. Hij was overtuigd en vervuld en verkondigde zijn overgave aan Allah (swt). Hij werd gevolgd door een ander belangrijke Yathrib’iet, Sa`d ibn `Ubadah. Binnen niet al te lange tijd waren de mensen van Yathrib allen in een vlaag van opwinding en vroegen elkaar: "Als Usayd ibn Khudayr, Sa`d ibn Mu`adh en Sa`d ibn `Ubadah deze nieuwe religie hebben geaccepteerd, hoe kunnen wij dan niet volgen? Laten we naar Mus`ab gaan en samen met hem geloven. Ze zeggen dat de waarheid van zijn lippen vloeit".
De eerste ambassadeur van de Profeet (saws), was een buitengewoon succes. De Profeet (saws) had goed gekozen. Mannen en vrouwen, jeugdigen en bejaarden, machtigen en de zwakken accepteerden allemaal de Islam door hem. Het verloop van de geschiedenis van Yathrib was voor eeuwig veranderd. De weg werd gereed gemaakt voor de grote hijrah. Spoedig zou Yathrib het middelpunt en de thuisbasis worden voor een Islamitische staat. Binnen een jaar na zijn aankomst in Yatrhib moest Mus`ab terug keren naar Mekka. Het was wederom gedurende de tijd van de bedevaart. Met hem kwam een groep van zevenenvijftig moslims van Medina (andere benaming voor Yathrib). Wederom bij `Aqabah, in de buurt van Mina ontmoetten zij de Profeet (saws). Daar namen zij de eed op zich om de Profeet (saws) te beschermen, ten koste van alles. Zouden zij standvastig blijven in hun geloof dan zou hun beloning, zo zei de Profeet (saws), niets minder zijn dan het Paradijs. Deze tweede eed (bay`ah) die de moslims van Yathrib aflegden werd het "oorlogsverbond" genoemd.
Vanaf dat moment speelden de gebeurtenissen zich snel af. Kort na het grote feest instrueerde de Profeet zijn nagezeten volgelingen om naar Yathrib te migreren. De nieuwe moslims of helpers (de Ansâr) waren bereid om asiel te verlenen en bescherming te bieden aan de gekwelde moslims. De eerste metgezellen van de Profeet (saws) die aankwamen in Medina waren Mus`ab ibn `Umayr en de blinde `Abdullah ibn Umm Maktum. Ook `Abdullah reciteerde de Qor’aan op bijzonder fraaie wijze. Volgens één van de helpers hadden zowel Mus`ab als `Abdullah de Qor’aan gereciteerd aan de mensen van Yathrib. Mus`ab bleef een belangrijke rol spelen in de opbouw van de nieuwe Ummah (gemeenschap).
Het volgende monumentale moment waar we hem ontmoeten was gedurende de grote veldslag van Badr. Nadat het gevecht voorbij was werden de Qoeraysh krijgsgevangenen,voor de Profeet (saws) gebracht die ze aan individuele moslims overdroeg. "Behandel hen goed", instrueerde hij. Onder deze gevangenen was Abu `Aziz ibn `Umayr, de broer van Mus`ab. Abu `Aziz verhaalde wat er gebeurde. "Ik was onder de groep van de helpers. Ieder keer wanneer zij middag- of avondeten hadden gaven ze mij brood en dadels te eten in gehoorzaamheid aan de instructies van de Profeet (saws) om ons goed te behandelen. Mijn broer, Mus`ab ibn `Umayr, liep aan mij voorbij en zei tegen de man van de helpers die mij gevangen hield: "Bind hem stevig vast. Zijn moeder is een vrouw van vermogen en misschien wil ze hem wel vrijkopen van jou".
Abu `Aziz kon zijn oren niet geloven. Verbaasd richtte hij zich tot Mus`ab en vroeg: 'Mijn broer, is dit jou instructie aangaande mij?'
'Hij is mijn broeder, niet jij,' antwoordde Mus`ab", zo bevestigend dat in de strijd tussen geloof (imân) en ongeloof (kufr) de verbondenheid door het geloof sterker is dan die door het bloed van verwantschap.
Bij de slag om Uhud verzocht de Profeet (saws) dat Mus`ab, nu beter bekend als Mus`ab al-Khayr (de goede), om het moslimvaandel te dragen. In het begin van het gevecht leek het erop dat de moslims de overhand hadden. Echter, een groep moslims ging tegen de orders van de Profeet (saws) in en zij verlieten hun posities. De krijgsmacht van de veelgoden dienaren hergroepeerde zich wederom en zij lanceerde een tegenaanval. Hun hoofddoel, terwijl zij door het moslimse leger heen sneden, was om bij de edelmoedige Profeet (saws) te komen. Mus`ab besefte het grote gevaar dat op de Profeet (saws) af kwam. Hij bracht het vaandel hoog in de lucht en schreeuwde "Allahu akbar". Met het vaandel in één hand en zijn zwaard in de andere wierp hij zich tussen het Qoeraysh leger. Hij stond tegenover een geweldige overmacht. Een Qoeraysh cavalerist naderde hem van dichtbij en hakte zijn rechterhand af. Men hoorde Mus`ab deze woorden herhalen: "Mohammed is slechts een boodschapper. Boodschappers waren al voor zijn tijd heengegaan", waardoor hij liet zien dat ondanks zijn grote toewijding aan de Profeet (saws), zijn worsteling bovenal in het belang van Allah (swt) was en om Zijn woord boven alles te verheffen. Daarna werd zijn linkerhand eraf gehakt en hield hij de vaandel tussen de twee stompen van zijn armen. Om zich te bemoedigen herhaalde hij: "Mohammed is slechts een boodschapper. Boodschappers waren al voor zijn tijd heengegaan". Toen werd hij geraakt door een speer. Hij viel en het vaandel viel. Later werden de woorden die hij herhaalde, iedere keer wanneer hij geraakt werd, aan de Profeet (saws) bekendgemaakt, vervolmaakt en werden zij deel van de Qor’aan. "Mohammed is slechts een gezant; voor zijn tijd reeds waren de (andere) gezanten heengegaan..." (Soerah Âli 'Imrân 3 aya144)
Na het gevecht liepen de Profeet (saws) en zijn metgezellen door het slagveld en boden de martelaren een vaarwel. Wanneer zij het lichaam van Mus`ab bereikten, vloeiden er tranen. Khabbah verhaalde dat zij geen lap stof konden vinden wat als doodskleed kon dienen voor het lichaam van Mus`ab, behalve zijn eigen kledingstuk. Wanneer zij zijn hoofd er mee bedekte dan zouden zijn benen zichtbaar zijn en wanneer zij zijn benen bedekte dan was zijn gezicht te zien. De Profeet (saws) droeg hen op: "Plaats het kledingstuk over zijn hoofd en bedek zijn voeten en benen met de bladeren van de idhkhir-plant".
De Profeet (saws)
ervoer diepe pijn en verdriet door het aantal metgezellen die gedood waren
tijdens de slag om Uhud. Onder hen was ook zijn oom Hamzah wiens lichaam
verschrikkelijk verminkt was. Het was echter bij het lichaam van Mus`ab waar de
Profeet (saws) met grote ontroering bij stil stond. Hij herinnerde zich Mus`ab
toen hij hem voor het eerst zag in Mekka, stijlvol en elegant. Daarna keek hij
naar de korte burdah (kledingstuk) wat nu het enige kledingstuk was dat hij
bezat en hij reciteerde het vers van de Qor’aan:
"Onder de gelovigen zijn er mannen die de verbintenis die zij met Allah zijn
aangegaan oprecht nagekomen zijn. Sommigen hebben hun levenstaak volbracht en
anderen wachten nog, maar hebben niets gewijzigd". (Soerah Al-Ahzâb 33 aya 23)
De Profeet (saws) sloeg toen zijn ogen op over het slagveld waarop de dode
metgezellen van Mus`ab lagen en zei: "De Boodschapper van Allah (swt) getuigt
dat jullie martelaren zijn in het aanzicht van Allah (swt) op de dag der
Opstanding". Daarna richtte hij zich tot de levende metgezellen om zich heen en
sprak: "O mensen! Bezoek ze (de martelaren), breng ze de vredesgroet, bij Hem
(Allah) in wiens handen hun ziel is, iedere moslim die hen vrede wenst tot de
Dag der Opstanding, zullen hem terug groeten. Vrede zij met jou O Mus`ab (As-salâmoe
`alayka yâ Mus`ab) Vrede zij met jullie O martelaren (As-salâmoe `alaykoem,
ma'shar ash-shuhadaâ) Vrede, genade en zegeningen van Allah (swt) zij met
jullie (As-salâmoe `alaykoem wa rahmatoellahi wa barakatoeh)
Wa alaikoem salaam wa Rahamatoellahi wa Barakatoeh
Bron:
Overgave.nl

©
2003 copyright.
Alle Rechten Voorbehouden. All Rights Reserved.
De informatie op de website is bedoeld voor persoonlijk, niet-commercieel
gebruik. Elke vorm van herpublicatie van de inhoud zonder voorafgaande,
schriftelijke, toestemming is niet toegestaan.
![]()